BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD

By | beschouwingen
BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020 12
Vrijdag 03 april 2020.
Aanbeveling: zoek vooraf een moment van stilte!

Jeremia, 20, 10-11a

Want de mensen bauwen (onhebbelijk luid / blaffend roepen) mij na:
“Overal paniek! Overal paniek!
Roep het, dan vertellen wij het verder.”
Al mijn vrienden zijn uit op mijn val:
“Misschien laat hij zich verleiden,
dan krijgen wij hem in onze greep,
dan wreken wij ons op hem.”
Maar de HEER staat mij terzijde als een machtig krijgsman.

Vragen:

  1. Wat lees ik hier? Hoe moet ik het verstaan ?
  2. Is het toeval dat deze tekst juist nu staat voorgeschreven?
  3. Maar we moeten toch juist nu niet in paniek raken, maar ons gezond verstand gebruiken?
  4. En dan staat er vers 11a: Maar de HEER staat mij terzijde…..Geeft dat dan vertrouwen en rust in deze bizarre tijd, waarin we nu leven?
    **********
BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020 11
Dinsdag 31 maart 2020

Bezinning op basis van Johannes 8, 21-30

Kies bewust een moment van stilte

Jezus is herhaaldelijk in discussie met Farizeeën die hem voortdurend zoeken om Hem en zijn Goede Boodschap (Evangelie) aan te vechten. Ze teren op hun ‘eigen (vermeende) gerechtigheid’.
Jezus praat men hen over zijn op weg zijn en heengaan naar de Vader en zegt tot hen: ‘Ik ga weg en u zult me zoeken. Maar in uw zonden zult u sterven. Waar ik heenga kunt gij niet komen’. En vervolgens zegt: ‘als u niet gelooft dat ik het ben (de Messias) zult u inderdaad n uw zonden sterven’. In het gesprek ;aat Jezus zijn tegenstanders weten, dat Hij datgene brengt wat Hij van de Vader heeft ontvangen.

Vragen:
1. Hebben we door wat Jezus zegt?
2. Kunnen wij inkomen in wat Jezus zegt?
3. Kunnen we met Hem meegaan, in Hem geloven, eigen gerechtigheid loslaten, om de vreugde te ervaren van de       ‘vrijheid van de kinderen van God?

   **********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020 10
Vrijdag 27 maart ’20

Lezingen: Wijsheid 2, 1a.12-22; Johannes 7, 1-2.10.25-30

Een korte samenvatting van de lezingen:

In de tekst van het Boek Wijsheid uit het Oude of Eerste Testament spannen de goddelozen samen tegen de mens die in gerechtigheid leeft zoals God het wil. Zijn manier van leven is een aanklacht tegen hun leven dat van-God-los is, puur gericht op eigenbelang en zich niets aantrekt van de medemens. De goddelozen willen de rechtvaardige martelen om te zien of hij werkelijk zachtmoedig is en door God beschermd wordt. Ze willen hem een schandelijke dood aandoen. Uiteraard zijn de goddelozen volgens de auteur van het boek op een dwaalspoor en zijn ze vertegenwoordigers van een miserabel leven.

Ook in onze wereld worden rechtvaardigen nog door goddelozen belaagd.

In de Evangelielezing is Jezus ‘de rechtvaardige’, die door zijn tegenstanders wordt belaagd: ‘ze waren erop uit Hem te doden’. Jezus getuigt tegenover de mensen in de tempel van zijn band met God: ‘Jullie kennen mij en weten waar ik vandaan kom’. Hij bedoelt daarmee zijn afkomst uit het timmermansgezin van Maria en Jozef. Vervolgens zegt Jezus: Ook al kennen jullie mij, ‘Toch ben ik niet uit mezelf gekomen, maar Die mij gezonden heeft is waarachtig; Hem kennen jullie niet. Ik ken Hem omdat ik uit Hem ben en Hij mij heeft gezonden’. Hij geeft daarmee aan waardoor het bestaan van ‘een rechtvaardige’ wordt gedragen’

Overweging en vragen:

In deze tijd van het coronavirus (COVID 19) is het moeilijk deze lezingen te plaatsen en in te laten werken bij de dagelijkse beslommeringen, die we momenteel hebben. We zoeken nu duizenden getroffen zijn meer naar troost en bemoediging dan dat we ons realiseren, dat boven geschetste omstandigheden in het verleden voordeden, maar ook nu. Toch kunnen we ons afvragen:

  1. Wat lezen we in de lezingen dat ons kan bemoedigen en hoop geven?
  2. Kunnen we in onze tijd over enkele weken Pasen goed plaatsen, het feest van ‘Verlichting’ en ‘Verlossing’ goed plaatsen in ons dagelijks leven? Of moeten we eerst door Palmzondag en een lange ‘Goede Week’ op weg naar betere tijden (en opstanding)?
BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD A 2020 9
Dinsdag 24 maart 2020

Ezechiël, 47, 1 –  9  + 12

Toen bracht hij mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen: de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer tevoorschijn. De man ging verder oostwaarts met de meetstok in de hand en mat een afstand af van duizend el. Daar liet hij mij door het water waden en het kwam tot mijn enkels. Weer mat hij een afstand van duizend el af. Hij liet mij door het water waden en het kwam tot mijn knieën. Opnieuw mat hij een afstand van duizend el af; hij liet mij door het water waden en het kwam tot mijn middel. Nog eens mat hij een afstand van duizend el af; nu was het een rivier, ik kon er niet meer doorheen waden. Het water was zo diep dat men er alleen zwemmend overheen kon.

