Preken

zondag 11-2-2018. Melaatsheid genezen die van binnen zit.

By 11 februari 2018 No Comments

De Hebreeuwse term uit het O.T. die vaak met ‘melaatsheid’ wordt vertaald, is veel ruimer en breder dan wat nu medisch omschreven wordt als lepra of melaatsheid. Het Hebreeuwse woord verwijst naar allerlei huidaandoeningen, zowel ziektes die te genezen zijn als ongeneeslijke kwalen. We weten dat lepra of melaatsheid tegenwoordig meestal goed te behandelen is met medicijnen. Je zou dus kunnen denken, dat het Evangelie van deze dag zijn actualiteit verloren heeft. Zwaarder nog dan hun kwaal woog voor lepra-patienten waarschijnlijk het verschrikkelijke isolement dat hun lot werd. Ze werden nl. gedwongen afgezonderd te leven van familie en vrienden en werden door iedereen gemeden. Bovendien werd hun ziekte in Jezus’ dagen beschouwd als een straf van God. Zo golden zij als wettelijk onrein. En het verplegen en verzorgen van zulke mensen was spelen met je leven.Gerelateerde afbeelding
Het uit de weg gaan en mijden van mensen gebeurde niet alleen in Jezus’ dagen, wij kunnen er ons helaas niet van vrij pleiten. Hoeveel mensen dragen er in onze ogen niet een stempel? Denk aan personen die verslaafd zijn aan alcohol, gokken of drugs; daklozen en zwervers, hooligans en ex-gevangenen. Ook valt dit lot vaak ten deel aan aidspatiënten of zieken die ‘uitbehandeld’ heten. Asielzoekers en gastarbeiders hebben vaak het gevoel dat ze hier wel gedoogd worden, maar niet echt welkom zijn. Dat stempel wordt ook gevoeld door mensen die in armoede leven, worstelen met schulden of een beperking. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat de genoemde groepen meestal niet behoren tot onze vrienden. Bovendien als we ons hun problemen aantrekken en hen proberen te helpen, krijgen we vaak te horen: ‘Weet wel waar je aan begint. Pas op voor te grote betrokkenheid. Denk ook om jezelf!’ Zulke raadgevingen lijken verstandig, maar als ik geraakt wordt door de nood van een ander, wat betekent dan ‘niet te zeer betrokken zijn’ ? Dat werkt toch niet!
Marcus vertelt vandaag van een melaatse die alle voorschriften negeert en zich voor Jezus’ voeten werpt. Als Jezus de vertwijfelde man ziet, wordt Hij zo door diens lijden geraakt, dat Hij zijn ellende a.h.w. voelt tot in zijn ingewanden. Volgens de voorschriften had die man op zijn plek moeten blijven, ergens buiten het dorp. Hij had ook moeten waarschuwen, als er zgn. gezonde mensen in zijn buurt kwamen, maar niets van dat alles. Diep begaan met deze verstotene, deze levende dode, steekt Jezus zijn hand naar hem uit en raakt hem aan. Jezus wordt niet alleen geraakt door het lijden van deze mens, maar ook door zijn vertrouwen. Hij smeekt Jezus: ‘ Als U wilt kunt U mij reinigen en gezond maken, zodat ik weer kan terugkeren naar familie en dorpsgenoten. Want dit is geen leven! Zelfs al zou zijn geloof niet groot zijn geweest, hij toont in ieder geval de moed de bestaande voorschriften te negeren, door te dringen tot Jezus en zijn aandacht te vragen voor zijn vreselijke situatie.
Ook in onze samenleving zijn er velen die zich als ‘melaatsen’ behandeld voelen, gemeden, buitenspel gezet, omdat ze niet leven volgens onze normen en waarden. Het is niet vreemd dat wij moeite hebben met hen. Wat echter voor Jezus onacceptabel is, is dat wij zulke medemensen links laten liggen en afschrijven. In dit verhaal van Marcus steekt Jezus zijn hand uit. Hij raakt deze besmettelijke zieke aan. Hij zegt hiermee: deze mens telt voor Mij. Ook deze mens in al zijn ellende is een kind van God, een kind van mijn Vader. Deze mens is wezenlijk goed en het is zonde dat hij zo eenzaam en afgezonderd leeft. Ik mag, ja Ik moet hem erbij betrekken. Jezus neemt het risico dat ook Hij besmet raakt, maar dat telt voor Hem niet op dit moment. Het gaat Hem op de eerste plaats om deze mens die verloren dreigt te gaan. Hij raakt hem aan en spreekt tot hem een woord dat bevrijdt.
Worden wij door zijn omgaan met medemensen niet voortdurend uitgenodigd ons in te leven in de situatie, de behoeften en noden van anderen? Contact te zoeken met wie verloren loopt en in gesprek te gaan om te verstaan wat de ander beweegt? Worden wij door Hem niet uitgedaagd onze nek uit te steken en onze handen vuil te maken als een naaste in nood verkeert? Een sprekend voorbeeld vertelt Jezus in de parabel van de barmhartige Samaritaan. Uit angst wettelijk onrein te worden lopen priester en leviet de gewonde man voorbij, maar een Samaritaan – een halve heiden in de ogen van die eerste twee – laat zich raken door de nood van die gewonde medemens. Hij verzorgt zijn wonden en zet hem zelfs op zijn eigen rijdier. Ook tast hij stevig in zijn portemonnee om hem verder te laten verzorgen. Laten wij Jezus bidden om een hart dat zich laat raken door de nood en het lijden van anderen. En om bescheidenheid, zodat wij onze eigen melaatsheid, onze zieke en zwakke plekken onder ogen durven zien en de moed vinden ons in te zetten voor wie ons nodig hebben. AMEN.