Zondag 9 december 2018: Boodschap voor de Advent

By | Preken

BGerelateerde afbeeldingoodschap voor de Advent van Bisdom Roermond.

 

Geliefde broeders en zusters, dierbare medegelovigen,

De tijd vliegt voorbij en Kerstmis nadert met rasse schreden. Deze laatste periode vóór Kerstmis valt ongeveer samen met de maand december. Een drukke maand, waarin veel te doen valt. We denken natuurlijk aan de gezelligheid rond Sinterklaas. Die vroeg veel voorbereiding, zoals cadeautjes inkopen en gedichten schrijven. Heel wat hersenen zijn er gepijnigd om voor iedereen iets leuks te bedenken, dat we in naam van de Sint konden schenken.

Nu de goedheiligman intussen in het niet verdwenen is, lukt het ons beter om ons

op het komende kerstfeest te concentreren. Om Kerstmis goed te kunnen vieren, is een voorbereiding noodzakelijk in de Adventstijd. Met de Advent beginnen we bovendien aan een nieuw kerkelijk jaar, waarin we achtereenvolgens weer de grote gebeurtenissen uit het leven van Jezus vieren.

Met Kerstmis staan we stil bij de geboorte van de Heiland. Vier zondagen bereiden we ons voor op dit grote feest. Op symbolische wijze drukken we uit hoe ons verlangen en onze feestvreugde groeien, door elke zondag een kaars extra op de adventskrans aan te steken.

We laten ons op de weg naar Kerstmis leiden door de grote Messiaanse voorspellingen van de profeet Jesaia. Hij spreekt over het komende paradijselijk geluk waarin dieren, die elkaar normaal zouden verslinden, vredig naast elkaar liggen. En waarin oorlogstuig als zwaarden en speren tot gebruiksvoorwerpen is omgesmeed. 2

We laten ons vervolgens door Johannes de Doper wakker schudden uit de alledaagse oppervlakkigheid. Hij vraagt ons de kronkelpaden van een onwaarachtige levensstijl recht te maken en de heuvels van achterdocht en argwaan te slechten, zodat we recht door zee de weg naar Kerstmis kunnen afleggen.

Tenslotte mogen we delen in de blijde verwachting van de aanstaande moeder Maria. Meer dan wie ook kent zij het geheim van Kerstmis, dat God mens wordt. Die menswording doet ons beseffen dat God geen God-op-afstand is, maar een nabije God, een aanraakbare God, God-met-ons: de Emmanuel.

Advent betekent ‘komst’. In deze Adventstijd willen wij ons erop toeleggen om de Heer weer een grotere plaats in ons leven te geven. Door de drukte en de zorgen van alledag is Hij misschien aan de rand van ons bestaan terecht gekomen en is Jezus in de vergetelheid geraakt.

Ook al gaan we het feest van Gods menswording vieren, toch leven veel mensen alsof dat niet gebeurd is. Ze leven niet, zoals onze jaartelling zegt ‘ná Christus’, maar als het ware nog ‘vóór Christus’. De betekenis van Gods menswording is hen nog niet duidelijk geworden. Ze hebben God niet, of alleen aan de rand van hun leven, toegelaten. Misschien denken ze zelfs: “Ik ben mijn eigen God.” Of: “God moet mij met rust laten.”

Tegenover onze reserves wordt God gelukkig niet afstandelijk, maar laat Hij zijn liefde juist toenemen. Zoals ouders voor een lastig kind vaak extra liefde opbrengen. Want God heeft iets goeds voor ons: zijn eigen Zoon, die ons tot mensen van God wil maken, mensen van geloof, hoop en liefde. God schenkt ons zijn Zoon om ons van binnenuit te veranderen, opdat wij medewerkers worden aan Zijn Koninkrijk van liefde, gerechtigheid en vrede.

Als wijzelf de koers van ons leven willen uitzetten, laten we ons al snel leiden door de patronen van eigen gelijk, eigen voordeel en eigenbelang. Dan gaan er waarden heersen als ‘me first’ en verhardt het leven tot een grote belangenstrijd. 3

Om ons van die nabijheid van God in het kerstkind intenser bewust te worden, is de Advent een noodzakelijke opmaat naar het grote feest van Kerstmis. In deze voorbereidingstijd zeggen we daarom ‘welkom’ tot Jezus. We willen de band met de Heer weer aanhalen, zodat Hij zich geen vreemdeling hoeft te voelen tijdens onze invulling van wat we ‘de feestdagen’ zijn gaan noemen. Wij willen aan het begin van dit kerkelijk jaar de Heer vragen dat de liefde van Jezus ons tot in het diepst van ons hart mag raken.

Voor ons bisdom Roermond heeft deze Advent een heel bijzonder karakter door de wijding van de nieuwe bisschop Mgr. Harrie Smeets, vandaag/gisteren, op de feestdag van Maria Onbevlekt Ontvangen, patrones van ons bisdom. Vorig jaar namen we op de tweede zaterdag van december afscheid van Mgr. Frans Wiertz. Een heel jaar is er naar een nieuwe en goede bisschop uitgezien en is er gebeden tot de heilige Geest. Op woensdag 10 oktober werd het vreugdevolle feit van zijn benoeming bekend gemaakt en stelde hij zich via de media voor.

We hopen dat hij ons met zijn woord en voorbeeld mag bezielen om de advent te laten voortduren als een niet aflatende uitnodiging en oproep om Jezus tot ons eigen leven toe te laten. Het is de oproep tot een getuigend en uitnodigend geloof, dat uitstraling heeft. Het geloof is er niet om onder de korenmaat te plaatsen en onzichtbaar te zijn, maar om het licht van Christus te laten stralen in deze wereld, zodat God eer wordt gebracht en mensen elkaar in liefde en geluk nabij zijn.

Kerstmis vieren we in donkere winterdagen. Moge het kerstkind licht, warmte en vreugde brengen in ieders leven. Ik wens u, mede namens de pasgewijde bisschop Harrie Smeets en hulpbisschop Everard de Jong een gezegende adventstijd

en voor 25 december alvast een Zalig Kerstfeest.

Roermond, advent 2018

Mgr. Hub Schnackers, diocesaan administrator

 

2 december 2018: 1e zondag van de Advent.

