22 april 2019: 2e paasdag ……

By | Preken

2e Lezing uit het H. Evangelie volgens Matteüs 28, 8-15

OVERWEGING
Het verhaal van Corrie ten Boom (1e Lezing), klaarblijkelijk een brengster van de Goede Tijding (Evangelie) van Jezus, is een verhaal ter bemoediging, een verhaal van hoop: iedereen kan een nieuw begin maken, niemand is zo slecht dat hij/zij geen perspectief meer zou hebben. Ook niet de gewonde jonge militair in het ziekenhuis in Vietnam. Als je tenminste het Evangelie aanneemt.
Toch blijkt daar bij de zwaar gewonde jonge man een probleem. Tegen het geloofsgetuigenis van Corrie is hij niet opgewassen. Hij heeft daar naar zijn gevoel te ernstig tegen misdaan. Hij heeft altijd met die goede tijding gespot. Hij pestte gelovige klasgenoten. Er was haat in zijn hart tegenover God. Ik kan niet tot de Heer gaan, ik ben een veel te slecht mens.
Dat idee komt vaker voor met soms nog ergere gevolgen, bijvoorbeeld in het verhaal van Judas Iskariot:
Voorafgaand aan het Paasverhaal staat bij evangelieschrijver Matteüs van wie we zojuist een tekst hebben gelezen (v.a. 27, 3 vv), het verhaal van Judas:

‘Toen Judas, die Jezus had uitgeleverd zag dat hij veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en de oudsten terug en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren’. Maar ze zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan, zie dat zelf maar op te lossen’. Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte we en verhing zich’. Het is het verhaal van de wanhoop.
Wat leren we uit die verhalen omtrent ons geloven in God? We moeten  onszelf de vraag stellen:  Wat voor idee hebben we van God, als we tenminste –bij alle mogelijke momenten van twijfel- aannemen dat er een God is? Meten we God naar menselijke maat. Meten we God naar de maat waarin we door medemensen worden gemeten, geoordeeld, veroordeeld? Doet God zoals wij, mensen? En daarbij: meten we onszelf met de maat waarin medemensen -in overeenstemming met de hedendaagse tijdgeest- elkaar meten? Vaak zonder barmhartigheid, zonder mededogen, vanuit hun eigen gauw gekrenkt zijn overeenkomstig deze tijd.
Het Godsidee van de Goede Tijding van Jezus is –dunkt me- níet van deze tijd, maar overstijgt die, is namelijk van alle eeuwen.

U zou lied n. 448 van Huub Oosterhuis en Bernhard Huibers uit onze bundel GvL erbij kunnen nemen en dan vooral v.a. blz. 466.

‘Gij die liefde zijt diep als de zee, flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
laat niet verloren gaan één mensenkind.
Gij die geen naam vergeet, geen mens veracht,
laat niet de dood, die alles scheidt en leeg maakt,
laat niet de tweede dood over ons komen

Voor mensen die gekruisigd worden wees niet Niemand,
wees hun toekomst ongezien.
Voor mensen die van U verlaten zijn,
voor allen die hun lot niet kunnen dragen,
voor hen die weerloos zijn in de handen van de mensen’

Het lied heeft zijn wortels in de heilige Schrift.
Als je zulk een tekst leest is dan niet de grote kunst van het geloven onszelf en de maten waarmee mensen elkaar meten los te laten en ons toe te vertrouwen aan de barmhartige God van mededogen, die ‘groter is dan ons hart  die ons al heeft gezien voordat we werden geboren’ (overeenkomstig het hierboven vermeld gezang)?
Is het niet het probleem van de gewonde jongeman in Vietnam en van Judas, beide wanhopige mensen dat ze niet in staat zijn zichzelf los te laten en zich toe te vertrouwen aan Gods liefde. Met Pasen is ons verkondigd dat uiteindelijk de liefde en het leven en niet het kwaad en de dood het voor het zeggen hebben. De vraag: durven we ons aan die Goede Tijding toevertrouwen? Maken ook wíj met Pasen een nieuw begin? AR

Zondag 21 april 2019 : PASEN…..

By | Preken

Nederland viert verschillende dingen vandaag. Het viert samen met 1 miljoen buitenlanders een paar vrije dagen. Wielerliefhebbers vierden gisteren met 15.000 fietsers in Zuid Limburg de Amstel Goldrace en vandaag de race voor professionals, mannen en vrouwen. En christenen vieren vandaag ook nog Pasen. Als het goed is zijn we op dit grootste van de christelijke feestdagen voorbereid in Veertigdagentijd en Goede Week. Gelovigen en ongelovigen zijn onder de indruk geraakt op de avond van de Witte Donderdag door het Passie-evenement op de TV. Maar de ingetogen stemming van wijding die vroeger van Pasen, het grootste christelijke feest, uitging is er niet meer. Als christenen moeten we leren, dat we het leven delen met mensen van andere culturen en opvattingen met een de daarbij horende heel andere stemming op deze dag en heel andere motieven waarmee ze deze paasdagen doorbrengen. Dat is de realiteit van nu. Die daagt ons uit om ons te bezinnen op de betekenis voor ons leven van wat we als christenen geloven.

Al 2000 jaar wordt ons de paasboodschap voorgehouden.  En dat zal ook zo blijven in welk geestesklimaat we ook verkeren. Alleen door de tijden heen veranderen er accenten in de Goede Tijding (Evangelie) aanwezig,  die de mensen op dat moment aanspreken.

