Mijnheer Pastoor schrijft…

By | beschouwingen

VREDESLICHT MET KERSTMIS.

Het vredeslicht wordt ook dit jaar weer vóór Kerstmis opgehaald in de geboortekerk van Bethlehem en naar Nederland gebracht door leden van de scouting. In de Roermondse kathedraal kan het op 23 december worden opgehaald tijdens een viering om 11.30. Ook onze parochies van de cluster Morgenster zullen het Vredeslicht binnenhalen. Parochianen kunnen het, wellicht het beste met een lantaarntje, ophalen en thuis voor het venster plaatsen. Ik hoop dat velen ervan gebruik zullen maken. Kerstmis is immers de tijd van het Eer aan God in den Hoge en ‘vrede op aarde aan de mensen van goede wil’. ‘En wie is dat niet?’ schreef emeritus Bisschop Frans Wierts het vorig jaar nog in zijn kerstwens. AR

TEGENGEKOMEN bij het lezen:
Al sinds de 16e eeuw, maar vooral de eeuwen daarna is er een beweging om de mens te bevrijden van alles wat hem bindt: autoriteit, voorschriften, ordeningen, leer, instellingen en conventies. Men noemt die beweging ‘de Verlichting’. Die beweging, sinds de 2e wereldoorlog in alle lagen van de bevolking doorgedrongen heet nu ‘Secularisatie’. Die zit in de tijdgeest, mensen worden erdoor meegenomen. De liberale politiek heeft er veel aan te danken. Traditionele politieke partijen, maar ook de kerken met hun bindende leer, voorschriften en gebruiken ondervinden daar de gevolgen van. Ook daarvan wil men ‘vrij’ zijn. Toch is de vraag of men zich altijd bewust is van wat aan het gebeuren is. In het Kerkblad van de Zwitserse Bisdommen van ruim een jaar geleden staat een uitspraak van prof. John Milbank uit Cambridge: ‘De secularisering dient te worden afgewezen, want op de dood van God volgt noodzakelijk de dood van de mens’. Hij nuanceert dat door te zeggen: ‘Het christendom zelf is de bron van een positieve secularisering als daaronder wordt verstaan minder heilig ontzag voor politieke en andere macht. Daartegenover staan t –volgens hem- krachten in de menselijke geest’, die de mens écht vrij maken, de mens ‘heilig’ zouden moeten zijn. Milbank deed denken aan de jaren ’60 van de vorige eeuw. Toen werd er veel geschreven over ‘de dood van God’. We kunnen de wereld zelf wel in handen nemen, werd gezegd. De Anglicaanse bisschop John A.T. Robinson pleitte toen in zijn boekje ‘Eerlijk voor God’ om God te beschouwen als grond van ons bestaan en niet een god te ontwerpen naar ons eigen beeld en gelijkenis. Werkelijk vrij makende krachten van de menselijke geest (Geest) zijn: mededogen, respect, barmhartigheid, eenvoud, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, trouw en liefde. Het geloof in God bevat dé uitdaging om een goed mens te zijn. Zonder een God van leven volgt –volgens Milbank de ‘dood van de mens’.
Minstens iets om over na te denken. AR

 

KERSTMIS
Kerstmis wordt tegenwoordig op vele manieren gevierd. Als sinds oktober wordt er reclame gemaakt met busreizen in Europa, vliegreizen naar warme landen buiten Europa, cruises in de Middellandse zee, in het Caraïbisch gebied en naar de VS. Klaarblijkelijk zijn bij velen de middelen voorhanden om op die aanbiedingen in te gaan. Dicht bij huis vinden we de kerstmarkten, kerstshows en andere evenementen, die vertier bieden. De misschien menigeen ouderwets in de oren klinkende kerstwens ‘Zalig Kerstfeest’ met zijn katholieke achtergrond is vervangen of aangevuld met wensen als ‘prettige’ of ‘fijne’ of ‘gezellige’ (kerst)dagen. En waarom ook niet? Men hoopt op plezierig verlopende vrije dagen met ruimte voor extra genieten. Eigenlijk zou je, als je tijdens de kerstdagen mensen tegenkomt, moeten weten hoe men kerstmis viert en wat men ervan verlangt, om aan te kunnen voelen welke verwachtingen er zijn. Men kan er de kerstwens op aanpassen. Iedereen worde zijn/haar eigen kerstmis gegund.

Binnen het kerkgebouw zal het ‘zelige krismes’ nog wel blijven klinken. Dat heeft ermee te maken, dat christenen vieren dat hen in de geboorte van het Jezuskind, ‘heil’ overkomen is. Jezus is immers voor christenen ‘de mens geworden liefde van God’. Wat dat betekent kunnen we proberen te bevatten maar het is ook een niet te doorgronden ‘geheim’: God die mens wordt, ‘God vermenselijkt’ en ‘mens vergoddelijkt’. Evengoed voor christenen een bron van een intense vreugde. Wij worden bemind; en wat is belangrijker voor een mens dan het besef bemind te worden. Met Kerstmis is iedereen welkom in onze kerken om stil te staan bij dit grote mysterie en het mee te vieren. Aan allen prettige, gezellige, fijne vredige en zalige Kerstdagen toegewenst.
Mede namens pastor A. Franssen en de kerkbesturen van cluster Morgenster, A. Reijnen, pastoor.  