Toen vroeg hij: “Hebt ge dat gezien, mensenkind?” Daarop liet hij mij teruggaan langs de oever van de rivier. En op de terugweg zag ik aan beide oevers overal bomen staan. Hij zei: “Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land van de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt, het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt is volop leven.

Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen: hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.

  • Wat is voor jou een bron die gelukkig maakt en inspireert om vruchten te dragen?
  • Ervaar jezelf het goede dat je ontvangt in het leven als een geschenk van God of zie het meer als een resultaat van eigen verdienste?

Johannes, 5, 1 – 3a + 5 – 16

Daarna ging Jezus, omdat er geen feest van de Joden was, op naar Jeruzalem. Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Betesda geheten, met vijf zuilengangen. In die gangen lag altijd een groot aantal gebrekkigen.

Nu was daar een man die al achtendertig jaar lang gebrekkig was. Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij reeds lang zo lag, zei Hij tot hem: “Wil je gezond worden?” De zieke gaf Hem ten antwoord: “Heer, ik heb niemand om mij, wanneer het water bewogen wordt, in het bad te brengen en terwijl ik ga, daalt een ander vóór mij er in af.” Daarop zei Jezus hem: “Sta op, neem je bed op en loop.” Op slag werd de man gezond. Hij nam zijn bed op en liep.

Die dag was het echter sabbat en daarom zeiden de Joden tot de genezene: “Het is sabbat, je mag je bed niet dragen.” Hierop antwoordde hij hun: “Die mij gezond heeft gemaakt, Die heeft mij gezegd: Neem je bed op en loop!” Daarom vroegen zij hem: “Wie is die man die je zei: Neem je bed op en loop?” De genezene wist niet wie het was, want Jezus had zich ongemerkt teruggetrokken, omdat er veel volk ter plaatse was. Later trof Jezus hem in de tempelen sprak tot hem: “Zie, je bent nu genezen! Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt.” De man ging heen en vertelde aan de Joden, dat het Jezus was die hem genezen had. Omdat Jezus dergelijke dingen op sabbat deed, begonnen de Joden Hem te vervolgen.

  • De man wacht lang op hulp: had hij ook zelf meer initiatief kunnen nemen om hulp te krijgen?
  • Laat jij wel eens een kans op iets goeds liggen, omdat je ziet dat iemand anders er meer behoefte aan heeft?
  • Kun jij begrip opbrengen voor wie iets doet dat op zich goed is, maar die zich daarbij niet aan de regels houdt?
  • Als iemand zich niet houdt aan de regels, moet hij daar dan verantwoording voor afleggen of mag hijzelf bepalen wat kan en niet?

                                                                                                **********

BEZINNING IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2020 8
Vrijdag 20 maart 2020

Hosea, 14, 2 – 10

Bekeer u, Israël, tot Jahwe uw God, want over uw schuld zijt gij gestruikeld. Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot Jahwe en zeg Hem: “Gij vergeeft toch alle schuld: aanvaard ook onze goede wil: wij zullen onze woorden als offerdieren geven. Assur kan ons niet redden; wij zullen niet meer op paarden rijden en tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer: Gij zijt onze God. Gij, Jahwe, zijt immers degene bij wie de wees ontferming vindt.”

Ik wil hen van hun ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken. Mijn toorn heeft zich van hem afgewend. Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon.

Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten; zij zullen koren kunnen verbouwen, zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon. Wat ik heb ik dan nog met de afgoden te maken, Efraïm? Ik ben het die hem verhoort en die naar hem omziet. Ik ben als een altijd groene cypres; aan Mij zijn uw vruchten te danken. Wie is zo wijs dat hij dit beseft, en wie zo verstandig dat hij dit inziet? Inderdaad, recht zijn de wegen van Jahwe: de rechtschapenen bewandelden die, maar rebellen komen er ten val.

  • Waar moeten wij zelf voor zorgen en wat komt van de genade Gods?
  • Wat hopen wij te verkrijgen als wij bidden tot God?

Marcus, 12, 28b – 34

Nu trad een schriftgeleerde op Hem toe, die naar hun woordenwisseling geluisterd had en, begrijpende dat Hij hun een raak antwoord had gegeven, legde hij Hem de vraag voor: “Wat is het allereerste gebod?” Jezus antwoordde: “Het eerste is: Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. U zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, geheel uw ziel,  geheel uw verstand en geheel uw kracht.

Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.” Toen zei de schriftgeleerde tot Hem: “Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem; en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf, gaat boven alle brand- en slachtoffers.” Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had, zei Hij hem: “Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.”En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

  • Zijn wij ook altijd gericht op God en onze naaste?
  • Hoever gaat onze liefde tot onze naaste?
  • Zijn wij bereid iets in te leveren voor iemand die wij niet kennen?

**********

BEZINNING IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2020 7
(3e week in de Veertigdagentijd jaar A)
Dinsdag 17 maart 2020

Uit het H. Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs hst. 18, 21 en 22:

In die tijd kwam Petrus bij Jezus staan en vroeg:
‘Heer als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe dikwijls moet ik vergeving schenken?
Toe zevenmaal toe?’ Jezus antwoordde:  ‘Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zeven’, m.a.w. een opdracht tot eindeloos vergeven.

Vragen:

  1. Maar betekent dat dan ook dat je altijd moet vergeven? Van Jezus horen we dat je ‘zeventig maal zeven keer’ moet vergeven,  eindeloos dus. Niet de 490e keer wel en de 491e keer niet meer. Nee, aan de boodschap van vergeving komt geen einde.
  2. Is dat niet wat veel gevraagd?
  3. En als er aan de opdracht tot vergeving geen einde is, wie kan aan die hoge norm voldoen?
  4. Bij het Onze Vader bidden wij: ‘vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren….’ Wij belijden daarin ons geloof in Gods permanente bereidheid ons te vergeven. Vergeven wij dan ook zoals Hij?

**********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 6

Vrijdag 13 maart – Week 2 in de Veertigdagentijd

Uit het boek: ‘Een handvol verhalen’ van René Hornikx

Elke mens is gevoelig voor contact, voor ontmoeting.
Elk mens hoopt als unieke persoon gezien te worden.
Er wordt niet vóór maar mét hem of haar gedacht.
Er wordt niet gezegd hoe je je moet voelen, maar je mag zeggen hoe je je werkelijk voelt.
Er wordt eerst geluisterd en dan pas geantwoord.

In een echte ontmoeting hervindt de mens zichzelf.
Voor die ontmoeting moet gekozen worden.
Ze blijkt geen vanzelfsprekendheid te zijn.
Heel veel mensen zoeken naar echt contact, naar echte ontmoeting, die niet te koop is, maar die je ontvangt als je omziet naar elkaar, als je aandachtig leeft met elkaar.

Vragen:
1. Is het verhaal van de ontmoeting herkenbaar? Waar je soms te hard van stapel loopt met je eigen verhaal en niet luistert naar de ander?
2. Zijn we bang om aan de ander te vragen: ‘hoe is het met jou?’
3.Besteden we wel genoeg tijd, némen we de tijd (thuis) om naar elkaar te luisteren?
4. Een andere mens echt ontmoeten, is dat niet wat Jezus altijd deed op zijn tochten?

**********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 5
Dinsdag 10 maart – Week 2 in de veertigdagentijd

Leesrooster Jesaja 1, 10.16-20; Psalm 50, 3-9. 16-23 en Mattheüs 23, 1-12
Deze teksten zijn een aanklacht, sporen aan tot het goede of zijn gericht tegen onoprechtheid of schijnheiligheid.
Concentreren we ons op de volgende passage uit Psalm 50, vers 23. Nemen we daarvoor allereerst gedurende enkele minuten rust.

“Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk,
wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.”

Vragen:

  1. Prikkelen de teksten om tot bezinning te komen en wijst het Woord ons de weg van een goed leven?
  2. Wat doe ik met het doopsel dat ik heb ontvangen?
  3. Volg ik het spoor van Jezus of doe ik maar wat tot mijn eigen voordeel?

**********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020  4

 Vrijdag 6 maart

Lezingen: uit de profeet Ezechiël hst. 18, 21-28; en het Evangelie van Matteüs hst.5, 20-28

Concentreren we ons op de volgende passage uit Ezechiël. (De volledige tekst vindt u hierboven aangegeven). Nemen we daarvoor allereerst gedurende enkele minuten rust.

De Heer zegt:
Als een eerlijk mens ophoudt eerlijk te zijn, als hij onrecht doet en sterft, dan is dat om het onrecht dat hij deed! Maar als een misdadiger berouw heeft van zijn misdaden en voortaan eerlijk en rechtvaardig leeft, dan zal hij in leven blijven.’

  1. Wat bedoelt de Heer (God) met deze zin?
  2. Heeft deze passage uit de Bijbel ook betrekking op mij?
  3. Een slecht mens heeft te allen tijde de gelegenheid, de mogelijkheid km weer onder de genade van de Heer te vallen. Wat vind je van deze unieke kans?
  4. Vinden we dit oordeel (cursief gedrukt) van de Heer rechtvaardig. Waarom wel/niet?