Maria van Magdalena, vergezeld door andere vrouwen komt bij het graf waarin na de gebeurtenissen van de voorgaande dagen (laatste avondmaal, verraad in de Hof van Olijven, gevangenneming, verloochening, vlucht van de leerlingen,  marteling en dood aan een kruis) Jezus ie begraven. De vrouwen willen zijn lichaam conserveren, maar vinden het niet. Ze melden het voorval aan Simon Petrus, die samen met Johannes op inspectie gaat. Dan voltrekt zich in die twee leerlingen een geloofsproces van bekijken  van het lege graf en zich langzaam herinneren waarnaar al in de H. Schrift naar was verwezen, dat Jezus uit de doden moest opstaan. En komen tot geloof.  Het klinkt ons, moderne mensen, wellicht mysterieus in de oren. We zijn zo gewend aan feiten, aan zien en dan pas geloven. Het is ook zo totaal afwijkend van wat we waarnemen bij de dood van iemand. Wij ervaren dat als een definitief heengaan.

Wim Weren een bijbelwetenschapper uit Tilburg is op zoek gegaan en heeft een boek geschreven dat heet ‘De dood en dan….?’ Hij toont vanuit de wereld van schilder- en beeldhouwkunst en vanuit de wereld van literatuur en theater aan, dat aan de onderstroom van menselijk verlangen en bewustzijn de idee, wellicht ook een verlangen leeft van voortleven.  Het Paasverhaal van de opstanding van Jezus beantwoordt daaraan terwijl het evengoed een groot mysterie blijft dat in zijn diepte en omvattendheid niet te begrijpen is. We hebben er geen greep op terwijl we zo graag de dingen in de greep willen hebben. Het wordt ons verkondigd door de vrouwen die het graf bezochten op de eerste Paasdag.  Meer kan ik er niet van zeggen.

Maar in vertrouwen en aansluitend op een onderstroming in onze menselijke ziel, biedt de boodschap van Pasen een heel groot houvast in het leven tijdens de periode dat we op deze aardbodem rondwandelen; een vertrouwen ook in de mogelijkheid van het overwinnen van kwaad en zonde de mogelijkheid van goedheid en liefde.  Zie de manier van leven van Jezus, die wij, christenen, toch proberen na te volgen. Een vertrouwen in onze bestemming bij God met de verrezen Jezus. Gelovend in het mysterie van Pasen, geloven we ook dat het met ons goedkomt. Dat is de inhoud van onze wens aan elkaar: ‘Zalig Pasen’.

zondag 7-4-2019: 5e zondag van de veertigdagentjjd.

By | Preken

Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Filippenzen 3 , 8-14; Johannes 8, 1-11

We zouden graag in een ‘betere wereld’ willen leven, in vrijheid, zonder zorgen, veilig. We zouden graag zien, dat iedereen betrouwbaar is en liefdevol, zodat ieders bestaan zich gegarandeerd, overeenkomstig de eigen mogelijkheden, vrij zou kunnen ontplooien. Maar voortdurend moeten we constateren, dat de werkelijkheid anders is, vaak ver verwijderd van onze droom. We worden beheerst door de wetten van economie en markt, ontworpen door mensen zelf. Iedereen zoekt daarin zijn plaats, zo voordelig mogelijk. Dat zorgt voor concurrentie en vaak ook belangenstrijd. Het is daarbij mogelijk dat de mens als persoon uit het zicht verdwijnt. In de strijd om een welvarend bestaan, om het gelijk, om de macht, om het geld, constateert menigeen dat de samenleving harder wordt.
Enige dagen geleden werd door iemand opgemerkt, dat het respect voor elkaar hoe langer hoe meer verdwijnt en gezag vaak ook nauwelijks nog geaccepteerd wordt. De welvaartmaatschappij met zijn vele voordelen is aan het verharden, zegt en schrijft men regelmatig. Men wijst er dan op hoe men in de politiek met elkaar omgaat, hoe het eraan toegaat in de strijd om eerlijke prestatie en beloning, hoe men in de samenleving de tolerantie afneemt. Hoe hard men vaak over elkaar oordeelt; hoe weinig begrip er is voor eigen en elkaars beperkingen. Dat neemt uiteraard  niet weg dat wandaden moeten worden veroordeeld en de samenleving beschermd tegen individuen die een bedreiging vormen
Tegen verharding echter pleit de tekst van het Evangelie van vandaag uitdrukkelijk voor het  mededogen. En dat vanuit een –christelijk gezien- fundamentele levenshouding van de mens die, in het licht van Gods aanwijzingen, zichzelf kent, oog heeft voor de eigen tekorten, de eigen mogelijkheden ook om te falen. Van daaruit ziet hij/zij met mildheid het falen van de ander, zonder het overigens goed te keuren. Daar gaat het Evangelie over. Evangelieschrijver Johannes vertelt daarover een verhaal.

Een vrouw, betrapt op overspel heeft daarbij haar partner ongetwijfeld niet goed te keuren onrecht aangedaan. Om de huwelijksverhouding tussen mensen te beschermen zijn ook al in die tijd regels opgesteld. Die heeft ze overtreden. Daar staan sancties op. In die tijd steniging. Degenen, die haar betrapt hebben brengen haar bij Jezus met de bedoeling hem op de proef te stellen. Houdt hij zich aan de regels of niet. Zo niet dan is dat een reden te meer om hem van kant te maken. Schriftgeleerden en Farizeeën maken mensen ondergeschikt aan de regels.Ze beschouwen zichzelf eigenlijk als  ‘betere mensen’. Jezus draait de zaak om. Hij ziet de mens in de vrouw, ook in haar falen. Hij neemt de houding aan die God zo menigmaal heeft getoond  t.a.v. het falende, tekortschietende Godsvolk,; een houding van mededogen, van vergeving, van het geven van nieuwe kansen; geen volstrekte of absolute veroordeling, zoals dat in ook onze verhardende samenleving het geval kan zijn. Jezus zegt tegen zijn  tegenstanders: kijk naar jezelf, hoe je zelf in elkaar zit, hoe je zelf evengoed in staat bent aan de verleiding toe te geven; beschouw je zelf niet als volmaakt en verhef je niet boven degenen, die fouten begaat en –in dit geval-  op heterdaad is betrapt. Met mildheid en mededogen oordelen betekent nog niet dat je een verkeerde daad goedkeurt. Dat doet Jezus ook niet.  Niet dat Jezus haar manier van doen goedkeurt. Hij noemt haar evengoed ‘zondig’. Maar volstaat met ‘ga heen en zondig niet mee’. En zijn tegenstanders daagt hij uit: wie van jullie zonder zonden is werpe de eerste steen. Ze dropen af, een voor een, de oudsten het eerst. De grote vraag is of wij als christenen erin slagen deze houding van mededogen zelf echt beleven en  daar vorm aan te geven in onze samenleving. Paus Franciscus daagt zijn toehoorders telkens uit te laten zien dat we christenen zijn. Hij zelf geeft het voorbeeld en bezoekt gevangenen, niet om hun verkeerde daden goed te keuren, maar uit mededogen en ter bemoediging. AR

