Preken

Zondag 13-1-2019: de doop van de Heer.

By 14 januari 2019 No Comments

Lezingen: Jesaja 40, 1-5.9-11; Titus 2, 11-14 en 3, 4-7; Lucas 3, 15-16, 21-22.

Mensen van nu leggen een heel traject af voordat ze toekomen aan een productieve plek in de samenleving. We moeten leren, een vakopleiding volgen, praktijkervaring opdoen en als we dan een diploma of certificaat op zak hebben kunnen we solliciteren naar een baan. Aan dat traject, richting een baan, besteedt de samenleving veel zorg. Kijk maar eens wat een rumoer ontstaat als het onderwijs niet het vereiste peil bereikt. Kijk maar eens naar de zorgen die men heeft wanneer leerlingen vroegtijdig te school verlaten. De economie en alles wat daar omheen is, onze welvaart vragen om een degelijke, daaraan aangepaste vakopleiding.  De grote nadruk op het ‘professionele’ in de opleiding tot vak of functie heeft ook een nadeel. Zij lijkt niet (altijd) voldoende aandacht te besteden aan de vorming tot de mens als persoon. Levensbeschouwelijke vorming lijkt tijdens de opleiding vaak maar een aanhangsel te zijn.

Na de geboorte, de presentatie van Jezus in de tempel, zijn bedevaart met Maria en Jozef naar Jeruzalem, leggen de vieringen van vandaag de nadruk op de aanvang van zijn openbaar optreden met zijn doop in de Jordaan. Onderwijs en vorming waren in Jezus’ tijd sterk met elkaar verbonden. Er lag een grote nadruk op de kennis van de Joodse geschriften waaraan men lezen leerde:  de Wet van Mozes, de profeten en de Wijsheidsboeken. Het hándwerk leerden men aan de hand van een leermeester. Jezus heeft het vak van timmerman geleerd aan de hand van Jozef. Zo werden vroeger vele ambachten ook bij ons geleerd. De vader leerde het vak aan zijn zoon. Jezus heeft daarnaast echter een speciale roeping, zoals profeten zich speciaal geroepen voelden om te ondersteunen wat het leven van de mensen opbouwde; of aan te klagen wat het afbrak. Een blijk daarvan gaf de eerste lezing uit het boek van de profeet Jesaja met het goede nieuws dat God de altijd komende is die zich over zijn volk, dat voor Hem openstaat, ontfermt. Profeet zijn was een roeping. Profeten waren van verschillende afkomst. Amos, bijvoorbeeld, werd daarvoor achter de koeien vandaan gehaald. Johannes de Doper kwam uit de woestijn om het optreden van Jezus voor te bereiden. Hij riep op een nieuw leven te beginnen. Om  te onderstrepen, dat ze het met hem eens waren, lieten de mensen zich dopen in de Jordaan. Zij kregen daarbij ook concrete adviezen over wat hen te doen stond op de plek aar zij leefden en werkten.

Jezus liet zich door Johannes dopen en ondersteunde daarmee diens oproep tot bekering.  Bovendien liet Hij zichzelf zien als degene naar wie Johannes al verwezen n.l. had als iemand die zou ‘dopen met de heilige Geest en vuur’, m.a.w. een nieuwe bezieling zou brengen. Met zijn doop begon Jezus aan zijn openbaar optreden. Na zijn doop bidt Hij tot zijn hemelse Vader en wordt dan ondersteund vanuit de hemel, Gods Geest komt over hem en er klinkt een stem:  ‘Jij, mensenkind, bent mijn Zoon, de welbeminde, in jou heb ik mijn welbehagen’. Jezus wordt daarmee van Godswege aangesteld als de ‘gezalfde van God’. De evangelist Lucas geeft daarmee aan wie Jezus is voor degenen die in Hem geloven. Hij is voor ons licht op onze levensweg, waarheid waaraan we ons kunnen houden, bron van leven. Zijn Geest leeft ook in ons.

Voor ons, christenen, zal het erop aankomen ons in te spannen ons eigen doopsel waar te maken Daarin zijn we op de weg gezet om ons de manier van leven,  die Jezus ons heeft voorgehouden en voorgedaan, eigen te maken. Daarmee zouden we voor onze zoekende wereld zichtbaar maken waar heil te vinden is. Het gaan van Jezus’ weg voert ons uiteindelijk tot leven voorgoed.