beschouwingen

Hebben we nog tijd…?

By 9 februari 2016 No Comments

Beschouwing op de vastentijd door pastoor Reijnen (februari 2016)

AANBIDDING OP WITTE DONDERDAG.
Op diverse plaatsen in onze omgeving wordt na de viering van Witte Donderdag zogenoemde ‘Aanbidding’ gehouden. Het is bijvoorbeeld in Eys altijd een indrukwekkend gezicht de schutters van St. Sebastianus stram in de houding bij het altaar te zien staan. De aanbidding begint na het einde van de avondviering, de gedachtenis van Jezus’ Laatste Avondmaal met zijn leerlingen. Tijdens de aanbidding staat de ciborie (grote kelk met hosties) of elders de monstrans op het altaar. Op het altaar brandende kaarsen. Het ruimt naar wierook. In de kerk bevinden zich in eerbiedig zwijgen biddende mensen, groepen ook die elkaar afwisselen tot de zegen met het Allerheiligste om 23.00 uur. De vergulde ciborie, het mooi geborduurd velum, de houding van de schutters, de biddende mensen in de kerk zijn allemaal uitdrukking van iets diepers, nl. ons geloof dat God onder ons is of ons nabij is in Jezus Christus. God is ons altijd nabij, maar we geven daar niet ieder moment op deze manier  uitdrukking aan. En dat hoeft ook niet. Het dagelijks leven en de verantwoordelijkheden die daarbij horen vragen immers onze aandacht. Voor gelovige mensen is God ook daarin nabij. Het is echter goed, dat we bij tijd en wijle ons ervan bewust zijn. Het kan ons helpen om dankbaar te zijn als we het goed hebben en het leven ‘uithouden in hoop’ en vertrouwen’ in de perioden dat het ons minder goed gaat.

MISSCHIEN VINDEN WE ER DE TIJD NIET VOOR
Maar toch zou het de moeite waarde zijn om in de GOEDE WEEK de VIERINGEN in onze parochiekerk mee te maken. Er zijn verschillende redenen. Een eerste reden is dat datgene wat Jezus overkomen is veel mensen nog steeds overkomt. Jezus is een soort ‘Alleman’. Zijn leven verloopt moeizaam en lijkt met al zijn goede bedoelingen op het einde mislukt. Zijn lot van toen is het lot van menigeen nu. Informatie daarover krijgen we meer dan voldoende door de moderne media. Menigeen heeft te maken met laffe en corrupte overheden, met verraad om geld; met verloochening, met marteling en verblijf in de gevangenis zonder rechtvaardig proces. Degenen die zulke dingen overkomen, maar ook de daders zijn van ons mensenras. Het is de moeite waard hierbij stil te staan naar aanleiding van Jezus overkomt. Een andere reden kan zijn dat we op het einde van  Jezus’ leven ook voorbeelden zien van menselijke nabijheid en trouw tot het einde. Denk aan zijn moeder Maria onder het kruis samen met de geliefde leerling Johannes. Denken we aan de ommekeer in het leven van de zogenoemde ‘goede moordenaar’ naast Jezus hangend aan een kruis. Denken we aan de spijt bij Petrus na zijn verloochening; aan de vergeving van de kant van Jezus en diens vertrouwen in hem. De gebeurtenissen van de Goede Week aan ons toelaten kan ons helpen te beseffen hoezeer Hij er alles voor over heeft gehad om door alle kwaad dat Hem overkomt te groeien naar zijn opstanding uit de dood met Pasen. Wellicht stimuleert het ons in onze pogingen om goede mensen te zijn in navolging van Hem.

