Zondag 16 juni: Heilige Drieëenheid.

By | Preken

Lezingen: Spreuken 8, 22-31; Romeinen 5, 1-5; Johannes 16, 12-15

Dit weekeinde vieren we het niet zo gemakkelijk te behandelen geloofsgeheim van de H. Drie-eenheid of Drievuldigheid. Maar dat geloofsgeheim is ons wél gegeven en bepaalt onze geloofsbelijdenis. Daarom een poging van benadering. Ik begin met de eenheid en de veelheid die wij in ons eigen leven ervaren.

We zijn gewend om niet in isolement te leven. Er is een veelheid van mensen, natuur en dingen om ons heen waar we bij horen en bij thuis zijn. En zelfs de kluizenaar, die zich afzondert, weet dat hij –zij het op afstand- omringd wordt door het vele. Het tekent ons bestaan. We hebben een band met degenen die ons gegeven zijn, die ons omringen: de mensen, de natuur en de dingen. Het ene ‘ik’, dat ieder van ons is als individu,  beleeft, is niet geïsoleerd. Zo zit, bijvoorbeeld, ieder van ons hier in de kerk, samen met anderen, samen in dit mooie gebouw, luisterend, biddend, delend met anderen. Eenheid en veelheid ook in ons gelovig en kerkelijk leven. Dat is op een of andere manier ook aanwezig in God.

Lees je onze H. Schrift dan tref je voor God veel namen zoals de Aanwezige, de Eeuwige, de Almachtige en Barmhartige, de God van genade en vrede. Christenen zijn daarbij gaan zien hoe God zich ons voordoet: als Geest (denk aan de schepping en aan Pinksteren); als Zoon (denk aan de menswording van Jezus in Godsnaam met Kerstmis); als Vader, oorsprong van alle leven, ‘onze en uw Vader zoals Jezus ons leert. Vader, Zoon en Geest zijn in hun onderlinge betrekking, de ene God. Dat grote geheim, met zijn wortels in de verhalen uit onze H. Schrift,  gaat enerzijds ons verstand  te boven. Maar anderzijds begrijpen we ook dat het heilzaam voor ons is en in ons werkt. God is op ons betrokken, heeft zich aan ons medegedeeld en is met ons verbonden, Dat vieren we in heilige tekenen (sacramenten), in ons beluisteren van de H. Schrift, in  ons gebed. We mogen ons, hopelijk in toenemende mate, bewust zijn van onze rijkdom als gelovigen. Daar kunnen we nog even bij stilstaan.

In de 1e lezing is ‘wijsheid’ verbonden met God. Met Pinksteren verbonden vooral met Geest. We zongen: ‘Geest van wijsheid, Geest van raad, aller dingen zuivere maat’. Met Pinksteren herdachten we dat die Geest in ons, gelovigen, woont en dat we ons voor die Geest kunnen openstellen. De Paulusbrief aan de Romeinen meldde de betekenis van Jezus: ‘Wij zijn als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof; en we leven in vrede met God, door Jezus Christus’. En dat is de Zoon, Mensenzoon, zoals hij zichzelf graag noemt en beleden als Gods zoon. En de laatste zin van de tekst uit het Evangelie van Johannes luidde: Alles wat van de Vader is, is van mij, daarom heb ik gezegd, dat hij, de Geest, alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. In die tekst hebben we Vader, Zoon Jezus en Geest bij elkaar. We tekenen ons derhalve niet voor niets met een kruisteken Ín de Naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Daar  zit een geloof achter omtrent God en diens werkzaamheid in ons. Het is goed, dat dit bewustzijn op een dag van de H. Drie-eenheid wordt opgefrist en dankbaar zijn voor Gods werkzaamheid in hen die zich voor zijn werking openstellen.

Daar zijn een aantal gebruiken uit voortgevloeid: we maken menigmaal een kruisteken bv. bij het doen van een gebed. We dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest We zegenen met of zonder wijwater in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest; zalvingen van dopelingen, zieken, vormelingen gebeuren in de vorm van een kruisteken; eveneens de zegening van het brood tijdens onze vieringen in de kerk; tijdens de inzegening van een huis lopen we met wijwater rond en zegenen de verschillende ruimten in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Zo speelt ons leven als gelovigen zich af in verbondenheid met God. En die verbondenheid stimuleert ons het goede na te streven en het kwade achter ons te laten. AR

Zondag 9 juni 2019: Pinksteren.

By | Preken

Overweging Pastor Franssen 8 juni 2019:

