Preken

Zondag 12 november 2017. Wees wijs en alert

By 12 november 2017 No Comments

Het is goed mogelijk, dat U nogal wat vragen hebt bij deze parabel. Het lijkt wel dat die 5 wijze meisjes enkel aan zichzelf denken en nooit van delen hebben gehoord. Bovendien: als ze fair waren geweest, hadden ze minstens aan de bruidegom kunnen vragen om de deur van de feestzaal pas op slot te doen, als ook de andere bruidsmeisjes binnen waren. Feit is: we zijn allen maar mensen. Wie van ons gaat er nooit in de fout? Niet alleen die wijze meisjes, maar ook de bruidegom maken een meedogenloze indruk. Wat ze doen lijkt in strijd met de boodschap die ik hier moet verkondigen: hulpvaardigheid, geduld, onderling begrip en vergevingsgezindheid. Als we Jezus’ levensverhaal horen, valt het op dat Hij juist de zwakke broeders en zusters, de kwetsbare mensen opzoekt en terughaalt in de gemeenschap. Hij blijkt mild en vergevingsgezind. Deze vragen mogen we rustig stellen, maar daar gaat het in deze gelijkenis niet om. Dat is niet de moraal van dit verhaal. In Jezus’ dagen was het gebruikelijk dat de bruidegom aan de ouders van de bruid een bruidschat betaalde. Dat was een kwestie van onderhandelen. Zodoende kon het lang duren voor de bruiloft kon beginnen. Het kon in de nachtelijke uren lopen en dan is licht onmisbaar. De lampen waarvan de parabel spreekt zijn fakkels. Die moet je regelmatig in olie dopen, want ze hebben natuurlijk brandstof nodig.
Als er in de 1e lezing gesproken wordt over wijsheid, dan blijkt dat het niet gaat om huishoudelijke slimheid of braafheid. Wijsheid is iets van de hemel. Het is Gods scheppende aandacht en wijs is de mens die daarvoor open staat en ontvankelijk is. Zo staat de olie in Jezus’ parabel voor die ontvankelijkheid. En dan niet voor zomaar voor een moment (zo van he… ja leuk !), maar als een houding die wordt volgehouden en die duurzaam is. De lamp kun je beschouwen als een beeld voor je verlangen en verwachting. De olie als datgene waarmee je dat verlangen voedt en duurzaam maakt: bv. je spiritualiteit. Die kun je niet uitlenen, omdat het iets heel persoonlijks is. Je kunt ze een ander wel gunnen, maar die ander moet haar zelf verwerven, moet er zelf voor werken. Zorgen dat zijn ‘voorraad’ op peil blijft. Dat heeft alles te maken met ons eigen leven en onze persoonlijke verantwoordelijkheid en die kun je niet overdragen en uitbesteden. We hebben allemaal een verleden. We zijn ergens geboren en getogen. We hebben dingen meegekregen, meegemaakt en geleerd. Zo heeft ook ieder van ons een toekomst: iets wat op hem of haar toekomt. Hoe die toekomst er uitziet, zullen we moeten afwachten. Tegelijkertijd zijn we er ook zelf verantwoordelijk voor en worden we – ieder voor zich – opgeroepen om waakzaam te zijn. Daarom is die olie uit de parabel niet over te dragen, zelfs al hadden de wijze meisjes dat nog zo graag gewild. Zo zijn we bijvoorbeeld verantwoordelijk voor partner en gezin, voor het beroep dat we kiezen, de studie die we volgen, voor de inkopen die we doen, voor de contacten die wij onderhouden en de vrienden die wij kiezen. De krant die we lezen, de TV-programma’s die we zien en de politieke keuzes die we maken. Medeverantwoordelijkheid zijn we voor het milieu en de leefbaarheid van de wereld waarin wij leven. De keuzes die wij maken en de kansen die wij laten liggen kunnen verstrekkende gevolgen hebben, voor onszelf en voor anderen. Het Rijk van God – het koninkrijk waar Jezus van droomt – het groeit in stilte, maar zal pas voltooid worden als Christus wederkeert. Hij is de bruidegom.
De kerk, zijn leerlingen, wij dus, zijn de genodigden. Wij weten niet wanneer dit koninkrijk voltooid zal zijn. Wij kennen dag noch uur. Ook het moment van onze dood kennen wij niet. Vandaar dat Jezus ons oproept om alert en waakzaam te zijn, zodat wij de Heer met vertrouwen tegemoet kunnen gaan. De grote vraag is: Hoe zal Jezus ons aantreffen bij zijn komst? Slapend, onverschillig en onvoorbereid zoals de dwaze bruidsmeisjes? Of waakzaam en klaar om Hem te volgen, zoals de wijzen? Wij beseffen: waken is actief zijn en de handen uit de mouwen steken. Waken is ook bidden, voor het welzijn van onszelf en onze geliefden en voor de toekomst en het heil van de wereld. Het is proberen vruchtbaar te zijn in wat wij zeggen en wat wij doen. En dat alles – niet straks – maar hier en nu. Want hoe nu leven en bezig zijn bepaalt onze toekomst, bepaalt of de Bruidegom ons wel of niet zal toelaten tot het eeuwig bruiloftsfeest. Laten wij bidden om de H Geest die ons alert en waakzaam houdt en maakt tot wijze mensen. AMEN.