Preken

Zondag 12 mei 2019: 4e zondag van Pasen.

By 12 mei 2019 No Comments

ONS OPENSTELLEN VOOR DE STEM VAN DE GOEDE HERDER.

Wat wij horen in de beide lezingen is voor ons heel herkenbaar. Enerzijds ontmoeten we mensen die zich gedreven voelen om het Goede Nieuws van Jezus verder te vertellen en door te geven. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Anderzijds komen we ook mensen tegen die zich door die Boodschap ernstig bedreigd voelen, zich tegen die nieuwlichters keren en hun opvattingen verdacht maken. Ze verjagen hen zelfs uit hun gebied, zo vertelt de 1e lezing. Ze mobiliseren daarvoor ook mensen die macht hebben. Ze zijn bang hun vertrouwde geloofsvisie te verliezen. Als ze zien dat die nieuwlichters succes hebben, worden ze ook nog vreselijk jaloers. Want ze zijn ook bang hun macht te verliezen. Daarom sluiten ze zich af voor die nieuwe leer. Johannes verhaalt dat Jezus zich ophoudt in de tempel in de zuilengang van Salomo. Hij is een doorn in het oog van de Joodse overheidspersonen.Daarom zetten ze Hem onder druk om eindelijk eens duidelijkheid te verschaffen over zijn identiteit. ‘ Als U de Messias bent, zeg ons dat dan ronduit’. Maar Jezus reageert:  ‘ Ik heb het jullie al vaker gezegd, maar jullie geloven me niet! De tekens die Ik verricht komen niet uit mijn eigen koker, maar ze zijn het werk van de Vader.  Zij maken duidelijk wie Ik ben. Maar jullie vertrouwen Mij niet, omdat je niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ze volgen Mij.
Voordat we die Joodse overheidspersonen wegzetten als een stel verstokte ongelovigen, is het goed ons te realiseren wat hen overkomt. De Thora, de Joodse Wet staat voor hen als een huis. Iedere sabbat wordt er voorgelezen uit die Thora en de geschriften van de profeten. En nou komt daar zo’n nieuwlichter die niet eens theologie gestudeerd heeft, een man zonder opleiding en diploma’s en Hij waagt vraagtekens te plaatsen bij sommige voorschriften van de Wet die voor de Joodse overheden heilig zijn. Hij verricht wel wondertekens, maar als je je daarbij beroept op God en de hemel dan roep je ook veel vragen op. Iemand die God zijn hemelse Vader noemt, zou dan een zoon van God zijn.  Wat voor pretenties heeft die man!, zo vragen ze zich af?   Wat hier gebeurt komt ons niet vreemd voor: dat iemand vraagtekens plaatst bij opvattingen die voor ons als heilig gelden. Iemand die schopt tegen onze ‘heilige huisjes’. Dat laat je niet zomaar gebeuren. We zeggen wel eens dat je van het leven geen programma krijgt, maar als een vreemde gast ons een ander programma voorhoudt dan we gewend zijn, dan komen we in verzet, omdat er gezaagd wordt aan de poten van onze vermeende zekerheden. Het is dan niet vreemd, als we ons afsluiten voor die nieuwlichterij en misschien jaloers worden. In feite worden we onzeker en bang. De Evangelisten vertellen ons van wondertekens waar we niet omheen kunnen en waartoe we onszelf onmachtig voelen. Nu kun je je wel angstvallig voor Jezus’ woorden en zijn wondertekens afsluiten, maar dat brengt ons alleen maar verder van huis. Hij spoort ons aan te luisteren naar zijn stem. Ook Paulus en Barnabas roepen ons op gehoor te geven aan Jezus’ boodschap. Onze luiken dichtdoen, onze ogen sluiten en ons doof houden is geen optie die ons verder brengt. We weten: Jezus spreekt ons aan op allerlei manieren, ook via mensen en dingen die we meemaken. Vraagt leven in zijn Geest niet dat wij ons voortdurend openstellen en alert zijn? Waar blijf je, als je geen aandacht toont voor je partner, kinderen en vrienden? Hoe kun je medeleven betuigen en steun bieden, als je geen idee hebt van wat je naaste bezig houdt?  Op wie moet je stemmen, als je je niet op de hoogte stelt van de programma’s van de  politieke partijen?  Al is angst en de neiging ons af te sluiten voor het nieuwe en onbekende heel menselijk, maar we weten ook dat angst een slechte raadgever is. Zelfs jalousie is een menselijke reactie op de voortvarendheid en de materiële – en geestelijke rijkdom  van anderen. Maar Jezus, de Heer, nodigt ons uit om Hem ons vertrouwen te schenken en Hem te volgen. Hij belooft zijn schapen naar grazige weiden te brengen en naar plaatsen waar we onze geestelijke dorst kunnen lessen. Hij belooft zijn volgelingen zelfs eeuwig leven te schenken. Dat is niet alleen iets voor na onze dood. Nu reeds ontvangen we dat eeuwige leven: nl. het vertrouwen dat God ons nabij is en met ons meegaat op onze weg, zoals Jezus dat zijn naasten heeft laten ervaren. Eeuwig leven is leven in het besef, dat de Geest van God liefde is en dat ook wij die liefde van God kunnen uitstralen naar onze naasten. Voor mensen die niet geloven is dat naïeve wartaal, want ze verwarren rijkdom met gelukkig zijn. Zij zijn ervan overtuigd dat je rijkdom moet verwerven door eigen prestaties. Maar dat maakt nog niet gelukkig. Wie teveel op eigen kracht koerst, stapelt zekerheid op zekerheid, zo hoog als de toren van Babel. En we weten hoe dat Bijbelverhaal eindigt.  God zegt: ‘Laten wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de één niet meer verstaat wat de ander zegt. En de Heer dreef hen vandaar naar alle kanten, de hele aardbodem over ‘ (Gen. 1,7-9a)

Bidden wij dat God ons de moed geeft ons open te stellen voor Jezus’ woorden en voor al de tekens en signalen die Hij ons geeft. AMEN.