2019  PINKSTEREN  DE PARAKLEET: DE PLAATSBEKLEDER EN ADVOCAAT

Het is alsof er met Pasen een steen in een vijver is geworpen. Vanuit één centraal punt zie je overal de steeds groter wordende kringen door het water gaan. Steeds maar uitdijend. Vanaf de dood en het nieuwe leven van Jezus is dit aan de hand. In het begin waren die vrienden van Jezus nog zeer weifelend en bang. Ze hadden de schrik van hun leven gekregen door wat er met Jezus  was gebeurd. Ze hadden angst zelf ook gevangen genomen en veroordeeld te worden net als hun Meester. Daarom waren ze bang voor hun mening uit te komen,  hun kop te stoten, bang om in het openbaar te vertellen wat voor wonderlijke dingen ze hadden meegemaakt. Dat iemand geleden heeft en dood is,  kun je constateren. Dat is een feit. Dat er nog een leven is voorbij  de grens van de dood, daar is meer voor nodig. Op zijn minst dat je nadenkt over wat deze mens voor jou betekend heeft; wat hij/zij heeft bijgedragen aan zijn omgeving. Kortom wat het hart, het binnenste, de geest van die mens is geweest.
Gelukkig had Jezus zijn vrienden al enige tijd voorbereid. Hij zou hen zijn Geest zenden. Nu worden er in de verhalen rond Pasen en Pinksteren allerlei tijdsaanduidingen genoemd: de derde dag, veertig dagen, vijftig dagen. Die verwijzingen naar de tijdsduur dienen we niet letterlijk, maar symbolisch te verstaan. Ze willen iets uitdrukken dat dieper gaat. Zo is vijftig het getal van de volheid: zeven maal zeven + één.  Niet alleen was met Pinksteren, het Joodse Wekenfeest, de eerste oogst op de velden rijp, maar in de leerlingen is wat Jezus gezaaid had met zijn sterven en verrijzen ook tot wasdom gekomen. Ze hebben tijd gehad om wat er allemaal gebeurd is helemaal tot zich door te laten dringen.  Met Pinksteren vieren wij dat Jezus de beloofde H. Geest gezonden heeft. Het betekent dat zij – en dus ook wij  – niet alleen gelaten worden; dat er Iemand bij ons is. Wat er ook gebeurt: we mogen steeds hoop houden. Pinksteren is de voltooiing van Pasen. We gedenken vandaag dat de kerk is gesticht als een beweging van al die enthousiastelingen die in het spoor van Jezus warmte brengen waar verkilling is, troost waar er geleden wordt. // Als Jezus het over de H. Geest heeft, dan gebruikt Hij vaak het woord  ‘helper’.  In de oorspronkelijke taal van het Evangelie wordt het woord  ‘ advocaat’ gebruikt. Een advocaat is iemand die mensen bijstaat, als er moeilijkheden zijn of iets opgelost moet worden. Met Pinksteren vieren wij dat God zelf door zijn H. Geest bij ons komt om ons bij te staan. Gebeurt dat alleen maar als we het moeilijk hebben? Nee, ook als we fijne dingen te vieren hebben. Ook als we nadenken over de richting die we uitmoeten met ons leven en ons gevraagd wordt keuzes te maken. Altijd en overal wil God onder ons mensen zijn, en dat doet Hij door de werking van zijn Geest.
In de 1e lezing wordt verteld hoe die verschillende mensen in Jerusalem het bevrijdende woord van de leerlingen van Jezus hoorden in hun eigen taal. We denken dan onmiddellijk aan al die talen die er over de hele wereld gesproken worden. We mogen ook denken aan het feit dat alle mensen anders zijn en dat allen – hoe verschillend ook – ieder zijn eigen plaats, ieder zijn eigen inbreng heeft. We hoeven niet allemaal diaken of pastoor te zijn. We hoeven alleen maar mens te zijn,  bezield van de goede Geest van onze God.  Als je dan bezield bent door de goede Geest van God, wat doe je dan? In de omgang met medemensen zet je je in elkaar te respecteren, zodat die op hun beurt anderen bemoedigen en bevestigen. Je probeert mensen met elkaar te verbinden en niet uiteen te drijven. Je bent mild en fijngevoelig. Je weet te luisteren als mensen iets wat hen ter harte gaat met jou willen delen. Je toont interesse in het verhaal van mensen en je informeert hoe dat ontstaan is. Dat is de reden dat wij steeds opnieuw lezen uit de Bijbel, een  boek vol ervaringsverhalen en geloofsverhalen van het volk van God. Kortom: je draagt de beweging van Jezus een warm hart toe. Het gaat er steeds om dat wij over de grenzen van onze eigen persoon of eigen wereldje meebouwen aan het goede in de wereld. Dat wij Licht brengen over de eigen grenzen heen. // Was Jezus tot en met Goede Vrijdag zichtbaar, tastbaar en in levende lijve onder mensen aanwezig, nu is Hij er geestelijk, maar niet minder werkelijk. Je  kunt zeggen: de Parakleet is Jezus op een ‘andere’ manier, nieuw, herrezen. Hij is de machtige Bij-staander, onze bondgenoot en advocaat. Hij is de plaatsbekleder van Jezus. Hij herinnert de leerlingen niet alleen aan alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft. Hij zal in de toekomst ook onthullen wat de kern is van alles wat er is gebeurd. Ook na zijn verrijzenis is Jezus er. Hij helpt, troost en inspireert ons. De H. Geest, de Parakleet, is wel onderscheiden van Jezus, maar tevens niets anders dan zijn voortgaande aanwezigheid. Hij is de verschijningsvorm van de verheerlijkte en opgestane Jezus. De H. Geest is vanaf Paasmorgen Jezus in zijn nieuwe gedaante als helper en ruggensteun. Op dit Pinksterfeest zegt God tot ons: jullie zijn niet alleen, jullie worden niet aan je lot overgelaten. Ik ben met je met mijn heilige Geest. AMEN

Overweging meneer pastoor Reijnen 9 juni: 

PINKSTEREN 2019. (Week Nederlandse missionarissen)

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; Romeinen 8, 8-17; Johannes 14, 15-16.23-26

Het is in Nederland en Europa een tijd van gedenken. Op 6 juni landden de geallieerde troepen in Normandië en brak de tijd van de bevrijding van West Europa aan. Maar wat heeft dat niet gekost aan mensenlevens en door verwoestingen. Tentoonstellingen, documentaires, bijeenkomsten met herdenkingstoespraken, videobeelden en sketches herinneren aan wat toen allemaal is gebeurd, geleden en welke opofferingen mensen zich hebben moeten getroosten omwille van onze vrijheid. Het leidt tot bezinning en mag nooit worden vergeten, zo luidt de overtuiging. Sinds de 2e wereldoorlog leven we aan deze kant van de wereld in vrede en vrijheid. West Europa heeft zich door de aanwezigheid van vrede en veiligheid kunnen ontplooien. Onze welvaart is gegroeid, zijn onze keuzemogelijkheden zijn groter geworden. Maar, hoe breed hebben vrede en vrijheid gewerkt? Heeft ons innerlijk, onze ziel ook van de vrede en vrijheid geprofiteerd? Zijn we begripvoller geworden t.a.v. onszelf en onze mogelijkheden én beperkingen? Zijn we hulpvaardiger geworden, barmhartiger, vergevingsgezinder, toleranter, liefdevoller?  Zijn dat eigenlijk niet de waarden of deugden die de altijd  kwetsbare vrede en vrijheid dragen? Staan ze momenteel niet onder druk?  Onze samenleving is immers prestatiegericht en stelt hoge eisen waaraan we tegenwoordig moeten voldoen om ‘mee te kunnen’ op het gebied van positie in de samenleving,  werk, relaties, vrije tijd en vakantie? . Zijn in de levens van veel mensen hun dagen niet zodanig  gevuld dat stress optreedt door wat we allemaal ‘moeten’. Worden we niet overheerst door de tijdgeest, die ons voorschrijft hoe we moeten zijn? Houden we dat vol? Dreigt er niet een geen leegte omdat we niet meer toekomen aan wie we ten diepste zijn als mens?

 

Er zijn mensen, die naar de kerk komen voor een moment van bezinning en rust te midden van al dat moeten. Hier hoeft niets, hier kan men luisteren naar de teksten en de gezangen, maar ook de eigen gedachten laten gaan. Gebeden kunnen onder woorden brengen wat in ons omgaat, ook de behoefte aan geborgenheid in Hem, God, die groter is dan wij zelf zijn.

Aanwijzingen (geboden) uit de H. Schrift kunnen ons inspireren, maar ook bevrijden en gerust stellen, onze innerlijke vrede en vrijheid bevorderen. Bijvoorbeeld, zulke een tekst als die van het Evangelie van vandaag: ‘Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn  woord onderhouden; mijn Vader (ook onze Vader) zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’. Wat hebben we meer nodig dan liefde te ontvangen en liefde te kunnen geven? Kan de bemoedigende waarde van zulk een mededeling dat God in ons woont tot ons doordringen bij alles wat wij van minuut tot minuut ‘te doen’ hebben?

