Preken

Zondag 25 Juni JE HOEFT NIET BANG TE ZIJN.

By 3 juli 2017 No Comments

‘Je hoeft niet bang te zijn…!’ Hoe vaak zeggen wij dat niet tegen elkaar? Het zal best waar zijn, dat we ons vaak onnodig bang maken. Maar als er pas bij jou is ingebroken, is het niet vreemd als je ’s nachts overeind schiet, als je iets hoort. ‘Wees niet bang!’ We willen dat wel, maar die aansporing is niet voldoende om onze angst weg te nemen. Ik vermoed dat er veel mensen zijn die kampen met angstgevoelens. Velen zijn bang om ’s avonds laat nog de straat op te gaan. We zijn misschien bang voor terrorisme dat tegenwoordig overal kan opduiken, vooral waar grote groepen mensen samen zijn. We zijn misschien bang voor bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij. Ik denk bv. aan oorlogen en gewelddadige conflicten die uitzichtloos lijken. Voorts is er de zorg om het milieu en hoe het verder moet de klimaatsverandering die wij bespeuren. Sommige ouderen kennen de angst voor aftakeling, lijden en dood.
‘Wees niet bang!’ Makkelijk gezegd, maar waarop is zo’n aanmoediging gebaseerd? Ik moet het effect van zo’n aansporing toch ook kunnen voelen, want met loze woorden neem je mijn angst niet weg! Het vertrouwen dat er nodig is om mijn angst de baas te kunnen moet gewekt worden en heeft als regel tijd nodig om te groeien. Wat is de basis, de bodem waarop zulk vertrouwen zich kan nestelen? Biedt geloven in God ons deze bodem? Jezus heeft voor ons de sluier opgetild van het Mysterie dat wij God noemen. Biedt zijn leven ons misschien een basis om te leven in vertrouwen? Het Evangelie verhaalt dat Jezus, voorafgaand aan zijn optreden in het openbaar, een zekere tijd verblijft in de woestijn. (40 dagen en nachten volgens de Schrift). Hij wordt er zich bewust van de verleiding van macht en rijkdom. Omdat Hij wil leven naar Gods bedoelingen, kiest Hij niet de weg van de minste weerstand. Hij kiest er telkens voor de liefde van God voor de mensen verstaanbaar, zichtbaar en tastbaar te maken. Hij zoekt steeds weer de stilte op en eenzame plaatsen, net alsof Hij de ervaringen van zijn verblijf in de woestijn opnieuw wil oproepen. Zo bezint Hij zich op zijn roeping, op de taak waarvoor Hij zich gesteld weet en vind Hij een weg om klaar te komen met de angst voor zijn tegenstanders. Jezus heeft de verleiding gekend zich veilig terug te trekken. Hij had met al zijn talenten een heel ander leven kunnen leiden. Die spanning heeft Hij gevoeld. Als Petrus Hem tot andere gedachten wil brengen en Hem uit de gevarenzone van lijden en dood wil houden, wordt Hij vreselijk kwaad en noemt hem zelfs ‘satan’. Opvallend is ook de felheid waarmee Hij reageert op de aantijgingen van de Farizeeën. Zouden die sterke emoties geen reactie zijn op de verleiding die Hij voelt van de zijwegen die Hem kunnen afhouden van de weg die Hij gekozen heeft? Ongetwijfeld heeft Jezus angst gekend. In de Olijfhof breekt Hem het angstzweet uit. Zijn vasthoudendheid heeft echter niets te maken met masochisme, maar met zijn verlangen dat mensen tot hun recht komen en de liefde van God ervaren. Omwille van zijn zorg voor de zwaksten gaat Hij lijden en dood niet uit de weg. Als Hij dus tegen zijn leerlingen en tegen ons zegt: ‘Vrees niet! Wees niet bang!’, dan komt dat uit de mond van Iemand die uit eigen ervaring weet wat angst betekent. Als wij proberen in een goede verhouding met God en met onze naasten te leven, dan mogen wij vertrouwen dat God aan onze kant staat. Of om de woorden van de profeet Jeremia te gebruiken: Hij is de ‘God die machtig is en sterk, de Heer die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt’. Ons lichaam kunnen wij niet tegen alle onheil beschermen, maar wij mogen wel vertrouwen dat God ons niet in de steek laat. Jezus zegt het nog sterker: ‘Bij jullie zijn zelfs de haren van je hoofd geteld. Wees dus niet bang’. Ook de profeet Jeremia leeft met het vertrouwen dat God hem niet in de steek laat, zo verhaalt de 1e lezing. Overal waar hij onrecht ziet, wijst hij daarop. Daar maak je natuurlijk geen vrienden mee. Hij voelt zich van alle kanten bedreigd, maar laat zich niet bang maken. Hij vertrouwt op God als zijn helper. Bij Hem voelt hij zich veilig en zegt: ‘Ik heb mijn zaak in uw handen gelegd’. Als ons leven moeilijk wordt door mensen of omstandigheden en we bang worden, dan mogen we – net als Jeremia – onze nood klagen bij God en in dat gebed vinden we – na verloop van tijd – de moed om te zeggen: ‘Heer, kom mij te hulp. Ik leg mijn zaak in uw handen!’. Zit die aansporing ook niet in wat Jezus bedoelt, als Hij zegt: ’Er valt geen mus van het dak, zonder dat God, jullie Vader, dat wil. Zijn jullie niet meer waard dan een zwerm mussen?’. Laten wij samen bidden om dat vertrouwen. AMEN.