**********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020  3

Dinsdag 3 maart

Neem een paar minuten de tijd om het stil te maken in jezelf. Om je helemaal te proberen los te maken van dagelijkse beslommeringen. Het helpt als je een aantal keren bewust in en uit ademt; dat gaat nog beter als je je hand op je buik houdt en dan te ademen ‘naar je hand toe’. Rust volgt……..

Lees dan de volgende tekst uit Jesaja hst. 55,  10-11:

‘Want zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en daarheen pas terugkeren, wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier, en brood aan de eter;

Zo zal het ook gaan met mijn woord, dat voortkomt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat mij behaagt, en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden.’

 Lees de tekst nog eens aandachtig aan de hand van de volgende vragen:

  1. Wat heb ik gelezen? Wat staat er? Kan ik het met eigen woorden zeggen?
  2. Wat ervaar ik bij deze tekst? Wat doet deze tekst met mij? Kan ik blij worden van de inhoud van deze tekst? Waarom wel, waarom niet?
  3. Kan ik hier wat mee in mijn dagelijks leven? of als voorbereiding op Pasen?

                                              **********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020  2

(vrijdag 28 februari )

We proberen een moment tijd te nemen en het stil te maken in onszelf; wat ons bezig houdt even los te laten. Daarbij kan helpen aan aantel keren bewust in en uit te ademen.

Ik lees de volgende tekst langzaam. Uit de profeet Jesaja hst. 58, 7 en 8a:

Is het vasten niet:
je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt,
je bekommeren om je medemensen?

Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen.

Vragen:
1. Wat heb ik gelezen? Wat staat er in die zinnen? Kan ik het met eigen woorden zeggen?
2. Is deze uitleg van vasten ook voor mij bedoeld? Waarom niet, waarom wel?
3. Hoe zou ik dot kunnen invullen als voorbereiding op Pasen?
4. Kan dat leiden tot het doorbreken van het licht? En wat betekent dat dan?

**********

BEZINNING OP DE VEERTIGDAGENTIJD 2020  1

(Aswoensdag 26 februari)

We proberen een moment tijd te nemen en het stil te maken in onszelf; wat ons bezig houdt even los te laten. Daarbij kan helpen een aantal keren bewust in en uit te ademen.

Ik lees de volgende tekst langzaam.
De tekst is uit de 1e Lezing uit de H. Schrift op Aswoensdag: Joël hst 2, 12

‘Zo spreekt God de Heer: ‘Keer tot mij terug van ganser harte,
Met vasten, met geween en met rouwklacht.
Scheurt uw hart en niet uw kleren (als uiting van berouw).
Keert terug tot de Heer, uw God, want genadig os Hij en barmhartig
en barmhartig, lankmoedig en vol liefde.

Ik lees de tekst nog een keer,

  1. Wat heb ik gelezen? Wat staat er? Kan ik het met eigen woorden nazeggen?
  2. Vind ik dat de oproep ook op mj kan slaan? Waarom niet, waarom wel?
  3. Dat God barmhartig, genadig en vol liefde is stimuleert mij dat?
  4. Wat zou ik met het bovenstaande kunnen doen ter voorbereiding op Pasen?

**********

OP WEG DOOR DE VEERTIGDAGENTIJD 2020

Na carnaval het feest van bruisende vitaliteit voor de een en dagen van wintersport voor de ander, begint voor christenen de Veertigdagentijd ter voorbereiding van het Paasfeest, Het is een tijd van bezinning en inkeer. In vroeger tijden had je in de parochies op zondagmiddag de zogenoemde ‘lijdensmeditaties’. Zij werden druk bezocht, zeker in de tijd van de 2e wereldoorlog (1940-1945) en gaven een structuur aan de toen ook ‘vastentijd; genoemde periode in het kerkelijk jaar. Allerlei gewoonten waren er ten dienste van een zekere ‘onthechting’, wat afstand doen van waar men door werd ‘meegenomen’ om zo ruimte e scheppen voor ‘inkeer’. Op vrijdag werd er geen vlees gegeten, andere dagen werden we verondersteld te vasten of minder te eten dan gewoonlijk. Alleen mensen met zware beroepen zoals de ondergrondse mijnwerkers waren van deze praktijken uitgezonderd. De kinderen bewaarden de door de week gekregen snoep in een trommeltje tot de zondag, soms tot het einde van de vasten. Tegenwoordig wordt er eerder ‘gevast’ om te ‘lijnen’ met het oog op de gezondheid. Toch is niet iedereen tevreden met de eigen levenswijze, Menigeen voelt dat het leven onder druk staan en zou graag wat afstand nemen om wat meer ‘tot zichzelf te komen’. De parochie wil degenen die dat willen een suggestie doen om een paar keer per week een moment van stilte te zoeken . Op dinsdag en vrijdag in de veertigdagentijd presenteren parochianen van cluster Morgenster een korte Bijbeltekst met de suggestie die bewust te lezen. (In afwijking daarvan verschijnt de eerste tekst op Aswoensdag, de dag dat de Veertigdagentijd begint). Er worden enkele vragen gesteld, die helpen bij een moment van bezinning. De teksten komen op de verschillende parochiesites en een aantal exemplaren komen te liggen achter in onze parochiekerken.