By | Preken

Er wordt veel nagedacht over onze toekomst. Een van de vragen die gesteld worden is wat we te verwachten hebben op het gebied van de leefbaarheid van onze aarde. We zijn zelf de oorzaak van de opwarming door CO-2-uitstoot, de fijnstof. En ook andere kwalijke stoffen in de lucht blijven toenemen. En dat heeft grote gevolgen voor ons leefklimaat. Men maakt zich daar zorgen over en houdt in Polen vanaf vandaag een topontmoeting over het milieu. Onze toekomst en verwachtingen daaromtrent hangen mede af van hoe we ons in het heden gedragen, en of iedereen wil bijdragen aan het instandhouden van de leefbaarheid. Maar zoals we weten is menselijk gedrag niet altijd voorspelbaar. We doen niet zomaar wat goed voor ons en voor onze aarde is.
Wij gaan er in onze dagelijkse manier van doen van uit, dat onze economie blijft groeien en daardoor ook onze welvaart. Dat biedt ook een grote vrijheid van handelen aan verreweg de meeste mensen aan onze kant van de wereld. Onze toekomst lijkt op het eerste gezocht gewaarborgd, maar op de achtergrond van de positieve verwachtingen zijn er evengoed zorgen. Bijvoorbeeld, door de toenemende handelsconflicten en de aandacht voor het eigenbelang in diverse landen. Dat kan bijdragen aan een mentaliteit waarin de zorg voor en de betrokkenheid op elkaar ook in het dagelijks leven afneemt en de eenzaamheid en het isolement van met name de kansarmen toeneemt. Ook oorlog en geweld in veel landen van de wereld en armoede zijn een bron van zorg en onzekerheid en brengen grote vluchtelingenstromen op gang.  Gerelateerde afbeelding
Dat mensen elders in benarde omstandigheden leven zal duidelijk zijn. Daar hoeven we het nieuws maar voor te volgen. Daar zijn ook websites als ‘Kerk in Nood’, Amnesty International, Artsen zonder grenzen, de vele goede doelen die met name nu de winter voor de deur staat een beroep op ons doen zijn er een uiting van. De toekomst van mensen in vele landen ziet er somber uit. Denk aan de hongersnood in Yemen en de Centraal Afrikaanse Republiek. Dat wringt als we hun situatie vergelijken met de onze die ons in staat stelt onze Sinterklaas- en Kerstinkopen te doen en allerlei evenementen kunnen bezoeken op reis kunnen gaan en van onze vrijheid kunnen genieten. Ik weet dat veel mensen hier met enige reserve de eigen welvaart ondergaan als ze die vergelijken met de situatie elders. Al zijn we er hier heel anders aan toe toch voelen ze zich verbonden met de armen elders. Met deze opsomming probeer ik voor deze tijd in beeld te brengen de Bijbelse verhalen, die ons ons worden voorgesteld in deze donkere tijd van herfst en winter. Ze geven een toekomstverwachting vanuit ons geloof. Van de ene kant, zeggen de verhalen, komt uiteindelijk alles goed, zal het Rijk van God doorbreken en er een einde komen aan pijn, moeite, zorg en armoede; uiteindelijk zal er leven zijn. Van de andere kant zijn we nu nog onder weg. Voordat de Mensenzoon komt om het Rijk van God definitief te laten doorbreken moeten we nog veel meemaken, zullen er zich nog veel tekenen voordoen waar we bang en bezorgd van kunnen worden (denk bv. aan de tekenen in ons milieu). Daar moeten we waakzaam bij blijven en ons naar gedragen. Daartoe spoort het Evangelie ons aan. We moeten ons op Gods toekomst voorbereiden en in de tussentijd werken van barmhartigheid doen: hongerigen en dorstigen te eten en te drinken geven, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken, vreemdelingen (naar vermogen) opvangen; vergeven aan onze schuldenaren, medemensen bemoedigen en troosten. Op die manier maken we het Rijk Gods nu al zichtbaar op onze aarde en bereiden we de komst van de Mensenzoon voor, op het einde van de tijden. Met de geboorte van Jezus op Kerstmis vieren we dat zijn Rijk eigenlijk al begonnen is voor degenen, die naar zijn aanwijzingen leven. AR

 

Zondag 18-11-2018: 33e zondag door het jaar.

By | Preken

Lezingen: Daniël 12, 1-3; Hebreeën 10, 11-14.18; Marcus 13, 24-32

De Schriftlezingen van vandaag gaan over een einde van de huidige wereld en de komst van het Koninkrijk van God. Normaal denken we niet zo gauw aan een vergaan van de wereld, zeker niet als we het goed hebben. We gaan er in ons dagelijks leven gewoon van uit we, de mensheid, nog eeuwen en eeuwen zullen leven op onze aarde, wellicht zelfs op planeten daarbuiten. We beseffen wel heel goed dat we zelf vergankelijk zijn. Wij, die nu leven zijn de opvolgers van de generaties vóór ons en zullen zelf ook weer worden opgevolgd door de kinderen van nu en de generaties na ons. Maar wat moeten we dan met die ideeën over een einde van de wereld en de komst van het koninkrijk van God?
Gerelateerde afbeeldingHet einde van de wereld…. Gisterenavond in het nieuws zei een jonge man uit Californië op de TV dat hij bij de bosbranden dacht dat het einde van de wereld was aangebroken. Het einde van zíjn wereld, van huis, woonplaats, omgeving, alles wat deel uitmaakt van het normale leven. Diezelfde ervaring kan zich voordoen bij andere natuurrampen als aardbevingen, tsunami’s, orkanen en aardverschuivingen. Ook een ervaring dat de wereld lijkt te vergaan hebben degenen die tijdens een oorlog te lijden hebben van bombardementen en beschietingen. Bij ons was dat zo tijdens de twee wereldoorlogen. Nu is dat zo voor de mensen in Syrië, Jemen, andere plaatsen van oorlogsgeweld; of bij het neerhalen van de MH-17. Telkens gaat het om ‘het einde van de eígen wereld’ waarin mensen tot op dat moment leven. En de vrees, dat de mens zijn eigen aarde kan vernietigen kwam sterk op bij de vervaardiging van atoomwapens. De Japanse steden Hiroshima en Nagasaki hebben dat ervaren. Sinds er atoom- en waterstofwapens ontwikkeld zijn weten we dat wij mensen zelf kunnen zorgen ‘voor het einde van de wereld’. Momenteel klinken de waarschuwingen steeds luider dat we ons anders moeten gaan gedragen in de omgang met aarde en milieu. We horen en lezen wel over deze dingen, maar in ons normale leven gaan we gewoon door en houden we ons bezig met ons werk, onze relaties, ons welbevinden, onze ontspanning. Toch blijkt aan de onderstroom van ons bestaan de vrees te leven voor mogelijke catastrofen, die het leven aantasten, het einde nabij brengen.

Welnu, Bijbelse auteurs op de hoogte van hun eigen geschiedenis met zijn overheersing door vreemde machten, onderdrukking en ballingschap verbinden aan daaraan beschouwingen over een definitief einde van de wereld. Het zijn een soort visioenen van een zogenoemde ‘eindtijd’.Gerelateerde afbeelding Maar het einde van de huidige wereld is in hun ogen niet echt het einde, want daarna volgt de vestiging van het koninkrijk van God, waarin een einde komt aan alle kwaad, waarin mensen die elkaar naar het leven staan. Zij worden wezens van liefde en vrede, waarin ieder tot zijn of haar recht komt zoals God dat eigenlijk wil. De auteurs van de evangelieverhalen laten aan de geschiedenis van Jezus Christus zien, dat het Godsrijk op onze aarde in Hem eigenlijk al is aangebroken. Wij die in Hem geloven kunnen in onze tijd van leven aan de doorbraak van het Rijk van God nu al meewerken. Dat kan door in dezelfde lijn te leven die Hij door zijn manier van leven heeft uitgezet.

