Preken

‘God in Nederland’

By 5 april 2016 No Comments

Mediaberichten n.a.v. het onderzoek naar ‘God in Nederland’ hebt u waarschijnlijk wel meegekregen. Het ziet er niet goed uit met het Godsgeloof en met de kerken. Er is steeds meer krimp, steeds minder mensen bekennen zich nog tot een kerk te behoren, ook al zijn ze gedoopt. Je ziet nog vooral ouderen in de kerkelijke vieringen, jongeren zie je nauwelijks. Trouwe kerkgangers betreuren dat;  anderen zeggen: het is nu eenmaal zo, je kunt er weinig aan veranderen; weer anderen zeggen zich bevrijd te voelen van een geloofsballast. Als God het in de nabije toekomst zou moeten doen grotendeels zonder Nederland zou dat erg zijn? Daar kan men verschillend over denken. Voor degenen, die werkelijk in God geloven is, zoals Jezus Christus ons dat heeft geleerd, God groter dan wij; ook al zijn we gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis en leeft Hij in ons.  Bovendien bloeit en groeit elders in de wereld het Godsgeloof. Beziet men de geschiedenis dan wisselen hoogtepunten en dieptepunten in het geloof elkaar af. Ook kan men zich afvragen welk idee men heeft van God? Daar kan scheefgroei in zitten. In het verleden lag er misschien een te grote nadruk op God als een oordelende en straffende rechter. Dat maakte mensen angstig. Jezus Christus zegt tot ons gekomen te zijn niet om te oordelen, maar om ons in Gods naam te redden, ons tot waarachtige vrijheid van de kinderen Gods te brengen. Hij leert ons God onze Vader te noemen die gezorgd heeft voor een bewoonbare aarde, waar de voorwaarden aanwezig zijn voor ons dagelijks brood en door wiens hulp we van het kwaad bevrijd kunnen worden. Wij leven nu onder een andere druk, nl. dat we, als individu alles uit het leven moeten zien te halen wat erin zit. Dat maakt het moeilijker er te zijn voor anderen; maakt het ook moeilijker om het leven als ‘gekregen’ te ervaren; maakt het moeilijker zich toe te vertrouwen aan de Ander die we God noemen. Er kunnen vragen en twijfels zijn. In het Evangelie van vandaag komen we een twijfelende Thomas tegen, een drietal jaren leerling van Jezus. Hij heeft er moeite mee te geloven dat Jezus na Pasen leeft. Hij wil zekerheid, een herkenbaar verlangen ook in onze tijd, vooral waar ook nu niet alles zeker is. Thomas wil pas geloven als hij heeft mogen ervaren dat levende Jezus van na Pasen dezelfde is als de Jezus van lijden en dood van de Goede Vrijdag. Gelukkig overkomt hem die ervaring en komt hij tot geloof, dat hij uit met de woorden:  ‘mijn Heer en mijn God’. Het is een ondersteuning voor ons, mensen van nu, die zonder geleefd te hebben in de lichamelijke nabijheid van Jezus tot geloof komen.

Alles bij elkaar is echter de afkalving van de geloofscultuur, zoals wij die gekend hebben en beleefd, voor ons niet gemakkelijk. Met name de afwezigheid van velen uit de huidige generatie ouders met kinderen en van jeugd in heel het gelovige en kerkelijk gebeuren baart trouwe kerkgangers zorgen. Het heeft echter geen zin de crisis t.a.v. geloof en kerk ongedaan te willen maken. Het is eerder de vraag Hoe kunnen we er goed mee omgaan? We kunnen als christengelovigen proberen te leren van wat we meemaken. Hebben we het bv. over de afwezigheid van jongeren dan valt in het Vlaamse Tijdschrift Tertio het volgende te lezen: ‘Godsdienst en christelijk geloven horen niet meer bij de eerste interesses van tieners. Tegelijk hebben ze kritische vragen over de moderne tijd, over de wetenschappen, over het project van de Verlichting (dat meent, dat een mens zichzelf kan bevrijden van alles wat hem bindt). Ze zijn geen aanhanger van de opvatting dat alleen de wetenschappelijke redenering tot kennis brengt omtrent wat belangrijk is voor het leven. Ze zijn geen aanhangers van de harde ontkenning van God of van antigodsdienstige vrijzinnigheid. Welnu, die open houding geeft de mogelijkheid om met hen in gesprek te gaan. (Maar dat moeten we dan wel ook doen. Misschien moeten we onszelf ook wel meer verdiepen in wat we geloven). Er is volgens denkers over de huidige tijd een nieuwe opvatting over mens-zijn, over leven, over God aan het groeien, die bij de huidige tijd past. Die opvatting heeft oog voor onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid; heeft oog voor de wereldwijde verbondenheid van mensen en volken; heeft oog voor de noodzaak jezelf te verwerkelijken niet puur individueel maar in verbondenheid met anderen; die open houding heeft oog voor het mysterie van God, die ruimte schept aan de vrijheid en mondigheid van de zinzoekende mens. Voor degenen die echt geloven is er dus hoop.

2e ZONDAG VAN PASEN C 2016 Eys, Lezingen: Handelingen 5, 12-16; Openbaring 1, 9-11a.12-13.17-19; Johannes 20, 19-31