Hebben we –vandaag is het Pinksteren- de heilige Geest  niet hard nodig; de Geest die ons alles in herinnering zal brengen wat Jezus ons aan vrijheid en  vrede heeft gebracht?

We kunnen voor zijn werking open staan zoals de apostelen samen met Maria bijeen in  Jeruzalem. Pinksteren werd een gebeurtenis, een doorbraak van de heilige Geest in de levens van de leerlingen. Ze raakten er vol van en traden naar buiten. Ze  begonnen hun zending om de Goede Tijding (Evangelie) van Jezus door te geven aan alle volken, ieder in hun eigen taal. De Galatenbrief van de H, Paulus geeft de vruchten van de Geest aan: ’liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’ . En hij voegt eraan toe, ‘ér is geen wet (zeg maar er is niemand) die daar iets tegen heeft’. Of we willen of niet, we worden beïnvloed door ‘de geest van deze tijd’. We hopen dat die in staat is vrede en vrijheid ook na 75 jaar te dienen. Maar mogen we dan toch ten behoeve van die vrijheid, vruchten voorbrengen die voortkomen uit Gods Geest in ons. Amen. AR

zondag 2 juni 2019: 7e zondag van Pasen.

By | Preken

Een woordje vooraf:
De tekst uit het Johannes-evangelie is niet eenvoudig. Johannes schrijft zijn evangelie tegen het einde van de 1e eeuw en wijkt in stijl daarbij af van de andere drie evangelisten. Hij heeft diep nagedacht over de persoon van Jezus Christus en over diens verhouding tot zijn hemelse Vader; en over hoe die twee zich verhouden tot degenen de in Hem geloven. Johannes probeert ons duidelijk te maken, dat God de voorwaarden van ons bestaan niet opheft, maar dat in Jezus ons wordt geleerd hoe met ons leven en al wat dat inhoudt om te gaan. Dat leidt tot zijn en onze verheerlijking. God is dus anders dan een poppenspeler die naar willekeur aan de touwtjes trekt van de marionetten die wij zijn. Menigeen, die zegt niet in God te kunnen geloven zou gevraagd kunnen worden welk idee van God hij/zij eropna houdt. De gedachten van Johannes zijn van belang voor ons als gelovigen en voor ons denken over God en Jezus Christus. Ze geven ons ruimte en vertrouwen

Lezingen: Handelingen 7, 55-60; Openbaring  22, 12-14.16-17.20; Johannes 17, 20-26

Er is, beste mensen, nauwelijks een sterkere band denkbaar dan die tussen ouders en kinderen. Die zijn namelijk de vrucht van hun samengaan. De verbondenheid ie daaruit ontstaat kan ook nooit ongedaan gemaakt worden en is derhalve levenslang. Normaal gesproken betekent dat ook betrokkenheid, liefde, verantwoordelijkheid en zorg. Als we dat voor ogen houden kunnen we het gebed van Jezus verstaan tijdens aan de vooravond van zijn lijden. Hij bidt dat zijn verbondenheid met zijn hemelse Vader doorgetrokken wordt naar allen die in Hem geloven. Hij benadrukt dan ook dat God ook onze hemelse Vader is en legt dat neer in een gebed, dat Hij ons leert in het ‘Onze Vader, die n de hemel zijt’ enz, een gebed dat we tijdens onze vieringen altijd bidden.

Het betekent, dat God op de eerste plaats tegenwoordig is in ménsen en niet in een gebóuw. Gebouwen waarin we samenkomen dienen om ons bewust te doen zijn  van onze verbondenheid met God en met elkaar. En de basis van Gods tegenwoordigheid in ons is de liefde, die Hij ons toedraagt. Dát is Jezus ons komen leren: God heeft ons lief. Hoe heeft Go ons lief? In Jezus, Mensenzoon en Gods Zoon is dat zichtbaar geworden. Hij heeft ons levenslot met ons gedeeld met alles wat dat inhoudt:  vreugde, moeite, kwetsbaarheid, pijn, tijdelijkheid en dood. Jezus heeft ons door zijn manier van leven geleerd om met ons lot om te gaan. Hij accepteerde zijn lot, voelde zich aan het kruis van God verlaten, maar gaf zijn geest wel over in Gods handen.  God is derhalve in het gebed van Jezus niet de sturende kracht van bovenaf, die ervoor zorgt dat we gespaard blijven voor de pijn die het leven ook met zich mee kan brengen. Dat is anders in de regionale krant op zaterdag. Menige sporter, gevraagd  naar zijn of haar geloof in God lijkt van opvatting, dat God van bovenaf alles wat een mens pijn doet zou moeten verhinderen.  Maar zo is het niet. Jezus heeft ons geleerd om te gaan met het leven, zijn bestemming aanvaardend en doorlevend, zoals wij allen daartoe geroepen zijn; ieder van ons zijn of haar eigen leven.  Als we naar het voorbeeld van Jezus ons leven doorleven, woont God in ons.

Als diaken Stefanus, kort na Jezus dood de nadruk erop legt, dat God op de eerste plaats in mensen woont en niet in een stenen gebouw, wekt dat grote weerstand bij pelgrims naar de tempel Jeruzalem., de heilige tempel waarin ze Gods aanwezigheid lijken vast te pinnen  Ze nemen Stefanus gevangen en beschuldigen hem ervan dat hij tegen de tempel zou zijn. Maar dat is niet zo. Er is niks mis met het eer brengen aan God in een tempel of kerk, maar God en Jezus wonen op de eerste plaats in mensen, die in hen geloven en daarnaar handelen. Niet bestand tegen het verweer van Stefanus stenigen zijn tegenstanders hem. Hoe hij daarmee omgaat maken he m tot een mens van God. Hij ‘ziet de hemel open en de Mensenzoon aan Gods rechterhand’. Dat is zijn perspectief. Vervolgens, zijn eerste woorden zijn woorden van overgave: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. Ook Jezus heeft op het kruis zo gebeden: ‘ Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest’. Verder is Stefanus niet de man die Gods wraak over zijn tegenstanders afroept , maar hij bidt om vergeving: ‘Heer reken hen deze zonde niet aan’.  Ook Jezus bad zo ving bij zijn kruisiging: ‘Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen’.  Bidden wij ook niet om vergeving in het Onze Vader?

Wat kunnen we van deze verhalen leren?  God en Jezus leven –overeenkomstig hun liefde  in ons. Wij geloven en doen ons best dienovereenkomstig te handelen  Dat Jezus leeft aan Gods rechterhand  na zijn kruisdood, opstanding en hemelvaart kan ons moed geven. Het is ons perspectief. We zijn sinds ons doopsel met Hem, met elkaar en met God verbonden.  Levend in en met hetgeen ons overkomt ligt onze bestemming in Gods hemel. Het moge ons moed en vertrouwen geven bij alles wat ons overkomt. AR

30 mei 2019: Hemelvaartsdag: Kijk naar boven en kijk om je heen.

