Preken

zondag 14-10-2018: Door het oog van de naald dankzij Gods kracht

By 14 oktober 2018 No Comments

Een karavaan komt aan bij de grote stad Jerusalem. Het is al laat en donker en de poorten om de stad binnen te gaan zijn al gesloten. Buiten in het open veld overnachten is geen optie. Het is te gevaarlijk om er de nacht door te brengen. Er zijn veel rovers in de buurt die een oogje hebben op de rijke lading die de kamelen op hun rug meetorsen. Ze zijn volgepakt met handelswaar. Er is nog maar één mogelijkheid om de beschutting van de veilige stadsmuren binnen te gaan. Er is een klein poortje waar laatkomers door naar binnen kunnen. Het is een smalle en lage poort. Mensen kunnen er makkelijk doorheen, maar kamelen niet, zeker niet als ze bepakt zijn.Afbeeldingsresultaat voor door het oog van de naald Willen ze toch binnen komen dan moet alle lading van hun ruggen af en de kamelen moeten door hun knieën zakken om door de poort naar binnen te kunnen gaan. Het is de enige mogelijkheid om zo laat de stad nog binnen te komen. Dat poortje in Jerusalem werd ‘het oog van de naald’ genoemd. Dit ter inleiding op het Evangelie.
Net als de apostelen hebben wij vragen bij de uitspraken van Jezus. Wat wil Hij ons duidelijk maken met zijn krasse taal? Na zijn bekentenis dat hij vanaf zijn jeugd de geboden van de Thora stipt onderhouden heeft, kijkt Jezus die rijke jongeman liefdevol aan en nodigt hem uit zijn bezit te verkopen, de opbrengst aan de armen te geven en Hem dan te volgen. Dat is nogal wat, als je rijk bent. Jezus doet daarmee geen algemene oproep tot vrijwillige armoede, maar reageert op de vraag van de rijke man die meer wil doen dan het normale. Blijkbaar is hij ondanks zijn rijkdom en voorbeeldige gedrag niet echt gelukkig. Kennelijk mist hij iets. Hij wil het nog beter doen. Mogelijk voelt hij aan dat het leven meer te bieden heeft dan enkel profiteren van je bezit. Daarvandaan zijn vraag: Wat kan ik doen om een leven te leiden dat blijvende voldoening geeft, dat eeuwigheidswaarde heeft? Blijkbaar kan Jezus zijn vraag zeer waarderen. Maar omdat Hij het gevaar ziet dat het beheer van al dat bezit hem zo in beslag neemt, dat hij geen oog meer heeft voor wat hem echt gelukkig maakt, daarom nodigt Hij hem uit zijn bezit te verkopen. Onze positie, kennis, andere rijkdom kan ons beletten te ervaren dat het in het Rijk van God meer erom gaat te durven vertrouwen op Gods genegenheid en macht, dan op ons bezit en onze talenten. Leeft bij velen van ons niet de idee dat we de liefde van God moeten verdienen door wat we voor Hem doen? Die rijke jongeman uit het Evangelie wil vooral veel doen voor God. Daarom leeft hij stipt volgens de voorschriften van de Thora, de Joodse Wet. Maar dat belet hem zich geliefd te voelen om wie hij ten diepste is: nl. kind van God. Daarom geeft Jezus hem het advies: ‘Ga verkopen wat je hebt en geef dat aan de armen. Dan zul je een schat hebben in de hemel.’ Je zou kunnen zeggen: Hij moet zich van zijn rijke lading ontdoen – net als die kamelen – en door de knieën gaan om door ‘het oog van de naald’ te kruipen en door die poort het rijk van God binnen te komen. Immers iedereen, rijk of arm, slim met het hoofd of juist met zijn handen, spontaan of teruggetrokken, iedereen kan het Rijk van God binnengaan en ervaren. Iedereen kan ervaren geliefd en kind van God te zijn. Maar veel mensen durven dat niet te geloven. Ze denken dat als ze geen bijzondere prestaties leveren en niet precies volgens de regels van de kerk leven dat ze bij God niet geliefd zijn. Zo is de jongeman uit het Evangelie bang om zijn bezit los te laten en wij kunnen goed met hem meevoelen. Want wat geeft je dan nog houvast en zekerheid? Het feit dat Jezus zegt dat het voor mensen die veel bezitten moeilijk is om binnen te gaan in het Rijk van God is eerder een signalering, een vaststelling dan een verwijt! Hij stelt: ‘Als dat voor mensen misschien geen haalbare kaart is, bij God is alles mogelijk. M.a.w. God ziet altijd mogelijkheden om mensen in beweging te brengen, ook als ze worden tegengehouden door geld en andere beslommeringen.// Als wij misschien vaak twijfelen aan de idee dat God van ons houdt en dat wij zijn geliefde kinderen zijn, als we menen dat het vooral van onszelf afhangt, van onze prestaties, vrijgevigheid, gastvrijheid en onze aandacht voor anderen enz., dan is het goed ons te realiseren dat we dat Rijk van God niet kunnen kopen of verdienen,maar dat het ons geschonken wordt, hier en nu en straks, als wij ons open stellen voor zijn woord en beloften van liefde en licht. Misschien kan het volgende verhaal ons verduidelijken hoe dat werkt: ‘Een vrouw met een groot huis en veel geld op de bank heeft drie kinderen. Ze hebben alle drie mogen studeren van het geld van de moeder. Eén zoon is nog bezig zijn studie af te ronden. Soms komt hij een weekend thuis om zijn moeder op te zoeken, soms blijft hij op zijn studentenkamer. Op een dag als hij weer naar huis gaat, zegt zijn moeder hem dat hij vaker naar huis moet komen: zij onderhoudt hem immers nog…?! Eerst wordt de zoon boos als hij dit hoort. Hij voelt zich onder druk gezet. Vervolgens krijgt hij diep medelijden met haar. Denkt ze nou echt dat hij bij haar op bezoek komt, omdat hij geld van haar krijgt? Hij komt naar huis omdat hij van zijn moeder houdt, niet vanwege haar geld. Zij denkt dat haar geld belangrijker is om daarvoor naar huis te komen dan zijzelf. De zoon zou er geen moeite mee hebben, als ze haar rijkdom weggaf. Dan zou ze ervaren dat hij ook dan nog steeds naar haar toe komt, gewoon omdat hij van haar houdt. Dan zou ze liefde kunnen ervaren zonder bang te zijn dat mensen naar haar toekomen vanwege haar bezit. Dan zou ze iets kunnen ervaren van wat Jezus het Koninkrijk van God noemt.
Tot slot wil ik even herinneren aan de H. Theresia van Lisieux: Zij heeft aan de lijve ervaren dat heiligheid v.w. de navolging van Jezus niet het resultaat is van onze inspanningen, maar of we het aandurven met lege handen voor God te staan. Velen denken dat we Gods liefde en waardering zelf moeten verdienen en dat het vooral van ons afhangt. Moeten we dat idee niet loslaten? Niet wij doen veel voor God, maar God doet veel voor ons. Hij houdt van ons zoals we zijn. Van ons wordt gevraagd of wij het aandurven Hem de vrije hand te geven in ons leven en te vertrouwen dat Hij enkel bedacht is op ons geluk. Dan komt er rust, ontspanning en hoop in ons leven. Wij werken dan niet voor God, maar wij doen Gods werk. En dat is iets anders. AMEN.