Preken

zondag 17-2-2019: Aandacht besteden aan onze wortels.

By 17 februari 2019 No Comments

Volgens een oud principe is ‘meedoen belangrijker dan winnen’. Toch juichen wij als het Nederlands elftal, een oranje schaatser, – zwemster of andere atleet een gouden medaille wint en we balen een beetje bij verlies. Wat er bv. geldt in de sport, zien we ook gebeuren in ons dagelijks leven. Ouders stimuleren hun kinderen om te winnen, maar leren hen vaak niet een sportief verliezer te zijn. Ook supporters blijken vaak onsportieve verliezers en zoeken de confrontatie met de aanhang van de winnende partij. We zien dat winnaars alle aandacht krijgen in de media en dat verliezers niet in tel zijn. De camera’s staan normaal gericht op de kampioenen. Als je geblesseerd raakt of verliest, ziet niemand je meer staan. Dat was in Jezus’ dagen al niet anders: de wereld aanbidt de winnaars.  Het Evangelie laat ons zien, dat Jezus daarentegen het opneemt voor de verliezers. ‘Zalig jullie die arm zijn, die honger lijden, die huilen en door de samenleving worden gehaat omwille van Mij: jullie wacht een groot loon in de hemel!’ Als in de geloofsgemeenschap waaraan Lucas leiding geeft de zgn. ‘anawim’, de eenvoudigen  vergeten  worden, dan herinnert hij zijn medechristenen aan Jezus die juist speciale aandacht heeft voor verdrukten, armen en zieken en het voor hen opneemt. Welgestelden die zich aan deze mensen niets gelegen laten liggen, klaagt Hij aan. Niet de winnaars en geslaagden krijgen zijn bijzondere aandacht, maar de ‘verliezers’. Als je de woorden van de Bijbel letterlijk neemt, zal het mensen die op God vertrouwen  alleen maar goed gaan. Nou zijn er ook onderzoeken die beweren dat geloven veel voordelen oplevert. Bv. mensen die regelmatig bidden lijden minder vaak aan stress. Bidden heeft een positieve invloed op hun huwelijk. Kerkbezoekers zijn vaak socialer ingesteld en geven ruimhartiger aan goede doelen. Zó bejubelt de profeet Jeremia mensen die op God vertrouwen. Hij zegt: ‘ Dan ben je als een boom aan de rivier, met wortels tot in het water. Je blad blijft groen, hitte deert je niet en je draagt altijd vrucht. M.a.w. wie op God vertrouwt, hoeft zich geen zorgen te maken, zo lijkt het. Als je dat hoort, vraag je je zich misschien af: ‘ Hoe komt het dan dat ze niet rijen dik voor de kerkdeur staan? Als geloven zoveel voordelen heeft, waar blijven dan de ‘klanten’? Mogelijk komt het wel door Jezus zelf. Hij gooit nl. ramen en deuren open, zodat gelovigen behoorlijk op de tocht komen te staan. Op God vertrouwen is een goede zaak. Jezus zelf doet dat onvoorwaardelijk. Maar door het openzetten van die ramen en deuren haalt Jezus veel mensen binnen waar wij moeite mee hebben en  vaak geen raad mee weten: daklozen en zwervers, mensen met schulden en hongerlijders, vluchtelingen en asielzoekers, zieken, gehandicapten en mensen met diep verdriet. Als je Jezus’ toespraak hoort in het Evangelie van deze dag krijg je de indruk dat ze bij Hem op de eerste rij zitten. Hij noemt hen zelfs ‘zalig’, omdat God aan hun kant staat. God wil niet dat mensen aan hun ellende kapot gaan. Hij schenkt hen een kracht die ze van de wereld niet krijgen. Jezus maakt van de godsdienst een dienst aan de naasten. En daar staat niet iedereen op te wachten. Dat bederft de roze blik op de voordelen van het geloof. Als we Jezus daadwerkelijk volgen in zijn voorkeur voor kwetsbaren en zwakken, dan komen we er niet vanaf zonder kleerscheuren en modderspatten. Werkelijke inzet voor de naaste die ons nodig heeft kost moeite en we oogsten er niet altijd waardering voor. Daardoor gaat de aantrekkelijkheid van het geloof er voor velen af. Daarbij komt dat Jezus vraagtekens zet bij de leefstijl van sommige rijken. Hij spreekt zelfs  de vrees uit dat ze vroeg of laat in ellende komen te zitten. En dit soort uitspraken werken bepaald niet wervend. Ze schrikken potentiële volgelingen af. Blijkbaar wil Jezus zijn leerlingen behoeden voor een te makkelijk en comfortabel geloof, dat alleen maar warmte en troost biedt. Hij zet dus ramen en deuren naar de wereld open en maakt duidelijk dat het Rijk  dat God voor ogen staat, bedoeld is voor ieder die ijvert voor vrede en recht. Ook voor mensen die door hun tranen en twijfels heen de hand van God zoeken. En voor hen die ondanks  achterdocht, tegenwerking en spot vasthouden aan de belofte van God dat Hij er voor hen zal zijn.                                                                                                             Als Jeremia in de 1e lezing zegt: ‘Vervloekt wie op een mens vertrouwt , zijn kracht ontleent aan stervelingen’ Hoe komt die profeet tot zo’n  uitspraak? We zijn toch opgevoed vanuit de instelling, dat vertrouwen geven aan mensen een goede zaak is en een stevige basis schept om ons leven op te bouwen. In  Jeremia’s  dagen staat het politieke voortbestaan van Jerusalem op het spel. Mesopotamische machthebbers willen hun gebied uitbreiden. Jeremia waarschuwt zijn volksgenoten en zegt: ‘Pap niet aan met die lui om hen gunstig te stemmen. Zoek je heil niet bij hen, maar bij God. Voor je het in de gaten hebt, lever je door dat politiek gekonkel ook je geloof in voor de afgoden van die machthebbers. Vertrouw niet op hun willekeur. Verlaat je niet op hun beloften. Anders word je als een kale struik in de steppe, dor en zonder vrucht. Vertrouw op God. Hij is de enige die ons echte veiligheid en vrede kan bieden.