Preken

Zondag 26 augustus 2018: Geloof als opdracht.

By 26 augustus 2018 No Comments

Met regelmaat worden we opgeschrikt door terroristische aanslagen, waarbij mensen zichzelf opblazen en talloze onschuldigen meesleuren in hun graf. Vaak gebeurt dat in naam van een of andere god of profeet. Dat roept bij ons enkel afschuw en onbegrip op. Als geloof mensen zo fanatiek en bloeddorstig maakt, dan liever geen geloof. Zulke aanslagen vinden niet alleen plaats in Europa, maar ook in de contreien waar Jezus rondliep. Hij sprak zijn volgelingen over een God die is als een goede Vader. Hij vertélde niet alleen over liefde: Hij liet ook zien hoe dat in zijn werk gaat: je naaste liefhebben als jezelf. Ja, zelfs je vijand niet haten, maar voor hem/haar bidden. Hij nodigde zijn gehoor uit om te vergeven, niet één keer maar telkens opnieuw. Hij maakte duidelijk: geloven is geen wapen om de wereld naar je hand te zetten en ook geen zacht kussen op de harde stoel dat het leven soms is. ‘ Als je wilt geloven’, zegt Jezus, ‘dan moet je je laten leiden door de goede Geest die van God uitgaat’. Die Geest maakt duidelijk dat God recht zal doen aan de minsten op deze aarde. Als Jezus zieken geneest en brood uitdeelt, hebben de mensen die Hem volgen daar geen moeite mee. Integendeel: hoe meer, hoe beter. Dat zal zijn naam en hun positie alleen maar ten goede komen. Maar dat mijn recht geen recht is, zolang dat van mijn naaste krom is: daar kunnen ze moeilijk mee instemmen. Dat vraagt wel erg veel inlevingsvermogen en opoffering. Daarom zeggen ze: ‘Dit zijn woorden die je tegen de borst stuiten. Wie kan daar nog naar luisteren?’ Jezus reageert: Als je daar niet mee eens bent, dan ga je maar. En zo komt het dat velen van zijn leerlingen Hem de rug toekeren en niet langer meer met Hem mee trekken, vertelt Johannes. Gebeurt dat ook niet in onze dagen? Mensen die alleen willen geloven, als hun eigenbelang gediend wordt en die voor alle tegenslag in het leven God verantwoordelijk stellen? Zolang geloven is als een lekker warme deken waar je onder kunt kruipen, dan is het oké, maar als er barmhartigheid wordt gevraagd, geven velen niet thuis. Jezus wordt echter niet boos. Hij zegt het alleen duidelijk: ‘Niet iedereen kan of hoeft te geloven. Je kunt niet geloven, als het je niet door mijn Vader gegeven is!’. Blijkbaar is het niet iedereen gegeven om te geloven. En zij die het wel kunnen, hoeven zich niet beter te voelen dan mensen die niet kunnen of willen geloven. Want geloven is niet alleen een geschenk van God; het is ook een opdracht. En die opdracht is niet om met extreme middelen en mensonterende acties andersdenkenden te bestrijden of van het leven te beroven. Die opdracht is ook niet om te oordelen over mensen die anders geloven en te beweren dat jij gered wordt en ieder die niet gelooft in het verderf wordt gestort. Afbeeldingsresultaat voor geloven isGeloven is evenmin wegzakken in het lauwe bad van gemakzucht en denken dat jij alles van God mag verwachten en Hij niets van jou. Geloven is veeleer verontrust en verbijsterd raken bij het zien van de verschrikkingen die mensen elkaar aandoen. Niet alleen dwaze terreur moet ons verontrusten, maar ook het behandelen van mensen alsof het vogeltjes zijn in een kooi. Of als kinderen worden mishandeld en vrouwen verhandeld; als jongetjes worden gedrogeerd en wapens in handen krijgen om te moorden. Een heilige en gelovige onrust moet zich dan van ons meester maken. Het gaat er dan niet om te wijzen naar de politiek of naar God, maar oprecht verontrust te zijn. Want er bestaat geen God die zoiets wil of zoiets bedoeld heeft. Er is geen God die dit kan oplossen. Er zijn alleen maar mensen die daar iets aan kunnen doen. Met de innerlijke kracht die God ons gegeven heeft zijn wij in staat dit onrecht aan te wijzen en eraan te werken om het te keren. Op de eerste plaats geeft God dit geloof aan mensen die slachtoffer zijn. Op wie kunnen ze anders vertrouwen? Op de 2e plaats geeft Hij het aan allen die – net als Hij – ontzet en verontrust zijn en naar wegen zoeken om zich te ontfermen over wie onrecht wordt aangedaan en over de levende schepping die zo gekwetst en gekrenkt wordt. God schenkt ons de gave van het geloof om ontroerd te raken, bv. als wij een eenzame vader of moeder ontmoeten die veel verdriet heeft omdat de kinderen ruzie maken; en dat wij begaan zijn met een kind dat ernstig ziek is of mededogen voelen met die manager die goed verdient maar van niemand kan houden. Dat is een talent dat God ons schenkt. En als het ons allemaal niet raakt, dan is dat jammer. Dan nemen we maar een andere weg.
Iedereen kent het beroemde verhaal van St. Martinus. Hij wordt geraakt door een doodzieke man aan de kant van de weg. Zijn officiersmantel mag hij niet weggeven om die man tegen de kou te beschermen. Voorschriften beletten hem om op te komen voor een mens in nood. Toch doet Martinus iets: hij snijdt zijn mantel doormidden en geeft de ene helft aan de verkleumde man. Zo gaat hij niet tegen de regels in, maar kan hij toch helpen. Soms moeten we creatief zijn om ons mededogen waar te maken. We weten allemaal dat je niet perse in God hoeft te geloven om geraakt te worden door het onrecht en het bittere leed dat mensen wordt aangedaan. Talloze mensen worden geraakt door het leed van medemensen en ontfermen zich over hen. Maar andersom kan niet: als je echt in God gelooft is het onmogelijk dat je wegkijkt en je niet laat raken door de nood van je naaste, dat je je niet over hem/haar ontfermt! Dat verklaart misschien waarom Jezus vaak botste met de Schriftgeleerden. Geleerde mensen die niet geraakt werden door het onrecht en geen hand uitstaken naar wie in hun ogen zondig en onrein waren. Als in onze kerken leiders alleen maar weten te vertellen wat er volgens de leer wel en niet mag, staan ze helaas in dezelfde bedenkelijke traditie. Als geloofsgemeenschap geeft Jezus ons de heilige opdracht om het mededogen dat wij voelen om te zetten in liefdevol handelen. Gerelateerde afbeeldingSamen met God te werken aan een wereld waarin mensen elkaar niet langer beschouwen als vijanden, maar als naasten. We moeten toegeven: de angst en het wantrouwen onder mensen is groot. De machten die minachten en onderdrukken zijn sterk. Maar ze zijn nooit te groot en niet te sterk voor mensen die vertrouwen op God en durven geloven in zijn scheppende kracht. Wij mogen ons aansluiten bij de man die tot Jezus zegt: ‘Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp!‘. AMEN.

 

Vrij naar: ‘Wijn en vuur’ van Jos Zwetsloot p. 156-159