De schrikachtige verhalen van de zogenoemde eindtijd zijn derhalve niet bedoeld om ons vrees aan te jagen. Ze willen ons aansporen om kwaad en vernietiging niet als noodzakelijk einde te zien, maar als overgang naar een nieuwe wereld. Daarin zullen gerechtigheid en vrede heersen. Het leven nu al in naastenliefde, solidariteit, gerechtigheid, barmhartigheid en vergevingsgezindheid is al voorbereiding op de definitieve doorbraak ervan. Wanneer die doorbraak zal zijn weten we niet, kan nog lang duren. Maar we kunnen er nu al aan werken, dat zichtbaar wordt waar mensen naar verlangen. Mensen verlangen naar een leven zonder kwaad, naar een leven in gerechtigheid en vrede. Hopelijk werken we daaraan mee. Amen

Zondag 11-11-2018: Wanneer hebben wij genoeg om te delen?

By | Laatste Nieuws, Preken

In de dagen van de profeten en van Jezus vormden de weduwen, samen met wezen en vreemdelingen een uiterst kwetsbare groep. Als een vrouw haar man verloor, had ze geen inkomen meer. Doorgaans had ze geen eigen vrienden- en kennissenkring, omdat alle contacten liepen via de heer des huizes. Viel die weg, dan waren de andere gezinsleden nergens meer. Naast het leed dat de achterblijvende vrouw te dragen had door het verlies van haar partner, kwam de moeilijke omstandigheid dat ze was overgeleverd aan de welwillendheid en liefdadigheid van anderen. Daarom werd iedere gelovige jood in de Wet voortdurend gewezen op zijn plicht weduwen en wezen niet aan hun lot over te laten, maar zich metterdaad om hen te bekommeren.
Vandaag horen we in de lezingen dat twee van die vrouwen door hun manier van leven en van geven dicht bij God stonden. Ze gaven beiden het laatste wat ze hadden. Ze durfden risico’s te nemen. Jezus heeft voor dat soort mensen een grote bewondering. Toch gaat het vandaag niet in de eerste plaats over hen, maar over de schriftgeleerden, althans sommigen onder hen Voor hen waarschuwt Jezus zijn leerlingen. Hij zegt dat ze graag in fraaie kleren rondlopen om zich te onderscheiden van minder geleerde mensen. Voorts flaneren ze graag op de markt om van alle kanten begroet te worden. Ze zijn belust op de voornaamste zetels in de synagoge en nemen graag een ereplaats in bij de maaltijden. Voorts komen ze onvoldoende op voor de gezinnen van de weduwen, maar verrichten wel voor de schijn lange gebeden. M.a.w. hun doen en laten is vooral uiterlijk vertoon.
In dit verband is het interessant te weten dat Marcus zijn Evangelie vooral heeft geschreven voor de christenen in Rome. Marcus wist dat het in die wereldstad er vooral om ging dat je gezien werd. Je moest jezelf promoten om een goede positie te krijgen. Hij is bezorgd dat de christenen ook besmet raken met dat virus en dat in hun dagelijks leven het uiterlijk en de schijn belangrijker worden dan het innerlijk en de normen en waarden waar het in het christendom om gaat. Hij is bang dat de christenen in Rome de schijnwerpers gaan zoeken zonder waar te maken wat ze met de mond belijden.
Leven ook wij niet in een tijd waarin er grote waarde wordt gehecht aan hoe je overkomt en hoe je bekendheid krijgt. Marcus is bezorgd dat de christenen van Rome te ver meegaan met die tendens en daarom geeft hij dat verhaal over de schriftgeleerden en die arme weduwe zoveel reliëf. Hij kijkt met de ogen van Jezus die bij de ingang van de tempel is gaan zitten bij de offerkist. Hij ziet hoe mensen daar geld inwerpen ten bate van de tempel en de eredienst. Veel rijke mensen geven veel, maar een arme weduwe geeft ‘ het meest’. Ze offert haar laatste cent, zegt Jezus. Alles waarvan ze moet leven. Hij bewondert het godsvertrouwen dat daaruit spreekt Zou Jezus in deze vrouw misschien zichzelf herkend hebben? Zij geeft a.h.w. zichzelf, alles waarvan ze moet leven en Jezus zal dat straks ook doen.
Afbeeldingsresultaat voor weduwe van sarefatBij het horen van het verhaal van Elia en de weduwe van Sarefat was mijn eerste gedachte: Man, waar is je fatsoen, dat jij aan een vrouw die duidelijk zegt dat haar voedselvoorraad bijna helemaal op is te vragen: ‘Bak van wat je nog in huis hebt eerst een broodje voor mij en breng me dat. Daarna kun je wat klaar maken voor jezelf en je zoon?’ Maar het gaat de schrijver van dit verhaal niet om de vrijpostigheid van de profeet aan de kaak te stellen, maar om de boodschap en belofte die hij heeft namens God. ‘Wees niet bang’, zegt Elia. ‘Tot de dag dat het weer zal gaan regenen zal je meel niet opraken en je oliekruik niet leeg.’ De vrouw geeft gehoor aan die belofte en doet wat Elia haar vraagt. Dan wordt het verhaal sprookjesachtig. Hoe moeten we dat verstaan? Het gaat hier echter niet over tovermeel en een geheime oliebron. Het gaat om de vraag, wanneer wij het aandurven om te vertrouwen op Gods woord en zijn belofte. Ons hoofd is vaak overvol met alles wat we menen nodig te hebben, angst om te kort te komen of er naast te grijpen. Het zit vol met allerlei opvattingen en therapieën, zorgen om er niet bij te horen, trends en vooroordelen. Daardoor wordt ons leven heel ingewikkeld. Waarom moeten wij zo nodig met alle trends meedoen? Waarom moeten we alles hebben wat we bij anderen zien? Waarom moeten wij alles gezien, gehoord, gelezen of meegemaakt hebben om mee te tellen? Is eenvoud niet de grondslag voor wat Jezus noemt ‘het Koninkrijk van God’. Hij maakt duidelijk dat het in dat Rijk niet gaat om godsdienstige topprestaties of om zoveel mogelijk te hebben, geestelijk of materieel. Het gaat om iets eenvoudigs: nl. de bereidheid de naaste wel te doen, mijn brood te delen met wie erom vraagt en daarmee God de eer te brengen die Hem toekomt? Geven van je overvloed is geen kunst, maar Jezus wijst op de weduwe die haar laatste centjes weggeeft. Het is niet ons bezit dat ons meer vertrouwen geeft. Daarom attendeert Jezus op de Wetgeleerden en Farizeeën, die alles goed weten en alles dik voor elkaar hebben. Ze geven wel, maar eten er geen boterham minder om. Ze vertrouwen alleen op hun eigen hebben en houden. De arme weduwe geeft wat ze heeft en dat geeft haar vertrouwen.
U begrijpt: Jezus is er niet op uit om mensen aan te sporen tot naïef en vermetel vertrouwen. Wij moeten met onze talenten doen wat wij zelf kunnen doen. Maar hoe vaak zien we niet dat mensen enkel op safe spelen. Hun toekomst moet absoluut veilig gesteld en gegarandeerd zijn, voordat ze durven geven en delen met wie in nood zijn. De vraag is dan: Wanneer heb je genoeg om te geven en te delen? In allerlei toonaarden zegt Jezus: Wie op God vertrouwt, valt niet weg in een zin- en naamloos niets. Zowel de weduwe van Sarefat als de weduwe in de tempel geven van het weinige dat ze hebben, maar ze vertrouwen dat het goed komt. Immers God draagt mee.Afbeeldingsresultaat voor trapeze vanger Misschien kent U nog het antwoord van de trapezewerker in het circus: Als hem gevraagd wordt hoe het mogelijk is dat hij telkens die gevaarlijke sprongen durft maken, zegt hij: ‘Dat is niet zo moeilijk. Het moeilijkste werk doet degene die mij opvangt. Als ik spring, hoef ik alleen maar mijn handen te openen en de vanger grijpt mij op het juiste moment vast. Laten wij bidden, dat we telkens opnieuw de moed en het vertrouwen vinden om ons hart en onze handen te openen voor God en voor elkaar. AMEN.

