Zondag 16 juni: Heilige Drieëenheid.

By | Preken

Lezingen: Spreuken 8, 22-31; Romeinen 5, 1-5; Johannes 16, 12-15

Dit weekeinde vieren we het niet zo gemakkelijk te behandelen geloofsgeheim van de H. Drie-eenheid of Drievuldigheid. Maar dat geloofsgeheim is ons wél gegeven en bepaalt onze geloofsbelijdenis. Daarom een poging van benadering. Ik begin met de eenheid en de veelheid die wij in ons eigen leven ervaren.

We zijn gewend om niet in isolement te leven. Er is een veelheid van mensen, natuur en dingen om ons heen waar we bij horen en bij thuis zijn. En zelfs de kluizenaar, die zich afzondert, weet dat hij –zij het op afstand- omringd wordt door het vele. Het tekent ons bestaan. We hebben een band met degenen die ons gegeven zijn, die ons omringen: de mensen, de natuur en de dingen. Het ene ‘ik’, dat ieder van ons is als individu,  beleeft, is niet geïsoleerd. Zo zit, bijvoorbeeld, ieder van ons hier in de kerk, samen met anderen, samen in dit mooie gebouw, luisterend, biddend, delend met anderen. Eenheid en veelheid ook in ons gelovig en kerkelijk leven. Dat is op een of andere manier ook aanwezig in God.

Lees je onze H. Schrift dan tref je voor God veel namen zoals de Aanwezige, de Eeuwige, de Almachtige en Barmhartige, de God van genade en vrede. Christenen zijn daarbij gaan zien hoe God zich ons voordoet: als Geest (denk aan de schepping en aan Pinksteren); als Zoon (denk aan de menswording van Jezus in Godsnaam met Kerstmis); als Vader, oorsprong van alle leven, ‘onze en uw Vader zoals Jezus ons leert. Vader, Zoon en Geest zijn in hun onderlinge betrekking, de ene God. Dat grote geheim, met zijn wortels in de verhalen uit onze H. Schrift,  gaat enerzijds ons verstand  te boven. Maar anderzijds begrijpen we ook dat het heilzaam voor ons is en in ons werkt. God is op ons betrokken, heeft zich aan ons medegedeeld en is met ons verbonden, Dat vieren we in heilige tekenen (sacramenten), in ons beluisteren van de H. Schrift, in  ons gebed. We mogen ons, hopelijk in toenemende mate, bewust zijn van onze rijkdom als gelovigen. Daar kunnen we nog even bij stilstaan.

In de 1e lezing is ‘wijsheid’ verbonden met God. Met Pinksteren verbonden vooral met Geest. We zongen: ‘Geest van wijsheid, Geest van raad, aller dingen zuivere maat’. Met Pinksteren herdachten we dat die Geest in ons, gelovigen, woont en dat we ons voor die Geest kunnen openstellen. De Paulusbrief aan de Romeinen meldde de betekenis van Jezus: ‘Wij zijn als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof; en we leven in vrede met God, door Jezus Christus’. En dat is de Zoon, Mensenzoon, zoals hij zichzelf graag noemt en beleden als Gods zoon. En de laatste zin van de tekst uit het Evangelie van Johannes luidde: Alles wat van de Vader is, is van mij, daarom heb ik gezegd, dat hij, de Geest, alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. In die tekst hebben we Vader, Zoon Jezus en Geest bij elkaar. We tekenen ons derhalve niet voor niets met een kruisteken Ín de Naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Daar  zit een geloof achter omtrent God en diens werkzaamheid in ons. Het is goed, dat dit bewustzijn op een dag van de H. Drie-eenheid wordt opgefrist en dankbaar zijn voor Gods werkzaamheid in hen die zich voor zijn werking openstellen.

Daar zijn een aantal gebruiken uit voortgevloeid: we maken menigmaal een kruisteken bv. bij het doen van een gebed. We dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest We zegenen met of zonder wijwater in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest; zalvingen van dopelingen, zieken, vormelingen gebeuren in de vorm van een kruisteken; eveneens de zegening van het brood tijdens onze vieringen in de kerk; tijdens de inzegening van een huis lopen we met wijwater rond en zegenen de verschillende ruimten in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Zo speelt ons leven als gelovigen zich af in verbondenheid met God. En die verbondenheid stimuleert ons het goede na te streven en het kwade achter ons te laten. AR

Meneer Pastoor schrijft …….