U kent allemaal uw parochiewebsites?
Nijswiller: http://members.ziggo.nl/st.dionysius-nijswiller

Wahlwiller: www.kerk-wahlwiller.nl

Eys: www.parochie-eys.nl

A. Reijnen, pastoor

Zondag 22 maart 2020. Gebedscirkel ingesteld over de Nederlandse Bisdommen.

By | beschouwingen

Zondag 22 maart 2020: GEBEDSCIRCEL OVER DE NEDERLANDSE BISDOMMEN

BIDDEND VERBONDEN’

Via NPO 2, Facebook.com/krokatholiek en de website: kro-ncrv.nl/katholiek

Biddend verbonden begint om 9.45 met een geloofsgesprek van Leo Feijen met kardinaal  Eijk waarna de Eucharistieviering vanuit de Lambertusbasiliek in Hengelo.
Om 12.00 wordt het gebed online overgenomen op de Facebookpagina KRO-NCRV.nl/katholiek en de daarbij behorende website.

Iedereen kan v.a. 12.00 u via internet meebidden met het gebed van een bisschop vanuit zijn eigen bisdom.
Online wordt de gebedscirkel gestart met bisschop van den Hout vanuit het bisdom Groningen-Leeuwarden.

De gebedscirkel wordt om 16.35 afgesloten met een korte vesperviering vanuit de St. Janskathedraal in de Bosch met bisschop de Korte.

Meneer Pastoor brengt het volgende onder uw aandacht…….

By | beschouwingen

OP WEG DOOR DE VEERTIGDAGENTIJD 1.

Na een hopelijk bruisend carnaval kokt een tijd van bezinning, de Veertigdagentijd, voorbereiding  op het Paasfeest. De Pastoraatsgroep. ‘denktank’ van de parochies Wahlwiller, Nijswiller en Eys (cluster ‘Morgenster’) heeft het plan opgevat om bij die bezinning behulpzaam te zijn. Parochianen uit de verschillende parochies is gevraagd een korte Bijbeltekst, gebruikt in de betreffende week in de  Veertigdagentijd, uit te kiezen. Zij voorzien deze van enkele hulpvragen ter ondersteuning van de bezinning.  Iedere week op dinsdag en vrijdag zijn de teksten te vinden op de sites van onze parochies. Iedereen die wil kan er gebruik van maken.

De adressen van de verschillend sites zijn als volgt:
www.kerk-wahlwiller.nl
www.parochie-eys.nl
http://members.ziggo.nl/st.dionysius-nijswiller/

De Pastoraatsgroep

Wie maken deel uit van de Pastoraatsgroep? Van Nijswiller Michel Pricken (en in verband met het maken van een beleidsplan Hugo Savelberg); van Wahlwiller Wim Hendriks; van Eys Arthur Prakken, José Nass-Vaessen, José Niessen-Berger en Theo Dahlmans (secretaris). Pastoor A. Reijnen is voorzitter. De leden zijn benoemd door de verschillende kerkbesturen.

 

OP WEG DOOR DE VEERTIGDAGENTIJD 2.

Wat kunnen we doen om ons voor te bereiden op Pasen?
Traditionele vormen waren bidden, deelname aan de kerkelijke vieringen op zondagen en in de zogenoemde Goede Week. Ook het zich onthouden van vlees op de vrijdag was gebruikelijk. Tegenwoordig worden vasten en onthouding eerder beoefend met het oog op de bevordering van de eigen gezondheid. In hoeverre beide ook nu nog gepraktiseerd worden om zich te ‘onthechten aan het eigen ik’  weet ik niet. Bij ‘onthechting’ nam men afstand van zichzelf, van allerlei vorm van gehechtheid bv. van slechte gewoonten, van het steeds op de voorgrond willen staan of in het middelpunt van de belangstelling.  ‘Onthechting’ maakte, zo was de opvatting,  een mens geestelijk sterker, beter bestand tegen tegenvallers, geduldiger. Bovendien schiep men in zichzelf ruimte voor stilte, voor gebed, voor bezinning, voor aandacht voor de medemens en God. ‘Onthechting’ lijkt momenteel echter een moeilijk woord. Sinds de jaren zestig immers hebben we geleerd voor onszelf op te komen,  gevoelig te zijn voor onze rechten en ervoor te zorgen dat we tot ons recht komen, voor onze meningen uit te komen. Het heeft het zelfrespect van menigeen aanzienlijk bevorderd.  Het lijkt echter raadzaam te beseffen, dat we met velen zijn met wie we samen moeten leven. Afstand doen van (iets van) zichzelf was/is ook de gedachte achter het geven van geld voor goede doelen tijdens de Veertigdagentijd. Onze Vastenactie is eruit voortgekomen. Zij richt onze aandacht tijdens de Veertigdagentijd op mensen buiten ons, die wonen in gebieden van armoede. We geven van wat wij bezitten om hen te helpen. Het is nog altijd een goede mogelijkheid van voorbereiding op Pasen. Maar er zijn wellicht ook nog andere, voortkomend uit de creativiteit van de mens van nu.

