Preken

Beloken Pasen zondag 23 april 2017

By 23 april 2017 No Comments

VRAGEN STELLEN OM TE KUNNEN GELOVEN……………..

De uitbundigheid van de Paasliturgie vinden we nauwelijks terug in de evangelische getuigenissen. De verhalen over de opstanding van Jezus en de tijd daarna zijn eerder verstild en ingetogen, sober en terughoudend. We vinden geen ooggetuigenverslag van wat er in de nacht van Jezus’ opstanding precies is gebeurd. Wel vinden Maria Magdalena en Petrus en Johannes het lege graf. De eerste ontmoetingen met de opgestane Heer spelen zich af in een ingetogen sfeer. Het zijn ontmoetingen waarbij de leerlingen hun oren en ogen nauwelijks kunnen geloven, ook al omdat Jezus niet onmiddellijk herkenbaar is. Maria Magdalena ziet Jezus aanvankelijk aan voor de tuinman. De leerlingen onderweg naar Emmaüs denken eerst dat Hij een willekeurige voorbijganger is die toevallig dezelfde kant uit moet. Uiteindelijk wordt Jezus pas door hen herkend bij het licht van de vallende avond, als Hij aan tafel het brood voor hen breekt. Maar onmiddellijk daarna verdwijnt Hij weer uit hun gezicht. Op de avond van Pasen zitten zijn leerlingen verontrust en angstig bij elkaar. Ze hebben ramen en deuren gesloten uit angst voor de Joden. En onverhoopt moet het gebeurd zijn dat Jezus plotseling in hun midden staat. Klaarblijkelijk is Hij door de gesloten deur heen naar binnen gekomen. Hij verkeert in een situatie waarin alles voor Hem open ligt. Hij wordt door niets meer belemmerd. De beperkingen van ons aardse bestaan gelden blijkbaar voor Hem niet meer. Hij is volkomen nieuw en toch dezelfde. Hij spreekt hen toe en toont hen zijn wonden en zijn leerlingen zien Hem. Ook de ontmoeting met Tomas speelt zich af bij het vallen van de avond, een week later. Net als de anderen wil hij geloven in Jezus’ opstanding, maar hij wil een tastbaar bewijs. De andere apostelen kunnen wel enthousiast vertellen, maar hij wil een bewijs.
De verrezen Heer blijkt niet weigerachtig en geeft Thomas wat hij vraagt. Hij nodigt hem zelfs uit Hem aan te raken en met zijn handen te betasten. Hij helpt Thomas van harte om te kunnen geloven, maar indirect berispt Hij hem ook. Jezus maakt duidelijk dat geloven zonder tastbaar bewijs zijn voorkeur geniet. Er klinkt echter ook begrip en berusting door in wat Jezus zegt en doet. Hij zet Thomas niet weg als een ongelovige, maar als een gelovige die hulp nodig heeft. Dit verhaal van de ontmoeting van Thomas met de verrezen Heer is altijd aanleiding geweest om te discussiëren over wat geloven nu eigenlijk is. Als we afgaan op de teksten van de Bijbel is paasgeloof geen geloof dat aarzelingen en twijfels uitsluit, maar geloof dat slechts met vallen en ontstaan groeit en volwassen wordt. Geloof dat zich – indien nodig – laat helpen, zoals Thomas en Maria Magdalena. Het heldhaftige geloof van mensen die blindelings geloven is niet voor iedereen weggelegd. En gelukkig begrijpt God dat, zoals het Evangelie van deze dag suggereert. De tekens op grond waarvan wij tot geloof komen zijn immers voor meerdere uitleg vatbaar en dus ook voor misverstanden. God heeft daar begrip voor en geeft ons de kans om te groeien in geloof. Hij helpt ons een hand als dat nodig is en leert ons geleidelijk op eigen benen te staan. Je kunt zeggen: gelukkig dat er mensen zijn als de apostel Thomas die niet alles dat hun verteld wordt voor zoete koek aannemen. Mensen die met beide benen op de grond blijven staan en kritische vragen stellen. Want juist omdat het bij ons geloof vaak gaat om een werkelijkheid die ons menselijk begrip te boven gaat, waarvoor we geen glasharde bewijzen en garanties hebben en waarvoor onze woorden tekort schieten, is het goed om vragen te stellen. Vragen stellen is een bewijs dat wij serieus met ons geloof bezig zijn. Thomas is voor ons niet alleen een voorbeeld, omdat hij vragen durft te stellen, maar ook omdat hij zich niet afsluit van de andere apostelen. Hij ontbreekt weliswaar, als Jezus de eerste keer aan zijn leerlingen verschijnt. Wat de reden was weten we niet. Wel blijkt dat hij zich niet opsluit in zijn twijfels, kritiek of eigen gelijk. Hij sluit zich weer bij de anderen aan en is bereid te luisteren naar hun ervaringen. Vragen stellen houdt ons geloof levend en fris en voorkomt verstarring. En daar gaat het toch om, dat wij durven geloven dat Jezus werkelijk is opgestaan en leeft in en onder ons, nu in deze tijd.

Laten wij vandaag bidden dat wij als geloofsgemeenschap serieus durven luisteren naar de vragen van anderen. Dat wij net als Jezus begrip tonen voor de twijfels die velen kennen en eerbied en geduld tonen voor het zoekende geloof van anderen. En dat wij net als Thomas niet bang zijn om vragen te blijven stellen bij wat wij in onze dagen zien en meemaken en de oplossingen die ons worden aangeboden. Wij mogen bidden: ‘Heer, ik wil graag geloven, maar kom a.u.b. mijn ongeloof te hulp!’. AMEN