By | beschouwingen

BEZOEK VAN ONZE BISSCHOP MGR. HARRIE SMEETS

Ons dekenaat Gulpen krijg het laatste weekeinde van juni bezoek van onze nieuwe bisschop mgr. Harrie Smeets. Het bezoek duurt van vrijdag 28 t/m 30 juni. Hij gaat een uitgebreid programma afwerken.

Op vrijdag 28 juni:
9.15 uur
is er een ontmoeting van de bisschop met diaconale werkgroepen (Zorgoverleg, Franciscusgroepen etc.) in het parochiecentrum van Wijlre, Holegracht 27
10.45 uur is hij in Valkenburg in Hotel Walram voor een ontmoeting met de toeristische sector van ons dekenaat.
14.00 uur is hij in de Eyserhof in Eys voor de ontmoeting met de agrarische sector.      
17.00 uur
gebruikt hij het avondmaal in Gulpen met de pastores van het dekenaat.
19.00 uur viert hij met de pastores, kerkbesturen en andere gelovigen, die erbij willen zijn de Eucharistie in de kerk van Gulpen.
20.00 uur volgt de ontmoeting met de kerkbesturen in het parochiezaaltje van Gulpen.

Op zaterdag 29 juni is er een ontmoeting van de bisschop met de parochievrijwilligers, verenigingen, organisaties en stichtingen in ons dekenaat. Die ontmoeting gaat gepaard met een wandeling vanaf de parkeerplaats van het Wielderhoes. Mn melde zich aan bi jA. Huveneers op haar e-mailadres  anniehuveneers@kpnmail.nl pf telefonisch 043 4502261.
14.00 uur ontmoet bisschop Smeets de Jonkheden in ons dekenaat.
16.00 uur bezoekt de bisschop de 99-jarige pastoor Penders in het dr. Ackenshuis in Gulpen.
19.00 uur viert hij de Eucharistie samen met de parochianen van Bemelen.

Op zondag 30 juni viert hij:           
9.30 uur
de H. Mis in Gulpen en trekt hij mee met de processie naar Euverem.
14.00 uur ontmoet jij de leden van het Caritasfonds uit Gulpen (het voormalige Armenfonds)
15.30 uur brengt de bisschop een bezoek aan het hospice van Oosterbeemd in Valkenburg.
19.00 uur bezoekt hij de ondergrondse kapel in de groeve te Sibbe in het kader van 75 jaar bevrijding.

De secretaris van ons dekenaat, Th Dahlmans,  heeft inmiddels de pastores (priesters en diakens), kerkbesturen, federatie besturen. clusterbesturen van een en ander op de hoogte gesteld. Met het verzoek de betreffende geledingen in de parochies op de hoogte t stellen.

Omdat het de bisschop begonnen is om zo breed mogelijk mensen te ontmoeten en geïnformeerd te worden is het duidelijk dat gerekend wordt op een goede deelnamen uit de verschillende groepen en parochies.
A. Reijnen, pastoor

VAKANTIE

Het woord ‘vakantie’ is ontleend aan het Latijnse woord ‘vacare’ dat ‘vrij zijn’,’ onbezet zijn’ betekent. Concreet houdt dat in dat we niet naar ons werk of naar school moeten. Normaal bepalen die grotendeels het ritme van de dag: het uur van opstaan, met een of ander vervoermiddel naar het naar het werk gaan met onderweg het raadplegen van de smartphone , op tijd beginnen, pauze, einde van de werktijd, (veelal in de file of overvolle trein) naar huis, daar op ons nemen hetgeen ons daar wacht: partner, kinderen, klaarmaken van de maaltijd, doorbrengen van de avond met TV en of smartphone tot bedtijd.

Een soortgelijke structuur doet zich voor degenen die naar school moeten.

Van die verplichtingen zijn we dan enkele weken vrij. Vaak een verademing. Tijd voor elkaar en voor wat ons omringt,  die er door werk, school of vermoeidheid bij is ingeschoten kan worden hernomen. De gezinszondag van gezinnen met werkende ouders wordt verlengd tot gezinsvakantieweken. Heerlijk toch. Er is ruimte voor aandacht  voor elkaar, interesse voor wie de ander is en voor hetgeen hem/haar bezig houdt, voor het ‘zien’ en op zich laten inwerken van de omgeving, voor het gesprek met elkaar, voor het (samen) ondernemen. Mede namens ons clusterbestuur van ‘Morgenster’, de kerkbesturen van de parochies Nijswiller, Wahlwiller en Eys en van pastor Franssen,  wens ik iedereen een ontspannende en verrijkende vakantie. A. Reijnen, pastoor.

