Preken

Zondag 15-7-2018: 15e zondag door het jaar.

By 16 juli 2018 No Comments

Lezingen: Amos, 7, 12-15; Efeziërs 1, 3-14; Marcus 6, 7-13.

We leven, beste mensen, in een wat men noemt welvarend en vrij land. De doorsnee Nederlander houdt niet van standpunten die radicaal of absoluut worden aangediend. Radicalisme is (volgens het Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands) ‘de neiging om principes tot het uiterste door te voeren’. Je vindt die neiging terug in de politiek in liberale standpunten (denk aan de als absoluut geformuleerde vrijheid van meningsuiting tot het beledigen van mensen toe). Denk aan de socialistische standpunten geformuleerd in het communisme. Maar de neiging tot radicalisme zit ook in de godsdiensten. Denk aan de IS (Islamitische Staat) en de Taliban; denk aan de zogenoemde fundamentalistische stromingen in het christendom. De neiging, dus om beginselen, wetten, gebruiken tot het uiterste door te voeren en iedereen op te leggen en daarmee de vrije menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid aan banden te leggen, zit in de mens. En daarmee de bereidheid daar talloze slachtoffers voor over te hebben. Meestal zijn dit soort radicale neigingen een reactie op de in de ogen van de radicalen te losse manier van leven. Veel mensen in het Oosten, bijvoorbeeld, vinden ons in het Westen veel te liberaal. Ze menen, dat bij ons alles kan en alles geoorloofd is. Een soort vrijheid in volslagen ongebondenheid. Daartegenover stellen ze hun eigen radicale opvattingen, godsdienstig en moreel, waaraan ieder zich te houden heeft. Ook bij ons kunnen radicale opvattingen leven, maar ze hebben niet de overhand. Bij ons wekt radicalisme weerstand en wordt dan ook geweerd. Het is dan ook voorstelbaar dat de radicale eisen van Jezus t.a.v. zijn 12 eerste volgelingen weerstand kunnen oproepen. Zijn die eisen op reis niets mee te nemen dan een stok niet te absoluut, zijn ze wel haalbaar, zeker in onze tijd. Passen ze in ons leefklimaat? Op reis houden we toch ook van een zekere vrijheid en onafhankelijkheid. Kijk maar eens naar wat we allemaal meenemen als we op vakantie gaan.    Gerelateerde afbeelding
Laten we, bij het zoeken naar een antwoord voorop stellen, dat het in de Evangelielezing van vandaag niet gaat over op vakantie gaan. Nee, de 12 leerlingen van Jezus worden uitgestuurd om in woord en daad hetzelfde heilzame werk te doen als Jezus, hetzelfde genezende woord te spreken en demonen uit te drijven. En demonen zijn er ook in onze tijd meer dan genoeg. De leerlingen zijn mensen met een missie. En dat vraagt om volledige concentratie. Hun aandacht moet gericht zijn op de ander, op diens belang. Ze moeten niet afgeleid worden door, bijvoorbeeld, de zorg voor hun bagage. En dat vraagt om een bepaalde mentaliteit: nl. er zijn voor de ander aan wie de Goede Tijding verkondigd wordt, aan wie daardoor en aan wie ‘heil’ of ‘heelheid’ geschiedt. Er komt nog iets bij. Jezus en zijn Goede Tijding zijn kwetsbaar, afhankelijk van het aanvaard worden of niet. Door niets mee te nemen, behalve dan een stok zijn ook de leerlingen kwetsbaar, juist zo kwetsbaar als hun meester. Ook zij moeten telkens maar afwachten of zij en hun Goede Tijding aanvaard worden. Als zij niet in de smaak vallen worden zij afgewezen, juist zoals hun leermeester, juist als profeten als Amos in het verleden. Zijn ongezouten kritiek op sociale mistoestanden beviel de koning en de zijnen niet.
De 12 leerlingen zijn niet meer of beter dan hun Heer, die van zichzelf zegt geen steen te hebben om zijn hoofd op neer te leggen. Dan mogen zijn volgelingen niet te zeer gehecht zijn aan het materiële, te zeer gehecht aan resultaat. Het zou een sta in de weg zijn voor het brengen van de goede, mensen bevrijdende tijding. De woorden van Jezus kunnen radicaal over komen maar moeten wel goed worden verstaan. Noodzakelijk is dat men vrij en zonder ballast, vrij en onbevangen het Evangelie kan doorgeven. Bij degenen die de boodschap aannemen vindt men een gastvrij onderkomen, zoals ik zelf heb mogen ervaren toen in alle parochies van Breda in 1961 parochieretraite werd gehouden. Laten wij zonder ballast getuigen zijn van de Goede Tijding in onze wereld.