By | Preken

Lucas, de evangelist en schrijver van de Handelingen van de apostelen, spreekt nadrukkelijk van een periode van 40 dagen, waarin Jezus na zijn sterven aan zijn leerlingen verscheen en met hen sprak over het koninkrijk van God. Dat getal 40 komen we in de Bijbel vaak tegen. Om enkele voorbeelden te noemen: Voordat Mozes op de Sinaï de tafels ontvangt met de tien woorden, verblijft hij 40 dagen op die berg, die door een wolk onttrokken is aan de ogen van de Israëlieten. Ook het volk Israël verblijft maar liefst 40 jaar in de woestijn. De profeet Elia trekt 40 dagen en nachten door de woestijn totdat hij aan de berg Horeb komt, waar de Eeuwige aan hem voorbijgaat in het stille ruisen van de wind. Van Jezus wordt verteld dat Hij 40 dagen in de wildernis verblijft, waar Hij door de Satan op de proef wordt gesteld, voordat Hij het koninkrijk van God gaat verkondigen. Later treffen wij Hem samen met Mozes en Elia op een berg, waar een wolk hen onttrekt aan het oog van de leerlingen. Vandaag hebben we iets soortgelijks gehoord: op een berg wordt Jezus door een wolk aan het zicht van de leerlingen onttrokken. Het gebeurt, nadat Hij na zijn verrijzenis nog 40 dagen aan zijn leerlingen is verschenen. Het getal 40 en het beeld van de wolk willen ons opmerkzaam maken op het verborgen handelen en aanwezig zijn van God. ‘Niemand heeft God ooit gezien’, zegt de Evangelist Johannes, ‘maar de Zoon, die zelf God is, heeft Hem doen kennen’.  Het is Jezus geweest die God zichtbaar heeft gemaakt. Hij was God in levende gestalte, voelbaar, hoorbaar, tastbaar. Door zijn aandacht en vergevende woorden voor mensen die werden genegeerd of gemeden en door zieken te genezen heeft Jezus laten ervaren dat het koninkrijk van God was aangebroken. Zijn leerlingen waren totaal van slag, toen het optreden van hun Meester uitliep op zijn veroordeling en kruisdood. Aanvankelijk dachten ze dat dit ook het einde van Jezus’ boodschap betekende, maar door allerlei tekens ontdekten ze dat die bevrijdende beweging doorging. Jezus verschijnt na zijn verrijzenis meermaals aan zijn leerlingen, verhalen ons de Evangelisten. Nadat de H. Geest hen daartoe vaardig heeft gemaakt, beginnen de leerlingen te getuigen hoe Jezus hun en vele anderen hoop en uitzicht,  genezing en verlossing heeft gebracht. Dat vieren we straks met Pinksteren. Vandaag horen de leerlingen – en met hen ook wij – dat we onze blik niet uitsluitend naar boven moeten richten, maar ook naar opzij, naar de mensen die onze naasten zijn. De leerlingen krijgen die opdracht van twee mannen in het wit, die plotseling bij hen staan en tegen hen zeggen: ‘Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan’.  M.a.w. Jezus verdwijnt nu wel uit jullie ogen, maar Hij keert weer terug. In die tussentijd mogen jullie aan de slag gaan, zijn boodschap verkondigen en zijn werk voortzetten, ieder met zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. We hoeven dat niet op eigen kracht te doen, maar net als de apostelen eertijds, zullen ook wij met kracht uit de hemel worden toegerust. Het is alsof die twee mannen in het wit ons duidelijk willen maken: Leven  betekent niet naar de hemel blijven staren, maar goed kijken naar de aarde. Heel Jezus’ opdracht was erop gericht dat er een hemel op aarde komt. Zo worden ook wij uitgedaagd er aan te werken dat de aarde een thuis wordt waar het goed is om te leven, voor alle mensen. We mogen dat doen in het vertrouwen dat de Eeuwige, die we niet kunnen zien, die enerzijds voor ons verborgen is, anderzijds ook met ons meegaat en ons beschermt. Vanuit zijn verborgenheid worden wij toegerust met kracht. Die kracht mogen we ervaren, als we ons begeven in de binnenkamer van het gebed, ons plaatsen in aanwezigheid van de Verborgene.
Het feest van Hemelvaart daagt ons uit om te leven ‘ alsof God er niet is’,  zoals Dietrich Bonhoeffer ooit heeft gezegd. M.a.w.: we kunnen niet beschikken over Gods aanwezigheid, maar we mogen wel leven in het vertrouwen dat we door God gezien en bemind worden, net zoals Jezus dat in zijn leven heeft ervaren. In zijn voetspoor mogen wij ons inzetten om de aarde te maken tot een land waar vrede en goedheid met elkaar wonen, een stukje hemel op aarde waar ieder tot zijn/haar recht komt,  het koninkrijk van God dichterbij en midden onder ons.  AMEN.

zondag 26 mei: 6e zondag van Pasen.