ZE HANGEN ER WEER…..

de boeken en schoolshirts aan de vlaggenstokken van de woningen waar zich geslaagden bevinden van door hen gekozen opleidingen. Van harte proficiat, mede namens het clusterbestuur van ‘Morgenster’ en pastor Franssen alle geslaagden van harte proficiat. Maar, na deze  mijlpaal gaat de af te leggen weg verder richting volgend diploma en/of  werk. Uiteindelijk is de bedoeling dat we een zinvolle plaats kunnen innemen in onze samenleving, onze talenten kunnen inzetten voor haar ontwikkeling, economisch, maar ook maatschappelijk. Werk speelt daarbij een belangrijke rol. Niet alleen de hoogte van het salaris, maar ook dat we ons thuis kunnen voelen op onze plek. Dat is niet vanzelfsprekend bij de sterke nadruk in onze samenleving op wat we verdienen. Ik wens alle geslaagden, mede namens onze kerkbesturen voor de toekomst een goede balans tussen studie, inkomen, maatschappelijke betekenis en welbevinden.  A. Reijnen, pastoor

DE LAATSTE ‘KRÖNUNGSMESSE’ IN EYS

Het raakte me wel, moet ik zeggen, de mededeling van de laatste ‘Krönungsmesse’ van W.A. Mozart vanwege de Eyser Muziekdagen tijdens de H. Mis in de kerk van Eys op de laatste zondag van juni. Neem me niet kwalijk als ik dit ervaar als een ‘verlies’. Tegenwoordig wordt verwacht dat men vooral de mogelijkheid van ‘nieuwe kansen’ ziet, als iets dierbaars verdwijnt. Men kan het gemoed echter niet dwingen anders te ervaren dan het doet. Wat vind ik dan ‘verlies’? Het kunnen beluisteren van de muziek van een componist als Mozart ten gehore gebracht in een dorp als het onze met de beweging en inzet die dit met zich bracht. Al enkele jaren eerder hebben de koren van Eys al moeten erkennen, dat hun bezetting van dien aard was, dat ze zelf niet meer de krachten hadden voor een volwaardige uitvoering, Zangers en zangeressen van buiten moesten zorgen voor aanvulling. Wat ik ook een verlies vindt is dat de Krönungsmesse niet meer ten gehore wordt gebracht in een viering van de Eucharistie (dankzegging) in Eys, ook al kwam menigeen van buiten eerder op de muziek af dan op de liturgie. De Krönungsmesse ‘speelde zich immers af’ in ons monumentale ‘huis van God met de mensen’ met zijn goede akoestiek. In de viering kan/kon men ook luisteren naar Gods bevrijdend woord uit onze H. Schrift en degenen die zich thuis voelden in de eredienst konden met elkaar het Christusbrood delen. Toch is er ook dankbaarheid voor die meer dan vijftig jaren tijdens welke de Krönungsmesse in de H. Mis in Eys ten gehore werd gebracht. Het heeft de mensen, die erbij aanwezig waren iets ‘gedaan’.  We kijken ernaar uit of en welke nieuwe kansen zich gaan voordoen, die we vanuit onze parochie zeker welwillend zullen ontvangen. A. Reijnen, pastoor.

MOGE HET NIET ZO ZIJN…….

In een artikel over het levenseinde van een Belgische auteur kom ik de volgende zinsnede tegen: ‘Als er sprake is van de verbetering van iemands bestaan kan men zich afvragen: ‘tot hoever’ en ‘met welke middelen’ Het is zeker deze illusie van grenzeloosheid, die een samenleving ons voorspiegelt di riskeert zoveel mensen ‘ongelukkig’ te maken omdat de realiteit met deze droom niet overeenkomt. Maar wie is er vandaag nog gevormd om deze natuurlijke begrenzing, die ‘normaal’ is en tot de structuur van ons leven behoort, op een spontane, serene, natuurlijke wijze te aanvaarden? Leven we vaak in een wereld die ons doet geloven dat alles mogelijk is of zou moeten zijn? Wordt alles wat het leven dwarsboom, niet vlug als ‘ongeluk’ beschouwd, zeker als het leven niet loopt zoals voorzien of als iets niet gebeurt binnen de voorziene tijdspanne?’

