Preken

God met ons, ‘Immanuel’.

By 19 december 2016 No Comments

18 december 2016: 4e ZONDAG VAN DE ADVENT

Lezingen: Jesaja 7, 10-14; Romeinen 1, 1-7; Matteüs 1, 18-24

Degenen die in God gelovigen, maar merkwaardigerwijze ook degenen die niet in God geloven hebben vaak van God een hoge dunk en hoge verwachtingen. Op de achtergrond speelt het idee dat God alles weet en alles kan. God is een verheven God, die ver van ons afstaat. En als de verwachtingen t.a.v. di alles kunnende God niet in vervulling gaan weet men zeker dat God niet bestaat of twijfelt men aan zijn bestaan. De vraag is daarbij of er werkelijk nagedacht wordt over God en hoe? Er zijn onderzoekingen gedaan, een paar jaar geleden verscheen er nog een publicatie: ‘God in Nederland’. Allerlei statistieken worden ons daarin aangeboden , maar over de inhoud van het denken of geloven in God wordt eigenlijk weinig gezegd. En evenmin over hoe dat denken over of het geloven in God of het niet geloven in Hem tot stand komt.

U weet dat wij, christenen, ons voor de inhoud van ons godsgeloof oriënteren op de heilige Schrift. Welnu in de gedeelten die we vandaag uit de heilige Schrift gelezen hebben komt naar voren hoe God ons nabij gekomen is in onze menselijke wereld. God is niet ver van ons. Hij gaat ons weliswaar te boven, maar is ook onder ons gekomen op een heel menselijke manier, nl. door de geboorte van een kind uit een jonge vrouw. De geboorte wordt ervaren als een geschenk van God, die ons nabij komt in het geheim van de geboorte. Die voorstelling van de menselijke kant van God is uniek voor onze godsdienst, voor ons godsgeloof. Eigenlijk wordt daar al eerder de nadruk op gelegd door de Joodse profeet Jesaja. In zijn gesprek met de politicus en koning Achaz omstreeks 733 vóór Christus wijst de profeet Jesaja de koning er al op, dat hij zich aan God kan toevertrouwen. Want het kind dat uit de jonge vrouw geboren gaat worden krijgt de naam ‘God met ons’, ‘Immanuel’. God is een trouwe God. Het kind van Maria later in de geschiedenis is bij uitstek een Mensenzoon, die ‘het kwade weet te verwerpen en het goede te kiezen’. Met zijn geboorte geschiedt heil aan heel de mensengemeenschap. Daarin wordt onderstreept dat wij oorspronkelijk geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis.

Matteüs verwijst in zijn Evangelie naar Jesaja. Hij vertelt ook over de bijzondere omstandigheden van Jezus’ geboorte. Uit alles moet duidelijk worden, dat het om een bijzonder kind gaat, een Mensenzoon helemaal van God vervuld. Daarmee herstelt God de mensheid overeenkomstig zijn oorspronkelijke bedoeling met ons. Grote rijkdom aan mogelijkheden ten goede komt over ons. Alleen is het voor ons vaak moeilijk moeilijk te begrijpen bij alles wat me momenteel aan vernietiging, aan aantasting van vrijheid en integriteit van de menselijke persoon, aan manipulatie van mensen, gewaar worden. Gods bedoelingen worden niet nagekomen, er zijn tegenkrachten, kwade machten in de mensen bezig, die dat verhinderen. Dat neemt niet weg, dat er ook veel mensen zijn, die in Jezus ‘God met ons’ hebben gevonden en zich dienovereenkomstig gedragen. Zij zijn de voortzetting van de hoop, die aan onze wereld is gegeven door de geboorte van Jezus, Gods handreiking aan ons.

Zijn wij van die mensen, die vanuit het geloof in het ons geschonken heil, zelf ook heilzaam aanwezig zijn in onze tijd, in onze omgeving? Op die vraag kunnen we, christenen, ons vandaag bezinnen. AR