Preken

Zondag 15 okt. 2017: Hoe reageren we op Jezus’ uitnodiging…….

By 15 oktober 2017 No Comments

Als je aan tafel wordt uitgenodigd door de koning, zoals laatst bij zijn 50e verjaardag, dan beschouwen mensen dat terecht als een eer. Nu vertelt Jezus een parabel. Hij stelt dat je het koninkrijk van de hemel kunt vergelijken met een koning die een bruiloftsfeest geeft voor zijn zoon. Hij heeft zijn bedienden op pad gestuurd om de gasten persoonlijk te gaan uitnodigen. Maar wat gebeurt er? Geen van de genodigden geeft gehoor aan de uitnodiging. We kunnen het ons haast niet voorstellen. Immers als er in onze dagen een gerucht in de lucht hangt dat er een koninklijk huwelijk op handen is, liggen de paparazzi met enorme telescooplenzen al in de bosjes om een glimp op te vangen van het jonge stel. Als zo’n bruiloft aanstaande is, hebben sommigen er veel voor over om erbij te zijn en vooraan te staan.                                                   Jezus’ verhaal wordt nog vreemder: een 2e keer stuurt de koning zijn bedienden op pad. De genodigden krijgen zelfs te horen wat er op het menu staat. Maar het mag niet baten. Mensen geven de voorkeur aan hun dagelijkse bezigheden op de akker en in de handel. Er zijn er zelfs die de boodschappers van de koning mishandelen en doden. Het is dus niet verwonderlijk dat de koning woedend wordt en zijn leger afstuurt op de misdadigers. Ofschoon hij teleurgesteld is: hij geeft zijn plan niet op. Het feest moet doorgang vinden. Hij stuurt zijn dienaren dan naar de kruispunten van de wegen met de opdracht iedereen uit te nodigen, ongeacht achtergrond, afkomst en reputatie. En ze komen allen: de zaal loopt vol! Jezus vertelt dit verhaal aan de hogepriesters en oudsten van het volk. Als Hij hen frontaal aanvalt als reactie op hun kritiek, zullen ze boos worden en niet eens naar Hem luisteren. Zo’n verhaal over een koning die een bruiloftsfeest geeft klinkt hen ongetwijfeld als muziek in de oren. Als Jezus dan vertelt dat iedereen daar welkom is, is dat als vloeken in de kerk. Stel je voor: tollenaars en zondaars, melaatsen en kreupelen, mensen waar zij op neerkijken. Dat kan toch niet! Toch is dat wat Jezus vertelt: zij als eerstgenodigden laten het afweten en daarom nodigt God iedereen uit die de uitnodiging aanneemt. Zij weigeren Jezus te aanvaarden, willen Hem zelfs uit de weg ruimen, maar mensen die in hun ogen niet deugen, stellen zich voor Hem open.// Dan maakt het verhaal een vreemde wending: de koning komt de zaal binnen om zijn gasten welkom te heten en ziet dan iemand die niet voor de bruiloft gekleed is. Wij zullen zeggen: dat is toch niet vreemd als je mensen zomaar van de straat plukt, maar de vorst is onverbiddelijk: de gast wordt hardhandig verwijderd. Die man zonder feestgewaad staat voor iemand die van alles wil profiteren maar zelf niets wil bijdragen aan de feestvreugde. Als je op een feest bent uitgenodigd dien je je ook als een gast te gedragen. En daarbij past geen slordigheid en achteloosheid. Die man hoeft geen smoking te huren, maar moet wel laten zien dat hij wil delen in de feestvreugde van de koning en zijn steentje daaraan wil bijdragen. // In het evangelie van Matteus vertegenwoordigen Farizeeen en Schriftgeleerden de oude orde. Zij verschansen zich in hun eigen koninkrijk en laten zich weinig gelegen liggen aan de actuele nood van mensen. Aan hun houding en opstelling valt niets messiaans te ontdekken. De tijd van de Messias, waarover Jesaja profeteert in de 1e lezing, zal zijn als een groot feest bij de koning zelf op een berg. Een heerlijke en overvloedige