Met andere woorden: jagen mensen met al hun ‘moeten’ en verlangen om ‘mee te kunnen’ een illusie na, die schade veroorzaakt aan hun ziel?  Dat zou zonde zijn. Moge het, in Godsnaam, niet zo zijn.    

 

 

 

 

Zondag 9 juni 2019: Pinksteren.

By | Preken

Overweging Pastor Franssen 8 juni 2019:

2019  PINKSTEREN  DE PARAKLEET: DE PLAATSBEKLEDER EN ADVOCAAT

Het is alsof er met Pasen een steen in een vijver is geworpen. Vanuit één centraal punt zie je overal de steeds groter wordende kringen door het water gaan. Steeds maar uitdijend. Vanaf de dood en het nieuwe leven van Jezus is dit aan de hand. In het begin waren die vrienden van Jezus nog zeer weifelend en bang. Ze hadden de schrik van hun leven gekregen door wat er met Jezus  was gebeurd. Ze hadden angst zelf ook gevangen genomen en veroordeeld te worden net als hun Meester. Daarom waren ze bang voor hun mening uit te komen,  hun kop te stoten, bang om in het openbaar te vertellen wat voor wonderlijke dingen ze hadden meegemaakt. Dat iemand geleden heeft en dood is,  kun je constateren. Dat is een feit. Dat er nog een leven is voorbij  de grens van de dood, daar is meer voor nodig. Op zijn minst dat je nadenkt over wat deze mens voor jou betekend heeft; wat hij/zij heeft bijgedragen aan zijn omgeving. Kortom wat het hart, het binnenste, de geest van die mens is geweest.
Gelukkig had Jezus zijn vrienden al enige tijd voorbereid. Hij zou hen zijn Geest zenden. Nu worden er in de verhalen rond Pasen en Pinksteren allerlei tijdsaanduidingen genoemd: de derde dag, veertig dagen, vijftig dagen. Die verwijzingen naar de tijdsduur dienen we niet letterlijk, maar symbolisch te verstaan. Ze willen iets uitdrukken dat dieper gaat. Zo is vijftig het getal van de volheid: zeven maal zeven + één.  Niet alleen was met Pinksteren, het Joodse Wekenfeest, de eerste oogst op de velden rijp, maar in de leerlingen is wat Jezus gezaaid had met zijn sterven en verrijzen ook tot wasdom gekomen. Ze hebben tijd gehad om wat er allemaal gebeurd is helemaal tot zich door te laten dringen.  Met Pinksteren vieren wij dat Jezus de beloofde H. Geest gezonden heeft. Het betekent dat zij – en dus ook wij  – niet alleen gelaten worden; dat er Iemand bij ons is. Wat er ook gebeurt: we mogen steeds hoop houden. Pinksteren is de voltooiing van Pasen. We gedenken vandaag dat de kerk is gesticht als een beweging van al die enthousiastelingen die in het spoor van Jezus warmte brengen waar verkilling is, troost waar er geleden wordt. // Als Jezus het over de H. Geest heeft, dan gebruikt Hij vaak het woord  ‘helper’.  In de oorspronkelijke taal van het Evangelie wordt het woord  ‘ advocaat’ gebruikt. Een advocaat is iemand die mensen bijstaat, als er moeilijkheden zijn of iets opgelost moet worden. Met Pinksteren vieren wij dat God zelf door zijn H. Geest bij ons komt om ons bij te staan. Gebeurt dat alleen maar als we het moeilijk hebben? Nee, ook als we fijne dingen te vieren hebben. Ook als we nadenken over de richting die we uitmoeten met ons leven en ons gevraagd wordt keuzes te maken. Altijd en overal wil God onder ons mensen zijn, en dat doet Hij door de werking van zijn Geest.
In de 1e lezing wordt verteld hoe die verschillende mensen in Jerusalem het bevrijdende woord van de leerlingen van Jezus hoorden in hun eigen taal. We denken dan onmiddellijk aan al die talen die er over de hele wereld gesproken worden. We mogen ook denken aan het feit dat alle mensen anders zijn en dat allen – hoe verschillend ook – ieder zijn eigen plaats, ieder zijn eigen inbreng heeft. We hoeven niet allemaal diaken of pastoor te zijn. We hoeven alleen maar mens te zijn,  bezield van de goede Geest van onze God.  Als je dan bezield bent door de goede Geest van God, wat doe je dan? In de omgang met medemensen zet je je in elkaar te respecteren, zodat die op hun beurt anderen bemoedigen en bevestigen. Je probeert mensen met elkaar te verbinden en niet uiteen te drijven. Je bent mild en fijngevoelig. Je weet te luisteren als mensen iets wat hen ter harte gaat met jou willen delen. Je toont interesse in het verhaal van mensen en je informeert hoe dat ontstaan is. Dat is de reden dat wij steeds opnieuw lezen uit de Bijbel, een  boek vol ervaringsverhalen en geloofsverhalen van het volk van God. Kortom: je draagt de beweging van Jezus een warm hart toe. Het gaat er steeds om dat wij over de grenzen van onze eigen persoon of eigen wereldje meebouwen aan het goede in de wereld. Dat wij Licht brengen over de eigen grenzen heen. // Was Jezus tot en met Goede Vrijdag zichtbaar, tastbaar en in levende lijve onder mensen aanwezig, nu is Hij er geestelijk, maar niet minder werkelijk. Je  kunt zeggen: de Parakleet is Jezus op een ‘andere’ manier, nieuw, herrezen. Hij is de machtige Bij-staander, onze bondgenoot en advocaat. Hij is de plaatsbekleder van Jezus. Hij herinnert de leerlingen niet alleen aan alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft. Hij zal in de toekomst ook onthullen wat de kern is van alles wat er is gebeurd. Ook na zijn verrijzenis is Jezus er. Hij helpt, troost en inspireert ons. De H. Geest, de Parakleet, is wel onderscheiden van Jezus, maar tevens niets anders dan zijn voortgaande aanwezigheid. Hij is de verschijningsvorm van de verheerlijkte en opgestane Jezus. De H. Geest is vanaf Paasmorgen Jezus in zijn nieuwe gedaante als helper en ruggensteun. Op dit Pinksterfeest zegt God tot ons: jullie zijn niet alleen, jullie worden niet aan je lot overgelaten. Ik ben met je met mijn heilige Geest. AMEN