Zondag 31 maart 2019: 4e zondag v.d. veertigdagentijd.

By | Preken

2019   4  VA  C  BESEF DAT JE AFHANKELIJK BENT VAN GODS BARMHARTIGHEID.

In de 1e lezing zegt de Heer tot Jozua: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld’.  Die woorden klinken als de Israëlieten eindelijk door de Jordaan het beloofde land zijn binnengetrokken. Israël is uit Egypte weggevlucht en heeft  40 jaar gezworven door de woestijn. Ze hebben daar van alles doorgemaakt, maar zichzelf niet kunnen bevrijden van de smaad en de trauma’s die de slavernij in hen heeft achtergelaten. Dat heeft God gedaan. Als wij als gelovige mensen een godsdienstig en religieus leven willen leiden, is het niet voldoende dat wij bepaalde geloofsgegevens aannemen en de wetten die daarbij horen onderhouden. Dan zou alles afhangen van onze eigen activiteiten en prestaties. Als wij een religieus leven willen leiden, vraagt dat niet alleen onze eigen inzet, maar ook dat wij alles van God verwachten. Het vraagt dat we ons laten omvormen, zodat we gaan beseffen dat we vooral afhankelijk zijn van Gods barmhartigheid.  Wetten onderhouden legt sterk de nadruk op onze eigen inzet en het leren kennen van de juiste leer. Dat is nog iets anders dan gaan beseffen dat wij mensen niet in staat zijn onszelf te bevrijden, maar dat de werkelijke bevrijding komt van God die ons redt. Dat is nl. de harde leerweg geweest voor de Israëlieten die 40 jaar door de woestijn zijn getrokken, een tocht waarop  het volk voortdurend werd geconfronteerd werd met zijn zwakheden en twijfels, maar ook met de kracht die ze putten uit de ervaring dat God bij hen aanwezig was en met hen meetrok.

Elk jaar opnieuw worden wij uitgenodigd om Jezus te volgen op zijn tocht door de woestijn door te bidden en te vasten, te delen met wie in nood zijn en om genezen te worden van onze eigenmachtigheid. Telkens opnieuw komen wij nl. in de verleiding onze godsdienstigheid in te perken tot datgene wat wij er zelf aan kunnen doen. Vaak zijn wij er ons niet van bewust hoe eigenmachtig wij met God omgaan. Zo hebben wij bijv. onze eigen ideeën over hoe wij ons het beste kunnen inzetten voor het Rijk van God. We lopen daarmee het risico dat we kleine (religieuze) doe-het-zelvers worden, die geen benul meer hebben van de relatie waarin we staan. Als we ons echt openstellen voor God en zijn spreken tot ons hart, dan kan het besef bij ons doorbreken van de oneindige afstand die er is tussen God en ons mensen én van de oneindige Liefde die ons mensen verzoenend omarmt.
Het Evangelie van deze 4e zondag geeft ons een treffend beeld van dit gegeven. Een vader heeft twee zonen. De oudste blijft thuis, werkt hard en onderhoudt de geboden van zijn vader. De jongste eist zijn erfdeel op en gaat dat in een ver land verkwisten door een zondige levenswandel. Tot zover is het helemaal helder wie de verloren zoon is. Dan krijgt de jongste spijt en gaat naar zijn vader terug om nederig dienstwerk te vragen. De vader is zo blij om de terugkeer van die jongste dat hij een feest geeft, maar dat gaat de brave oudste zoon te ver. Waarom zoveel gedoe voor een zondaar, terwijl hij zelf al die tijd zijn beste krachten heeft gegeven en niet eens een presentje van zijn vader heeft gekregen. De oudste zoon beroept zich op zijn verdiensten; de jongste kan zich slechts overgeven aan de barmhartigheid van zijn vader.
Wij staan er misschien nooit bij stil, maar feit is: hoe meer vorderingen wij maken op de geestelijke ladder, des te groter worden de gevaren en risico’s. Hoe meer wij stijgen op die ladder, hoe moeilijker het wordt het kwaad dat wij daar doen, de fouten die wij daar maken , te onderkennen en toe te geven. Iemand die een losbandig leven leidt, is makkelijker aan te wijzen dan iemand die ongemerkt niet goed zit. Wij die regelmatig naar de kerk gaan, onze bijdrage leveren aan de Vastenactie en ons inzetten voor allerlei noden in de wereld, wat valt er aan ons nog te verbeteren? Door zo te redeneren raken wij vervreemd van God en onze naasten, voelen wij ons verheven boven  ‘ echte’ zondaars. Gelukkig laat het verhaal van de jongste zoon ons iets anders zien. Natuurlijk moet hij op zijn schreden terugkeren. De reden om naar zijn vader terug te gaan is niet zozeer een knagend geweten, als wel een knagende maag. Hij gaat dood van de honger. De nieuwe start die de jongste zoon mag maken zit niet zozeer in zijn veranderde houding, als wel in de houding van de Vader. Wij danken de nieuwe kans,een nieuw begin aan zijn oneindige liefde die ons omarmt. Die genegenheid doet ons leven, als wij bereid gevonden worden vergeving te ontvangen. Dat betekent voor ons misschien niet een hele wég terug te gaan zoals die jongste , maar eerder een stáp terug te doen.
Laten wij bidden dat God de smaad van onze eigenwaan van ons afneemt, zodat wij weer alert worden op zijn Roepstem en ze beantwoorden op een manier die getuigt van onze liefde. In het besef dat we soms lijken op de jongste zoon en nog veel vaker op de oudste, vragen wij Jezus om de houding, de liefde van de Vader. Van zijn barmhartigheid zijn wij afhankelijk. AMEN.