A. Reijnen, pastoor

Dirigent Jan Kokkelmans neemt afscheid.

By | beschouwingen

Tijdens de eucharistieviering van zondag 5 januari hebben wij afscheid genomen van Jan Kokkelmans als dirigent van onze beide koren: Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia en Dameskoor Octavia. 
De H. Mis werd onder leiding van Miel van Loo opgeluisterd door het Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia, terwijl Jan en Mia, omringd door hun familie en het Dameskoor Octavia, als dank voor 25 jaar trouwe dienst als hun dirigent mocht plaatsnemen in een voor hem onwennige plek: “de eerste bank” in de H. Agathakerk.

Na de dienst richtte Arthur Prakken als voorzitter van het Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia het woord tot de scheidende dirigent.

Beste Mia en Jan, dames en heren,

Op 1 december  jongstleden vierden de koren Octavia en kerkelijk zangkoor Sint Cecilia, namens de welke beide ik hier spreek, hun Ceciliafeest. Er waren verschillende jubilarissen: Maria Dahlmans en Els Janusch bij de dames en bij de heren: Nöl Bindels, Hub Noteborn, Theo Flipse en als turbo-jubilaris Jan Kokkelmans. Bij elkaar ruim tweehonderd jaar zang in Eys!!

Toen ik daags erna ’s ochtends van de pastorie richting kerk liep, kwam ik Jan tegen, gewapend met een stevig gevulde, zwarte schooltas. Hij zei dat het een leuk feest was geweest en dat hij nu de muziekmappen weer ging verzorgen. Ik dacht bij mezelf: hoe typerend! Het eerste woord dat bij mij opkwam was: trouw. Wat er ook gebeurt – zestig jaar koorlid en daarom stevig gehuldigd – altijd weer de trouw, het plichtsbesef richting zijn koren.

In deze ruimte is het zeker geoorloofd om het woord trouw te vertalen naar het Latijn: Het woord ‘fides’  evenwel betekent naast ‘trouw’ ook ‘geloof, vertrouwen’. Dat zijn volgens mij twee zaken die het vijfentwintig jaren durend dirigentschap van Jan kenmerken: de onvoorwaardelijke trouw om elke dinsdag- en donderdagavond naar het patronaat te lopen en daar de repetitie voor de koren te verzorgen. En dan nog om niet te spreken van het elke zondagmorgen dirigeren van de veelal Gregoriaanse hoogmis. U begrijpt dat het bioritme van Jan, die zich vandaag tegen wil en dank laat toezingen door Sint Cecilia onder leiding van Miel van Loo, dan ook stevig verstoord moet zijn. Ik bespeurde zelfs enige nervositeit, toen hij mij na afloop van de Nieuwjaarreceptie op de pastorie vroeg wat nu precies de bedoeling was vandaag… Deze mist nu hoorde bij dit protocol! Zijn vrouw Mia hadden wij natuurlijk al ingelicht, zodat zij , als de spanning te hoog zou worden, enige informatie kon verschaffen…

Naast deze genoemde trouw is er ook, denkend vanuit het Latijnse woord ‘fides’ , het geloof. Dat nu zie ik vertaald in zijn geloof in de kwaliteit van zijn koren. Wanneer wij een uitvoering hebben, of zondagmorgen of een meerstemmige Mis of een kerstconcert, dirigeert Jan waarbij hij het geloof in de koorleden bij wijze van spreken als een vanzelfsprekendheid uitstraalt. Dat dit zijn effect heeft op het gezang van de beide koren hoeft geen betoog.          Wanneer U nu denkt: goh, lijkt me best leuk om lid te worden van Octavia of Cecilia; wees welkom! We hebben nog geen ledenstop!

Dames en heren, Jan heeft besloten om zijn dirigentschap over te dragen. Wij hebben tot onze tevredenheid Bart van Kerkvoort bereid gevonden om  zijn opvolger te worden. Graag wil ik hier, namens alle leden van de koren Octavia en Sint Cecilia, Jan bedanken voor zijn ‘fides’, zijn grootse trouw, toewijding en het vertrouwen jegens de koorleden. Hij heeft een onvergetelijke bijdrage geleverd aan het muzikale element van ons parochieleven. Wij allen zijn hem daar zeer erkentelijk voor. Graag wil ik u vragen om een groots applaus voor Jan als blijk van grote waardering voor zijn gedreven en vakkundig  dirigentschap.

Jan Bedankt.

Kerstsfeer met Andrea Bocelli en …. kerstboodschap van meneer pastoor Reijnen.

By | beschouwingen

KERST- EN NIEUWJAARSBRIEF ‘MORGENSTER’ 2019-2020

Beste mensen, dierbare parochianen van Wahlwiller, Nijswiller en Eys,
Deze tijd van het jaar vallen  kerst- en nieuwjaarswensen in allerlei bewoordingen in onze brievenbussen of verschijnen op onze computers en smartphones.