Overweging meneer pastoor Reijnen 9 juni: 

PINKSTEREN 2019. (Week Nederlandse missionarissen)

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; Romeinen 8, 8-17; Johannes 14, 15-16.23-26

Het is in Nederland en Europa een tijd van gedenken. Op 6 juni landden de geallieerde troepen in Normandië en brak de tijd van de bevrijding van West Europa aan. Maar wat heeft dat niet gekost aan mensenlevens en door verwoestingen. Tentoonstellingen, documentaires, bijeenkomsten met herdenkingstoespraken, videobeelden en sketches herinneren aan wat toen allemaal is gebeurd, geleden en welke opofferingen mensen zich hebben moeten getroosten omwille van onze vrijheid. Het leidt tot bezinning en mag nooit worden vergeten, zo luidt de overtuiging. Sinds de 2e wereldoorlog leven we aan deze kant van de wereld in vrede en vrijheid. West Europa heeft zich door de aanwezigheid van vrede en veiligheid kunnen ontplooien. Onze welvaart is gegroeid, zijn onze keuzemogelijkheden zijn groter geworden. Maar, hoe breed hebben vrede en vrijheid gewerkt? Heeft ons innerlijk, onze ziel ook van de vrede en vrijheid geprofiteerd? Zijn we begripvoller geworden t.a.v. onszelf en onze mogelijkheden én beperkingen? Zijn we hulpvaardiger geworden, barmhartiger, vergevingsgezinder, toleranter, liefdevoller?  Zijn dat eigenlijk niet de waarden of deugden die de altijd  kwetsbare vrede en vrijheid dragen? Staan ze momenteel niet onder druk?  Onze samenleving is immers prestatiegericht en stelt hoge eisen waaraan we tegenwoordig moeten voldoen om ‘mee te kunnen’ op het gebied van positie in de samenleving,  werk, relaties, vrije tijd en vakantie? . Zijn in de levens van veel mensen hun dagen niet zodanig  gevuld dat stress optreedt door wat we allemaal ‘moeten’. Worden we niet overheerst door de tijdgeest, die ons voorschrijft hoe we moeten zijn? Houden we dat vol? Dreigt er niet een geen leegte omdat we niet meer toekomen aan wie we ten diepste zijn als mens?