zondag 4-11-2018: Allerheiligen 2018

By | Preken

De vieringen van Allerheiligen en Allerzielen, in welke vorm dan ook, spreken veel mensen nog altijd aan. Misschien wel omdat die herdenkingen niet alleen gaan over degen die ons zijn voorgegaan maar ook over onszelf. Bij het denken aan degenen die ons zijn voorgegaan spelen onze eigen idealen, onze eigen verlangens en onze eigen herinneringen een grote rol.
Gerelateerde afbeelding‘Alle heiligen’ en ‘alle zielen’ hebben het leven achter de rug waarmee wíj nog bezig zijn. Maar bij onze eerbied voor alle heiligen mogen we niet vergeten, dat ook zíj ‘gewone’ mensen zijn geweest, zoals wij gewone mensen zijn. Ze werden geboren in hun eigen milieu, hadden hun eigen aanleg, hun mogelijkheden en beperkingen; ze werden opgevoed en ontwikkelden zich. Ze hadden hun geluk en verdriet, hun verwachting en hun teleurstelling, hun slagen en tekortschieten. Maar het is hun gelukt om in hún omstandigheden en met hún mogelijkheden waardevolle mensen te zijn; erkend en gewaardeerd door hun medemensen, tot voorbeeld genomen, tot beschermheilige benoemd en te hulp geroepen. Daarom staan er ook een aantal heiligenbeelden en afbeeldingen, hier in de kerk. (Maria en Jozef, Agatha, Sebastiaan, Antonius, Barbara, Theresia en Gerardus en Anna. Het is alsof ze tegen ons zeggen: ‘houdt goede moed, ‘wij hebben het tot stand gebracht. Het is mogelijk om te midden van alles wat op je afkomt in het leven een goed, liefdevol en waardevol mens te zijn, positief van betekenis voor degenen met wie je leeft’.
Afbeeldingsresultaat voor bergredeIn het Evangelie van Allerheiligen, een gedeelte van de Bergrede van Jezus, vinden we een aantal ‘zaligsprekingen’ waaraan heiligen hebben beantwoord. Ze waren arm van geest, hadden geen pretenties en stonden niet op tegen God; ze hadden verdriet om wat er allemaal mis is in onze wereld en hunkerden naar gerechtigheid voor iedereen; ze waren zachtmoedig en barmhartig. Ze waren zuiver in hun bedoelingen en brachten vrede in hun omgeving. In tijden van vervolging hielden ze vol, vooral ook als dat was omwille van hun geloof in Jezus Christus. (Denk aan Asian Bibi in Pakistan, nu door het Hooggerechtshof vrijgesproken tegen de zin van fundamentalistische, fanatieke moslims)

De auteur van het Boek van de Openbaring, het laatste boek in onze Bijbel, ziet een grote mensenmenigte voor Gods hemelse troon. Het zijn degenen, die hun aardse leven hebben doorstaan en volbracht en door hun manier van leven op hun voorhoofd gestempeld zijn met het zegel van de levende God. Ook dat is een manier om uit te drukken, dat het bij alle wederwaardigheden mogelijk is als een mens van God, liefdevol en waardevol te leven en opgenomen te zijn in Gods omgeving. Allerheiligen is een feest bedoeld om ons te bemoedigen op onze levensweg met alles wat we daarop kunnen tegenkomen. Heiligverklaarden zijn mensen, die heilig zijn geworden door de manier waarop ze met hun leven zijn omgegaan, met hun omstandigheden, met hun levensroeping en met de mensen die ze onderweg zijn tegengekomen. De heiligen zeggen tegen ons: wij hebben het gekund, houdt goede moed, met onze en Gods hulp –en die hulp is er als je je er voor open stelt- kunnen jullie het ook. Amen. AR

zondag 4 november: Allerzielengedachten.