maaltijd zal geserveerd worden en iedereen wordt daar voor uitgenodigd. Die beeldspraak horen we terug in Jezus’ parabel over een bruiloftsmaal. In de ogen van Matteus is Jezus in hoogsteigen persoon de vleesgeworden belofte van dat messiaanse rijk. Dat rijk biedt hoop en perspectief voor allen, zeker voor armen, mensen die uitgesloten worden, vluchtelingen en ontheemden, de verschoppelingen. Zij zijn de voornaamste gasten bij dat Koninklijke bruiloftsmaal. En al ligt de voltooiing van dat rijk van God nog in de toekomst, als je in de nabijheid van Jezus komt, kun je er al deel aan hebben. Al wie door de gevestigde orde als uitschot worden beschouwd en behandeld, zij zijn Gods lievelingen, de verloren schapen van het huis Israel. Hun wacht de rijk gevulde tafel in dat koninkrijk. Matteus vertelt deze gelijkenis allereerst aan zijn gemeenteleden. Hij gebruikt daar zeker Jezus’ eigen woorden bij, maar vult ze ook aan met de ervaringen van zijn eigen christengemeenschap (o.a. de verwoesting van de tempel in 70 na Christus).     De duidelijke verwijzing naar het Eerste (Oude) Testament – het messiaanse feestmaal – het zijn beelden die voor zijn toehoorders heel vertrouwd zijn.
U hebt zich misschien afgevraagd: wat heeft deze gelijkenis voor ons voor een boodschap? De meesten van U kennen het TV-programma ‘Het familiediner’. Bert van Leeuwen probeert familieleden die vaak al heel lang met elkaar gebrouilleerd zijn weer samen aan tafel te krijgen. Vaak ligt de oorzaak van de verwijdering in een ver verleden en even vaak is de oorzaak in onze ogen een futiliteit. Maar mensen verschansen zich achter eigen gevoel en eigen gelijk. Van een constructief gesprek is er geen sprake meer. Mensen stellen zich op als vorsten in het koninkrijk van hun eigen gelijk. De gasten in de gelijkenis van Matteus die geen gehoor geven aan de uitnodiging lijken sterk op de gelijkhebbers uit het TV-programma. Ze hebben vaak geen boodschap aan het verhaal van de ander. En als die ander toch blijft aandringen worden ze nog kwader en sluiten zich zelfs af voor verder contact. We moeten toegeven: het vraagt lef om in de limousine van Bert van Leeuwen te stappen en naar het restaurant te gaan. Want om aan te kunnen schuiven aan de feesttafel, zul je je eigen koninkrijk moeten durven verlaten. Je moet bereid zijn je niet langer te verschansen achter eigen gelijk en jouw interpretatie van wat er gebeurd is.
De eerste stap naar contact begint met het oude achter je te laten. Of om te spreken met een bijbels beeld: je oude kloffie uit te trekken en in nieuwe –feestelijke – kleding aan te schuiven aan tafel. En wil je dat niet en blijf je zo volharden in je eigen gelijk, dan is de koning streng. Hij stuurt je naar een plaats ‘waar geween is en tandengeknars’. En dat is een plaats waar geen mens graag verblijft. M.a.w. je mist dan de veerboot die je naar de andere oever brengt, naar het herstel van de relatie.

Medechristenen, we mogen stellen: Jezus’ gelijkenis legt vooral nadruk op het hoopvolle perspectief. Gods tafel wordt gedekt voor iedereen, zonder uitzondering, voor alle mensen van goede wil. Er is altijd de kans op een nieuw begin, op voorwaarde dat we er ons voor openstellen. We realiseren ons: om werkelijk gast van die koning te kunnen zijn zullen we veel moeten los laten: vooroordelen en aannames, vastgeroeste overtuigingen en eigen gelijk. En als je je verheven voelt boven anderen, maak je je zelf tot een onaangename gast. Een echte bruiloftsgast gedraagt zich gewoon als mens tussen mensen. En zo’n gast is welkom aan de tafel van Jezus’ koninkrijk. AMEN