 

Er zijn mensen, die naar de kerk komen voor een moment van bezinning en rust te midden van al dat moeten. Hier hoeft niets, hier kan men luisteren naar de teksten en de gezangen, maar ook de eigen gedachten laten gaan. Gebeden kunnen onder woorden brengen wat in ons omgaat, ook de behoefte aan geborgenheid in Hem, God, die groter is dan wij zelf zijn.

Aanwijzingen (geboden) uit de H. Schrift kunnen ons inspireren, maar ook bevrijden en gerust stellen, onze innerlijke vrede en vrijheid bevorderen. Bijvoorbeeld, zulke een tekst als die van het Evangelie van vandaag: ‘Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn  woord onderhouden; mijn Vader (ook onze Vader) zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’. Wat hebben we meer nodig dan liefde te ontvangen en liefde te kunnen geven? Kan de bemoedigende waarde van zulk een mededeling dat God in ons woont tot ons doordringen bij alles wat wij van minuut tot minuut ‘te doen’ hebben?

Hebben we –vandaag is het Pinksteren- de heilige Geest  niet hard nodig; de Geest die ons alles in herinnering zal brengen wat Jezus ons aan vrijheid en  vrede heeft gebracht?

We kunnen voor zijn werking open staan zoals de apostelen samen met Maria bijeen in  Jeruzalem. Pinksteren werd een gebeurtenis, een doorbraak van de heilige Geest in de levens van de leerlingen. Ze raakten er vol van en traden naar buiten. Ze  begonnen hun zending om de Goede Tijding (Evangelie) van Jezus door te geven aan alle volken, ieder in hun eigen taal. De Galatenbrief van de H, Paulus geeft de vruchten van de Geest aan: ’liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’ . En hij voegt eraan toe, ‘ér is geen wet (zeg maar er is niemand) die daar iets tegen heeft’. Of we willen of niet, we worden beïnvloed door ‘de geest van deze tijd’. We hopen dat die in staat is vrede en vrijheid ook na 75 jaar te dienen. Maar mogen we dan toch ten behoeve van die vrijheid, vruchten voorbrengen die voortkomen uit Gods Geest in ons. Amen. AR

zondag 2 juni 2019: 7e zondag van Pasen.

By | Preken

Een woordje vooraf:
De tekst uit het Johannes-evangelie is niet eenvoudig. Johannes schrijft zijn evangelie tegen het einde van de 1e eeuw en wijkt in stijl daarbij af van de andere drie evangelisten. Hij heeft diep nagedacht over de persoon van Jezus Christus en over diens verhouding tot zijn hemelse Vader; en over hoe die twee zich verhouden tot degenen de in Hem geloven. Johannes probeert ons duidelijk te maken, dat God de voorwaarden van ons bestaan niet opheft, maar dat in Jezus ons wordt geleerd hoe met ons leven en al wat dat inhoudt om te gaan. Dat leidt tot zijn en onze verheerlijking. God is dus anders dan een poppenspeler die naar willekeur aan de touwtjes trekt van de marionetten die wij zijn. Menigeen, die zegt niet in God te kunnen geloven zou gevraagd kunnen worden welk idee van God hij/zij eropna houdt. De gedachten van Johannes zijn van belang voor ons als gelovigen en voor ons denken over God en Jezus Christus. Ze geven ons ruimte en vertrouwen

Lezingen: Handelingen 7, 55-60; Openbaring  22, 12-14.16-17.20; Johannes 17, 20-26

Er is, beste mensen, nauwelijks een sterkere band denkbaar dan die tussen ouders en kinderen. Die zijn namelijk de vrucht van hun samengaan. De verbondenheid ie daaruit ontstaat kan ook nooit ongedaan gemaakt worden en is derhalve levenslang. Normaal gesproken betekent dat ook betrokkenheid, liefde, verantwoordelijkheid en zorg. Als we dat voor ogen houden kunnen we het gebed van Jezus verstaan tijdens aan de vooravond van zijn lijden. Hij bidt dat zijn verbondenheid met zijn hemelse Vader doorgetrokken wordt naar allen die in Hem geloven. Hij benadrukt dan ook dat God ook onze hemelse Vader is en legt dat neer in een gebed, dat Hij ons leert in het ‘Onze Vader, die n de hemel zijt’ enz, een gebed dat we tijdens onze vieringen altijd bidden.

