Preken

Zondag 20-8-2017: uitgedaagd om over grenzen heen te kijken.

By 20 augustus 2017 No Comments

Er zijn onder politici mensen die zonder gene roepen ‘Eigen volk eerst’ of ‘Grenzen dicht!’ Niet alleen sommige politici roepen dat; ze zijn gekozen door medeburgers die ook zo denken. Ze maken stampij, als er in hun omgeving een centrum komt voor asielzoekers. Dat is niet vreemd, want velen van ons worden bang als vreemden ons zo dicht op de huid zitten. Bij de eerste reactie van Jezus op de noodkreten van de heidense vrouw voel ik de neiging om me te schamen in zijn plaats. Is dat de Jezus die we kennen uit de Evangelies? Wat is er aan de hand? Er staat: ‘Jezus ging weg en week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon, gelegen in het huidige Libanon. Hij wil rust, weg van de onwil, de tegenwerking en vijandigheid van Farizeeën en Schriftgeleerden. Maar rust wordt Hem niet gegund. Een Kanaanitische vrouw uit dat gebied heeft van zijn aanwezigheid gehoord en loopt hen achterna, luidkeels roepend: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David’. Ze schreeuwt om medelijden met haar zieke dochter, die voor gek wordt versleten. Het is een echte noodkreet, want ze is ten einde raad. Wat doe je als moeder, als je al van alles hebt geprobeerd om het liefste dat je hebt te genezen? Ze weet best dat Joden en niet-joden sterk verschillen in cultuur en godsdienst. Ze weet dat het ongepast is dat zij – als vrouw – een man naroept! De eerste reactie van Jezus is verbijsterend. Hij keurt haar geen woord waardig. De reactie van zijn leerlingen is nog schokkender. Zij vragen Jezus om haar weg te sturen. Dat geschreeuw om hulp vinden ze maar lastig. Ze generen zich. Maar Jezus geeft wel blijk van medegevoel. Hij zegt tegen haar: ‘ Ik ben alleen maar gestuurd naar de verloren schapen van Israel’. M..a.w. ‘Sorry, mevrouw, ik kan het ook niet helpen dat ik niets voor u kan doen. Ga naar iemand van uw eigen volk!’ Wij kunnen heel goed meevoelen wat het betekent afgewezen te worden. Velen weten dat uit eigen ervaring. Al die afwijzingen op sollicitatiebrieven. Of je bent gevlucht uit een oorlogsgebied, zoekt asiel in een veilig land, maar je verhaal wordt niet geloofd en je wordt het land uitgezet. Deze Kanaanitische vrouw wordt dus door Jezus afgewezen, omdat ze een vreemdelinge is. Maar ze laat zich niet uit het veld slaan, zelfs niet als Jezus haar beledigt door haar met een hond te vergelijken. Voor Joden golden heidenen als honden, de gojim, de vreemdelingen, die uitgesloten waren van het gastmaal van de Messias. Wij zouden ons waarschijnlijk gekrenkt en vernederd voelen en het teleurgesteld opgeven. Maar deze vrouw gaat mee in het beeld dat Jezus gebruikt en wijst Hem er fijntjes op ‘dat de honden wel de kruimels opeten die bij hun baas van de tafel vallen’. En Jezus wordt verrast door haar vindingrijke reactie en vasthoudendheid. Dit is precies het punt waarop Hij omgaat. Nu breekt al zijn weerstand. Hij laat zich gezeggen door deze heidense vrouw. Hij laat zich verbidden en overhalen. Hij staat verwonderd over haar geloof. Bij de Farizeeën heeft Hij alleen maar ongeloof ontmoet en bij zijn eigen leerlingen slechts klein geloof, maar bij deze niet-joodse vrouw ontmoet Hij een groot geloof. Hij zegt tegen haar: ‘Wat u verlangt, zal ook gebeuren!’. Deze vrouw vroeg slechts om de kruimels van Gods genade. Ondanks alle tegenstand, teleurstelling en belediging, blijft ze geloven in Gods goedheid. Jezus ziet haar radeloze wanhoop om haar dochter, haar eindeloos geloof en haar onverwoestbare hoop. En dat is het moment waarop Hij zich bekeert, zijn hart openstelt voor haar noodkreet en haar dochter de genade schenkt van de genezing. Het is heel frappant dat het onwankelbaar vertrouwen van deze vrouw Jezus triggert om over zijn al te enge grenzen heen te kijken. Zijn ommekeer komt echter niet uit de lucht vallen, want reeds bij de profeten leefde het geloof dat God bewogen is met alle mensen zonder onderscheid en dat Hij er voor ieder mens wil zijn. Hij is nl. een God van liefde, medelijden, van betrokkenheid en zorg. Daarvan getuigt reeds het Eerste/ Oude Testament. ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn voor alle volkeren’, zo hoorden we bij de profeet Jesaja in de eerste lezing.
De tegenstellingen in de samenleving zijn groot. Niet alleen in de VS, maar wereldwijd. Oorlogstaal van dictators en politieke leiders. Anderzijds mensen die zorg hebben voor het milieu en de opwarming van de aarde. Sommigen stellen kortzichtig economisch gewin voorop. We zien de trek van migranten naar Europa. Aanslagen door fundamentalisten met politieke en religieuze motieven. Kortom: het is niet vreemd, dat het ons af en toe bang te moede wordt. De vraag is echter: wat doen we met die zorgen en die angst? Kijken we weg en negeren we de problemen? Of durven we stil te staan en met aandacht te luisteren naar noodkreten die er klinken? Laten we ze tot ons doordringen? Wat is er aan de hand? Waar liggen oorzaken en wat kunnen wij eraan doen? Door het vasthoudende roepen van die Kanaanitsche vrouw gaat Jezus inzien dat Hij zijn opdracht te eng opvat, zijn grenzen te nauw stelt. Wat doen wij? Sluiten wij uit angst ons hart of blijven wij ons openstellen voor noodkreten, zij het met knikkende knieen? Laten we bidden om het geloof van die vrouw.