Preken

Zondag 19-11-2017: 33ste zondag door het jaar.

By 20 november 2017 No Comments

Lezingen: Spreuken31, 1-31; 1 Thessalonicenzen 1, 1-6; Matteüs 25, 14-30

Gisteren was er in het klooster van Wittem een bijeenkomst over wat te doen in Limburg aan de kloof die er is tussen arm en rijk, tussen randstad en regio’s buiten de randstad waaronder ook onze grensregio, de kloof op de arbeidsmarkt tussen flexibiliteit en duurzame banen, de kloof tussen de generaties, de kloof tussen kansarm en kansrijk in het onderwijs De dag was opgezet door Klooster Wittem, het gouvernement, de Dienst Kerk en Samenleving, de organisatie van Oud Mijnwerkers. Er waren dan ook vertegenwoordigers van vele geledingen aanwezig. Er waren inleidingen en er waren groepsdiscussie. Het was duidelijk dat de economische ontwikkeling en de leefbaarheid van Zuid Limburg onder druk staan. Het was ook duidelijk, dat we in Zuid Limburg niet achterover kunnen leunen, maar dat we in brede kringen ons bewust moeten zijn van wat er aan de hand is en dat we er iets aan moeten gaan doen.Er moet een samenhang zijn tussen economisch ontwikkeling en de ontwikkeling van het welzijn van mensen. En daar moeten we met alle mensen, ieder overeenkomstig de eigen talenten aan werken. U hebt in de Limburger van vandaag (dit weekeinde) al een artikel over het beraad in Wittem kunnen lezen. Ik heb deelgenomen aan dat beraad, omdat ik vind, dat er van de kant van de kerk interesse aanwezig moet zijn voor waar het concrete welzijn van mensen en de leefbaarheid van de regio op het spel staat. Ik meen ook dat er een verband gelegd kan worden met waar het in de lezingen van vandaag over gaat.
De laatste weken wordt n.l. onze aandacht gevraagd voor het attent leven en te doen wat je doen moet. Vorige week ging het over meisjes, die wel en niet hun lampen in orde hadden voor het ontvangen en begeleiden van de bruidegom naar de bruiloftzaal. De week daarvoor –we vierden in Eys toen Allerheiligen en Allerzielen- waarschuwde Jezus zijn leerlingen voor de Farizeeën en Schriftgeleerden, die zelf niet doen wat ze de mensen voorhouden. Dat heeft te maken met oprechtheid in het doen van wat je moet doen. Vandaag gaat het over werken met de talenten, die je door God zijn toevertrouwd. Twee knechten doen dat en winnen er nog talenten bij; een derde is bang, durft niet aan de slag te gaan en stopt zijn talent in de grond; hij doet niet wat er van hem mag worden verwacht, dat ook hij zijn talent inzet. Het gevolg voor zulke mensen: hun bijdrage aan het welzijn van anderen wordt minder, de liefde verflauwt, het leven krijgt minder en minder zin. Het weinige wat zo iemand heeft raakt hij nog kwijt ook een geschikte plaats in de samenleving.       In tegenstelling daarmee staat de sterke vrouw in het laatste hoofdstuk van het Boek der Spreuken. Als we al zouden menen, dat in oude tijden vrouwen in alle opzichten ondergeschikte posities hadden dan hebben we het mis. Deze vrouw is sterk en werkt zelfstandig . Haar man is de echtgenoot van een krachtige vrouw. Zij doet wat van haar verwacht wordt. Daarin bestaat de zin van haar leven en dan ook haar levensvreugde.

Met in gedachte de conferentie in Wittem van j.l. vrijdag over de kloven in de samenleving tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, jong en oud, de randstad en de buitengewesten en de nadelen voor het welzijn van mensen, die daarvan het gevolg zijn kunnen we zeggen: “De H. Schrift spoort ons aan om niet bang te zijn maar in onze situatie de talenten te gebruiken die ons zijn toevertrouwd, veel of weinig, ons te interesseren voor tegenstellingen, die er onder mensen zijn en naar vermogen mee te werken aan het oplossen ervan. Iedere bijdrage, hoe gering ook in onze eigen ogen, is belangrijk om zin en betekenis van ons leven te zoeken in te doen wat we moeten en kunnen doen daar waar we leven”.  De verhalen uit de H. Schrift staan niet vreemd t.o. van het concrete leven en sporen ons juist ertoe aan, om ons actief en attent daarmee bezig te houden.