Preken

Verlangen naar geborgenheid

By 14 november 2016 No Comments

Zondag 13 november 2016

In de tijd dat de bladeren vallen en het daglicht krimpt en het duister van avond en nacht toeneemt, worden de teksten van de weekeindenvieringen ernstiger. Ze gaan over de eindtijd van de wereld en wat eraan voorafgaat. We gaan in verzet tegen de duisternis en steken veel licht aan; en om niet te somber te worden zetten we de viering van het carnaval in en maken ‘sjpass’. Met Kerstmis kantelt het seizoen weer en gaan we langzaam maar zeker weer het licht tegemoet. Christenen vieren dan trouwens de komst van het licht bij uitstek op onze levensweg in de geboorte van Jezus. Maar, wij, mensen zouden graag zien dat het licht, de gerechtigheid, de goedheid, de liefde eindelijk eens definitief zou doorbreken. Er blijft in ons een verlangen naar blijvende geborgenheid in een goede en rechtvaardige wereld. De heilige  Schrift getuigt er regelmatig van, dat het Rijk van God ooit doorbreekt. Maar voordat dat gebeurt moeten we het een en ander doormaken. De evangelieauteur Lucas schrijft daarover in het onderricht dat Jezus geeft in de tempel nadat hij vanuit de landstreek Galilea in het Noorden in Jeruzalem (in het Zuiden) is gearriveerd. Het is de stad waar hij menselijk gezien zijn ondergang tegemoet gaat. Maar dat is ‘menselijk gezien’. Het is vanuit gelovig standpunt de opmaat tot wat de Schrift ‘zijn verheerlijking’ noemt, zijn opstanding.

Men kan in die tijd -ook weer menselijk gezien- onder de indruk raken van een bouwwerk als de tempel en van de machtige uitstraling die ervan uitgaat. Maar zegt Jezus: dat gaat voorbij; Lucas, die zijn evangelie schrijft in het jaar 80 na Christus heeft meegemaakt dat in 70 na Christus de Joden in opstand kwamen en Jeruzalem en de tempel door de Romeinen verwoest werden. Toen ‘bleef er geen steen op de andere’. Lucas maakt ook de vervolging van christenen mee, toen een minderheid, die in het Evangelie waren gaan geloven. En Lucas schrijft verder over de verwachtingen voor de toekomst; over volken die met elkaar de oorlog aangaan, over natuurrampen en over en onenigheid tot in de gezinnen waarvan de leden verschillende overtuigingen zijn toegedaan. We weten uit de geschiedenis dat dit allemaal al heeft plaats gehad en nog steeds plaats vindt. Denken we in onze tijd maar aan de aardbevingen in landen als Italië en Japan, denken we maar aan de tsunami’s in Azië. We hebben genoeg eigentijdse problemen waar we ons ongerust over kunnen maken, over oorlogen in onze wereld, over aanslagen en het bestrijden van terrorisme, over de spanningen die het vluchtelingenvraagstuk oproept; over dictatoriale neigingen van machthebbers, over hackers, die onze politieke en economische systemen in de war kunnen schoppen. Onze tijd heeft zijn eigen verschijnselen, die als dreigend overkomen en ons angst kunnen inboezemen, terwijl we verlangen naar blijvende gerechtigheid, vrede, geborgenheid en liefde. Die laatste eigenschappen horen bij het Rijk van God, maar worden voortdurend aangevochten door tegenkrachten die in onze wereld werkzaam zijn.

Moeten we daar moedeloos onder worden? Moeten we op zijn Limburgs zeggen: ’t is wie ’t is, wat deed me d’r aan’? Moeten we maar bij de pakken gaan neerzitten? Zo zijn de lezingen niet bedoeld. Ze veronderstellen dat we realistisch zijn, dat we de feiten onder ogen zien, dat we erkennen, dat er kwade machten werkzaam zijn en dat die zelfs werkzaam kunnen zijn in onze onmiddellijke omgeving. Maar bij alle erkenning daarvan worden we verondersteld standvastig te blijven. We worden als christenen verondersteld mensen van gerechtigheid en vrede te zijn daar waar we leven; mensen die, in de geborgenheid van ons christelijk geloven en ons vertrouwen op God, zelf anderen geborgenheid en liefde schenken. Moge door onze standvastigheid bij alle tegenkrachten, die er ook zijn,  ons leven gered worden. Ook wij moeten door onze omstandigheden van leven heen om uiteindelijk te komen tot leven voorgoed. De gemeenschap van christenen, de kerk, is er om ons daarbij te ondersteunen en te helpen. Amen. AR