Onze bisschop verwijst in zijn Adventsbrief en in een toespraak onlangs in Rolduc naar vele  positieve ‘dingen’ die hij heeft gezien tijdens zijn driedaagse bezoeken aan alle dekenaten van ons bisdom. Maar hij erkent ook de moeilijke situatie van geloof en kerk in onze tijd. En Wat het bisdom betreft betreft wezen een aantal weken krantenberichten op een financieel tekort van 1,3 miljoen. Diverse diensten van de kant van het bisdom zijn opgeheven, panden worden verkocht, overige dienstverlening geconcentreerd. Mede oorzaak is, dat ook van de kant van parochies minder geld naar het bisdom wordt overgemaakt, omdat ook daar vaak de financiële situatie minder rooskleurig is. Ik hoop overigens dat de brief van onze kerkbesturen, waarin een beroep op u wordt gedaan in onze parochies mee te helpen de financiën op peil te houden, weerklank mag vinden over de generaties heen. Overigens, als onze bisschop in de gelegenheid was geweest onze drie parochies te bezoeken zou hij ook bij ons het positieve van het werk van veel vrijwilligers hebben gezien. Vrijwilligers  zijn de dragers van onze parochies. Hun inzet verdient bewondering en dank. Bij deze.

In ons samenwerkingsverband ‘Morgenster’ zijn we bezig met het maken van een plan voor de komende 5 jaar. Dat is nog niet zo eenvoudig. We willen inspelen op de situatie waarin geloof en kerk momenteel verkeren, maar die situatie kan over een tijdje ook weer anders zijn naar gelang de levensomstandigheden veranderen. Momenteel is er in veel sectoren van de samenleving onrust en onzekerheid. Ik denk daarbij aan de situatie van onvrede en zorg bij de boeren en de bouwers, de lichamelijke en psychische zorg voor oud en jong, het onderwijs, de mensen beneden de welvaartsgrens, de mobiliteit. Het lijkt er op of we jarenlang onze gang zijn kunnen gaan zonder in de gaten te hebben waar de tekorten  lagen in onze omgang met aarde, en al wat erop is, planten, dier en mens. Nu zien we in: We maken deel uit van de planeet waarop we leven. Er gaat –dat wordt hoe langer hoe meer duidelijk- in ons meer om dan zorg voor onze materiële vooruitgang Er leven in ons vragen rond geboorte en dood, ervaringen van gebrek en onmacht. Zoeken naar zin, twijfel en onzekerheid, verlangen en hoop maken deel uit van ons menselijk bestaan. We kunnen dergelijke vragen op een laag pitje zetten, oplossingen zoeken waar ze niet echt te vinden zijn, maar op een gegeven moment komen ze met kracht aan de orde. Hoe kunnen we er dan mee omgaan. Hebben we dan ergens een houvast? De periode van politieke en kerkelijke ‘zuilen’ en hun -bij alle verschil- vaak gelijk waardenpatroon is voorbij. Nu lijken gemeenschappelijk gedeelde waarden in ver weg. Toch geeft aan velen het in de kerk beleefde geloof een houvast, een positieve richting van denken en handelen. Christenen hebben nog altijd weet van het belang van aandacht, interesse in elkaar, delen van het leven met elkaar, naastenliefde, vergeving, verantwoordelijkheid en trouw. Het zijn waarden verankerd in het –tegenwoordig zo vaak onbekende- Evangelie of Goede Tijding van Jezus Christus. Gemak en genieten van het leven zijn niet onbelangrijk, maar geen laatste waarden. Ons  beleidsplan zal proberen te voorzien dat die Goede Tijding blijft verteld worden, gericht op allen, ook al bereikt ze velen niet meer. In de leegte, die de andere kant is van het materialisme, kan het verlangen ontstaan naar bezinning, diepte, zingeving. Geloof en kerk hebben eeuwen overleefd, zijn m.a.w. duurzaam en daarin ‘van onze tijd’. Voor christenen is de geboorte van Jezus, Mensenzoon en Godszoon, een hoogtepunt. Namens pastor Franssen en kerkbesturen een gezegend Kerstfeest en Nieuwjaar.
A. Reijnen, pastoor

Meneer pastoor schrijft ……..