By | Preken

In de catechese-les vraagt de onderwijzer: ‘Kennen jullie iemand die een beetje heilig is?’ De kinderen beginnen te lachen. Een heilige hier onder ons: dat vinden ze wel een beetje vreemd. Dan zegt één van hen: ‘De man die naast ons woont vind ik een heilige. Hij heeft geen benen meer. Hij zit al twintig jaar in een rolstoel en hij klaagt nooit en is altijd heel aardig!’ De kinderen worden stil. Dat er zo dicht in de buurt ook heiligen leven, daar hadden ze niet aan gedacht. En meteen vinden ze de vraag van de onderwijzer niet zo gek meer. Ze beginnen ineens allemaal te vertellen: over buren die drie buitenlandse kinderen hebben aangenomen, over een mevrouw die altijd gaat helpen bij een zieke en iemand die regelmatig een eenzame oudere gaat opzoeken en van iemand die boodschappen doet voor een gehandicapte. Kortom: iedereen weet wel een heilige te noemen uit zijn directe omgeving.
Nou is Allerheiligen niet alleen het feest van al die bijzondere mensen die door de Kerk officieel heilig zijn verklaard, maar evenzeer het feest van hen die in onze ogen een ‘béétje heilig’ zijn. De apostel Johannes vertelt in zijn boek Openbaring dat hij in een visioen van de hemel een onafzienbare stoet ziet, een menigte die niemand tellen kan en die God toezingen en aanbidden.
We hebben er misschien nooit bij stilgestaan, maar ons woord ‘heilig’ komt van ‘heel maken’, genezen, compleet maken. Soms wensen we elkaar ‘veel heil en zegen’. We bedoelen dan: Ik wens je veel goeds toe, vrede en geluk. God wil in deze wereld heil bewerken samen met ons. Ieder van ons nodigt Hij uit om op de plaats waar hij leeft en met de talenten die hij heeft, zich in te zetten voor anderen, zodat mensen een beetje heilvoller en gelukkiger kunnen leven. En ieder die dat doet is een beetje heilig. Mensen die daaraan meewerken hebben een héél-makende, heiligende invloed op hun omgeving.
Gerelateerde afbeeldingAls wij vanmiddag terugdenken aan onze dierbare overledenen, dan zijn dat vaak geen mensen geweest die heel uitzonderlijke prestaties hebben geleverd, maar die – met de woorden van de onderwijzer en de kinderen – een beetje heilig waren. Ofschoon niets menselijks hen vreemd was, denken wij vaak met veel liefde en dankbaarheid aan hen terug. Ze hebben niet enkel voor zichzelf geleefd, maar voor ons. Ze hebben ons opgevoed en voor ons gewerkt. Ze hebben voor hun kleinkinderen gezorgd. Ze stonden paraat voor hun buren en vrienden. Kortom: Het is bijna onmogelijk om op een adequate manier te beschrijven wat ouders, grootouders, partner en kinderen voor ons hebben betekend. We mogen stellen: ze hebben op hun manier onze leefwereld een stukje beter en gelukkiger gemaakt. Ze hebben vaak veel ‘heil’ gebracht door hun inzet, voorbeeld en manier van leven. We weten best dat ons aardse leven eindig is en dat al wat leeft op den duur mankementen gaat vertonen en verslijt, maar als het gaat om de mensen waar we zielsveel van houden, dan kost het ons veel moeite om dat te aanvaarden. Al haalt de dood hen uit ons leven weg, we merken dat liefde en verbondenheid over de grenzen van de dood heen blijven bestaan. /Als je de statistieken mag geloven, groeit het aantal mensen dat zegt niet geloven dat er na dit aardse leven nog iets is. Hoe je daar ook over denkt: de dood plaatst ons voor een groot Mysterie. Niemand kan zich een voorstelling vormen van een leven dat verder reikt dan dit aardse bestaan. Maar het feit dat wij stervelingen ons daar geen voorstelling van kunnen vormen, betekent nog niet dat het er niet is en dat geloven in eeuwig leven onzin is! Vrijwel ieder van ons kent de ervaring dat je je partner, je kind , je ouders, je grootouders, je beste vrienden niet kunt vergeten. Ookal word je oud en zijn ze misschien al lang geleden gestorven: de herinnering aan mensen die je zo lief en dierbaar zijn geweest draag je mee in je hart, zolang als je leeft. Als we dit zo ervaren, kun je je afvragen: Zou dan een God die ons uit liefde heeft geschapen en in leven houdt, ons bij de dood kunnen vergeten als een blad dat van de boom valt en tot stof vergaat? Hoe zou onze naam uit zijn herinnering kunnen verdwijnen, alsof wij nooit hadden bestaan ? Wie kan zich dat voorstellen? Ik in ieder geval niet!
Als we met de dood van geliefde mensen worden geconfronteerd, roept dat veel vragen op. We voelen – zeker in het begin – alleen maar verdriet en gemis, leegte en boosheid. We vragen misschien: ‘God, waar ben je , nu ik zo in de put zit?’ In de chaos van ons verdriet worden we heen en weer geslingerd tussen diepe verlatenheid en vertrouwen, zoals Jezus zelf die bad: ’God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Tegelijk heeft Jezus in zijn verkondiging steeds opnieuw gesproken over het ‘Koninkrijk van God’ of ‘het Rijk der hemelen’.
Op deze feestdag van Allerheiligen horen wij de zgn. Zaligsprekingen. Het Evangelie van deze dag eindigt met de belofte: ‘ Ondanks alles wat je misschien moet meemaken: verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel’. We hebben vaak de neiging om God ter verantwoording te roepen en te vragen: ‘Waarom laat U dat allemaal gebeuren? Dat is toch onmenselijk?’ We moeten ons echter niet verwonderen dat we van Hem een antwoord krijgen in de trant van: ‘ Ik heb jou toch geschapen en geroepen om daar iets aan te doen!’ Mensen die dit antwoord serieus nemen, mogen we rustig een beetje heilig noemen of gewoon heilig. In zijn ‘zaligsprekingen’ heeft Jezus een aantal piketpaaltjes geslagen voor mensen die willen bouwen aan wat Hij noemt ‘Koninkrijk van God’. Hij zegt: ‘Je bent op de goede weg, als je je niet gedraagt als betweter of Draufgänger, maar eenvoudig, bescheiden en benaderbaar bent. Gelukkig als het lijden van anderen jou raakt. Je bent op de goede weg, als je zachtmoedig met je naaste omgaat en probeert hem/haar recht te doen. Gelukkig als je barmhartig bent , omdat je weet hoeveel er mis kan gaan in je eigen leven. Gelukkig als je eerlijk bent in je bedoelingen, als je probeert vrede te stichten en mensen dichter bij elkaar te brengen. Je zit op de goede weg, als je je niet van de wijs laat brengen door negatieve kritiek en valse beschuldigingen. Vergelding is nl. een doodlopende weg.

Laten wij God danken voor onze overledenen die heilig of een beetje heilig zijn geweest. God danken voor wat zij voor ons hebben betekend. Laten we Hem vragen dat zij mogen leven in de vrede en het geluk van zijn nabijheid. Bidden wij voor elkaar om meer geloof, hoop en liefde en veel troost en kracht. AMEN.

Zondag 28 oktober 2018 (30 B): Wie opent ons de ogen?