By | Preken

ONS OPENSTELLEN OM SAMEN VERDER TE KOMEN

Tegenstellingen, meningsverschillen, verdeeldheid: we komen ze tegen op tal van terreinen en in allerlei kringen. Voordat wij naar de stembus gaan, merken we dat nog duidelijker dan anders bij politieke partijen die zich presenteren en willen profileren. Denk ook aan de handelsoorlog tussen de VS en China en aan de dreigementen en embargo’s tegen politieke tegenstanders. Ook dichtbij huis komen we in allerlei kringen verdeeldheid tegen en de spanningen die dat met zich meebrengt.
Onder de leerlingen van Jezus blijkt dat ook voor te komen. Aanvankelijk zijn het vooral Joden die zich tot het christendom bekeren. Zij zijn sterk gehecht aan de Thora, de Wet van Mozes. Maar Paulus en Barnabas komen op hun missiereizen in aanraking met vele niet-Joden die  christen willen worden. Ze willen die mensen niet opzadelen met de voorschriften van de Joodse Wet, m.n. de besnijdenis. Orthodoxe Joden gaan daar niet in mee en blijven van mening dat ook heiden-christenen zich moeten laten besnijden. Omdat ze er  niet uitkomen,  gaan ze met die strijdvraag naar de apostelen in Jerusalem.
Er wordt een vergadering belegd, het zogeheten Apostelconcilie, de eerste openbare beraadslaging van de Kerk. Na rijp beraad komen de apostelen en de oudsten overeen dat men de Jezus-gelovigen onder de niet-Joden geen onnodige lasten moet opleggen. Voor hen zullen enkel de meest elementaire geboden gelden en daar hoort de besnijdenis niet bij. Er wordt van hen verlangd dat ze niet meedoen aan afgodendienst, geen vlees eten dat bij zo’n dienst is geofferd, dat ze niemand doden en zich onthouden van verboden seksuele  verhoudingen en gedragingen. M.a.w. Er wordt van hen alleen gevraagd  wat strikt noodzakelijk is voor een christelijk leven. Ze hoeven volgens de apostelen niet te worden onderworpen aan de Joodse Wet, omdat Jezus op aarde is verschenen niet alleen voor het Joodse volk, maar om heel de mensheid te verlossen.
We weten: een ruzie kan verschillende kanten opgaan. Mensen kunnen elkaar de oorlog verklaren en de wapens opnemen. Ze kunnen elkaar de rug toekeren, elkaar links laten liggen en gescheiden wegen gaan. Dat maakt het leven alleen maar moeilijker. Er vallen slachtoffers; mensen moeten vluchten. Families worden soms uiteengerukt door een verschil van mening, een erfenis, soms zelfs door een misverstand.  De leerlingen van Jezus kiezen voor een derde mogelijkheid. Ze gaan met elkaar praten, hoe lastig dat ook is. Standpunten worden uiteengezet, de emoties lopen hoog op en er vallen harde woorden. Maar ze hebben eenzelfde doel: ze willen er samen uitkomen en samen verder. Hoogstwaarschijnlijk zullen zij zich de vermaning van Jezus herinnerd hebben, toen ze met elkaar aan het bekvechten waren over wie de voornaamste was: ‘Als je de grootste en belangrijkste wilt zijn, dan moet je de dienaar van allen willen worden!’. Als we daar serieus werk van willen maken, dan betekent dat dat we alle moeite doen om een ander tot zijn/haar recht te laten komen: dat we ons openstellen voor wat de ander denkt, voelt en bezielt. Dat we willen verstaan wat de naaste bezig houdt. Dat we naar elkaar willen luisteren, elkaar laten uitpraten en niet in de rede vallen. Dat is in praktijk brengen wat Jezus vraagt: elkaar liefhebben zoals Hij ons lief heeft. Elkaar respecteren is niet strijden voor het eigen gelijk, maar ons ook durven openstellen voor de mening,  gevoelens en de belangen van een ander; toelaten dat de ander vragen stelt bij onze zienswijze.
Jezus heeft zijn leerlingen beloofd: ‘Ik laat jullie niet verweesd achter. De pleitbezorger, de H. Geest die de Vader jullie namens Mij zal sturen, Hij zal je alles duidelijk maken en in herinnering brengen wat Ik jullie gezegd heb’.          De H. Geest, de pleitbezorger, de trooster en helper: Hij zal de leerlingen leiden en leren, hen troosten bij verdriet en hen voorthelpen  op het pad van vrede.  In dit geloof  gaan Paulus en Barnabas naar Jerusalem om de kwestie die hen verdeelt voor te leggen aan de apostelen, de oudsten en de rest van de christengemeente.  Ze durven dat, omdat ze vertrouwen op de H. Geest die Jezus hen heeft beloofd. Ze blijven elkaar geen verwijten maken, maar willen samen met de apostelen zoeken naar wat hen verbindt. Ze doen wat menige moeder van een groot gezin doet: luisteren naar de verhalen,  niet oordelen, maar ze bewaren in haar hart en doen wat de eenheid tussen haar kinderen kan bevorderen. Met het feest van Pinksteren in het verschiet bidden wij dat de H. Geest over ons zal neerdalen en vrede brengt in ons hart. Dat wij niet gedreven worden door het verlangen om ons eigen gelijk te halen, maar dat wij ons telkens opnieuw durven openstellen voor de mening van anderen en dat wij durven luisteren naar de weg die Jezus ons wijst in zijn Evangelie.  AMEN.

19 mei 2019: 5e zondag van Pasen.

By | Preken

Lezingen: Handelingen 14, 21-27; Openbaring 21, 1-5a; Johannes 13, 31-33a.34-35.

Wedstrijden en competities zijn in onze wereld aan de orde van de dag. Ze leveren kampioenen, helden, idolen en schlemielen op. De Nederlandse voetbalcompetitie is afgesloten met het kampioenschap van Ajax, nadat het eerder in de halve finale van de Champions League een merkwaardige nederlaag had geleden tegen Tottenham en uitgeschakeld werd voor de finale. Huldiging van Ajax door 100.000 mensen op het museumplein. De Giro d ’Italia is van start gegaan met Tom Dumoulin als een van de favorieten, maar een val veroorzaakt door een domme fout van een andere renner heeft hem genoodzaakt op te houden, talloze fans in teleurstelling achterlatend. Vanavond is de finale van het Europese Songfestival. Duncan Laurence uit Nederland is favoriet, maar wie zal winnen? Op politiek gebied is ook een wedstrijd aan de gang: de wedstrijd welke de machtigste natie is op de wereld. De VS heeft er een handelsoorlog met China voor over en conflicten met Iran en Noord Korea. En, wie gaat Europa leiden? Ook daar competitie tussen partijen en hun voornaamste kandidaten. Het lijkt erop, dat daar waar mensen leven er ook concurrentie en competitie is: wie is de grootste, wie is de beste, wie is de voornaamste, wie is de machtigste en daardoor de invloedrijkste. Die vragen spelen zelfs een rol bij de 12 leerlingen, die Jezus rond zich verzameld heeft. Onder hen leeft de vraag wie de voornaamste is.  Wellicht zijn concurrentie en competitie onder mensen noodzakelijk om elkaar uit te dagen, zodat talenten tot ontplooiing komen.

Van de kant van het Evangelie hoort daar echter een kanttekening bij. Aan het adres van de leerlingen zegt hij: ‘degene die de voornaamste wil zijn zal degene zijn die weet te dienen, zoals Hij zelf gekomen is om te dienen en zijn leven te geven. Het betekent, dat je best ernaar mag streven de voornaamste de beste, de grootste te zijn als je dat maar bent met de mentaliteit van de dienaar, je leven ziet in relatie tot het dienen van de ander. Dat vinden we terug in de evangelielezing van vandaag waarin Jezus zijn leerlingen, dus ook ons, voorhoudt, dat ze/we elkaar moeten liefhebben, zoals, zegt hij, ‘ik u heb liefgehad’. Dat is op de manier van de dienaar.  Het gaat hem klaarblijkelijk zeer ter harte, als kenmerk van degenen, die in hem geloven en derhalve zijn manier van leven aannemen. Hij herhaalt het nog een keer: ‘Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen bent: als jullie de liefde onder elkaar bewaart’.
Met die boodschap van oproep tot geloof en liefde trekken de Paulus met zijn metgezellen door gedeelten van het Romeinse rijk, laten we zeggen tussen Jeruzalem en Rome. In de eerste lezing keren ze terug van hun eerste reis. Ze gaan langs de geloofsgemeenschappen, die door hun toedoen zijn ontstaan, bevestigen die en geven er structuur aan door het aanstellen van leiders en gaan terug naar de plaats waarvandaan ze vertrokken waren, Antiochië, in het huidige Turkije. Daar vertellen ze uiteraard over hun lotgevallen en hoe, door hun toedoen, iedereen op de hoogte was gebracht, dat het Evangelie er was voor iedereen.De Goede Tijding van Jezus geldt nog altijd voor iedereen. Morgen, 19 mei, herhalen we het gebaar van Jezus van breken en delen tijdens zijn laatste avondmaal. Voorafgaand had hij, de meester, de voeten van zijn leerlingen gewassen, normaal de taak van de dienaar. In het breken van het brood en het delen ervan gaf hij aan hoe hij voor zijn mensen geleefd had en dat zou doorzetten ten einde toe. Vier communicantjes doen in Eys voor de eerste keer mee.
Hopelijk wordt de bedoeling van het gebaar van het breken en delen van Jezus begrepen en blijven we het herhalen in onze vieringen. We kunnen eraan beleven waartoe wij er zijn als christenen in deze wereld, geroepen als we zijn tot dienen in geloof en liefde. AR