 

NIEUWJAAR.
Op 1 januari vieren we Nieuwjaar. In veel landen is het voorzien van een getal 2019. Voor kinderen die zo gauw mogelijk verlangen groot te zijn kunnen Nieuwe Jaren niet snel genoeg achter elkaar volgen. Grote mensen, die leven ‘in het midden van de tijd’, ervaren Nieuwjaar als een gebruikelijke markering van de tijd: het ene jaar is afgelopen het volgende begint. Zo volgen maanden en dagen, uren, minuten en seconden elkaar op. Evengoed hoort men toch regelmatig de verzuchting ‘een jaar betekent tegenwoordig niks meer’; ‘voor je er erg in hebt zijn de kinderen groot, het gaat allemaal veel te snel’. ‘Rap gaan de jaren voorbij’. Voor oudere mensen geldt dat helemaal. Ze vragen zich af: ‘waar is de tijd gebleven?’ Ze ervaren de voortschrijdende tijd aan hun strammere ledematen, aan hun groter wordende (klein)kinderen, aan de snelle veranderingen in en toename van mogelijkheden om het leven vorm te geven. Het verleden hebben we achter ons, het oude jaar is spoedig voorbij. Evengoed kijken we allemaal, jong en oud, uit naar onze toekomst. Wat die precies brengen zal weten we niet. Wat we verlangen weten we over het algemeen wel: een gelukkig leven met weinig sores en weinig trammelant. Niet voor niets wensen we elkaar een ‘gelukkig Nieuwjaar’. Sommigen zullen nog zeggen: ‘ee gelukziëiig Neujoar’. Daarin klinkt door het toevertrouwen van onze toekomst aan ‘oze Herrgott’.
Gelovend dat onze toekomst inderdaad bij Hem in goede handen is wens ik u allen mede namens collega A. Franssen en de collega’s van de kerkbesturen van cluster Morgenster een Zalig Nieuwjaar.
A. Reijnen, pastoor.

 

‘UW SCHERMTIJD BEDRAAGT 20 MINUTEN’………
‘Deze week bedraagt uw schermtijd 20 minuten’ stond op het scherm van mijn pas in gebruik genomen I-phone. (NB. De meeste telefoons komen bij mij binnen via de telefoon van de pastorie).Het deed me denken aan het ‘gewetensonderzoek’ van vroeger als of niet bij het avondgebed op het eind van de dag. Je liet dan de dag door je heengaan en voeg je af hoe je die had doorgebracht. Je dankte voor wat goed was en had berouw t.a.v. wat verkeerd was.

Krijgen we nu een nieuwe aansporing tot gewetensonderzoek: hoe lang ben je bezig geweest op je smartphone? Is 20 minuten fout, nl. veel te weinig. Is vier uur per dag goed en 8 uur media zeer goed. Moet ik (grote) spijt en berouw hebben van de ‘slechts 20 minuten die week? En waar is het ’t berichtje op het scherm om begonnen? Draait alles toch om geld? Toch lijkt het voor mediabedrijven als Ziggo-Vodafone en KPN van belang dat ‘de menselijke connectie niet teloorgaat’ (Trouw 28-11-2018 Verdieping p. 6 en 7). Jeroen Hoencamp van Ziggo/Vodafone: ‘Het evenwicht lijkt zoek, we leggen dat ding bijna nooit meer weg, raken de kwaliteit om een gesprek met elkaar aan te gaan kwijt. En ik vind dat ik iets moet vinden van die teloorgang van de menselijke connectie en dat we daar als telecom- en internetbedrijf een verantwoordelijkheid hebben’. Hij heeft (alvast) een lespakket voor scholen ontwikkeld, dat kinderen moet voorlichten en aan een juiste balans moet helpen. Ik heb me voorgenomen me niet te laten opjutten door de opmerking over mijn (geringe) schermtijd. Ik wil zelf baas blijven over ‘dat ding’, het gebruiken als ik het nodig heb en er geen slaaf van worden.
A. Reijnen, pastoor.  

Meneer Pastoor brengt onder uw aandacht ………..

By | beschouwingen

Artikel in Trouw Letter en Geest 10-11-2018.

Alleen een reformatie kan de Rooms-Katholieke Kerk nog redden

Rik Torfs– 14:02, 10 november 2018
© Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd. Essay

Niet alleen misbruikschandalen ondermijnen de geloofwaardigheid van de katholieke kerk. Hervormt ze niet grondig, dan gaat ze ten onder.
Paus Franciscus heeft de voorzitters van alle bisschoppenconferenties onlangs bijeengeroepen voor een topconferentie over seksueel misbruik. Eind februari staat ze op de agenda. Een uitzonderlijk initiatief, dat twee dingen laat zien. Misbruik in de kerk is een mondiaal probleem. En de druk op de paus groeit

Sommigen denken dat het voor de kerk stilaan over en uit is. Ik niet.
Sommigen denken dat het voor de kerk stilaan over en uit is. Ze zien in een priester een pedofiel en in een katholiek een romanticus die een halve eeuw geleden vergat te ontwaken. Zeker in de sterk geseculariseerde Lage Landen is die gedachte wijdverspreid. Ik deel ze niet.