By | Preken

Als je een boek openslaat en er een verhaal leest, is het verstandig ook even te kijken naar wat er aan voorafgaat en wat er op volgt. Dan heb je meer kans te begrijpen wat de schrijver met dit verhaal bedoelt.Afbeeldingsresultaat voor bartimeus Dit geldt ook voor het verhaal uit het Evangelie van Marcus, dat we hebben gehoord en dat gaat over de genezing van de blinde bedelaar Bartimeüs. Met deze geschiedenis sluit hij het 10e hoofdstuk van zijn Evangelie af. Onmiddellijk hierna vertelt hij over Jezus’ intocht in Jerusalem als inleiding op het lijdensverhaal. Maar eraan voorafgaand vertelt hij van verschillende ontmoetingen waar er sprake is van hardnekkige blindheid. Het gaat dan niet om lichamelijke blindheid, maar over mensen die het zicht kwijt zijn op de richting die ze moeten gaan. Jezus is bv. verbaasd is over het gebrek aan inzicht bij zijn leerlingen. Ondanks het feit dat ze Jezus nu al geruime tijd van nabij hebben meegemaakt en Hem volgen op zijn weg, begrijpen ze Hem niet echt. Ze waren getuige van wondertekens die Jezus heeft verricht. Hij heeft hen tot drie maal toe verteld van zijn bange vermoeden dat hij zal worden vermoord door de religieuze leiders, maar op de derde dag zal opstaan, maar ze begrijpen Hem niet echt. Kortom: de leerlingen zijn ziende blind en horende doof. En ook bij de menigte die Hem omringt stuit Hij op massief onbegrip. Als ze dan vervolgens in Jericho komen, ontmoeten ze daar iemand die vermoedt wie Jezus echt is en die bereid is Hem te volgen op zijn moeilijke weg: Bartimeüs een blinde bedelaar, een mens die in dubbel opzicht van anderen afhankelijk is. Hij is niet alleen een bedelaar, maar ook nog blind. Maatschappelijk gezien, staat hij aan de kant en is gemarginaliseerd. Zodra hij bij gerucht gehoord heeft dat Jezus in de buurt is, begint hij te schreeuwen: “Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij!’ Met deze messiaanse naam is Jezus bij Marcus tot dan toe nog niet genoemd. Zo wordt Hij ook verwelkomd, als Hij straks aan het eind van zijn weg de stad Jerusalem binnentrekt. Het geschreeuw van Bartimeüs irriteert de omstanders blijkbaar, want ze snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Maar de man laat zich door niemand het zwijgen opleggen. Jezus heeft blijkbaar zijn noodkreet gehoord, blijft staan en zegt: ‘Roep hem eens hier!’ Plotseling verandert de houding van de omstanders die zeggen:’Rustig maar, sta op; Hij roept u !’ De blinde springt op, gooit zijn mantel weg en gaat naar Jezus toe. En deze vraagt hem met respectvolle bezorgdheid: ‘Wat wil je dat Ik voor je doe?’. Het antwoord van Bartimeüs is overduidelijk: ‘Rabboeni, maak dat ik zien kan’. Wat verlangt een blinde anders dan licht in zijn ogen? Wat een verschil met de vraag van de beide broers, Johannes en Jacobus, die op zoek zijn naar een glanzende carrière? ‘Ga’, zegt Jezus tegen de blinde,’ uw vertrouwen is uw redding’. Bartimeüs gaat echter niet zijn eigen weg, maar trekt met Jezus mee naar Jerusalem. We zien in dit verhaal niet alleen dat een mens geroepen en genezen wordt, maar er gebeurt meer. Kun je ook niet spreken van een bekeringsverhaal? Er gebeurt niet alleen iets ingrijpends met Bartimeüs, maar ook met de omstanders: eerst snauwen ze die gehandicapte mens af dat hij zijn mond moet houden. Als Jezus Bartimeüs echter laat roepen, veranderen ze van tegenstanders in medestanders en spreken ze hem zelfs bemoedigend toe: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u’. Misschien is dit wel het meest verrassende van dit verhaal: hoe mensen blijkbaar op slag kunnen veranderen als ze zien hoe Jezus respectvolle aandacht schenkt aan kwetsbare en weerloze mensen. Zijn aandacht betekent niet alleen een helende kracht voor Bartimeüs, maar ook de omstanders worden op slag genezen van hun onbarmhartige houding. De schreeuw om mededogen van de blinde brengt ook bij hen een ommekeer te weeg.
Met het verhaal van de genezing van Bartimeüs sluit Marcus hoofdstuk 10 van zijn Evangelie af. We kwamen er allerlei ‘blinden’ tegen: Farizeeën die zich blind staren op de Wet, de Thora; leerlingen van Jezus die uit zijn op macht en ereplaatsen en de rijke jongeman die zijn bezittingen niet kan loslaten. Dit 10e hfst. loopt tenslotte uit op de genezing van de blinde bedelaar met zijn sterke vertrouwen in rabboeni Jezus. Hij krijgt het licht. Want door zich aan te sluiten bij Jezus krijgt zijn leven een nieuwe zin, een nieuwe richting. De vraag die er rijst is: Hoe zit dat met ons? Welke rol speelt Jezus in ons leven? Wat heeft dit genezingsverhaal, dit roepingverhaal, dit bekeringsverhaal ons te zeggen? Horen wij in de schreeuw van de blinde ook de noodkreten van talloze mensen in onze dagen? De schreeuw om hulp, om licht in de duisternis waarin velen moeten leven?Afbeeldingsresultaat voor vluchtelingen uit jemen Denk aan mensen in Jemen, Syrië en andere slachtoffers van oorlogsgeweld? We denken aan hongersnood die daar een gevolg van is? Hoeveel mensen lijden onder eenzaamheid, een gebroken huwelijk, een zeer hinderlijke handicap, werkeloosheid of moeilijk opvoedbare kinderen? Enkele voorbeelden waarin met of zonder woorden de roep van Bartimeüs te horen is. Fijngevoelig stelt Jezus de vraag: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’ De meesten van ons beschikken over heel wat talenten en mogelijkheden die we kunnen gebruiken voor ons zelf, maar waarmee we ook anderen van dienst kunnen zijn, vooral degenen die schreeuwen om hulp. En de kern van ons christenzijn is dat Jezus ons roept elkaar van dienst te zijn en anderen laten delen in onze overvloed. En zelfs daar waar onze mogelijkheden om te helpen uitgeput zijn, kunnen we mensen in nood vaak steun bieden door hen nabij te zijn en hen niet aan hun lot over te laten. Bartimeüs sluit zich bij Jezus aan op zijn tocht. Wat kunnen wij voor zoekende medemensen betekenen, als wij durven luisteren naar hun ervaringen en vragen en ook durven vertellen wat Jezus voor ons betekent? Wat zijn de zaken die ons verblinden en belemmeren om te zien wat werkelijk waardevol is en mensen gelukkig maakt? Als wij tot een dieper zien en tot inzicht willen komen, als wij Jezus’ boodschap beter willen verstaan, moeten we dan niet regelmatig even stil staan, pas op de plaats maken en bidden. Ook ons loopt Jezus niet achteloos voorbij, als wij om hulp vragen bij de wederwaardigheden van ons leven. Zou Hij in de stilte ook aan ons niet vragen: ‘Wat kan Ik voor je doen? Wat is je diepste verlangen?’ Wij mogen bidden dat Hij ons de ogen opent voor mensen die hulpeloos aan de kant van onze weg zitten en dat Hij ons geneest van onze blinde vlekken, onze zelfzucht en onze angst om onszelf te geven. AMEN

Zondag 21-10-2018: Missiezondag.

By | Preken

29e ZONDAG DOOR HET JAAR B 2018 (Missiezondag) (‘God is ons een toevlucht en sterkte’ Psalm 46).
Lezingen: Jesaja 53, 10-11; Hebreeën 4, 14-16; Marcus 10, 35-45

