Preken

Zondag 10-6-2018: Het kwaad van de verdeeldheid opheffen.

By 10 juni 2018 No Comments

Een schilderij dat je in een lijst zet komt beter tot zijn recht. Dat geldt ook voor de Evangelie-pericope van vandaag. In het 3e hoofdstuk vertelt Marcus hoe Jezus op sabbat een man met een verschrompelde hand geneest. Op zijn vraag aan de Farizeeën of dat mag, krijgt Hij geen antwoord, maar enkel boze gezichten. Jezus gaat dan naar het meer van Galilea. Hij geneest zieken en drijft kwade geesten uit. Gevolg: Hij moet vanuit een bootje zijn onderricht geven, want iedereen wil Hem aanraken. Gerelateerde afbeeldingVervolgens gaat Hij de berg op en kiest twaalf mannen uit met de bedoeling dat zij Hem op zijn tochten vergezellen en helpen bij zijn opdracht. Apostelen worden ze genoemd. Als Hij terugkomt in Kafarnaum, komen zovelen naar Hem toe om hulp, dat Jezus en zijn leerlingen geen kans krijgen om te eten. Het gevolg is dat zijn familie denkt dat Hij niet goed bij zijn verstand is. De Schriftgeleerden uit Jerusalem zeggen zelfs dat Hij met hulp van de vorst van de duivels de kwade geesten uitdrijft. Jezus roept hen bij Zich en stelt hen de vraag: ‘Hoe kan nou de satan de satan uitdrijven? Dan breekt hij toch zijn eigen werk af?’ Hij krijgt geen antwoord en is boos en teleurgesteld, omdat zijn diepste bedoelingen in twijfel worden getrokken. Met dit soort uitspraken beledigen ze de H. Geest die Hem bezielt en in Hem werkt. ‘ Dat is onvergeeflijk’, zegt Jezus. Ondanks de weldaden die Hij verricht, stuit Hij op weerstand en ongeloof, niet alleen bij Schriftgeleerden en Farizeeën uit Jerusalem, maar zelfs bij zijn eigen familie. Zij willen Hem tot de orde roepen. Hoe reageert Jezus? Hij kijkt de kring rond van de mensen die naar Hem zitten te luisteren en zegt: ‘Hij die de wil van God doet is mijn broeder, zuster en moeder’. M.a.w. Vertrouwd en veilig ben je niet automatisch bij je familie, je bloedverwanten. Verwantschap op basis van Gods Geest die in mensen werkt, die bied je vrede, veiligheid, ruimhartigheid en moed om in lief en leed elkaar vast te houden en te dragen. Zij verankert je in de Eeuwige.   Gerelateerde afbeelding
In de 1e lezing horen we hoe God Adam roept en vraagt: ‘Waar ben je?’ Adam voelt zich naakt en beschaamd, als hij God moet vertellen dat hij gegeten heeft van de boom die God verboden had. God bedekt hem niet. Van nu af zullen Adam en Eva en alle mensen na hen, zich bewust zijn van hun naaktheid. Ze zullen ervaren hoe broos het menselijk bestaan is. Ze zullen schaamte voelen om hun zwakheden, pijn en verdriet om hun onvolkomenheid. ‘ De éénheid van de eerste mensen met God is onherstelbaar verbroken’, zegt Genesis. Dan rijst bij ons de vraag: ‘Is die oorspronkelijke éénheid dan niet te herstellen? Je beseft vaak pas wat éénheid betekent, als ze er niet meer is. Er zijn mensen die een traumatische ervaring hebben gehad die hun leven a.h.w. in twee stukken heeft gebroken, in één ervoor en één erna. Een centrale verwarming die uitvalt kun je repareren en aan onze gezondheid kan er vaak heel wat hersteld worden met medicijnen of chirurgie. Maar een leven dat gebroken is, kun je dat nog helen? Adam, legt de verantwoordelijkheid voor de breuk met God bij zijn vrouw. Eva geeft de schuld aan de slang. Als wij geen verantwoordelijkheid meer nemen voor ons doen en laten, veroorzaken wij een breuk in ons mens-zijn. In de lezing lijkt het dat God vijandschap sticht tussen de mens en de slang, de tegenstrever die verwarring sticht en verdeeldheid zaait. Maar is het niet juist de mens die de basis legt voor de breuk met God en de medemens? Hoe vaak zetten wij de éénheid niet op het spel? Als je nagaat hoe een ruzie, vijandschap of oorlog is ontstaan, moet je altijd concluderen dat op zeker moment een grens is overschreden; de grenzen van fatsoen, van mededogen, de grens tussen het mijn en dijn. Ook in onze families, werkkringen, buurten en geloofsgemeenschappen treden breuken op door onrechtmatige toeeigening, harde woorden of gebrek aan respect. Niet God sticht vijandschap. We doen dat zelf en soms al te makkelijk. We leggen de verantwoordelijkheid ervoor het liefst bij de ander. Zo staan mensen soms tegenover God en tegenover elkaar, als vijanden in plaats van als broeders en zusters. En dat doet ons lijden. Talloze breuken heffen we op, maar voor de breuken in onze levens, in onze zielen: daar hebben we Gods hulp bij nodig. Dat maakt Jezus duidelijk in het Evangelie van deze dag. Hierin zegt Hij dat wat innerlijk verdeeld is niet zal standhouden. Vroeg of laat valt het bouwwerk uiteen. Het kwaad kan zichzelf niet verdrijven of opheffen. Daar zijn andere krachten voor nodig. Om zich heen kijkend zegt Jezus: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers.Gerelateerde afbeelding Want ieder die de wil van God doet, die is mijn broer, zuster en moeder’. Met deze woorden wijst Hij ons de bron aan waar wij genezing kunnen vinden. Als we onze medemensen werkelijk zien en beschouwen als kinderen van God, als deel van ons zelf, als broeders en zusters, als been van mijn gebeente, dan beseffen we en voelen we dat we één zijn met God en met elkaar. Gebrokenheid drijft ons uiteen. Eenheid geneest en heelt ons. Jezus zelf heeft de weg gewezen naar leven in verbondenheid met God en met elkaar. Het aards paradijs is niet oneindig ver weg, maar is er hier en nu voor ieder die kiest voor de weg waarop Jezus ons is voorgegaan. AMEN