Radicale daadkracht
De kerk pakte de crisis verkeerd aan, ze dacht meer aan haar eigen reputatie dan aan de slachtoffers. En ze minimaliseerde de omvang van het probleem. “Misbruik is een probleem van jullie. West-Europa. Noord-Amerika”, zei een hoge functionaris van de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding me nog geen tien jaar geleden. “In Italië hebben wij dat niet.”
Het wachten is op onthullingen in het zwijgzame Azië. Misbruik is geen ongelukje, het zit in het systeem. En dan luidt de vraag: krijgt de paus de situatie onder controle? Het antwoord is simpel. Onoplosbare problemen zijn er niet, of het moet de sterfelijkheid van de mens zijn. Maar alles hangt ervan af hoe ver Franciscus wil, durft en kan gaan met hervormingen in de kerk. De oplossing vergt een radicale daadkracht die indruist tegen de terughoudende, vreesachtige natuur van het kerkinstituut zelf.
De regels zijn het probleem niet. Het kerkelijk wetboek van 1983 kende een – te beperkte – verjaringstermijn van vijf jaar voor seksueel misbruik door clerici van minderjarigen. Sinds 2011 bedraagt de termijn twintig jaar. Bovendien kan de Congregatie voor de Geloofsleer, die de dossiers behandelt, van deze termijn afwijken.
Van straffeloosheid is kortom geen sprake. Maar, en hier schuilt het probleem, enkel op het niveau van de regelgeving heeft de kerk haar zaken op orde. Want de zwijgcultuur blijft overeind en bisschoppen durven moeilijke dossiers niet aan te pakken. Het zijn niet de rechtsregels die tekortschieten, wel de klerikale cultuur waarbinnen ze moeten worden toegepast.
Ook de bisschoppensynode van oktober, door deze krant ‘geslaagd’ genoemd, weet op dit gebied weinig anders te vertellen dan dat strikte preventiemaatregelen nodig zijn.

Opnieuw geloofwaardig
Wat staat de kerk te doen wil zij opnieuw geloofwaardig worden? Drie punten zijn van belang: een grondige wijziging van haar structuren, een andere omgang met het celibaat en een diepere reflectie over het geloof zelf.
Ondanks de lippendienst die het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) aan de opwaardering van leken verleende, is de kerk in handen van clerici. Zij zijn de baas en controleren zichzelf. Dus dienen cruciale normen van het kerkelijk wetboek te veranderen. Daaraan wordt vaak een diepe theologische betekenis toegeschreven, wat wijzigingen bemoeilijkt. Daarom is het goed dat de paus de voorzitters van de bisschoppenconferenties consulteert. Hopelijk vertonen ze meer moed dan tijdens synodes en andere vergaderingen doorgaans het geval is.
Welke bepalingen moeten anders? De eerste is canon 135 §1 van het kerkelijk wetboek. Die luidt: “Bestuursmacht wordt onderscheiden in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.” Wie goed leest, merkt dat de kerk de drie machten weliswaar onderscheidt, maar niet scheidt. In de wereldkerk verenigt de paus de drie machten in zijn persoon, op lokaal vlak de bisschop. Er zijn geen werkelijk onafhankelijke rechtbanken, echte controle ontbreekt. Hoe komt dat?
Kardinalen komen bij elkaar in Sala Clementina van het Pauselijk Paleis, 21 december 2017. © Corbis via Getty Images
De Spaanse kerkjurist Antonio Viana stelt dat machtsconcentratie bij paus en bisschoppen tot de natuur van de kerk behoort. Dat sluit meteen elke toekomstige verandering uit.
Viana bedoelt dat in de tijd van Christus’ twaalf apostelen (wier opvolgers theologisch gezien de bisschoppen zijn) ook geen scheiding van machten bestond. Dat is juist. Charles de Montesquieu (1689-1755) die de scheiding der machten als concept gestalte gaf, moest ten tijde van de apostelen nog worden geboren. Maar de praktijk van de nauwelijks gestructureerde kerk uit de beginperiode kan geen argument zijn om vandaag onafhankelijke rechtbanken te bestrijden. De hamvraag is dus: hebben paus en bisschoppen de moed onafhankelijke binnenkerkelijke rechtbanken te aanvaarden, met het verlies aan macht dat zulks voor hen meebrengt?
Hier botsen we op een tweede regel die de klerikale cultuur beschermt: canon 129. Die bepaalt dat leken niet kunnen deelnemen aan de bestuursmacht. Ze mogen enkel in de uitoefening ervan meewerken, als ondersteuners. Deze regel kwam er destijds onder invloed van twee belangrijke kardinalen, de Brit Basil Hume (1923-1999), en de Duitser Joseph Ratzinger (1927) die later paus Benedictus werd. Ze deden een beroep op de kerkelijke traditie om hun punt te maken. Daardoor kunnen strikt genomen leken geen rechter worden.
Seksueel misbruik door priesters mag enkel worden beoordeeld door rechters die zelf priester zijn. Dat bevestigt de klerikale cultuur en is allesbehalve geruststellend voor de priesters zelf, die binnen de eigen kaste het slachtoffer kunnen worden van wraakneming. Lekenrechters zijn dus dringend nodig. Dat het goddelijk recht zulks zou verhinderen – wat sommige kerkjuristen beweren – is onjuist: al sinds 1971 beslissen lekenrechters mee over minder ernstige zaken binnen de kerk.
Het is duidelijk dat canon 129 aan verandering toe is. Leken moeten kunnen deelnemen aan de bestuursmacht in de kerk. Maar durft de paus deze radicale koerswijziging aan?

