Preken

Zondag 10-2-2019: viering H. Agatha.

By 10 februari 2019 No Comments

LEZINGEN: Jesaja 6, 1-2a.3-8; 1 Korintiërs 125,1-11; Lucas 5, 1-11

Beste mensen, Menigeen die betaald werk verricht zal dat doen met gevoel voor verantwoordelijkheid  en deskundigheid. Maar over het algemeen zal men zich niet helemaal in het werk in investeren. Men doet zijn werk om in het levensonderhoud of dat van het gezin te kunnen voorzien. Maar als de werkdag erop zit  gaat men graag naar huis en legt daar soms kilometers vooraf. Het werk vult niet heel het leven. Het gezin, maar ook hobby’s liefhebberijen, verenigingen zorgen er vaak voor, dat men daarin echt als mens tot zijn of haar recht komt. In mijn verleden als parochiepastor heb ik menige mijnwerker ontmoet, die tot leven kwam bij het spelen van muziek of het dirigeren van een muziekkorps. Voor menigeen was derhalve het zware werk onder in de mijn het middel om aan de kost te komen en dienstbaar te zijn aan de samenleving, maar het beoefenen van muziek was als het ware hun ‘roeping’. Muziekmaken deden ze  met hart en ziel, met passie. Daar hadden ze het nodige oefenen en de nodige repetities voor over. Het woord ‘passie ’kan ‘hartstocht’ beteken, maar ook ‘lijden’.  Er is samenhang tussen. Wat je met hartstocht doet kan inzet kosten, overgave, pijn doen. Men moet het nodige overhebben voor datgene waarvoor men werkelijk leeft, waartoe men zich geroepen voelt. Het neemt overigens niet weg dat er soorten werk zijn, die men met een gevoel van roeping en met de nodige passie verrichten kan. Denk aan leerkrachten, denk aan mensen werkzaam in de zorg. Maar denk ook aan mensen in de kunst, schrijvers, schilders, beeldhouwers en musici.

De Schriftlezingen van vandaag uit de profeet Jesaja en het Evangelie van Lucas kunnen ons wellicht doen aanvoelen wat ‘roeping’ eigenlijk is. Profeten deden menigmaal aanvankelijk een bepaald soort werk, bv. veerhouder, maar voelden aan, dat ze, als ze tot hun recht wilden komen, hun ‘roeping’ moesten volgen, om mensen op het goede pad te houden, d.w.z. het pad van respect voor God, de gever van het leven; en van solidariteit met elkaar. Dat stond ook al in de aanwijzingen van de zogenoemde ‘Tien Geboden’. Vanzelfsprekend was het gaan van de juiste weg niet,  zoals uit de geschiedenis van God met zijn volk blijkt. Wij, mensen, kunnen in de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid, die we hebben gekregen, wegen gaan die afwijken van wat werkelijk goed voor ons is. De profeten voelden zich geroepen daar wat aan te doen, en moesten er vaak heel wat moeite (passie), maar ook afwijzing en lijden  (passie) voor over hebben.

Als de profeet Jezus optreedt is het ook zíjn bedoeling om mensen op het goede pad te houden. Hij kan dat niet alleen, maar heeft helper nodig, die hij o.a. vind onder de vissers aan het meer van Galilea of Gennesareth.  Zij zijn bezig met hun werk. Het uitwerpen van de netten op verzoek van Jezus moet symbolisch worden verstaan. De vissers hebben heel de nacht gezwoegd zonder iets te vangen.  Het ingaan op Jezus’ vraag levert op. Kijken we naar de geschiedenis van het Evangelie door de eeuwen dat zien we hoe perioden van een grote ‘vangst’ voor het Rijk van God uit alle naties rassen en talen afgewisseld wordt met perioden van neergang. Toch zijn er sinds de tijd van de apostelen door alle eeuwen mensen geweest, die –soms naast hun gewone werk- het als roeping hebben verstaan te werken aan het Rijk waarin  mensen goed zijn voor elkaar en daarbij de band met God, die goed is voor ons, niet verwaarlozen.  Als we vandaag de H. Agatha vieren, schutsvrouwe van onze parochie en van onze harmonie, vieren we een vrouw, die het Evangelie in de 3e eeuw na Christus heeft verstaan, op haar manier heeft ingevuld en zich met haar leven daarvoor met ‘passie’ heeft ingezet. Ze stierf de marteldood (passie) op Sicilië in 254. Door haar passie wordt haar naam nog altijd genoemd, wordt ze nog altijd vereerd, o.a. in Eys. Moge zij onze inspiratie zijn. AR