beschouwingen

Mijnheer pastoor schrijft…………………….

By 10 februari 2019 No Comments

TIJD OM TE ‘VASTEN’?

In de kring van christenen spreekt men tegenwoordig eerde over ‘veertigdagentijd’ dan over ‘vastentijd’. Dat klinkt wat neutraler. Veertig dagen duurt de voorbereiding op het grootste christelijke feest ‘Pasen’. Of men in die tijd wat aan ‘vasten’ doet lijkt men zelf te willen uitmaken. Van oudsher is het echter zo, dat men zich op de grote christelijke feesten voorbereidt, een periode van ‘zuivering’ inlast en daarom ‘kriebelt’ er ook wat als Kerstmis en Pasen in het vizier komen. Er kan niet alleen ‘malware’ binnen sluipen in de computer maar  zich ook vastzetten op onze ‘innerlijke harde schijf’. Hoe zouden we ons innerlijk kunnen zuiveren.  Het eerste wat bij me opkomt is het tijd nemen voor stilte. ‘In de stilte behoort een mens zichzelf toe’, zegt de Franse filosoof Gabriël Marcel. Stilte is dus meer dan de afwezigheid van verschillende vormen van geluid en lawaai. Nee, in de stilte gebeurt er iets, n.l. heeft men gelegenheid om  te luisteren naar zichzelf, naar hoe men ‘het werkelijk maakt’ in de verschillende lagen van het bestaan, lichamelijk, psychisch, geestelijk. In de stilte kan men dus op het spoor komen van wat het eigen leven opbouwt en in de weg staat. Dat kan leiden tot vragen over de levenspraktijk tot nu toe en of men niet moet ‘opruimen’ wat het leven in zijn verschillend lagen ongeproportioneerd belast. Smartphone is goed maar…..; een biertje is goed, maar…..; ik rijd graag auto, maar; mijn eetpatroon….. moet ik daar net wat aan doen?  Mijn ‘aanschafbeleid’ …? Het zijn van die vragen die kunnen leiden tot een eigentijdse manier van ‘vasten’, om gezuiverd en innerlijk vrijer des te beter Pasen te kunnen vieren.

OPSTAAN, OPSTANDING, PASEN

Iedere dag staan verreweg de meesten van ons op, alleen zieke mensen houden het bed. Door op te staan begeven we ons weer in  de wereld van levenden van alledag. Hoe de levensdag verloopt is een ander chapiter: dynamisch, vrolijk, gelukkig, verdrietig, vol stress, met troubles, teleurstellend, ongelukkig. Vraag je iemand die met tegenslag te kampen heeft hoe het gaat dan is het antwoord vaak ‘het moet’. Iedere dag staat hij/zij op met de opgave te proberen het leven weer op te pakken en erin thuis te raken. Het is een poging tot opstaan uit de pech, het verdriet, de tegenslag. Of, waar dat opstaan te maken heeft met eigen (verkeerde) keuzes, een opstaan uit verslaving aan  dingen die een mens niet echt gelukkig kunnen maken; een opstaan om ruimte te scheppen voor accepteren van jezelf, accepteren van het ‘anders zijn van de ander’, mededogen met en/of vergeving van de ander; tegemoetkomen van de ander. De evangelieverhalen staan vol van het ‘opstaan’ van mensen uit kwalen, uit bezeten zijn van ‘boze geesten’, uit vormen van negativiteit  t.a.v. zichzelf of medemensen, zelfs opstaan uit dood in de verschillende vormen waarin  ‘dood’ zich kan voordoen.

Hoogtepunt daarin is de ‘opstanding’ van Jezus met Pasen; doorbraak van de uitzichtloosheid  van de dood, als gevolg van het hem, integere mens, aangedane martelingen en kruisdood. Heel zijn optreden stond tot in zijn dood, in dienst van het tot leven komen van mensen. Voor gelovige christenen is er samenhang tussen opstaan in zin verschillende vormen, opstanding en Pasen. Neergang en ondergang hebben niet het laatste woord. Zalig Pasen, mede namens de kerkbesturen van cluster ‘Morgenster’. A. Reijnen