Zondag 24-3-2019: 3e zondag v.d. veertigdagentijd.

By | Preken

Lezingen: Exodus 3, 1-8a.13-15; 1 Korintiërs 10, 1-6. 10-12; Lucas 13, 1-9

Tegenwoordig worden we door de moderne media uitermate snel op de hoogte gebracht door wat er in ons land en in de wereld gebeurt. De schietpartij in de tram in Utrecht, de uitslag van de verkiezingen voor de provinciale staten, de grote overstromingen in Mozambique, Malawi en Zimbabwe trokken van de week veel aandacht.  Er wordt groot belang gehecht aan het achterhalen van de oorzaken van gebeurtenissen en rampen. Want sommige gebeurtenissen maken ons ongerust. We hebben de indruk dat we, als we de oorzaak weten of de dader kennen, er wat aan kunnen doen, bv. de arrestatie van de dader en maatregelen nemen om de rampen op te vangen. Daardoor worden onrust en angst minder en neemt ons betrekkelijk gevoel van veiligheid toe. Toch blijft het leven zijn onzekerheden houden en kunnen we telkens  voor nieuwe verassingen komen te staan. Tegen natuurrampen lijkt nog weinig kruid gewassen, de opwarming van de aarde zet door. En er lopen typen rond met vreemde desastreuse gedachten. Wat gaat er allemaal in mensen om? Je kunt ze niet in hun hoofd kijken. Er is bezorgdheid. In het verleden is ook het een en ander misgegaan.  Dit jaar vieren we in Zuid Limburg onze bevrijding  van Nationaalsocialistisch Duitsland door de geallieerden.  Van mei 1940 – september 1944 waren we bezet met alle ellende, slachtoffers en verwoesting van dien. In de streekbladen duiken al verhalen op o.a. over Eys en omstreken. Herinneringen van dorpsgenoten, die de bevrijding van angst en vrees hebben meegemaakt. Hopelijk komt die tijd van oorlog nooit meer terug maar je weet maar nooit wat ons kan overkomen zonder dat we e greep op hebben.

Lang en soms ook nu nog werd gedacht dat rampen, ziekte en onheil een straf is van God. Spijt daarover werkte dan bekering tot een beter leven in de hand. Maar is die gedachte el juist? Jezus verzet zich er tegen. Gebeurtenissen, die zich voordoen horen bij de mogelijkheden van het leven. In gebouwen kunnen zich constructiefouten voordoen. Gaslekken kunnen ontploffingen veroorzaken. Te grote zuinigheid  bij het kopen van vliegtuigen kan de reden ervan zijn dat aanvullende software ontbreekt. Dat zulke dingen gebeuren daar kunnen we ons zorgen over maken, maar die zijn geen straf van God.

Als in Jezus’ tijd Pilatus, landvoogd van de bezettende Romeinen, probeert het verzet van de Galileeërs probeert te breken, zoals de Duitsers het verzet in de jaren ’40-’45 bij ons, is dat geen straf van God; een instortende toren bij de Siloambron, wellicht een foute constructie, is geen straf van God. Wat ons overkomt en als negatief wordt ervaren is geen straf van God.  Ook de mensen van toen maakten zich zorgen, zochten naar een verklaring voor gebeurtenissen waar ze niets aan konden doen.  Wat je wél kunt doen, zegt Jezus, en waaraan je kunt werken is ervoor t zorgen dat je een goed mens bent, liefdevol voor je medemens, respectvol en hulpvaardig;  en open voor Gods aanwijzingen in de manier waarop je leeft en je levenstaak vervult. ‘Bekering’ noemt Jezus dat. Je krijgt daarvoor de tijd. God heeft geduld. Hij is er voor ons (Jahweh). Hij is als zoals de wijngaardenier in het Evangelie die gunstige voorwaarden schept  voor de tot dan de onvruchtbare vijgenboom. We krijgen altijd kansen. Dat we goede vruchten dragen daar moeten we wel zelf voor zorgen. We kunnen een voorbeeld nemen aan Mozes, die van schaapherder bevrijder werd van zijn volk uit de slavernij. Wat hij doen kon heeft hij gedaan. Beste mensen, ook nu kunnen we ons ongerust en druk maken over wat er allemaal gebeurt. Het ligt vaak buiten onze macht om daar wat aan te doen. Maar wat we altijd kunnen ons inspannen om een goed, rechtvaardig, barmhartig, vergevend, liefdevol mens te zijn. Onze wereld zal er wel bij varen.