Inclusie van vrouwen
Een derde cruciale bepaling is canon 1024: “Alleen een gedoopte man ontvangt geldig de heilige wijding.” Vrouwen kunnen dus geen priester of diaken worden. Paus Johannes Paulus II deed de deur helemaal op slot toen hij in zijn apostolische brief ‘Ordinatio sacerdotalis’ (1994) schreef dat de goddelijke ordening van de kerk priesterschap voor vrouwen verhindert. Nooit eerder werd de goddelijke ordening met die beslistheid naar voren geschoven.
Dat Johannes Paulus God voor zijn kar spande, maakt het zijn opvolgers moeilijk. Ook Franciscus zei enkele keren dat hij vrouwelijke priesters onmogelijk acht, helaas. Dat de bisschoppensynode van 2018 de ‘inclusie’ van vrouwen een zaak van rechtvaardigheid vindt, verandert niets aan de huidige impasse. Over wijding van de vrouw rept de synode immers met geen woord.
De drie wetswijzigingen zijn noodzakelijk om zowel de wetgeving als de rechtscultuur in de kerk te verbeteren. Ze zorgen voor machtsspreiding en controle op het beleid. Het probleem is dat zulke ideeën bij de Romeinse curie niet leven. Ondertussen wordt de stilstand ondersteund door bedenkelijke argumenten van goddelijk of natuurrecht.
Bisschoppen en experts hebben in februari sterke argumenten nodig om de desastreuze stilstand te doorbreken. Ik verwacht niet dat het meteen lukt.

Vriendin in de garderobe
Een tweede pijnpunt blijft het verplichte priestercelibaat. In het eerste millennium was het niet algemeen. De paus is de opvolger van Petrus – en die had een schoonmoeder. Die kon de apostel enkel verwerven door met haar dochter te huwen. Een halve eeuw geleden werden verschillende mannen priester in de overtuiging dat het met het verplichte celibaat bijna was afgelopen. Hun vriendinnen wachtten in de garderobe. Toen hun hoop een verkeerde inschatting bleek, traden de meesten uit. Anderen hielden er een clandestiene relatie op na, die hun energie wegnam en zowel hun partner als henzelf ongelukkig maakte.
Het verplichte priestercelibaat is er nog altijd. Weliswaar wankelt het. Paus Franciscus suggereerde om viri probati, gehuwde mannen met levenservaring, tot priester te wijden. Dat lost niets op voor jonge ongehuwde priesterkandidaten. Wel kan het een eerste stap zijn. Maar waarom gaat het altijd zo traag?
Vaak wordt het verplichte priestercelibaat als de belangrijkste oorzaak van seksueel misbruik gezien. Dat is onjuist. Niet alle vrijgezellen zijn seksuele roofdieren. De machtsstructuren en het klerikalisme zijn een belangrijkere factor. Toch speelt ook het celibaat een rol, zeker wanneer het gepaard gaat met een groot gevoel van eenzaamheid, iets waar priesters meer onder gebukt gaan dan een halve eeuw geleden toen het sociale weefsel en het prestige van de kerk hun meer geborgenheid gaven.

Vaak wordt het verplichte pries­ter­ce­li­baat als de belangrijkste oorzaak van seksueel misbruik gezien. Dat is onjuist
Het moment is gekomen om het verplichte priestercelibaat te heroverwegen. Dat hoeft niet te leiden tot een rigoureuze schrapping ervan. Voor monniken blijft het bestaan. En als een oplossing voor de hele wereldkerk alles blokkeert, kan decentralisatie een oplossing zijn. Waarom zou een Nederlandse of Belgische bisschoppenconferentie niet zelf over het celibaat kunnen beslissen, rekening houdend met de lokale context?
Wat ik bij de discussies over misbruik mis, is een diepere analyse over de betekenis van het geloof. Het valt moeilijk te begrijpen dat iemand die doordrongen is van de woorden en daden van Jezus Christus tot seksueel misbruik kan overgaan, zeker wanneer het structureel is, herhaald wordt, jonge weerloze kinderen treft.
In zijn roman ‘Het hout’ (2014), die ik wegens de allesoverheersende woede zeker niet zijn beste vind, schetst Jeroen Brouwers portretten van volkomen nihilistische paters die de kostschooljongetjes als objecten beschouwen en terroriseren. Van enig geloof valt in de verste verte niets te bespeuren.
Vaak was de werkelijkheid ongetwijfeld complexer dan in ‘Het hout’. Maar toch. Naast klerikale macht en de worsteling met het verplichte celibaat, zie ik ook ongeloof als een oorzaak van seksueel misbruik. Daders waren vaak priesters die weinig voeling vertoonden met hun geloof. Misschien hadden ze zelfs nauwelijks religieuze belangstelling. In een maatschappij die hun waardering en sociale promotie bood, kozen ze voor het priesterschap. Hoe ondiep het katholieke geloof in de Lage Landen na de Tweede Wereldoorlog was, blijkt trouwens ook uit de snelheid waarmee het in een halve eeuw tijd bijna volledig verdampte.

Ongelovige kardinalen
Wanneer ik tijdens lezingen vraag hoeveel kardinalen gelovig zijn (‘een vaag percentage is al een fijn antwoord’) barst het publiek in lachen uit. Komaan, dat moet een grap zijn. Ik vind het een serieuze vraag. Ze vloeit voort uit dertig jaar ervaring als hoogleraar kerkelijk recht, uit gesprekken met een paar honderd priesterstudenten en afgestudeerden.
Soms zijn hoge Vaticaanse functionarissen ex-gelovigen die te oud zijn geworden om voor een ander beroep te kiezen. Dat hoeft niet eens een ramp te zijn als ze hun werk goed doen. Toch rijst de vraag hoe het komt dat het ongeloof zo vanzelfsprekend is geworden, tot in kerkelijke kringen toe. Wat ik ondertussen minder dan ooit wil aannemen, is dat een kerkcrisis volkomen los kan staan van een wankelend geloof. Nochtans meenden vele experts, theologen en kerkjuristen, tot rond de eeuwwisseling dat zulks wel het geval was. De kerk ging door zwaar weer, dachten ze. Maar de boodschap van Christus blijft overeind. Ze vergisten zich.

