Preken

zondag 2 juni 2019: 7e zondag van Pasen.

By 3 juni 2019 No Comments

Een woordje vooraf:
De tekst uit het Johannes-evangelie is niet eenvoudig. Johannes schrijft zijn evangelie tegen het einde van de 1e eeuw en wijkt in stijl daarbij af van de andere drie evangelisten. Hij heeft diep nagedacht over de persoon van Jezus Christus en over diens verhouding tot zijn hemelse Vader; en over hoe die twee zich verhouden tot degenen de in Hem geloven. Johannes probeert ons duidelijk te maken, dat God de voorwaarden van ons bestaan niet opheft, maar dat in Jezus ons wordt geleerd hoe met ons leven en al wat dat inhoudt om te gaan. Dat leidt tot zijn en onze verheerlijking. God is dus anders dan een poppenspeler die naar willekeur aan de touwtjes trekt van de marionetten die wij zijn. Menigeen, die zegt niet in God te kunnen geloven zou gevraagd kunnen worden welk idee van God hij/zij eropna houdt. De gedachten van Johannes zijn van belang voor ons als gelovigen en voor ons denken over God en Jezus Christus. Ze geven ons ruimte en vertrouwen

Lezingen: Handelingen 7, 55-60; Openbaring  22, 12-14.16-17.20; Johannes 17, 20-26

Er is, beste mensen, nauwelijks een sterkere band denkbaar dan die tussen ouders en kinderen. Die zijn namelijk de vrucht van hun samengaan. De verbondenheid ie daaruit ontstaat kan ook nooit ongedaan gemaakt worden en is derhalve levenslang. Normaal gesproken betekent dat ook betrokkenheid, liefde, verantwoordelijkheid en zorg. Als we dat voor ogen houden kunnen we het gebed van Jezus verstaan tijdens aan de vooravond van zijn lijden. Hij bidt dat zijn verbondenheid met zijn hemelse Vader doorgetrokken wordt naar allen die in Hem geloven. Hij benadrukt dan ook dat God ook onze hemelse Vader is en legt dat neer in een gebed, dat Hij ons leert in het ‘Onze Vader, die n de hemel zijt’ enz, een gebed dat we tijdens onze vieringen altijd bidden.

Het betekent, dat God op de eerste plaats tegenwoordig is in ménsen en niet in een gebóuw. Gebouwen waarin we samenkomen dienen om ons bewust te doen zijn  van onze verbondenheid met God en met elkaar. En de basis van Gods tegenwoordigheid in ons is de liefde, die Hij ons toedraagt. Dát is Jezus ons komen leren: God heeft ons lief. Hoe heeft Go ons lief? In Jezus, Mensenzoon en Gods Zoon is dat zichtbaar geworden. Hij heeft ons levenslot met ons gedeeld met alles wat dat inhoudt:  vreugde, moeite, kwetsbaarheid, pijn, tijdelijkheid en dood. Jezus heeft ons door zijn manier van leven geleerd om met ons lot om te gaan. Hij accepteerde zijn lot, voelde zich aan het kruis van God verlaten, maar gaf zijn geest wel over in Gods handen.  God is derhalve in het gebed van Jezus niet de sturende kracht van bovenaf, die ervoor zorgt dat we gespaard blijven voor de pijn die het leven ook met zich mee kan brengen. Dat is anders in de regionale krant op zaterdag. Menige sporter, gevraagd  naar zijn of haar geloof in God lijkt van opvatting, dat God van bovenaf alles wat een mens pijn doet zou moeten verhinderen.  Maar zo is het niet. Jezus heeft ons geleerd om te gaan met het leven, zijn bestemming aanvaardend en doorlevend, zoals wij allen daartoe geroepen zijn; ieder van ons zijn of haar eigen leven.  Als we naar het voorbeeld van Jezus ons leven doorleven, woont God in ons.

Als diaken Stefanus, kort na Jezus dood de nadruk erop legt, dat God op de eerste plaats in mensen woont en niet in een stenen gebouw, wekt dat grote weerstand bij pelgrims naar de tempel Jeruzalem., de heilige tempel waarin ze Gods aanwezigheid lijken vast te pinnen  Ze nemen Stefanus gevangen en beschuldigen hem ervan dat hij tegen de tempel zou zijn. Maar dat is niet zo. Er is niks mis met het eer brengen aan God in een tempel of kerk, maar God en Jezus wonen op de eerste plaats in mensen, die in hen geloven en daarnaar handelen. Niet bestand tegen het verweer van Stefanus stenigen zijn tegenstanders hem. Hoe hij daarmee omgaat maken he m tot een mens van God. Hij ‘ziet de hemel open en de Mensenzoon aan Gods rechterhand’. Dat is zijn perspectief. Vervolgens, zijn eerste woorden zijn woorden van overgave: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. Ook Jezus heeft op het kruis zo gebeden: ‘ Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest’. Verder is Stefanus niet de man die Gods wraak over zijn tegenstanders afroept , maar hij bidt om vergeving: ‘Heer reken hen deze zonde niet aan’.  Ook Jezus bad zo ving bij zijn kruisiging: ‘Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen’.  Bidden wij ook niet om vergeving in het Onze Vader?

Wat kunnen we van deze verhalen leren?  God en Jezus leven –overeenkomstig hun liefde  in ons. Wij geloven en doen ons best dienovereenkomstig te handelen  Dat Jezus leeft aan Gods rechterhand  na zijn kruisdood, opstanding en hemelvaart kan ons moed geven. Het is ons perspectief. We zijn sinds ons doopsel met Hem, met elkaar en met God verbonden.  Levend in en met hetgeen ons overkomt ligt onze bestemming in Gods hemel. Het moge ons moed en vertrouwen geven bij alles wat ons overkomt. AR