Het is noodzakelijk, beste mensen, dat er besturen zijn op politiek, economisch, sociaal en religieus gebied, want als ze er niet zouden zijn, zou -bij zoveel meningen- ons bestaan chaotisch worden. Besturen, het bekleden van een hoge positie verschaft noodzakelijk invloed, macht en aanzien. Maar daar zit ook precies de verleiding. Het hebben van macht immers kan leiden tot misbruik, geldingsdrang, eerzucht en heerszucht. Het hebben van macht over anderen leidt tot, bijvoorbeeld, gevallen van misbruik waar dan ook: in kerkgenootschappen en hun instellingen, in internaten, in sportorganisaties, dans- en toneelscholen of zelfs thuissituaties . Deze volstrekt verwerpelijke misbruikgevallen vinden hun oorzaak in de ongelijkwaardige positie van slachtoffer en misbruikpleger. Men is opvoeder, trainer, ouder en is daardoor de meerdere van degene die opgevoed of getraind wordt en maakt misbruik van die positie. Bij de kerken wordt die positie ook nog gesteund door haar hoge morele standaarden, die ze erop na houdt, maar waar niet iedereen, ook niet van het kerkelijk kader, zich aan houdt. Zo kunnen er ook negatieve gevolgen genoemd worden van macht op politiek , economisch en sociaal gebied.
Zulke negatieve uitwerking van het hebben van macht strookt niet met de opvattingen over eerste en voornaamste zijn volgens het Evangelie, de goede tijding vn Jezus. Als een paar leerlingen Jezus vragen om de voornaamste posities in zijn koninkrijk zegt hij op de eerste plaats: daar ga ik niet over; vervolgens geeft hij een uiteenzetting over waar het in het Koninkrijk Gods om gaat: (in de vertaling van 2004: wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen en wie de eerste wil zijn zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de mensenzoon is niet gekomen om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen’.Afbeeldingsresultaat voor god is onze toevlucht en sterkte De dienaar heeft het belang van de ander voor ogen en niet zijn eigen behoeftebevrediging. Integendeel, al dienende wordt zijn leven hoe langer hoe meer door het dienaar zijn bepaald. Zo was dat bij Jezus zelf. De kerk mag nu lijden onder de vaak ook nog toegedekte schandalen van misbruik en daardoor heel veel gezichtsverlies hebben geleden, dat laat onverlet, dat er in de loop der eeuwen tallozen geweest zijn, die de oproep van Jezus tot dienen op de juiste manier hebben verstaan en er gehoor aan hebben gegeven. Op deze missiezondag mogen we ons dat best eens realiseren. De motivatie van deze mensen was hun verlangen om mensen te dienen vanuit hun geloof in Jezus en gestimuleerd door zijn voorbeeld. En de motivatie van Jezus zelf was zijn relatie met God: ‘God was zijn toevlucht en sterkte’. Uit God leefde hij onder ons. Tot God leerde hij ons bidden. Dat geeft aan het leven van gelovige mensen een nieuwe dimensie: de dimensie van het gelovige vertrouwen, dat we –wat er ook gebeurt, wat ons ook overkomt- gedragen worden; dat uiteindelijk alles zich ten goede keert; dat we zelfs aan tegenslag, aan pijn en verdriet, aan strijd en teleurstelling kunnen leren om meer en meer mens te worden, begrijpender, liefdevoller, vergevingsgezinder, barmhartiger. De vernederde profeet leefde niet vergeefs. Jezus, die een vernederende dood aan het kruis bewust tegemoet ging, leefde niet tevergeefs. Mensen die zich met inzet van hun leven geven aan hun medemensen leven niet vergeefs. ‘God is ons een toevlucht en een sterkte’ ook als ons gesuggereerd wordt dat onze wereld in alles maakbaar zou moeten zijn en wij alles zelf in handen moeten nemen. We ervaren immers, dat dit niet zo is. Veel in het leven overkomt ons. Mogen we als gelovigen zo zijn als we als christen geroepen zijn om te zijn: dienende mensen, die hun sterkte en toevlucht vinden in God.

zondag 14-10-2018: Door het oog van de naald dankzij Gods kracht

By | Preken

Een karavaan komt aan bij de grote stad Jerusalem. Het is al laat en donker en de poorten om de stad binnen te gaan zijn al gesloten. Buiten in het open veld overnachten is geen optie. Het is te gevaarlijk om er de nacht door te brengen. Er zijn veel rovers in de buurt die een oogje hebben op de rijke lading die de kamelen op hun rug meetorsen. Ze zijn volgepakt met handelswaar. Er is nog maar één mogelijkheid om de beschutting van de veilige stadsmuren binnen te gaan. Er is een klein poortje waar laatkomers door naar binnen kunnen. Het is een smalle en lage poort. Mensen kunnen er makkelijk doorheen, maar kamelen niet, zeker niet als ze bepakt zijn.Afbeeldingsresultaat voor door het oog van de naald Willen ze toch binnen komen dan moet alle lading van hun ruggen af en de kamelen moeten door hun knieën zakken om door de poort naar binnen te kunnen gaan. Het is de enige mogelijkheid om zo laat de stad nog binnen te komen. Dat poortje in Jerusalem werd ‘het oog van de naald’ genoemd. Dit ter inleiding op het Evangelie.
Net als de apostelen hebben wij vragen bij de uitspraken van Jezus. Wat wil Hij ons duidelijk maken met zijn krasse taal? Na zijn bekentenis dat hij vanaf zijn jeugd de geboden van de Thora stipt onderhouden heeft, kijkt Jezus die rijke jongeman liefdevol aan en nodigt hem uit zijn bezit te verkopen, de opbrengst aan de armen te geven en Hem dan te volgen. Dat is nogal wat, als je rijk bent. Jezus doet daarmee geen algemene oproep tot vrijwillige armoede, maar reageert op de vraag van de rijke man die meer wil doen dan het normale. Blijkbaar is hij ondanks zijn rijkdom en voorbeeldige gedrag niet echt gelukkig. Kennelijk mist hij iets. Hij wil het nog beter doen. Mogelijk voelt hij aan dat het leven meer te bieden heeft dan enkel profiteren van je bezit. Daarvandaan zijn vraag: Wat kan ik doen om een leven te leiden dat blijvende voldoening geeft, dat eeuwigheidswaarde heeft? Blijkbaar kan Jezus zijn vraag zeer waarderen. Maar omdat Hij het gevaar ziet dat het beheer van al dat bezit hem zo in beslag neemt, dat hij geen oog meer heeft voor wat hem echt gelukkig maakt, daarom nodigt Hij hem uit zijn bezit te verkopen. Onze positie, kennis, andere rijkdom kan ons beletten te ervaren dat het in het Rijk van God meer erom gaat te durven vertrouwen op Gods genegenheid en macht, dan op ons bezit en onze talenten. Leeft bij velen van ons niet de idee dat we de liefde van God moeten verdienen door wat we voor Hem doen? Die rijke jongeman uit het Evangelie wil vooral veel doen voor God. Daarom leeft hij stipt volgens de voorschriften van de Thora, de Joodse Wet. Maar dat belet hem zich geliefd te voelen om wie hij ten diepste is: nl. kind van God. Daarom geeft Jezus hem het advies: ‘Ga verkopen wat je hebt en geef dat aan de armen. Dan zul je een schat hebben in de hemel.’ Je zou kunnen zeggen: Hij moet zich van zijn rijke lading ontdoen – net als die kamelen – en door de knieën gaan om door ‘het oog van de naald’ te kruipen en door die poort het rijk van God binnen te komen. Immers iedereen, rijk of arm, slim met het hoofd of juist met zijn handen, spontaan of teruggetrokken, iedereen kan het Rijk van God binnengaan en ervaren. Iedereen kan ervaren geliefd en kind van God te zijn. Maar veel mensen durven dat niet te geloven. Ze denken dat als ze geen bijzondere prestaties leveren en niet precies volgens de regels van de kerk leven dat ze bij God niet geliefd zijn. Zo is de jongeman uit het Evangelie bang om zijn bezit los te laten en wij kunnen goed met hem meevoelen. Want wat geeft je dan nog houvast en zekerheid? Het feit dat Jezus zegt dat het voor mensen die veel bezitten moeilijk is om binnen te gaan in het Rijk van God is eerder een signalering, een vaststelling dan een verwijt! Hij stelt: ‘Als dat voor mensen misschien geen haalbare kaart is, bij God is alles mogelijk. M.a.w. God ziet altijd mogelijkheden om mensen in beweging te brengen, ook als ze worden tegengehouden door geld en andere beslommeringen.// Als wij misschien vaak twijfelen aan de idee dat God van ons houdt en dat wij zijn geliefde kinderen zijn, als we menen dat het vooral van onszelf afhangt, van onze prestaties, vrijgevigheid, gastvrijheid en onze aandacht voor anderen enz., dan is het goed ons te realiseren dat we dat Rijk van God niet kunnen kopen of verdienen,maar dat het ons geschonken wordt, hier en nu en straks, als wij ons open stellen voor zijn woord en beloften van liefde en licht. Misschien kan het volgende verhaal ons verduidelijken hoe dat werkt: ‘Een vrouw met een groot huis en veel geld op de bank heeft drie kinderen. Ze hebben alle drie mogen studeren van het geld van de moeder. Eén zoon is nog bezig zijn studie af te ronden. Soms komt hij een weekend thuis om zijn moeder op te zoeken, soms blijft hij op zijn studentenkamer. Op een dag als hij weer naar huis gaat, zegt zijn moeder hem dat hij vaker naar huis moet komen: zij onderhoudt hem immers nog…?! Eerst wordt de zoon boos als hij dit hoort. Hij voelt zich onder druk gezet. Vervolgens krijgt hij diep medelijden met haar. Denkt ze nou echt dat hij bij haar op bezoek komt, omdat hij geld van haar krijgt? Hij komt naar huis omdat hij van zijn moeder houdt, niet vanwege haar geld. Zij denkt dat haar geld belangrijker is om daarvoor naar huis te komen dan zijzelf. De zoon zou er geen moeite mee hebben, als ze haar rijkdom weggaf. Dan zou ze ervaren dat hij ook dan nog steeds naar haar toe komt, gewoon omdat hij van haar houdt. Dan zou ze liefde kunnen ervaren zonder bang te zijn dat mensen naar haar toekomen vanwege haar bezit. Dan zou ze iets kunnen ervaren van wat Jezus het Koninkrijk van God noemt.
Tot slot wil ik even herinneren aan de H. Theresia van Lisieux: Zij heeft aan de lijve ervaren dat heiligheid v.w. de navolging van Jezus niet het resultaat is van onze inspanningen, maar of we het aandurven met lege handen voor God te staan. Velen denken dat we Gods liefde en waardering zelf moeten verdienen en dat het vooral van ons afhangt. Moeten we dat idee niet loslaten? Niet wij doen veel voor God, maar God doet veel voor ons. Hij houdt van ons zoals we zijn. Van ons wordt gevraagd of wij het aandurven Hem de vrije hand te geven in ons leven en te vertrouwen dat Hij enkel bedacht is op ons geluk. Dan komt er rust, ontspanning en hoop in ons leven. Wij werken dan niet voor God, maar wij doen Gods werk. En dat is iets anders. AMEN.

