Preken

Zondag 1 oktober 2017: Mensen roepen ons door hun kwetsbare aanwezigheid.

By 1 oktober 2017 No Comments

Wie van ons heeft het nooit meegemaakt? Tieners die op een vraag van hun ouders zeggen: ‘Nee, ik heb nu geen zin of geen tijd’, de deur dichtslaan en de volgende dag hebben ze zonder iets te zeggen, de klus toch geklaard. Een reactie van jonge mensen die een weg zoeken om op eigen benen te staan.
De parabel vandaag gaat echter niet over tienergedrag. De directe aanleiding voor de gelijkenis zijn de verwijten die de Farizeeen en oudsten van het volk Jezus maken: Hij houdt zich niet aan de Wet van Mozes en de overlevering van de voorvaderen. Jezus wijst hen dan op Johannes de Doper die dat wel deed. En wat was het resultaat? Ze hebben hem niet serieus genomen, terwijl mensen die in hun ogen fout bezig zijn, dat wel hebben gedaan. Jezus overkomt nu hetzelfde. Hij maakt hen duidelijk: ‘Woorden en beloftes die niet in daden worden omgezet, zijn waardeloos. Bij mensen die jullie met de nek aankijken en als zondaars beschouwen is dat wel anders’.

Die twee zonen, die twee houdingen, leven in ieder van ons. Iemand doet een beroep op ons. We zeggen ‘ja en amen’ en als we ons later realiseren, hoeveel tijd en energie het van ons vraagt, laten we het soms afweten. Of we zeggen: ‘ Ik heb nu geen tijd; een andere keer misschien’, en we komen ons antwoord terug en doen het toch. Wij zijn gecompliceerde wezens. Ook realiseren we ons af en toe dat er veel goeds gedaan wordt door mensen van wie dat helemaal niet hadden verwacht. Welke boodschap heeft die gelijkenis nu voor ons? Waar gaat het in onze samenleving om? Is niet het meest wezenlijke dat er meer solidariteit groeit in onze wereld? Dat geldt niet alleen voor mijn eigen plekje, zodat het mij goed gaat. Het gaat erom dat wij elkaar ondersteunen en dat de groeiende eenzaamheid een halt wordt toegeroepen. En dat de steeds breder wordende kloof tussen rijk en arm wordt gedempt. Jezus zou zeggen: ‘Het gaat om de opbouw van het Rijk van God’. En dat is heel concreet.

Of we wel of niet op een hulpvraag ingaan: er is in onszelf altijd een omslagpunt, het ‘kantelpunt’ waarop we ‘ja’ of ‘nee’ zeggen. We moeten ergens in onszelf een beslissing nemen. Wanneer zeg je ‘ja’ en reageer je positief, omdat een mens het je vraagt?   Anderen zeggen misschien: ‘ Ik zeg ‘ja’, als ik het idee heb, dat God het van me vraagt’. De ene vrager is heel concreet; God is minder concreet, maar de zaken waarom het gaat zijn altijd concreet. Ofschoon de vraag vanuit God vandaag de dag wat verstomd is, toch is het een grote hulp, als wij durven aannemen dat het appel dat mensen op ons doen – vooral als het gaat om kwetsbare en arme mensen of eenzame – en hulpeloze mensen – een appel is dat God op ons doet. Want als we in heel dat menselijke tasten en zoeken God een woord laten meespreken, dan krijgen we zoveel extra erbij. Het verhaal van God is immers universeel. Het gaat over alle mensen. Als we echt van een ander houden, dan doen we alles om die ander niet teleur te stellen en onze beloftes waar te maken. Als het gaat om ons geloven in God en zijn Zoon Jezus Christus, gaat het dan ook niet om een relatie? Ook al kunnen wij alleen maar tastenderwijze en in beelden over die relatie spreken, toch mogen we ons de vraag stellen: hoe gaan wij om met die mysterievolle God, die wij ‘Vader’ noemen en met Jezus die ons menselijk leven heeft gedeeld? Weten wij ons door God gedragen en door Jezus geleid? Durven wij ons – met al ons lief en leed – aan Hem toe te vertrouwen? Durven we kwaad worden op God en opstandig, als wij diep teleurgesteld worden?` Durven wij de deur dichtslaan om Hem uiteindelijk toch trouw te blijven? Wij weten: in een relatie tussen mensen gaat het niet om veelheid van woorden, maar om tijd en aandacht, om luisteren naar wat de ander bezig houdt en zorg dragen voor elkaar: zou dat ook niet gelden voor onze relatie met God? Openheid en aandacht voor het woord van de Schrift en voor het fluisteren van de Geest in ons hart. Openheid voor de naaste die om onze aandacht vraagt? Als een rode draad getuigt de Bijbel van Gods bekommernis om armen en zwakken. Jezus identificeert zich zelfs met de meest kwetsbaren, als Hij zegt: Alles wat je doet voor de geringsten van je broeders of zusters, heb je voor Mij gedaan’. Ieder heeft zijn eigen leven, zijn eigen wijngaard kun je zeggen, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Daarin valt nog veel te doen en we kunnen dat niet op ons eentje. Allen hebben we anderen nodig.
Samen met zijn allen zijn we pachters van de wijngaard van deze wereld, de samenleving van vandaag. Daarin valt nog veel te doen. Ook hier zijn vele handen, maar vooral bewogen harten nodig. Mensen roepen ons, vaak zonder woorden, wellicht alleen al door hun kwetsbare aanwezigheid. God roept ons in hen. Aan ons is het om ‘ja’ te zeggen. Laten wij niet vergeten dat God ‘ja’ gezegd heeft op ons. Hij heeft ons bestaan gewild. Zouden wij dan geen ‘ja’ zeggen op Hem? AMEN