Preken

Zondag 2 juli LATEN ZIEN WAAR WE ZELF STAAN

By 3 juli 2017 No Comments

In de Evangelielezing van enkele zondagen geleden heeft Jezus zijn vrienden op pad gestuurd. Het is zijn diepste verlangen dat zijn bevrijdende boodschap wordt verkondigd en doorverteld. In zijn onbevangen omgaan met mensen en zijn biddend verkeren met God is Jezus tot de ontdekking gekomen, dat je je pas gelukkig voelt, als je de stem van je hart kunt volgen. En verder: dat je voor God niet bang hoeft te zijn. Hij wil het geluk van mensen en het is pure liefde die Hem beweegt. Dat heeft Jezus biddend en mediterend ontdekt. Maar de vraag is: durven zijn toehoorders die boodschap aannemen? Velen hebben immers hun eigen ideeën over het Mysterie dat wij God noemen en over zijn omgaan met mensen. Er leeft onder mensen nogal wat angst. Angst ook voor verandering, ook al wordt er nog zoveel nieuw perspectief geboden. Vaak voelen mensen zich ‘veiliger’ in hun angst, dan dat ze zich durven open stellen voor iets nieuws en vertrouwde opvattingen durven loslaten. De vrijheid lonkt wel, maar ze maakt hen ook bang, want waar kom je terecht? Als je in het Evangelie van vandaag de voorwaarden hoort die Jezus aan zijn leerlingen stelt, dan voel je misschien de neiging om af te haken. Gaat Hij niet te ver om je relatie met Hem boven de relatie met je naaste bloedverwanten te stellen? Als we dit horen is het goed ons te realiseren dat Jezus als oosterling een meester is in communicatietechniek. Hij doet vaak met opzet geen uitspraken waar zich niemand aan kan storen, want Hij wil voorkomen dat zijn boodschap onopgemerkt blijft en verzandt. Je kunt zeggen: Hij chargeert en zet de zaken op scherp om duidelijk te maken waar het Hem feitelijk om te doen is. Jezus had het talent met zijn parabels en onverwachte uitspraken mensen wakker te schudden en weg te roepen uit hun al te gezapige leventje. Hij zet zijn gehoor aan het denken. Ook in onze wereld gebeuren er veel dingen die vragen oproepen. Volgens Jezus kunnen we het ons als zijn leerlingen niet permitteren om te zeggen of te denken: ’Dat gaat mij niet aan; dat ze het maar uitzoeken’. Of : ‘Het zal mijn tijd wel duren!’ Hij zegt dat we geestverwantschap moeten stellen boven bloedverwantschap, als dat nodig is. Geestverwantschap met Jezus zelf, maar ook met de Vader die Hem gezonden heeft. Hij stelt ondubbelzinnig: ‘ Ieder die de wil doet van mijn hemelse Vader, hij is mijn broer, zus en moeder’. En het is Gods diepste verlangen dat wij elkaar recht doen en zo leven dat ieder mens tot zijn recht kan komen. //Het gevaar bestaat dat wij a.h.w. eelt op de ziel krijgen door al de beelden over oorlog en geweld die over ons worden uitgegoten. Is het niet onze opdracht daar als christenen vragen bij te stellen? Als bv. zo’n 50.000 grensbewoners een menselijke keten vormen en zo een pleidooi houden voor het stopzetten van een kernreactor in Tihange, dan verwacht je toch een serieus gesprek met de verantwoordelijken i.p.v. een politieke middelvinger. Voorts mag het lot van zoveel politieke vluchtelingen ons als gelovige mensen toch niet onberoerd laten. Ook al hebben we geen directe oplossingen bij de hand, als volgeling van Jezus mogen we niet wegkijken van die nood en ellende. Jezus vraagt van zijn leerlingen niet het onmogelijke en belooft dat zelfs een beker koud water – gegeven uit liefde en zorg – bij God niet onopgemerkt en onbeloond blijft. Hoe reageren we, als we buren krijgen die anders denken en leven dan wij? Stel dat je zoon kennis krijgt aan een meisje dat onlangs christen is geworden en elke dag uit de Bijbel leest. Is dat een reden om het uit te maken, omdat hij door haar manier van geloven wordt aangesproken op zijn eigen overtuiging? Als we als collega of als buur een overtuigd christen krijgen, hebben we dan het lef om te zeggen: ’Ik ben ook katholiek!’ of behoren we liever bij de groeiende club van ‘íets-isten’ , die zeggen: “Ja, er moet wel iets zijn!’, maar die niet serieus zoeken naar wat dat ‘ Iets’ zou kunnen zijn en wat dat kan betekenen voor hun dagelijks leven en de keuzes die ze maken. Durven wij te laten zien waar we zelf staan en wat Jezus voor ons betekent? De jongen waarvan ik sprak: zal hij gaan nadenken over wat zijn vriendin als christen met zich meebrengt? Of is hij bang en kiest hij voor de zekerheid die hij nú heeft? En laat hij de kans liggen om – dank zij haar – te groeien in zijn liefde en zijn geloof? Durven wij als gelovige mensen te accepteren wat er op onze weg komt, of het nu een bepaald voorval is of een collega of buur die wij niet gekozen zouden hebben? Zou Jezus’ uitspraak over het vinden van je leven niet betekenen, dat écht leven altijd voorbij de grens ligt die wij als mensen geneigd zijn te trekken?
Wat doet het met ons, als we Jezus horen zeggen: ‘Wie Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is’. Of dit exacte woorden van Jezus zijn weten we niet met zekerheid , feit is wel dat de kring van Jezus’ volgelingen ze zo heeft verstaan en opgetekend als hun kompas . Ons wordt vandaag de vraag voorgelegd: ‘Durf jij uit te komen voor de boodschap die jij van je (groot)ouders ontvangen hebt en voor het feit dat je christen bent? Durf je te laten zien waar je als gelovige voor staat?’ Bidden wij samen om het licht en de kracht van de H. Geest. Amen