Soms zijn hoge Vaticaanse func­ti­o­na­ris­sen ex-gelovigen die te oud zijn geworden om voor een ander beroep te kiezen
Hoe is het geloof voor velen ongeloofwaardig geworden? Ook daar moeten de paus en zijn entourage zich over buigen, willen ze de wortels van het binnenkerkelijke verval, waarvan seksueel misbruik de wreedste uiting is, op het spoor komen. En dat is nodig, als de kerk ook op langere termijn overeind wenst te blijven. Kan dat? Dat geloof ik vast, al zal het zoals eerder in de geschiedenis, ook nu moeite kosten.
Er is een grondige reformatie nodig. Daar is de kerk nog niet toe in staat gebleken. Op dat vlak was de bisschoppensynode van 2018 de zoveelste tegenvaller.
Voor wie twijfelt of het ooit lukt, rest een prachtige passage uit ‘Een mens is maar een wandelaar’, het jongste boek van Gaston Durnez. De auteur belandt tijdens een wandeling die hij samen met dichter Hubert Van Herreweghen maakt, bij een zeer oude kapel op twaalf kilometer van Saint Rémy de Provence. Naast de kapel staat een kluizenaarswoning. Ze zijn allebei voor altijd dicht. Terwijl de twee wandelaars hun stokbrood breken en een glas wijn drinken, zegt Van Herreweghen: “Als dit westerse christelijk geloof voorbij zal zijn, wat zullen wij prediken? Het Evangelie.”

MENEER PASTOOR SCHRIJFT …….. vervolg:

By | beschouwingen

OVER GOD

Maandag 8 oktober j.l. waren we met zeven mensen in de pastorie bijeen ter informatie en verdieping in zake geloofszaken. We bekijken al een aantal jaren dvd’s over dergelijke onderwerpen, die betrekking hebben op de inhoud of onze manier van geloven. Na het bekijken van de film van ongeveer drie kwartier/een uur volgt dan de gedachtewisseling over wat ons opgevallen is of geraakt heeft. Het wordt door de deelnemers als leerzaam ervaren. We zijn in oktober begonnen met een serie films over hoe over God gedacht wordt in de verschillende grote godsdiensten en culturen. Vragen als ‘Wie is God’; ‘waar komen we vandaan?’; waarom is er kwaad in de wereld; wat gebeurt er als we sterven’ zijn vragen die iedereen wel eens bezig houden. Met zeven deelnemers is het een overzichtelijke groep maar ze kan ook nog best wat uitgebreid worden, vooral nu we leven in een tijd waarin God bij velen buiten beeld is geraakt of niet (meer) nodig lijkt te zijn. We zijn in onze tijd opnieuw aan het zoeken hoe wij de God van het Evangelie (Goede Tijding) het best kunnen benaderen. We denken na over wat hij te maken heeft met kwaad en leed. Daarbij laten we ook op ons inwerken hoe andere godsdiensten en culturen Hem zien. We kunnen ervan leren. Wellicht worden we gewaar dat geloven te maken heeft met vertrouwen en zich kunnen toevertrouwen aan de Levende. U bent van harte welkom bij onze volgende bijeenkomst op 14 januari 2019 om 19.45 in de pastorie.

WEINIG BEMOEDIGEND….?

De cijfers over de religieuze gezindheid van de Nederlandse bevolking waarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in oktober van dit jaar mee voor dag kwam zijn voor hen, die de christenen, die nog meedoen in het leven van de kerken weinig bemoedigend. Voor het eerst is het percentage van degenen, die zich religieus noemen gezakt beneden de 50 %. Bij de katholieken kalft het meedoen aan de kerkelijke vieringen het snelst af. Statistieken geven een trend aan, maar er moet ook niet méér waarde aan worden toegekend dan ze verdienen. Wat wordt onder ‘religieus’ verstaan in de statistieken? Worden de bekende godsdiensten niet teveel als ijkpunt genomen? Veel mensen lijken op zoek naar zingeving. De CBS-statistiek is gemaakt in ónze situatie van materiële welvaart van velen. Op het gebied van invulling van onze vrije tijd hebben we (daardoor) veel mogelijkheden om dat op een gemakkelijke manier te doen. Denk aan alle vormen van vertier. Als ons leven daarmee gevuld wordt is er weinig ruimte om stil te staan bij het mysterieuze gegeven, dat we er zijn. Is er weinig ruimte voor de verwondering om ons bestaan, om het feit dat we er zijn zoals we zijn, om ons ‘gekregen’ leven. God raakt als ‘Aanwezige’ buiten beeld als niet meer nodig, niet bestaand. Vragen worden gesteld als: wat levert deelname aan een kerk, die zich om God en mens druk maakt, aan extra’s op? Het antwoord ‘niets’ lijkt voor de hand te liggen. Het betekent dat de uitnodiging tot geloof van het Evangelie klinkt voor degenen die ze horen wíl. Een voordeel van de huidige moeilijke situatie voor kerken is de op gang gekomen bezinning op de kernwaarden christenzijn: biddend geloof en vertrouwen, zich kunnen toevertrouwen aan de Levende, besef van saamhorigheid in onderlinge liefde; het besef van de betekenis van deugden als geduld, eenvoud, mededogen, barmhartigheid en vergevingsgezindheid en trouw, die daar het gevolg van is. Om met Cruyff te spreken: ‘ieder nadeel heb zijn voordeel’. Zo levend en bij elkaar komend om elkaar steun te zijn in geloof, hoop en liefde zullen christenen, ook geringer in aantal, van betekenis blijven in een zoekende, menigmaal geestelijk eenzame en arme wereld zonder God. Christenen laten zich niet gemakkelijk ontmoedigen. A. Reijnen, pastoor

Meneer Pastoor schrijft …………………….