Zondag 10 maart 2019: 1e zondag v.d. veertigdagentijd…

By | Preken

Lezingen: Deuteronomium 26, 4-10; Romeinen 10, 8-13; Lucas 4, 1-13

Het woord ‘beproeving ’ of ‘op de proef worden gesteld’ zal in ons dagelijks spreken waarschijnlijk zelden worden gebruikt, tenzij in de huidige tekst van het Onze Vader . Datgene wat ons in het leven overkomt wordt waarschijnlijk ook niet ervaren als een beproeving. Datgene  waarvoor we gesteld worden, onze relaties, ons gezin, ons werk, onze deelname aan het maatschappelijk leven, wordt tegenwoordig vaak eerder gezien als een uitdaging om onszelf waar te kunnen maken. Toch kunnen de eisen, die het huidige leven ons stelt als een beproeving ervaren worden vooral als we –wat tegenwoordig menigeen overkomt- tegen de grenzen aanlopen van ons kunnen, lichamelijk en geestelijk. Dat kan leiden tot overspannenheid of  ‘burn out’, afgebrand zijn.  Er kunnen dan momenten zijn waarin we onszelf de vraag stellen hoe we met onszelf en met onze opgaven en verantwoordelijkheden omgaan. Wie ben ik als mens? Vervreemdt al wat ik móet mij niet van mijzelf? Wil en moet ik niet teveel? Ben ik nog werkelijk in staat een naaste voor een ander te zijn? Menigmaal ook een vraag naar geloof: ‘wie is God voor mij’?  Het zijn vragen naar de kern van ons leven.
Tussen zijn doop in de Jordaan en zijn openbare optreden zoekt Jezus de woestijn op waar hij veertig dagen verblijft. Hij lijkt op de Israëlieten op hun gang door het water van de Rode Zee en hun tocht van veertig jaar  door de woestijn. Het woestijnklimaat,  het karige voedsel en water werd door het volk ervaren als een beproeving. Menigmaal verlangden ze terug naar de vleespotten van Egypte. Daar hadden ze te eten maar werden er ook behandeld als slaven, niet-mensen zonder vrijheid.  Jezus verblijft in de woestijn en wordt er door de duivel op de proef gesteld zijn vrijheid bij hem in te leveren. Wie is Jezus? Wat is hij waard? Waarvoor kiest hij?  Voor het stillen van zijn fysieke honger? Voor de verleiding naar macht en aanzien? Jezus komt in de eenzaamheid en karigheid, de stilte  van de woestijn zichzelf  tegen. Blijft hij gericht op God, zijn en onze Vader in de hemel, die hem en iedere mens een opdracht geeft in het leven?  Jezus geeft geen krimp en wijst af waar het de satan (tegenstrever) om begonnen is: hem te verleiden tot eigenmachtigheid, opstand tegen God.
De omstandigheden waarin wij leven zijn anders dan in Jezus’ tijd. We hebben in onze nabijheid geen woestijn waar de stilte heerst en de karigheid van eten en drinken, waar het in de nachten bitterkoud kan zijn en overdag gloeiend warm, waar we onszelf tegenkomen omdat we niets anders ‘te doen’ hebben dan er te zijn. EN TOCH, vraag het huisartsen en psychiaters, de mensen werkzaam in de Geestelijke Gezondheid. Er komen hoe langer hoe meer mensen in hun spreekkamers. Ze worden geleefd, zijn overvraagd, brengen niet meer op wat van ze gevraagd wordt en komen met de vraag: wie ben ik eigenlijk als mens? Waar vind ik mezelf terug? Hoe (her)ontdek ik de kernwaarden van het mens-zijn?  De begeleiding zal meestal op het oog hebben dat de cliënt in zichzelf keert, in zichzelf de kracht vindt te weerstaan aan de verleiding van voortdurende nood aan zelfbevestiging zich te ontdoen ontdoe van de ballast die iemand van zichzelf vervreemdt, hoe moeilijk dat ook is; te kiezen voor wie men is; eigen mogelijkheden en beperktheden te erkennen.
De van de slavernij bevrijde  Israëlieten in de woestijn brachten te gaven van hun eerste oogst voor God. Ze erkenden zo hun geloof in God en het zichzelf toevertrouwen aan God, die hen uit hun slavernij had bevrijd. Ook Jezus beleefde in de afwijzing van de duivel  zijn goede verhouding tot God. In onze voorbereiding op Pasen worden we uitgenodigd ons te bezinnen op wat ons mens-zijn dient en in de weg staat. Moge ons geloof in God ons daarbij helpen. AR

woensdag 6 maart: Aswoensdag

By | Preken

Anderen weldoen en mensen in nood helpen om zelf gezien te worden: ‘Je hebt je loon als ontvangen’, zegt Jezus. ‘Ook bidden doe je niet om geprezen te worden, maar je  zoekt de stilte om je in alle eenvoud voor God te plaatsen. Als je vast is dat prima, maar doe het niet om op te vallen’, anders heb je je loon al gehad. M.a.w. geen uiterlijk vertoon; zoek niet je zelf, maar de bedoeling die God heeft met jouw leven. Ieder van ons heeft in zijn leven wel zaken waaraan je in meerdere of mindere mate te sterk gehecht of verslaafd bent. Dat voelt niet goed. Daar zijn we niet gelukkig mee. Niet alleen omdat het de gezondheid schaadt, maar ons ook geen echte vrede en voldoening geeft. Als we bv. in de ban zijn van het oplossen van puzzels of sudoko’s of het kijken naar crimi’s of andere TV- pro-gramma’s die niets om het lijf hebben, dan hebben we daar achteraf spijt van. We hebben het gevoel dat we onze tijd of ons geld beter hadden kunnen besteden. Ook roken en alcohol kunnen zorgen voor een kater. Zo heeft ieder van ons wel zaken die ons aantrekken en prikkelen, maar die ons achteraf geen echte voldoening geven.