zondag 7 oktober 2018: 27ste zondag door het jaar.

By | Preken

Lezingen: Genesis 2, 18-24; Hebreeën 2, 9-11; Marcus 10, 2-16

De relatie tussen man en vrouw is mengmaal gecompliceerd. Er is vaak erkenning en herkenning van elkaar als medemens in volle zin, maar ook met ieders eigenheid. Er is vaak sprake van liefde voor elkaar en van met elkaar vrucht dragen in het krijgen van kinderen maar ook door wat men betekent voor de samenleving door het werk dat men doet, door de inzet als vrijwilliger. Maar er kan ook sprake zijn van spanning in de onderlinge verhoudingen, van machtsstrijd, van onderdrukking en misbruik. De ‘me-too’-beweging, nu een jaar oud, bracht dat laatste weer uitdrukkelijk aan het licht. Culturen verschillen overigens onderling in het toekennen van status en verantwoordelijkheid. Onze West-Europese opvattingen over man-vrouwverhoudingen en over vrijheid worden lang niet overal gedeeld. Dat vraagt van onze kant ook om een zekere bescheidenheid t.o.v. andere culturen. Wij kunnen onze opvattingen niet opleggen aan andere culturen.

Wat in de Schriftlezingen van vandaag naar voren komt is hoezeer wij bij elkaar horen, hetzelfde en toch anders, samen de ene mens zijn. We kunnen niet zonder elkaar. Ook wordt in het 2e Scheppingsverhaal uitgedrukt hoezeer we bij de aarde horen. God vormt als een pottenbakker een menselijk model uit aarde. Maar we zijn ook van God. God blaast zijn goddelijke levensadem in de mens door de neus. Door de neus ademen wij gewoonlijk in en uit. Zo zijn we levende wezens. De saamhorigheid van man en vrouw wordt uitgedrukt in de schepping van de vrouw, uit de rib, bescherming van het kwetsbare hart van de mens. De Hebreeuwse woorden Isj en isja hebben dezelfde stam en betekenen mannelijke mens en vrouwelijke mens (beter dan ‘mannin’). Mannen en vrouwen herkennen elkaar als bij elkaar horende ene mens. Daarom is ook het woord ‘hulp’ een te beperkt woord. De juiste vertaling van het Hebreeuwse woord is ‘een tegenover’ en dat geeft beter de volwaardige positie van de vrouw volgens de Bijbelse opvatting weer.

Wat hierboven gezegd is biedt een grondslag aan het denken van joden en christenen over hoe wij bij elkaar horen en elkaar op de eerste plaats moeten zien als volwaardige medemens. Dat blijft gelden ook al zijn er verschillende juridische vormen wanneer mensen met elkaar willen samengaan Maatschappelijk kan dat tegenwoordig in het burgerlijk huwelijk, in samenlevingscontract of in andersoortige voor de notaris aangegane afspraken. Nog steeds brengen echter christelijke stellen hun huwelijk voor God en vragen in een kerkelijke viering God om diens zegen. In de huwelijksmis delen ze samen het Christusbrood en drinken uit diens Beker. Daarin brengen ze hun geloof tot uitdrukking dat ze voor elkaar bestemd te zijn: ‘wat God verbonden heeft, zal de mens niet scheiden’. Velen komen tijdens hun huwelijk tot de ontdekking –soms met vallen en opstaan- dat dit ook voor hen geldt. Maar een aantal komt gaandeweg –vaak met veel pijn- tot de ontdekking, dat ze een verkeerde keuze hebben gemaakt, dat ze elkaars geluk in de weg staan. Terwijl wat God verbonden heeft toch tot elkaars ontwikkeling en menswording zou moeten bijdragen. Dat ze samen tot de conclusie komen dat niet voor elkaar te kunnen betekenen is dan reden tot scheiding. Toch laat dat alles onverlet, dat mensen, zoals is opgeslagen in onze oerervaring en geloof, bij elkaar horen, geschapen naar Gods beeld en levend van zijn adem.

Dat wij bij elkaar horend, hoe geaard we ook zijn, houdt in dat we elkaar met eerbied moeten behandelen, elkaar niet naar het leven mogen staan en dat we dienen bij te dragen aan de ontplooiing van elkaars leven. Juridische vormen zouden dat moeten ondersteunen en waarborgen. Amen (AR)