By | beschouwingen

HIJ OOGT GOED…….

Afbeeldingsresultaat voor nieuwe bisschop roermondKennen doe ik hem niet, maar hij oogt goed. Ik bedoel Harrie Smeets, onze pas benoemde bisschop van Roermond. Ook het gesprek met hem in de Limburger op 11 oktober j.l. kwam bij mij goed aan. Hij kan ‘beduusd’ zijn van de opdracht, die hem werd toevertrouwd; hij laat zich niet in hokjes duwen van ‘conservatief’ of ‘progressief, maar is bekommerd om concrete mensen en hun manier van leven, hun zorgen en noden. Hij kijkt realistisch tegen de toekomst van de kerk aan en heeft er begrip voor als ze (nog) kleiner van omvang wordt. Toch gelooft hij in de kerk, die van ons allen is, in haar opdracht en haar mogelijke betekenis voor mensen, ondanks alle schandalen en tekortkomingen. Mij lijkt, dat we zo iemand als bisschop nodig hebben. Maar hij zal weinig uit kunnen richten, als hij in ons geen draagvlak vindt. Daarom is het aantreden van bisschop Smeets als nieuwe herder ook een aanleiding voor ieder van ons zich te bezinnen op de kwaliteit van het eigen christenzijn. Van die kwaliteit van ieder hangt immers de uitstraling en de betekenis samen van onze geloofsgemeenschap in onze wereld. Ik wens ons allen samen, maar ook ieder van ons afzonderlijk, toe, dat wij christenen ‘heilzaam’ in onze dorpen, in onze wereld aanwezig zijn, samen met bisschop Smeets als nieuwe herder van ons bisdom. A. Reijnen, pastoor.

ALLERHEILIGEN/ALLERZIELEN.

Afbeeldingsresultaat voor allerheiligen en allerzielen De tijd van het jaar noopt tot bezinning. De dagen worden korter, de oogst is binnen, de natuur bereidt zich voor op een winsterslaap, de bladeren verkleuren en vallen af. We hebben allerlei mogelijkheden om licht te ontsteken waar het langer donker gaat worden, maar toch doet het herfstseizoen zijn invloed gelden bij hen die deze invloed willen toelaten.
Allerheiligen en Allerzielen passen in dit decor. Het gaat om overledenen van wie de levensseizoenen op onze aarde voltooid zijn, soms vroegtijdig afgebroken. Mensen, die hier kortere of langere tijd geschiedenis hebben geschreven en hun sporen hebben achtergelaten. Ze maakten deel uit van ons leven en zijn weggevallen. Het confronteert ons met ons aller eindigheid. Sommigen hebben zo voortreffelijk geleefd, dat ze voor het wereldforum tot iconen van menselijkheid zijn geworden, zoals Maria, de moeder van Jezus. Naar hen wordt opgekeken en ze worden als onze beschermheiligen beschouwd op de weg die wij nu nog door het leven gaan. Allerheiligen. Anderen staan naar ons gevoel dichter bij ons, omdat ze deel uitgemaakt hebben van onze eigen leefwereld. We denken aan ouders en grootouders, zussen, broers, kinderen, familie, dorpsbewoners, collega’s op het werk, vriend; allemaal mensen die met ons door het leven zijn gegaan. Nog steeds kan er de pijn zijn van het gemis, de onopgevulde leegte, maar ook herinnering aan rijkdom van leven en dankbaarheid. En bij ons, die gedenken, besef van de voorwaarden waaronder wij bestaan, besef van eindigheid. Mogen wij hen gedenken, die ons zijn voorgegaan, mogen het eeuwig Licht hen verlichten en mogen ze rusten in Gods vrede. A. Reijnen, pastoor

zondag 23-9-2018: viering oogstdankfeest.

By | beschouwingen

INLEIDING
Vandaag vieren we in onze Agathakerk de oogst van dit jaar. Van verschillende vruchten, zoals het graan, is de oogst al anderhalve maand voorbij. Andere zoals mais, bieten en soms ook nog aardappelen is de oogst nog aan de gang. Na het bewerken van de grond, het bemesten en ploegen, het bewerken van onze tuinen, zijn het zaaien, het groeien en het oogsten van groot belang. Onder het woord oogst vallen ook de vruchten die de fruitbomen opleveren. De voedselvoorziening is voor een groot deel ervan afhankelijk van wat de aarde oplevert voor mens en dier, denk aan onze veetelers. Er is daar tegenwoordig veel over te doen. De woorden ‘duurzaam’, ‘biologisch’, groenbemesten en ‘diervriendelijk’ handelen worden tegenwoordig veel gebruikt en roepen vaak emoties op. Er is een zekere spanning tussen economisch gewin en zorg voor mens, dier en milieu. De viering van vandaag gebruiken we om even stil te staan bij hetgeen moeder aarde bijdraagt aan de instandhouding van ons leven. We staan ook stil bij de onmiddellijke zorg daarvoor door de agrarische en fruitsector; maar ook door degenen, die hun tuinen goed onderhouden den, sieraad voor de bewoners van ons dorp.

De teksten van de 25e zondag door het kerkelijk B-jaar gaan niet over zaaien en oogsten, maar, m.n. het Evangelie, over het ‘belangrijk zijn door dienaar te zijn’. Dat geeft te denken.