Bij het begin van deze 40-dagentijd laten wij ons tekenen met as om ons eraan te herinneren dat wij  kwetsbare en sterfelijke mensen zijn, genomen – zoals het Boek van de Schepping zegt – uit het stof van de aarde.  In zijn Vastenbrief nodigt de bisschop uit om stil te staan bij de bede die de priester bidt of zingt in de 2e prefatie voor de 40-dagentijd: ‘Laat ons het vergankelijke zo gebruiken, dat ons hart gericht blijft op het eeuwige’. Dat is geen overbodige bede, want allerlei vergankelijke zaken spelen in ons leven een belangrijke, zelfs vaak overheersende rol. Reclame + industrie stimuleren ons in die richting. Ijveren voor duurzaamheid is voor velen eerder een wensdroom dan een realiteit. Luisteren naar wat ons hart ons ingeeft, zet ons niet altijd in de goede richting. Want het verlangen naar vergankelijke zaken is vaak sterk en kan zo in belangrijke mate de richting bepalen en de keuzes die wij maken. Dat is niet altijd wat God van ons verlangt.  In onze beste momenten beseffen we dat ons aardse  leven niet eeuwig duurt en dat onze uiteindelijke bestemming niet hier op aarde ligt. Jezus maakt ons duidelijk dat wij door God geschapen zijn om eeuwig te leven, over de grenzen van de dood heen. Dat wij geroepen worden om te delen in het nieuwe leven, waarin Jezus ons in zijn verrijzenis is voorgegaan. Laten wij bidden dat deze Vastentijd ons helpt zo met het vergankelijke om te gaan dat ons hart gericht blijft op het eeuwige.  AMEN.

Zondag 3 maart 2019: Als je een zeef schudt ……..

By | Preken

In de 1e lezing van Jezus Sirach zegt de auteur: ‘ Als je een  zeef schudt komt er afval tevoorschijn..’ Die uitspraak deed me denken aan het volgende verhaal: ‘Op een ochtend wandelde de Griekse wijsgeer Socrates door de stad Athene. Er kwam een man naar hem toe, die zei: ‘Socrates, ik moet je iets vertellen over jouw vriend die….’Socrates onderbrak de man en vroeg: ‘Ging je boodschap al door de drie zeven?’ De man keek hem verbaasd aan: ‘De drie zeven?!’ Socrates antwoordde: ‘Jazeker, de drie zeven. De eerste zeef is de waarheid. Weet je wel zeker dat het waar is wat je wilt zeggen?’ De man bloosde wat: ‘Nou zeker; nee, dat niet, maar ze zeggen het…’ Socrates vervolgde: ‘Dan gebruik je vast de tweede zeef:  de zeef van het goede.  Is het iets goeds dat je over mijn vriend wilt meedelen?’De man aarzelde: ‘Goed? Nee, niet direct…’ Socrates keek nu bedenkelijk: ‘Dan gebruikte je toch zeker wel de derde zeef? Is het noodzakelijk dat je mij dit vertelt?’ Ook dat kon je man niet bevestigen. ‘Wel’, sprak Socrates tot slot, ‘ als dat wat je me wilt vertellen niet waar is, niet goed en niet noodzakelijk, vergeet het dan maar en belast mij en jezelf er verder niet mee. Goedemorgen’.
Jezus Sirach spreekt over het schudden van een zeef en hoe het afval dan blijft liggen omdat het niet door de zeef komt en – inderdaad  – afvalt. Het gaat natuurlijk om de kunst van het onderscheiden. Welke zijn de criteria die je daarbij kunt hanteren?  In de ideeënwereld van de filosoof Plato – die bij Socrates in de leer is geweest  – staan ‘het goede, het ware en het schone’ met stip bovenaan. Als we kritisch naar onszelf kijken, komen we al snel tot het inzicht hoe vaak er onzuivere motieven in het spel  zijn in onze relatie tot anderen. En vaak zijn we ons daar niet eens van bewust. We hebben soms niet eens in de gaten wat ons leidt: eigenbelang, eerzucht, winstbejag, persoonlijk voordeel enz.  Een goede zeef zuivert zulke motieven eruit. We zijn het erover eens dat onze wereld er heel anders uit zou zien, als we alles wat we over anderen willen vertellen of hoe we over anderen denken, eerst door tenminste drie zeven laten gaan. Dat vraagt echter om een mentaliteitsverandering. Die kun je niet afdwingen of opleggen. Dat is iets waar we zelf mee aan de slag moeten. Mensen die de wereld willen verbeteren beginnen meestal aan de verkeerde kant. Ze proberen anderen te verbeteren in plaats van zichzelf. Niets is zo moeilijk als onze eigen fouten onder ogen te zien en te aanvaarden. Als een ander bij zijn mening blijft, dan noemen wij hem eigenzinnig. Als we dat zelf doen, vinden we dat een teken van standvastigheid.  Als een ander zich ergert over mijn mening, is hij intolerant. Als ik zelf geen centimeter van mijn mening afwijk, ben ik consequent. Dikwijls hebben we zelf niet in de gaten: hoe wij praten of denken. Soms moet iemand ons daarbij helpen, iemand die ons een spiegel voorhoudt en confronteert met onze  manier van doen. Misschien herinnert U zich nog het verhaal van de profeet Nathan en koning David. Nathan vertelt David over een man die steenrijk is en  bezoek krijgt. Omdat hij te gierig is een lam te slachten van zijn eigen kudde, eist hij het enige lammetje op van een arme. David reageert: ‘Die man verdient de doodstraf!’ Dan zegt Nathan: ‘Koning, U bent die man. Terwijl U zelf veel vrouwen hebt aan het hof,  pakt U de vrouw af van een legeraanvoerder en jaagt die man de dood in’. Als zo’n confrontatie plaats vindt in een goede sfeer, vallen je op slag de schellen van de ogen.
U hebt misschien wel eens gehoord van de tempel van de Griekse god Apollo in Delphi. Boven de toegang staat de spreuk: “NOSCE TE IPSUM”(‘Ken Uzelf!’)  M.a.w. Zelfkennis is uitgangspunt voor onze omgang met anderen. Je kunt een ander pas goed kennen als je jezelf goed kent. Om zover te komen is een moeizaam proces, een levenslange opgave.  Het betekent dat we altijd bij onszelf moeten beginnen om iets aan de wereld te veranderen. Het is te vergelijken met een leerproces: je  kunt anderen pas een bepaald inzicht bijbrengen, als je zelf eerst tot dat inzicht gekomen bent. Iedere onderwijzer of leerkracht weet dat uit eigen ervaring. Dus bij ons oordeel over een ander hebben we een gezonde dosis zelfkennis en zelfkritiek nodig. We kunnen blind zijn voor eigen tekortkomingen en voor wat er aan onszelf mankeert, terwijl we heel wat op- en aanmerkingen hebben op het gedrag of de handelwijze van een ander. Dat is een scheve en gevaarlijke situatie. Als de ene blinde de andere gaat leiden, dan krijg je  ongelukken. Als Jezus ons uitnodigt onze naaste lief te hebben als onszelf, dan houdt dat ook de aansporing in: wees je ervan bewust dat je sterk op elkaar lijkt!  Het geloof leert ons dat wij mensen allen kinderen zijn van een en dezelfde Vader. Wij zijn zo verwant aan elkaar. Zelfkennis en zelfkritiek vormen een goede garantie om gevrijwaard te blijven van een te gemakkelijk of lichtzinnig oordeel over anderen. Maar dat zelfinzicht moet volgens een evangelische spiritualiteit gekoppeld blijven aan een barmhartige levenshouding, want dat is wat God van ons verlangt (Lc. 6,36) Carnaval helpt ons om door een humoristische bril naar onszelf te kijken. En ik vermoed dat Jezus ons de 3 zeven van Socrates van harte zal aanbevelen. AMEN.

