Preken

zondag 18-3-2018: Niet bang zijn om jezelf te geven..

By 18 maart 2018 No Comments

5e zondag v.d. veertigdagentijd.

Jezus is v.w. het Joodse Paasfeest in Jerusalem. Blijkbaar wordt er in de stad over Hem gepraat. Zo duiken er enkele Grieken op die met Hem kennis willen maken. Voor Jezus is dat een teken dat zijn uur is gekomen, het uur van zijn verheerlijking. Nu gebeurt wat de profeten hebben voorzegd dat op einde der dagen ook de heidenen naar Jerusalem zullen optrekken om de ware God te vereren. Jezus proeft ook de haat en de tegenstand die er leeft bij de Joodse leiders. Dat verklaart misschien enkele krasse uitspraken die Hij doet. Afbeeldingsresultaat voor graankorrel sterftHij spreekt van de graankorrel die moet sterven in de aarde om vrucht te kunnen voortbrengen. Wij mensen worden bang, als we voelen dat we in een bepaalde situatie risico’s lopen. Bang om kopje onder te gaan, om afgewezen te worden. Wie echter ten koste van alles en iedereen zijn eigen hachje probeert veilig te stellen, loopt ook de kans mis door anderen geholpen en bijgestuurd te worden. Hij raakt in een isolement. Dat is geen vruchtbare levenshouding, maar een doodlopende weg. Zo gebruikt Jezus het beeld van de graankorrel die weliswaar sterft in de grond, maar die veel vrucht draagt als het meezit.
In onze dagen praat men niet zo zeer over vruchten voortbrengen, maar over ‘productie draaien’. Daarbij gaat het om gestelde doelen te bereiken, om resultaten die je kunt meten. Je verricht een aantal handelingen waarvan je bijna tevoren weet, wat ze zullen opleveren. Vruchten voortbrengen is echter een proces dat weerbarstiger is, niet te voorspellen. Je kunt alleen vertrouwen dat het zaad zal ontkiemen. Je kunt voorwaarden scheppen, zoals de grond bewerken en bemesten, zorgen voor voldoende vocht, maar het resultaat is niet gegarandeerd. Het weer kan tegenzitten of ongedierte kan het zaad of de planten beschadigen met alle gevolgen van dien. Velen hebben heden ten dage de idee dat het leven maakbaar is, dat we het allemaal zelf in de hand hebben. Tijd is geld. Zo vertelt een oudere heer: ‘Er komen hier heel wat mensen over de vloer om zorg te verlenen. De één zorgt voor mijn ontbijt. Een ander dat ik regelmatig gedoucht wordt en er netjes bij zit. Weer een ander komt me halen voor dagtherapie dat ik me niet verveel. Zo gaat dat dag in dag uit, maar niemand zorgt er voor mij!’ M.a.w. er is niemand écht op mij betrokken. De zorg die hij ontvangt is wel effectief, want hij gaat niet dood van de honger en gebrek aan verzorging, maar ze voorziet niet in zijn diepere behoeften: een luisterend oor, een meelevend hart. Degene die hulp biedt is natuurlijk aan tijd gebonden, maar als je je voortdurend moet haasten en geen tijd hebt om naar je cliënten te luisteren dan werkt dat frustrerend voor beide partijen. Uiteindelijk is dat vruchteloos.
Jezus zegt ook: ‘Wie zijn leven lief heeft, verliest het; maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwig leven’. Krasse taal en wij vragen: wat bedoelt Hij daarmee? Jezus is natuurlijk niet uit op zelfhaat of zelfvernietiging. Integendeel. Hij wil mensen gelukkig zien. Daarom zijn oproep: ‘Stel je leven in dienst van anderen en doe dat niet voor eigen succes, rijkdom of roem’. Wie enkel leeft om zijn eigen hachje te beschermen, brengt geen vruchten voort van blijvende waarde. Als we kijken naar de reclame, merken we hoezeer wij leven in een cultuur van zelfverwennerij. Bijna instinctmatig proberen we buiten de deur te houden wat moeite kost en offers vraagt.
Dat uit moeite doen en gemis, vasten en je iets ontzeggen iets goeds kan voortkomen, vinden velen onzin. Toch staat het kruis symbool voor de kern van ons christelijk geloven. St. Paulus zegt tegen zijn medechristenen: ‘ Ik verkondig je geen successtory, maar een gekruisigde Christus!’. Jezus zelf dus gebruikt het beeld van de graankorrel die in de aarde moet sterven om vrucht te dragen. Zo roept Hij ons op te kiezen voor dienstbaarheid en tegen machtsmisbruik; te kiezen voor communicatie en tegen vergelding en geweld. Te kiezen voor medeleven en solidariteit en tegen graaicultuur en onszelf verrijken ten koste van armen en misdeelden. Je indekken tegen ieder risico dat de liefde vraagt, is je vastklampen aan een schijnleven dat dood loopt.
We zien om ons heen tal van voorbeelden van mensen die het beeld van de graankorrel in praktijk brengen. Denk aan allen die hun werk met toewijding verrichten; aan ouders die zich veel ontzeggen ter wille van hun kinderen; aan vrijwilligers die heel wat tijd en energie investeren in verenigingen, school, parochie en andere goede doelen. Tegelijk worden wij in deze vastentijd uitgenodigd om ons geweten te onderzoeken en te zien of wij leven in de geest van Jezus’ boodschap? Welke vruchten brengen wij voort voor het geluk van onze naasten? Voelen huisgenoten, collega’s en vrienden zich gesterkt door onze aandacht en zorg? Wat merken mensen in nood, zoals armen, vluchtelingen, eenzamen en anderen van onze bereidheid om te delen van ons bezit en onze tijd? Getuigt ons praten over elkaar van respect of van minachting en gebrek aan waardering? Hoe gaan we om met kinderen, ouderen en anderen die kwetsbaar zijn? Bidden wij een ogenblik tot de H. Geest om licht, nu wij stilstaan bij deze vragen. AMEN