Preken

Zondag 10-9-2017. Wachters van elkaar.

By 9 september 2017 No Comments

Als het in de Schriftlezingen vandaag gaat over de opdracht onze broeders of zusters te wijzen op hun fouten, dan kan dat makkelijk verkeerd verstaan worden. Het gaat er niet om ons tegenover mensen die ons tekort doen op te stellen als (rijdende) rechter, politieagent of handhaver van de wet. Deze regelgeving van de jonge kerk wil me helpen mijn broeder of zuster ‘te winnen’. M.a.w. als een ander iets heeft gedaan, waardoor hij mij schade heeft berokkend, pijn heeft gedaan of vreselijk ergert, hoe kan ik dan zo reageren, dat ik onze relatie kan herstellen, dat ik hem of haar weer kan herkennen en accepteren als mijn broeder of zuster? Het past niet bij een volgeling van Jezus zijn naaste af te schrijven en voortaan uit de weg te gaan. De kans is dan groot dat ik zelf blijf zitten met de pijn en het ongenoegen over wat mij is aangedaan. En het is maar de vraag of de ander zich bewust is van het leed dat hij/zij mij heeft berokkend. Het is dus belangrijk dat de ander hoort en begrijpt dat hij mij tekort heeft gedaan. De bedoeling is niet die ander eens stevig op zijn nummer te zetten en terecht te wijzen, maar hem/haar te laten horen wat mij pijn doet of zorgen baart. //
De Evangelist Matteus beschrijft een hele procedure, zoals die in de jonge kerk gebruikt werd, als iemand je ernstig tekort had gedaan. Een plan van aanpak om de verstoorde relatie te herstellen. Je spreekt de ander aan onder vier ogen en zegt wat er op je hart ligt. Dat is al moeilijk genoeg, want vaak durven we dat rechtstreekse contact niet aan, bang als we zijn voor de reactie van de ander. We zijn bang dat die ander terugslaat met verwijten of dat er ruzie ontstaat die uit de hand loopt. Als we de ander ontlopen, zoekt onze boosheid toch een uitweg: we gaan er bv. met anderen over praten die er niets mee te maken hebben. In plaats van met de ander te praten, gaan we over die ander praten. Zo ontnemen we die ander ook de kans iets recht te zetten of verontschuldiging aan te bieden. //
Terug naar de tekst van het Evangelie:  Als dat gesprek onder 4 ogen niet werkt, haal je er een ander bij. Kom je dan niet verder, dan leg je de zaak voor aan de locale geloofsgemeenschap. Deze aanpak komt niet uit de koker van Jezus zelf, maar is Hem door Matteus in de mond gelegd. Volgens hem zijn die richtlijnen in de geest van Jezus. Het gaat erom dat wij zijn bedoeling respecteren: nl. een manier om te komen tot herstel van de onderlinge relatie. Als een en ander echter niets oplevert, dan mag de geloofsgemeenschap een notoire zondaar zelfs aan de deur zetten en excommuniceren, zegt het Evangelie. U begrijpt: een kerkgemeenschap die zoiets doet, dient zich er wel goed van bewust te blijven hoe Jezus zelf omging met tollenaars en zondaars. De Heer zelf zocht deze mensen juist op en schonk hen bijzondere aandacht. We kennen zijn reactie op de kritiek van Farizeeen en Schriftgeleerden: ‘Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’. M.a.w. Jezus bleef vergeving en liefde aanbieden. Dus als we besluiten voorlopig geen contact meer te hebben, dan moeten we de ander toch het goede aanbieden als de gelegenheid zich voordoet. Zo handelen we in de geest van Jezus.
Medechristenen: het blijft moeilijk een ander aan te spreken op zijn foutieve gedrag. Bv. iemand aanspreken op het feit dat hij rommel op straat gooit, terwijl de afvalbak enkele meters verderop staat. Dat is een heel avontuur. De ander kan nl. agressief reageren. Zo van: ‘Waar bemoei je je mee?’ Door je beklag te doen bij anderen of de dader op zijn nummer te zetten, daarmee breng je hem/haar nog niet op het goede spoor. Misschien moeten we die rommel zelf maar even oprapen. Het is niet, omdat Ezechiel of Matteus ons erop wijzen, dat we verkeerd gedrag en onrecht niet over zijn kant mogen laten gaan. Diep in onszelf weten we: een mens is geen eiland. Op allerlei manieren en via allerlei draden zijn wij met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk. Zoals in een mand met fruit een rotte vrucht al de andere kan aansteken, zo kunnen ook een gezin, een gemeenschap, een maatschappij aangetast worden. Wij mensen zijn op elkaar betrokken en met elkaar verbonden. Daarom dragen wij verantwoordelijkheid voor elkaar. Als wij elkaar uit de weg gaan en ontlopen, niet vergeven en ons niet verzoenen, blijft ook voor God onze relatie gebroken, onverzoend. Jezus zegt dat wij elkaar kunnen binden en ontbinden. Wij beseffen dat het moeilijk is die verantwoordelijkheid voor elkaar op een goede manier in praktijk te brengen in het gewone leven van alledag.
Matteus wijst ons in het Evangelie van deze dag ook op de kracht van het bidden. Het gebed – al is het soms enkel een verzuchting – kan ons over de streep trekken en de moed geven die ander niet te ontlopen. Het legt ons vaak de goede woorden in de mond. De opdracht ons met elkaar te verzoenen mogen we niet beperken tot ons prive-leven. Het publieke domein en de politiek vragen misschien nog meer om verzoening. De reacties in onze grote wereld zijn vaak tamelijk primitief. Zo van: Doet jouw land of partij mijn land of partij iets aan, dan zal mijn land je dat hard betaald zetten. En de een zegt dan dat de ander begonnen is. Dus lik op stuk en als je niet oppast, loopt het conflict steeds verder uit de hand en wordt het een spiraal van geweld. Voor we het in de gaten hebben, staat de wereld in brand. In de kiem begint dat proces, als we elkaar gaan ontlopen en bang zijn anderen aan te spreken op hun gedrag, als we niet proberen in contact en in gesptrek te komen met wie ons gekwetst hebben of schade berokkend. De enige weg naar een leefbare en veilige toekomst is die van vergeving en verzoening; van verantwoordelijkheid nemen en dragen voor elkaar, of zoals de Bijbel het zegt: elkaars wachter en hoeder durven zijn. Daarbij gaat het er niet om elkaar wantrouwig in de gaten te houden, onze spierballen te laten zien en te dreigen met onze wapens. Elkaars hoeder zijn vraagt geduldig aandacht schenken aan individu en gemeenschap. Het lijkt een onmogelijke opgave, maar als we eensgezind blijven bidden voor elkaar, als we God vragen om wijsheid, respect en geduld, dan zal ons als vrucht de vrede geschonken worden. Jezus zegt immers verrassend: ‘Waar twee of drie mensen verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden!’. AMEN