By | beschouwingen

WINTERFEEST EN KERSTMIS

Hoe langer hoe meer wordt de decembermaand gevuld met een groot aanbod van evenementen, markten en reizen, die losstaan van het christelijk kerstgebeuren. Ik kom mensen tegen die bezorgd zijn, dat Kerstmis uit het publieke leven aan het verdwijnen is. Kerstmis wordt voor de meerderheid van niet-christenen tot ‘winterfeest’.  Daarmee komt de tijd terug van vóór de intrede van het christendom. Toen was er al een Romeinse viering s van de omslag van donker naar licht op het einde van december. Het was het feest van  de ‘winterzonnewende’  of het feest van ‘de onoverwinbare zon’. Dat is al gauw merkbaar.   Immers ‘tussje Krismes en Drei Kunninge lengen de daag al inge haanesjrei ’. Het duurt nog even maar de lente komt er aan. Toen het aantal christenen gestaag toenam en een meerderheid ging vormen kwam het accent minder op de zonnewende te liggen dan op de geboorte van Jezus als HET LICHT van onze wereld. In het midden van 4e eeuw werd in Rome  kerstmis gevierd. Dat breidde zich hoe langer hoe meer uit. Christenen vieren nu over heel de wereld de geboorte van Jezus; wij met Kerstmis, de orthodoxe christenen op 6 januari, Openbaring des Heren of Driekoningen. Dat zal voor christenen ook zo blijven ook als hoe langer hoe meer met allerlei evenementen de overgang wordt gevierd naar het langer worden van de dagen. Het gaat er wel om in onszelf enige ruimte te bewaren voor wat we als gelovige christenen vieren. De versierde en altijd groene kerstboom, teken van leven, en de kerstkribbe thuis, in de kerk en buiten,  zullen tekenen blijven van wat wij vieren. Hoogtepunt voor christenen is ons samenkomen tijdens Nachtmis en Hoogmis voor de viering van de geboorte van Jezus, Licht in onze wereld, gekomen omwille van ons heil.  A. Reijnen, pastoor

 

MENSEN HELPEN MENSEN

Het overlijden van een dierbare bezorgt degenen die het treft veel pijn en verdriet. Iemand die er (vaak) lange tijd was en deel uitmaakte van het leven is er voorgoed niet meer. Het Zorgoverleg van onze cluster Morgenster heeft daar aandacht voor en organiseert twee maal per jaar, in november en mei, een middag waarop degenen die dat aangaat met elkaar hun ervaringen kunnen delen in de pastorie. De deelnemers luisteren die middag in november aandachtig naar elkaar. Ze zijn lotgenoten. Dat is voelbaar. In spreken en luisteren, elkaar bevragend,  helpen ze elkaar. Maar het doet ook goed te vernemen, dat mensen buiten deze kring van rouwenden, belangstellen in degenen die verdriet hebben en zich vrienden tonen van degenen die verdriet hebben. Dat gebeurt zomaar door elkaar op te zoeken, uit te nodigen; door aandacht en hartelijkheid. Ze zijn een levend  pleidooi voor onderlinge betrokkenheid en lotsverbondenheid.  A. Reijnen, pastoor

 

OUDEREN over  OUDERS

In klein verband wordt gepraat mét ouders (oudergesprekken in de pastorie) maar menigmaal wordt ook óver ouders gesproken. Dan valt een genuanceerd mededogen te beluisteren . ‘Ouders van tegenwoordig hebben geen simpel leven’, vinden ouderen;  ‘veel gecompliceerder dan wij vroeger’. ‘Vroeger’ is dan het punt van vergelijking. ‘Vroeger was echtgenote/moeder (altijd) thuis. ‘Ze was een vast ankerpunt voor man en kinderen, als deze van werk of school thuis kwamen. Ze luisterde naar de  verhalen van school en zorgde voor het eten’. Gezinnen waren met vier en meer kinderen vergeleken met nu groot. ‘Nu werken, vaak uit noodzaak, beide ouders. Ze nemen beide deel aan het economisch en politiek leven’. Grote gezinnen zijn een uitzondering.   Vrouwen worden ook financieel  zelfstandiger. Het aantal eenoudergezinnen neemt toe.  De begeleiding van de kinderen moet –waar beide ouders werken-  voor een deel aan grootouders of speelzalen worden toevertrouwd. Er is sprake van ‘genuanceerd mededogen’. Niet alles vindt men beter. Regelmatig wordt gewezen op de toegenomen welvaart en daarbij het toegenomen aantal mogelijkheden op het gebied van werk, aanschaf van goederen, besteding van vrije tijd, mobiliteit, informatie en wat men noemt ‘kunnen genieten van het leven’. Maar ook worden geluiden gehoord van  valkuilen die daarmee verbonden zijn. Voor de kinderen die een basis nodig hebben voor de juiste emotionele inbedding in het leven. Voor de ouders: het alsmaar moeten leven op de toppen van het kunnen op de verschillende niveaus waarop men actief is of wil zijn. De Vlaamse psychiater Dirk de Wachter trekt momenteel volle zalen met zijn voordracht over ‘de kunst van het ongelukkig zijn’. Men kan niet altijd op de toppen  van zijn kunnen leven. Er zijn momenten van ongeluk, pech,  verdriet, teleurstelling ook in de verwachtingen die men van elkaar heeft. De Wachter raadt aan om daarmee te leren omgaan wil men aan ’het leven in zijn gehele omvang’ toekomen. Niet alles is immers ‘top’ Ouders van nu, een roeping van blijvende betekenis, maar ook geen simpele opgave bij het maken van keuzes in de veelheid van mogelijkheden.  A. Reijnen, pastoor