24-2-2019: 7e zondag door het jaar.

By | Preken

De wereld waarin we leven, beste mensen, voltrekt zich op een standaard manier. We worden geboren, maken onder begeleiding van ouders en anderen een ontwikkeling door, worden opgeleid, verwerven een plaats in de samenleving door werk en het aangaan van relaties. Hoe wij daarin met elkaar omgaan ligt ook tamelijk vast. We behandelen degenen die ons goed behandelen ook goed. Degenen die ons kansen geeft zijn we dankbaar en welgezind. Degenen, die ons een dienst bewijzen zij ook wij bereid, waar nodig, te helpen. We gaan dus goed om  met degenen, die goed met ons omgaan. Met degenen met wie we het niet zo goed kunnen vinden hebben we moeite. Zo gaat het gewoonlijk op de verschillende terreinen van leven, de politiek, het zakenleven, de maatschappelijke omgang in buurt en dorp. Er zijn gewoonten en verwachtingen waaraan men moet beantwoorden. Zo niet, dan komt men buiten spel te staan. Dat kan er vrij hard aan toegaan. In criminele circuits legt men elkaar om, als men niet of niet meer aan gevestigde patronen beantwoordt.

In de 1e lezing van vandaag vinden we een bijzonder verhaal van omgaan met elkaar. De jaloerse koning Saul staat zijn dienaar David naar het leven, omwille van diens succes. David weet door te dringen tot in het legerkamp van Saul, treft die slapend aan in diens tent. David, wiens leven door koning Saul wordt bedreigd, had hem kunnen doden, maar doet het niet. Hij nam alleen diens speer en waterkruik mee, om te bewijzen, dat hij in de tent van Saul was geweest. Geen liquidatie dus, integendeel. Hij spaart Saul tot dan toe door God bestemd tot koning van zijn  volk. Eerbied en mededogen in plaats van wraak. Zo zou het in Gods ogen onder mensen moeten toegaan. Goedheid stellen tegenover kwaad. Dat komt voor, maar is niet het normale patroon.

In het evangelie zoals beschreven door Lucas sluit Jezus daarop aan. Hij pleit daarin o.a.  voor een ander omgaan met de vijand, met degene die ons iets aandoet. Jezus gaat zelfs verder dan ‘ge zult niet doden’ uit de Tien Geboden: ‘als iemand je op de wang slaat keer hem dan ook de andere toe’. Als iemand je berooft, geef hem dan nog iets extra’s. Wie van ons zou zoiets klaar krijgen? Integendeel, onze eerste reactie zou toch zijn de zelfverdediging en zelfbescherming; of op de vlucht gaan om uit de lastige situatie weg te komen. Normale reacties in zulke gevallen. Het gaat Jezus in zijn uitspraken om het beantwoorden van het kwade door het goede, omdat het goede betere gevolgen met zich meebrengt. Verrassende goedheid, die de inkeer van de ander met zich meebrengt. Niet het zelfbehoud, niet  het ‘ik’ op de eerste plaats als normale reactie, maar de zich gevende liefde.  Zo is het ook met ons oordeel over anderen. Er is weinig dat zo hardnekkig is als een vooroordeel. De goede kanten van iemand worden dan niet gezien, worden ook niet aangesproken. Daardoor blijven  de moeilijke verhoudingen,  die niemand gelukkig maken,  blijven bestaan. Daarentegen pleit Jezus  voor een andere manier van benadering, voor een andere aanpak. Jezus pleit voor voor een houding van welwillendheid, vergeving en barmhartigheid, die in staat zijn het kwade te overwinnen. Het was de inzet van zijn leven tot en met de dood aan het kruis, die hem werd aangedaan Op die manier kan een menswaardige wereld tot stand komen, die in de plaats komt van een wereld waarin vijandschap, kwaadaardigheid, het elkaar naar het leven staan de normale patronen zijn. Het mag een droom of verlangen zijn, maar een droom of verlangen, die wel een rol blijft spelen in onze levens als christenen. Een droom, die ons helpt onze mentaliteit te beïnvloeden  zodat  goedheid en vergeving in toenemende mate er een plaats in krijgen met het oog op een wereld waarin voor iedereen leven mogelijk is. Met Pasen vieren we dat de zich gevende liefde sterker is dan het kwaad. God stond er zelf voor garant in de opstanding van zijn Zoon, Mensenzoon, een van ons. AR

zondag 17-2-2019: Aandacht besteden aan onze wortels.