Men spreekt tegenwoordig graag over boeren’bedrijven’, fruit’bedrijven’. Maar moeten we de zorgen en inspanningen van onze agrariërs, vee- en fruittelers niet ook zien als dienst aan de medemens en aan het milieu waarin wij allen leven? Op die vraag gaan we aanstonds, na de lezing van het Evangelie, nog wat nader in.

OVERWEGING.

Van de week stond in de krant, dat de werkloosheid het laagste is in jaren, dat de economie aantrekt, dat er in het bedrijfsleven sectoren zijn waar gebrek is aan personeel en het aantal uitkeringsgerechtigden is gedaald. De economie groeit met als gevolg dat er ook veel aandacht is voor degenen aan wie de groei van de welvaart ten goede komt en wie daarbij achterblijven. We ervaren, dat de economie met alles wat daaraan vastzit een sterk stempel drukt op onze samenleving. Men zegt wel eens: ‘alles in onze samenleving lijkt momenteel m geld te draaien’. Aan die gerichtheid zit ook minstens één nadeel. Dat we beoordeeld worden op onze productiviteit en op wat we verdienen. Daarmee dreigt vergeten te worden dat al onze inspanningen een dienst zijn van mensen aan elkaar en aan de aarde waarop wij leven.
In het Scheppingsverhaal wordt het beheer van de aarde toevertrouwd aan de mens, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dat beheer dient met alle zorgvuldigheid te gebeuren.Afbeeldingsresultaat voor oogstdankfeest De landbouwers, vee- en fruittelers, de tuinonderhouders zijn daar onmiddellijk mee bezig. Maar ook wij, degenen die van hun diensten gebruik maken. We worden verondersteld de aarde niet uit te buiten, maar er zo mee om te gaan, dat ook toekomstige generaties er nog op en van kunnen leven. Daarvandaan dat voortdurend bezig zijn met de vraag hoe dat beheer van de aarde eruit moet zien. Dan kom je uit bij de woorden dienen, dienstbaar en dienaar. ‘Wie de voornaamste wil zijn’, zegt Jezus, ‘moet als een dienaar wezen’. Zo zouden we de agrarische en fruitsector –mits zorgvuldigheid in acht genomen- kunnen zien als dienaars en niet alleen als bedrijf, dat economisch gezien geld op moet leveren. Niet dat het onbelangrijk is dat mensen van wat ze doen kunnen leven, maar er ligt iets diepers aan ten grondslag: onze dienstbaarheid aan de aarde, die wij, mensen, in beheer hebben gekregen. Het is jammer als onze aandacht eenzijdig gericht is op economie, op geld en op stijging van de welvaart. Het betekent eigenlijk dat al ons werk in bedrijven en instellingen, in scholen en gezinnen, in onze zorg voor elkaar (ouders voor hun kinderen en omgekeerd) , ons betaald werk maar ook ons werk als vrijwilliger kunnen zien als ‘dienen’ .
Het houdt ook in dat het belangrijk is ons best te doen trouw te zijn aan onze levensroeping en er niet voor weg te lopen, ook al kan dat moeilijk zijn. Daarin ligt n.l opgesloten de manier waarop we dienstbaar kunnen zijn. De trouw geldt voor iedereen op een eigen manier.
Het eigenaardige daarbij is, dat goedheid en trouw daaraan niet altijd gewaardeerd wordt, maar aanstootgevend kan zijn voor degenen die slechte wegen gaan. De eerste lezing gaf daar blijk van. Ook het Evangelie trouwens waar Jezus spreekt over zijn ‘overgeleverd worden
In de handen van de mensen, die Hem zullen doden’. Ook als de goede mens bestreden wordt levert zijn trouw hem uiteindelijk leven op. Laat ons derhalve niet aarzelen ons leven te blijven zien als een dienst aan elkaar. Amen

VOORBEDE
Bidden wij tot God, die onze aarde met al wat daarop is geschapen heeft en aan zijn mensen heeft toevertrouwd:

Goede God, wij danken U voor uw Schepping en voor alle mogelijkheden van leven, die U daarin hebt neergelegd. Wij vragen U dat wij zorgvuldige beheerders mogen zijn. Laat ons bidden.

Goede God, wij danken U voor allen die voor het onderhoud van onze aarde zorgen: landbouwers, vee- en fruittelers, tuinliefhebbers en onderhoudsbedrijven, opdat zij hun inspanningen ook mogen zien als dienst aan uw Schepping en mogen genieten van de opbrengst ervan. Laat ons bidden.

Goede God, die wil dat de vruchten van de aarde aan alle mensen ten goede komen, maak ons bereid onze welvaart en hetgeen tot welvaart leidt te delen vooral met hen in grote delen van de wereld die momenteel tekort komen. Laat ons bidden.

Goede God, die ons in de profeten en m.n. in Jezus Christus uw liefde hebt geopenbaard, help ons, ieder op een eigen manier, hem na te volgen, ieder in trouw aan de eigen levensroeping bij alles wat dit ook mag vragen. Laat ons bidden.

Goede God, wij bidden U voor al uw mensen, die in ambitie en eerzucht ernaar streven om de belangrijkste te zijn in hun omgeving, dat zij mogen inzien, dat dienen belangrijker is dan heersen. Laat ons bidden

God, Gij die voor ons instaat en ons bewaart, kom ons te hulp, zo bidden wij, met uw liefde en uw trouw. Geef dat wij uw weldadige Naam prijzen, hier, nu en altijd tot in uw eeuwigheid. Amen.

 

 

Gedachten van meneer pastoor…….. Juli 2018.