VEERTIG DAGEN TIJD-VASTEN TIJD
Ons wat ontzeggen op het gebied van eten en drinken, bewust spaarzaam zijn bij het inkopen doen, en het gespaarde besteden aan de armen horen bij de Veertigdagentijd. Zij stimuleren onze aandacht voor menselijke waarden als ‘het leven delen met elkaar’. Voor christenen is Jezus Christus daarin een voorbeeld. Hij eerbiedigde het materiële en maakte er gebruik van om goed te doen. Hij deelde met minstens vijfduizend mensen het brood. Maar opgaan in het materiële (materialisme) was hem vreemd. Daarvoor was het streven naar de ontmoeting met  mensen zoals ze echt waren, vooral in hun kwetsbaarheid en nood, hem te dierbaar. Inspiratiebron was zijn verhouding met God, die hij onze Vader noemde, die hij in de stilte opzocht en tot wie hij bad. Daarin ontdekte hij wie hij had te zijn. We vinden bij hem bouwstenen voor ons eigen geestelijk leven. We kunnen het materiële benutten en genieten, maar ook de relativiteit ervan inzien en het delen met de armen bij ons en wereldwijd. We kunnen de stilte zoeken en tot bidden komen, in onszelf en ook in onze geloofsgemeenschap. En als we het gespaarde willen delen met de armen richt de landelijke Vastenactie onze aandacht op Oeganda, een van de armste landen ter wereld. Onze hulp richt zich op het district Katakwi in de Teso-regio in het noordoosten van het land. Het is een landbouwgebied met gebrek aan ongeveer alles. Projectpartner is de priester Silver Opio, directeur van Socadido, de ontwikkelingsorganisatie van het bisdom Soroti. De samenwerkende missiecomité’s zijn organisator van de Vastenactie in onze parochies.

PASEN, wat steekt daar achter?
Pasen is een ‘ongelooflijk’ feest. Ongelooflijk in de zin van ‘kan niet waar zijn’. Dood is voor veel mensen momenteel ‘dood’, einde, daar komt niks meer na. Een dode geeft geen tekenen van leven meer. Afgelopen. Toch is er onder mensen ook aarzeling omtrent de stelligheid van deze overtuiging. De mens wordt immers ook –al is het misschien niet door iedereen-  ervaren als meer dan ‘materie’. Mens wordt ook als ‘geestelijk’ ervaren, ‘bezield’, als iemand met een ziel. In oude religies ging de ziel na de dood naar een ‘schimmenrijk’ ergens in de onderwereld. Zo bleef een geestelijk beginsel behouden, een schim zonder lichamelijk omhulsel. In de Joodse godsdienst komt daar een element bij. Degenen die omwille van hun geloof gedood worden door de heidense machthebbers lijken ‘in de ogen van de dwazen dood te zijn’, van het leven beroofd, ‘maar de marteling heeft hen niet ten diepste geraakt; ze bestaan nog; ze zijn in Gods hand, ze zijn in vrede’. (Boek van de Wijsheid hst 3, 1-3). Daar steekt de overtuiging achter, maar ook het vertrouwen, dat degene die geleefd heeft als een ‘rechtvaardige’, en daar zijn leven voor over heeft gehad, niet ten onder gaat. Hij/zij is in Gods hand. God, Heer over leven en dood, redt hem/haar. Het kwaad kan geen uiteindelijke winnaar zijn. Een stap verder gaat het geloof in de opstanding. Degenen die als ‘rechtvaardigen’ hebben geleefd zullen ooit, op het einde der tijden, opstaan uit de dood. Dat geloof speelt een rol ten tijde van Jezus. Niet echter bij iedereen. Joodse bestuurders en leden van de Hoge Raad, merendeels uit de groepering van de Sadduceeën, een bovenlaag in de Joodse samenleving, geloven niet in de verrijzenis. De vrome Farizeeën wel. Achter de verrijzenisverhalen uit de Evangelies speelt eenzelfde overtuiging. Uiteindelijk kan het kwaad niet overwinnen. God, Heer van het leven, kan niet dulden dat Jezus, die zijn leven heeft ingezet om waarachtige godsdienstigheid tot stand te brengen, definitief ten onder gaat. ‘De God van Abraham, Isaac en Jacob is geen God van doden maar van levenden’, zegt Jezus. (Matteüs 22, 32)  Degenen, die het model van mens-zijn van Jezus volgen en daarnaar leven delen in het leven van Jezus. Het is een ‘ongelooflijk’ bemoedigende tijding als we ons in het leven van nu daaraan kunnen toevertrouwen. Maar ook nu zal niet iedereen voor die tijding ontvankelijk zijn.