By | Preken

Volgens een oud principe is ‘meedoen belangrijker dan winnen’. Toch juichen wij als het Nederlands elftal, een oranje schaatser, – zwemster of andere atleet een gouden medaille wint en we balen een beetje bij verlies. Wat er bv. geldt in de sport, zien we ook gebeuren in ons dagelijks leven. Ouders stimuleren hun kinderen om te winnen, maar leren hen vaak niet een sportief verliezer te zijn. Ook supporters blijken vaak onsportieve verliezers en zoeken de confrontatie met de aanhang van de winnende partij. We zien dat winnaars alle aandacht krijgen in de media en dat verliezers niet in tel zijn. De camera’s staan normaal gericht op de kampioenen. Als je geblesseerd raakt of verliest, ziet niemand je meer staan. Dat was in Jezus’ dagen al niet anders: de wereld aanbidt de winnaars.  Het Evangelie laat ons zien, dat Jezus daarentegen het opneemt voor de verliezers. ‘Zalig jullie die arm zijn, die honger lijden, die huilen en door de samenleving worden gehaat omwille van Mij: jullie wacht een groot loon in de hemel!’ Als in de geloofsgemeenschap waaraan Lucas leiding geeft de zgn. ‘anawim’, de eenvoudigen  vergeten  worden, dan herinnert hij zijn medechristenen aan Jezus die juist speciale aandacht heeft voor verdrukten, armen en zieken en het voor hen opneemt. Welgestelden die zich aan deze mensen niets gelegen laten liggen, klaagt Hij aan. Niet de winnaars en geslaagden krijgen zijn bijzondere aandacht, maar de ‘verliezers’. Als je de woorden van de Bijbel letterlijk neemt, zal het mensen die op God vertrouwen  alleen maar goed gaan. Nou zijn er ook onderzoeken die beweren dat geloven veel voordelen oplevert. Bv. mensen die regelmatig bidden lijden minder vaak aan stress. Bidden heeft een positieve invloed op hun huwelijk. Kerkbezoekers zijn vaak socialer ingesteld en geven ruimhartiger aan goede doelen. Zó bejubelt de profeet Jeremia mensen die op God vertrouwen. Hij zegt: ‘ Dan ben je als een boom aan de rivier, met wortels tot in het water. Je blad blijft groen, hitte deert je niet en je draagt altijd vrucht. M.a.w. wie op God vertrouwt, hoeft zich geen zorgen te maken, zo lijkt het. Als je dat hoort, vraag je je zich misschien af: ‘ Hoe komt het dan dat ze niet rijen dik voor de kerkdeur staan? Als geloven zoveel voordelen heeft, waar blijven dan de ‘klanten’? Mogelijk komt het wel door Jezus zelf. Hij gooit nl. ramen en deuren open, zodat gelovigen behoorlijk op de tocht komen te staan. Op God vertrouwen is een goede zaak. Jezus zelf doet dat onvoorwaardelijk. Maar door het openzetten van die ramen en deuren haalt Jezus veel mensen binnen waar wij moeite mee hebben en  vaak geen raad mee weten: daklozen en zwervers, mensen met schulden en hongerlijders, vluchtelingen en asielzoekers, zieken, gehandicapten en mensen met diep verdriet. Als je Jezus’ toespraak hoort in het Evangelie van deze dag krijg je de indruk dat ze bij Hem op de eerste rij zitten. Hij noemt hen zelfs ‘zalig’, omdat God aan hun kant staat. God wil niet dat mensen aan hun ellende kapot gaan. Hij schenkt hen een kracht die ze van de wereld niet krijgen. Jezus maakt van de godsdienst een dienst aan de naasten. En daar staat niet iedereen op te wachten. Dat bederft de roze blik op de voordelen van het geloof. Als we Jezus daadwerkelijk volgen in zijn voorkeur voor kwetsbaren en zwakken, dan komen we er niet vanaf zonder kleerscheuren en modderspatten. Werkelijke inzet voor de naaste die ons nodig heeft kost moeite en we oogsten er niet altijd waardering voor. Daardoor gaat de aantrekkelijkheid van het geloof er voor velen af. Daarbij komt dat Jezus vraagtekens zet bij de leefstijl van sommige rijken. Hij spreekt zelfs  de vrees uit dat ze vroeg of laat in ellende komen te zitten. En dit soort uitspraken werken bepaald niet wervend. Ze schrikken potentiële volgelingen af. Blijkbaar wil Jezus zijn leerlingen behoeden voor een te makkelijk en comfortabel geloof, dat alleen maar warmte en troost biedt. Hij zet dus ramen en deuren naar de wereld open en maakt duidelijk dat het Rijk  dat God voor ogen staat, bedoeld is voor ieder die ijvert voor vrede en recht. Ook voor mensen die door hun tranen en twijfels heen de hand van God zoeken. En voor hen die ondanks  achterdocht, tegenwerking en spot vasthouden aan de belofte van God dat Hij er voor hen zal zijn.                                                                                                             Als Jeremia in de 1e lezing zegt: ‘Vervloekt wie op een mens vertrouwt , zijn kracht ontleent aan stervelingen’ Hoe komt die profeet tot zo’n  uitspraak? We zijn toch opgevoed vanuit de instelling, dat vertrouwen geven aan mensen een goede zaak is en een stevige basis schept om ons leven op te bouwen. In  Jeremia’s  dagen staat het politieke voortbestaan van Jerusalem op het spel. Mesopotamische machthebbers willen hun gebied uitbreiden. Jeremia waarschuwt zijn volksgenoten en zegt: ‘Pap niet aan met die lui om hen gunstig te stemmen. Zoek je heil niet bij hen, maar bij God. Voor je het in de gaten hebt, lever je door dat politiek gekonkel ook je geloof in voor de afgoden van die machthebbers. Vertrouw niet op hun willekeur. Verlaat je niet op hun beloften. Anders word je als een kale struik in de steppe, dor en zonder vrucht. Vertrouw op God. Hij is de enige die ons echte veiligheid en vrede kan bieden.