Zondag 12 mei 2019: 4e zondag van Pasen.

By | Preken

ONS OPENSTELLEN VOOR DE STEM VAN DE GOEDE HERDER.

Wat wij horen in de beide lezingen is voor ons heel herkenbaar. Enerzijds ontmoeten we mensen die zich gedreven voelen om het Goede Nieuws van Jezus verder te vertellen en door te geven. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Anderzijds komen we ook mensen tegen die zich door die Boodschap ernstig bedreigd voelen, zich tegen die nieuwlichters keren en hun opvattingen verdacht maken. Ze verjagen hen zelfs uit hun gebied, zo vertelt de 1e lezing. Ze mobiliseren daarvoor ook mensen die macht hebben. Ze zijn bang hun vertrouwde geloofsvisie te verliezen. Als ze zien dat die nieuwlichters succes hebben, worden ze ook nog vreselijk jaloers. Want ze zijn ook bang hun macht te verliezen. Daarom sluiten ze zich af voor die nieuwe leer. Johannes verhaalt dat Jezus zich ophoudt in de tempel in de zuilengang van Salomo. Hij is een doorn in het oog van de Joodse overheidspersonen.Daarom zetten ze Hem onder druk om eindelijk eens duidelijkheid te verschaffen over zijn identiteit. ‘ Als U de Messias bent, zeg ons dat dan ronduit’. Maar Jezus reageert:  ‘ Ik heb het jullie al vaker gezegd, maar jullie geloven me niet! De tekens die Ik verricht komen niet uit mijn eigen koker, maar ze zijn het werk van de Vader.  Zij maken duidelijk wie Ik ben. Maar jullie vertrouwen Mij niet, omdat je niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ze volgen Mij.
Voordat we die Joodse overheidspersonen wegzetten als een stel verstokte ongelovigen, is het goed ons te realiseren wat hen overkomt. De Thora, de Joodse Wet staat voor hen als een huis. Iedere sabbat wordt er voorgelezen uit die Thora en de geschriften van de profeten. En nou komt daar zo’n nieuwlichter die niet eens theologie gestudeerd heeft, een man zonder opleiding en diploma’s en Hij waagt vraagtekens te plaatsen bij sommige voorschriften van de Wet die voor de Joodse overheden heilig zijn. Hij verricht wel wondertekens, maar als je je daarbij beroept op God en de hemel dan roep je ook veel vragen op. Iemand die God zijn hemelse Vader noemt, zou dan een zoon van God zijn.  Wat voor pretenties heeft die man!, zo vragen ze zich af?   Wat hier gebeurt komt ons niet vreemd voor: dat iemand vraagtekens plaatst bij opvattingen die voor ons als heilig gelden. Iemand die schopt tegen onze ‘heilige huisjes’. Dat laat je niet zomaar gebeuren. We zeggen wel eens dat je van het leven geen programma krijgt, maar als een vreemde gast ons een ander programma voorhoudt dan we gewend zijn, dan komen we in verzet, omdat er gezaagd wordt aan de poten van onze vermeende zekerheden. Het is dan niet vreemd, als we ons afsluiten voor die nieuwlichterij en misschien jaloers worden. In feite worden we onzeker en bang. De Evangelisten vertellen ons van wondertekens waar we niet omheen kunnen en waartoe we onszelf onmachtig voelen. Nu kun je je wel angstvallig voor Jezus’ woorden en zijn wondertekens afsluiten, maar dat brengt ons alleen maar verder van huis. Hij spoort ons aan te luisteren naar zijn stem. Ook Paulus en Barnabas roepen ons op gehoor te geven aan Jezus’ boodschap. Onze luiken dichtdoen, onze ogen sluiten en ons doof houden is geen optie die ons verder brengt. We weten: Jezus spreekt ons aan op allerlei manieren, ook via mensen en dingen die we meemaken. Vraagt leven in zijn Geest niet dat wij ons voortdurend openstellen en alert zijn? Waar blijf je, als je geen aandacht toont voor je partner, kinderen en vrienden? Hoe kun je medeleven betuigen en steun bieden, als je geen idee hebt van wat je naaste bezig houdt?  Op wie moet je stemmen, als je je niet op de hoogte stelt van de programma’s van de  politieke partijen?  Al is angst en de neiging ons af te sluiten voor het nieuwe en onbekende heel menselijk, maar we weten ook dat angst een slechte raadgever is. Zelfs jalousie is een menselijke reactie op de voortvarendheid en de materiële – en geestelijke rijkdom  van anderen. Maar Jezus, de Heer, nodigt ons uit om Hem ons vertrouwen te schenken en Hem te volgen. Hij belooft zijn schapen naar grazige weiden te brengen en naar plaatsen waar we onze geestelijke dorst kunnen lessen. Hij belooft zijn volgelingen zelfs eeuwig leven te schenken. Dat is niet alleen iets voor na onze dood. Nu reeds ontvangen we dat eeuwige leven: nl. het vertrouwen dat God ons nabij is en met ons meegaat op onze weg, zoals Jezus dat zijn naasten heeft laten ervaren. Eeuwig leven is leven in het besef, dat de Geest van God liefde is en dat ook wij die liefde van God kunnen uitstralen naar onze naasten. Voor mensen die niet geloven is dat naïeve wartaal, want ze verwarren rijkdom met gelukkig zijn. Zij zijn ervan overtuigd dat je rijkdom moet verwerven door eigen prestaties. Maar dat maakt nog niet gelukkig. Wie teveel op eigen kracht koerst, stapelt zekerheid op zekerheid, zo hoog als de toren van Babel. En we weten hoe dat Bijbelverhaal eindigt.  God zegt: ‘Laten wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de één niet meer verstaat wat de ander zegt. En de Heer dreef hen vandaar naar alle kanten, de hele aardbodem over ‘ (Gen. 1,7-9a)

Bidden wij dat God ons de moed geeft ons open te stellen voor Jezus’ woorden en voor al de tekens en signalen die Hij ons geeft. AMEN.