By | beschouwingen

TASSEN AAN DE VLAGGESTOK
Ze hangen weer aan de vlaggenstok, de schooltassen van de geslaagden aan een van de voortgezette opleidingen. Van harte proficiat aan al degenen, de nu een diploma op zak hebben, heel blij zijn en al weten hoe ze verder gaan na hun verdiende vakantie. Het wordt de volgende stap op weg naar een eigen plaats in de samenleving. Daarbij wordt hen veel succes gewenst. Spannend was waarschijnlijk het afwachten, voordat het verlossend bericht kwam van het slagen. Jammer, natuurlijk, voor degenen, die het niet hebben gehaald. Op naar de herkansing, tenzij de omschakeling naar een andere opleiding meer in de lijn van de mogelijkheden ligt. In beide gevallen alle goeds toegewenst.

Ook kinderen van groep 8 van de basisschool zetten een volgende stap. Ze gaan naar een vervolgopleiding. Meestal zijn het streekscholen of voortgezette opleidingen buiten onze dorpen. Ook dat is best spannend zowel voor de leerlingen als voor de ouders nu hun kinderen verder van huis gaan en met nieuwe ervaringen thuis gaan komen. En de kinderen zelf, stonden ze in de basisschool op de bovenste sport van de ladder, nu beginnen ze in hun nieuwe opleiding onderaan. Alles is voor hen nieuw, het gebouw, de (meeste) leerkrachten, de leerstof, de methoden van onderwijs. Ouders en scholieren wensen we van harte een voorspoedige nieuwe periode.

Mede namens de leden van de kerkbesturen en van het clusterbestuur van Morgenster, ons samenwerkingsverband van Wahlwiller, Nijswiller en Eys,
A. Reijnen, pastoor.

VAKANTIE
Tijd om de dagelijkse beslommeringen en werkzaamheden even te laten voor wat ze zijn. Tijd om de eigen streek, het eigen land intenser te leren kennen; eventueel andere landen te verkennen met hun eigen bezienswaardigheden en culturen; bewoners in hun eigen taal te horen spreken; te ontdekken dat er buiten ons nog anderen zijn. Vakantie kan heel leerzaam zijn, onze horizon verbreden. Er is de mogelijkheid van tijd voor elkaar en voor onze gezinnen; tijd om samen te ondernemen en te ontdekken hoe we ons ontwikkeld hebben en hoezeer je bij elkaar hoort. Hopelijk werkt het weer mee en is de stemming goed. Kerkbesturen en clusterbestuur wensen u een ontspannende vakantie en mocht u verder weg gaan een behouden terugkeer. PS. In het gebedenboekje ‘Bidden Thuis’ van ons samenwerkingsverband staan korte gebeden ‘Voordat we op weg gaan’ en ‘Veilig thuisgekomen’.
A. Reijnen, pastoor.

‘WAAROM ZIJN DE MENSEN ZO MOE?’
Drs. P. (Heinz Polster?) had van die liedjes die te denken geven. In een van die liedjes vraagt hij zich af waarom de zeeën zo diep, de wolken zo snel en de mensen zo moe zijn. ‘Ik zou wel eens willen weten:
— waarom zijn de mensen zo moe,
— misschien van het jachten en jagen,
— misschien van wel tienduizend vragen.
— Ze zijn al zo lang onderweg naar de hemel toe,
— daarom zijn de mensen zo moe.’
Het lijkt een liedje om mee te nemen op vakantie en erover na te denken als we de tijd nemen om stil te staan bij onszelf. U kunt het liedje beluisteren op YouTube als u ‘drs. P. intikt.
A. Reijnen, pastoor.

ZORG OM HET MILIEU
Het dagblad Trouw kwam op 15 juni j.l. met een katern ‘de wereld van de afval’, vuilnisbelten van Amsterdam tot Jakarta. Naast foto’s van afval en de verwerking ervan in die steden gaat het ook over Tokio, Sao Paulo, New York en Lagos. Fotojournalist Kadir van Lohuizen, die de rapportage heeft gemaakt ‘wil in de eerste plaats dat mensen door zijn werk gaan nadenken’. Wij, Nederlanders, produceren per persoon 500 kilo afval per jaar bestaande uit groente-, fruit- en tuinafval , oud papier en karton, glas, textiel, metalen, apparaten, voedsel. Dagelijks worden in ons land vierhonderdduizend broden weggegooid.

Laten we op het verzoek van Lohuizen ingaan en ons afvragen hoe wij met ons afval omgaan. Het valt op, dat we regelmatig in de media geconfronteerd worden met artikelen over milieuvraagstukken. Voorbeelden daarvan zijn de CO2 uitstoot en de opwarming van de aarde, de plasticsoep in zeeën en oceanen, de grenzen aan de verwerkingsmogelijkheden van ons afval, de pogingen van rijke landen om hun afval in arme landen te dumpen enz. Wereldwijd maakt men zich zorgen en des te meer nu de VS. zich teruggetrokken hebben uit het klimaatakkoord van Parijs. Al die artikelen dienen om ons ervan bewust te maken dat de zorg voor het milieu een zorg van iedereen zou moeten zijn. Wij zijn beheerders van Gods schepping, geen eigenaars, geen misbruikers. Het scheiden van afval t.b.v. aparte verwerking zou – zo wordt ons door de media voorgehouden- meer aandacht verdienen evenals een bewust gebruik van auto’s en andere vervoermiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken. We kunnen er wat aan doen, zo wordt ons voorgehouden, ……. als we willen.
A. Reijnen, pastoor.