5-5-2019: 3e zondag van Pasen.

By | Preken

Rond Pasen, beste mensen, krijgen kerk, christendom en Pasen zelf wat meer aandacht in de media. Bijvoorbeeld van Rosanne Hertzberger op Paaszaterdag in haar column in de NRC met als titel: ‘Het christendom is nu een tandeloze musical’. Met die musical bedoelt ze ‘The Passion’, dit jaar vanuit Dordrecht werd uitgezonden. Naast ‘tandeloos’ noemt ze The Passion ook ‘prachtig theater en indrukwekkende productie, die echter een nare ontwikkeling vertegenwoordigt’. Die ‘nare ontwikkeling’ waar zit hem die in? Ze schrijft ‘de kerk was één van de steunpilaren van het menselijk bestaan’. Verderop in haar column laat ze weten weten dat de kerk voor hen een belangrijke rol kon vervullen voor het toenemend aantal alleenstaanden. ‘De kerk had ondanks haar beperkingen meer te bieden dan alleen geloof, zingeving en gebouw. In de kerk was je niet alleen, daar vierde je elkaars levensgebeurtenissen, daar werd geld ingezameld in geval van nood, daar hielp je ouderen en kwetsbaren totdat je zelf onvermijdelijk één van hen werd. Je was er onderdeel van iets groters, een organisatie waarmee rekening werd gehouden, iets van gewicht om het op te nemen tegen de wereld om je heen. Er is helaas weinig voor in de plaats gekomen’. Ik ben het niet helemaal eens met wat ze schrijft. Immers de kracht van de kerk –en de kerk zijn wij- is ons geloof in opstanding en leven. Vandaar uit zijn we naaste lievend en verzetten we ons tegen onrecht en kwaad. Kwaad en dood zijn  niet het einde zoals in Jezus Christus zichtbaar geworden is. Maar verder is het grotendeels waar wat ze schrijft. De kerk heeft veel van haar betekenis en daarmee ook aan positieve invloed verloren. Ze is vaak afwezig in het publieke domein. Men houdt bij het ondernemen van activiteiten geen rekening meer met wat er kerkelijk te doen is. Je treft het ook in eigen kring aan. Daar hoeft geen kwade wil achter te zitten, maar het geeft wel aan hoe weinig hetgeen er kerkelijke te doen is nog als belangrijk leeft in de gedachten en harten van mensen. Men heeft daarbij niet in de gaten wat er aan maatschappelijke waarden in de kerk, door ons geloof gepromoot, verloren dreigt te gaan. Men constateert weliswaar het harder worden van de samenleving, de afname van betrokkenheid van mensen op elkaar in de eigen woonomgeving en op het verenigingsleven; men constateert het hoe langer hoe meer gaan leven op en voor zichzelf, de toename van de eenzaamheid. Veel gedoopten komen niet meer samen in de kerk en ervaren niet meer het appél op onderlinge solidariteit, op naastenliefde, zorg voor elkaar en betrokkenheid bij elkaars noden.
Dat was anders in de jonge kerk van Jeruzalem na Pasen. In haar gaat het verhaal van Jezus verder. Het is nog maar een kleine, maar wel dynamische geloofsgemeenschap, die in toenemende mate staat voor haar geloof in opstanding en leven. De religieuze overheid van toen is beducht voor haar invloed: ‘heel Jeruzalem is vol van uw leer’. Bovendien vind die overheid het niet leuk, dat de dood van Jezus haar aangerekend wordt. Ze verbieden de leerlingen de Goede Tijding (het Evangelie) van Jezus verder te vertellen. Petrus en de andere apostelen antwoorden met te getuigen van hun geloof in Jezus. Dat is immers hun opdracht van Jezus te getuigen voor alle mensen. ook al vraagt dat veel van hen. Petrus merkt op: ‘men moet God meer gehoorzamen dan de mensen’.
De lezing uit het Evangelie vertelt dat in een wonderlijke visvangst 153 grote vissen gevangen worden. Dat waren volgens de H. Hiëronymus, bijbelvertaler uit de 4e/5e eeuw, alle toenmalig bekende vissoorten. Dat is symbolisch te verstaan: aan alle volkeren zal het Evangelie van Jezus verkondigd worden en ze zullen ‘zich laten vangen’ en deel krijgen aan het door Hem gebrachte heil.
Kunnen we als kleiner worden geloofsgemeenschap ook aan mensen van nu laten weten dat ze voor de opgaven van het leven niet alleen te staan. Kunnen ze  bij ons een plek vinden waar ze gehoord en gezien worden, waar vreugde en verdriet samen kunnen worden geleefd? Zijn onze samenkomsten van dien aard interesse voor elkaar blijkt en dat eenzaamheid wordt opgevuld? Ons geloof, onze hoop en onze onderlinge liefde zijn onze kracht  Daarmee maken we zichtbaar dat kwaad en dood in hun verschillende vormen niet het laatste woord hebben. Pasen vraagt ons, christenen, om tot leven te komen tot geluk van degenen met wie we leven en daarmee ook van onszelf..

Zondag 28-4-2019: 2e zondag van Pasen.

By | Preken

Lezingen: Handelingen 5, 12-16; Apocalyps 1, 9-11a.12-13.17-19; Johannes 20, 19-31.

Het is opmerkelijk, beste mensen, dat ondanks de dood van Jezus het leven in van de eerste christengemeenschap verder gaat. Je zou verwachten, dat met de kruisiging van de stichter het met de nieuwe beweging afgelopen zou zijn. Dat was in het verleden wel vaker gebeurd. De beweging wel langzaam maar zeker doodbloeden.  Maar het tegendeel mis het geval.  De boodschap van de vrouwen aan de leerlingen  op de paasmorgen over het lege graf gaan en dat Jezus leeft, vindt gehoor. Ook Petrus en Johannes bezoeken het graf  en komen tot de conclusie dat hetgeen de vrouwen hebben verteld juist is. Maar het moest op de Paasmorgen wel nog tot hen doordringen. Herinneringen aan Jezus, die voorspeld had dat hij veel zou moeten lijden, door zijn tegenstanders gedood zou worden maar na drie dagen zou verrijzen komen naar boven. Het tot geloof komen gebeurde niet zonder slag of stoot.De leerlingen, verzameld met de moeder van Jezus in een bovenzaal hielden de deur op slot, uit vrees voor hun tegenstanders en de overheid. Twee leerlingen waren uit  de stad weggevlucht en op weg naar Emmaüs. Apostel Thomas vertegenwoordigde de leerlingen die bij de verhalen van Jezus’ verrijzenis zo hun vragen en bedenkingen hadden: was de Jezus wiens verrijzenis sprake was wel dezelfde als de Jezus die met hen op deze aardbodem had rondgewandeld?  Dat zouden ze toch moeten kunnen zien aan de littekens die hij in handen, voeten en zijde droeg. Van de kant van de hogepriesters en oudsten bleef de tegenstand in de vorm van vervolging, gevangenschap en zelfs de dood van kopstukken uit de kring van de leerlingen –denk aan de steniging van diaken Stefanus. Ondanks dat gaat het verhaal van Jezus verder in de eerste gemeenschap van christenen in Jeruzalem. Men neemt de manier van leven van Jezus aan:  Een man als Stefanus vervloekt zijn tegenstanders niet, maar net als Jezus bidt hij voor hen. Petrus helpt een verlamde bedelaar overeind, zodat hij weer kan lopen. De beruchte christenvervolger Saulus komt tot inzicht komt dat Jezus het met zijn manier van mens zijn bij het rechte eind heeft Hij bekeert zich en heet voortaan Paulus.  Hij wordt een fervent verkondiger  van de Goede Tijding van Jezus. De eerste christenen nemen aanwijzingen van Jezus over. Ze waren in hun gezamenlijk geloof één van hart en ziel, ze hielden zich hielden aan de leer van de apostelen, ze kwamen samen in een gedeelte van de tempel om er te bidden. Ze deelden leven en goed met elkaar. In de ‘eigen-aardige’ ontmoetingen met de opgestane Jezus wordt het verlangen van Thomas vervuld. Hij mag zijn handen leggen op de littekens van Jezus. De gekruisigde Jezus blijkt dezelfde als de verrezen Jezus. Thomas komt tot de belijdenis ‘mijn Heer en mijn God’. En met het oog op de generaties van christenen door de eeuwen heen, krijgt hij wel te horen: ‘zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven’. Iedere tijd heeft zijn eigen geloofsgeschiedenis. Ook wij. Maar wie wij christenen nu zijn,  wat we geloven, hoe we ons gedragen vindt nog altijd zijn basis in de leer van de twaalf apostelen. Als christenen van nu moeten we, net als toen in Jeruzalem, ons toe vertrouwen aan die goede tijding, dat kwaad en dood niet het einde zijn.  Het gevolg ervan is dat we ook proberen naar de aanwijzingen van Jezus te in liefde te leven. Dat is niet altijd simpel. In Jeruzalem komt al spoedig de klad er in. In plaats van delen met elkaar waren er die op de eerste plaats voor zichzelf zorgden. Ze moesten nog leren dat het opstaan van Jezus uit de dood inhield een opstaan uit egoïsme en eigenbelang. Dat geldt voor alle tijden:

Eensgezindheid in geloof betekent nog steeds net als toen betrokkenheid op
de medemens in liefde en zo ook op God.

 Indien dat gebeurt werkt de opstanding van Jezus door in degenen, die waarachtig in Hem geloven En dat tot hun eigen vreugde en die van anderen. Amen. AR

22 april 2019: 2e paasdag ……

By | Preken

2e Lezing uit het H. Evangelie volgens Matteüs 28, 8-15

OVERWEGING
Het verhaal van Corrie ten Boom (1e Lezing), klaarblijkelijk een brengster van de Goede Tijding (Evangelie) van Jezus, is een verhaal ter bemoediging, een verhaal van hoop: iedereen kan een nieuw begin maken, niemand is zo slecht dat hij/zij geen perspectief meer zou hebben. Ook niet de gewonde jonge militair in het ziekenhuis in Vietnam. Als je tenminste het Evangelie aanneemt.
Toch blijkt daar bij de zwaar gewonde jonge man een probleem. Tegen het geloofsgetuigenis van Corrie is hij niet opgewassen. Hij heeft daar naar zijn gevoel te ernstig tegen misdaan. Hij heeft altijd met die goede tijding gespot. Hij pestte gelovige klasgenoten. Er was haat in zijn hart tegenover God. Ik kan niet tot de Heer gaan, ik ben een veel te slecht mens.
Dat idee komt vaker voor met soms nog ergere gevolgen, bijvoorbeeld in het verhaal van Judas Iskariot:
Voorafgaand aan het Paasverhaal staat bij evangelieschrijver Matteüs van wie we zojuist een tekst hebben gelezen (v.a. 27, 3 vv), het verhaal van Judas:

‘Toen Judas, die Jezus had uitgeleverd zag dat hij veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en de oudsten terug en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren’. Maar ze zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan, zie dat zelf maar op te lossen’. Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte we en verhing zich’. Het is het verhaal van de wanhoop.
Wat leren we uit die verhalen omtrent ons geloven in God? We moeten  onszelf de vraag stellen:  Wat voor idee hebben we van God, als we tenminste –bij alle mogelijke momenten van twijfel- aannemen dat er een God is? Meten we God naar menselijke maat. Meten we God naar de maat waarin we door medemensen worden gemeten, geoordeeld, veroordeeld? Doet God zoals wij, mensen? En daarbij: meten we onszelf met de maat waarin medemensen -in overeenstemming met de hedendaagse tijdgeest- elkaar meten? Vaak zonder barmhartigheid, zonder mededogen, vanuit hun eigen gauw gekrenkt zijn overeenkomstig deze tijd.
Het Godsidee van de Goede Tijding van Jezus is –dunkt me- níet van deze tijd, maar overstijgt die, is namelijk van alle eeuwen.

U zou lied n. 448 van Huub Oosterhuis en Bernhard Huibers uit onze bundel GvL erbij kunnen nemen en dan vooral v.a. blz. 466.

‘Gij die liefde zijt diep als de zee, flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
laat niet verloren gaan één mensenkind.
Gij die geen naam vergeet, geen mens veracht,
laat niet de dood, die alles scheidt en leeg maakt,
laat niet de tweede dood over ons komen

Voor mensen die gekruisigd worden wees niet Niemand,
wees hun toekomst ongezien.
Voor mensen die van U verlaten zijn,
voor allen die hun lot niet kunnen dragen,
voor hen die weerloos zijn in de handen van de mensen’

Het lied heeft zijn wortels in de heilige Schrift.
Als je zulk een tekst leest is dan niet de grote kunst van het geloven onszelf en de maten waarmee mensen elkaar meten los te laten en ons toe te vertrouwen aan de barmhartige God van mededogen, die ‘groter is dan ons hart  die ons al heeft gezien voordat we werden geboren’ (overeenkomstig het hierboven vermeld gezang)?
Is het niet het probleem van de gewonde jongeman in Vietnam en van Judas, beide wanhopige mensen dat ze niet in staat zijn zichzelf los te laten en zich toe te vertrouwen aan Gods liefde. Met Pasen is ons verkondigd dat uiteindelijk de liefde en het leven en niet het kwaad en de dood het voor het zeggen hebben. De vraag: durven we ons aan die Goede Tijding toevertrouwen? Maken ook wíj met Pasen een nieuw begin? AR