Het betekent, dat God op de eerste plaats tegenwoordig is in ménsen en niet in een gebóuw. Gebouwen waarin we samenkomen dienen om ons bewust te doen zijn  van onze verbondenheid met God en met elkaar. En de basis van Gods tegenwoordigheid in ons is de liefde, die Hij ons toedraagt. Dát is Jezus ons komen leren: God heeft ons lief. Hoe heeft Go ons lief? In Jezus, Mensenzoon en Gods Zoon is dat zichtbaar geworden. Hij heeft ons levenslot met ons gedeeld met alles wat dat inhoudt:  vreugde, moeite, kwetsbaarheid, pijn, tijdelijkheid en dood. Jezus heeft ons door zijn manier van leven geleerd om met ons lot om te gaan. Hij accepteerde zijn lot, voelde zich aan het kruis van God verlaten, maar gaf zijn geest wel over in Gods handen.  God is derhalve in het gebed van Jezus niet de sturende kracht van bovenaf, die ervoor zorgt dat we gespaard blijven voor de pijn die het leven ook met zich mee kan brengen. Dat is anders in de regionale krant op zaterdag. Menige sporter, gevraagd  naar zijn of haar geloof in God lijkt van opvatting, dat God van bovenaf alles wat een mens pijn doet zou moeten verhinderen.  Maar zo is het niet. Jezus heeft ons geleerd om te gaan met het leven, zijn bestemming aanvaardend en doorlevend, zoals wij allen daartoe geroepen zijn; ieder van ons zijn of haar eigen leven.  Als we naar het voorbeeld van Jezus ons leven doorleven, woont God in ons.

Als diaken Stefanus, kort na Jezus dood de nadruk erop legt, dat God op de eerste plaats in mensen woont en niet in een stenen gebouw, wekt dat grote weerstand bij pelgrims naar de tempel Jeruzalem., de heilige tempel waarin ze Gods aanwezigheid lijken vast te pinnen  Ze nemen Stefanus gevangen en beschuldigen hem ervan dat hij tegen de tempel zou zijn. Maar dat is niet zo. Er is niks mis met het eer brengen aan God in een tempel of kerk, maar God en Jezus wonen op de eerste plaats in mensen, die in hen geloven en daarnaar handelen. Niet bestand tegen het verweer van Stefanus stenigen zijn tegenstanders hem. Hoe hij daarmee omgaat maken he m tot een mens van God. Hij ‘ziet de hemel open en de Mensenzoon aan Gods rechterhand’. Dat is zijn perspectief. Vervolgens, zijn eerste woorden zijn woorden van overgave: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. Ook Jezus heeft op het kruis zo gebeden: ‘ Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest’. Verder is Stefanus niet de man die Gods wraak over zijn tegenstanders afroept , maar hij bidt om vergeving: ‘Heer reken hen deze zonde niet aan’.  Ook Jezus bad zo ving bij zijn kruisiging: ‘Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen’.  Bidden wij ook niet om vergeving in het Onze Vader?

Wat kunnen we van deze verhalen leren?  God en Jezus leven –overeenkomstig hun liefde  in ons. Wij geloven en doen ons best dienovereenkomstig te handelen  Dat Jezus leeft aan Gods rechterhand  na zijn kruisdood, opstanding en hemelvaart kan ons moed geven. Het is ons perspectief. We zijn sinds ons doopsel met Hem, met elkaar en met God verbonden.  Levend in en met hetgeen ons overkomt ligt onze bestemming in Gods hemel. Het moge ons moed en vertrouwen geven bij alles wat ons overkomt. AR

30 mei 2019: Hemelvaartsdag: Kijk naar boven en kijk om je heen.

By | Preken

Lucas, de evangelist en schrijver van de Handelingen van de apostelen, spreekt nadrukkelijk van een periode van 40 dagen, waarin Jezus na zijn sterven aan zijn leerlingen verscheen en met hen sprak over het koninkrijk van God. Dat getal 40 komen we in de Bijbel vaak tegen. Om enkele voorbeelden te noemen: Voordat Mozes op de Sinaï de tafels ontvangt met de tien woorden, verblijft hij 40 dagen op die berg, die door een wolk onttrokken is aan de ogen van de Israëlieten. Ook het volk Israël verblijft maar liefst 40 jaar in de woestijn. De profeet Elia trekt 40 dagen en nachten door de woestijn totdat hij aan de berg Horeb komt, waar de Eeuwige aan hem voorbijgaat in het stille ruisen van de wind. Van Jezus wordt verteld dat Hij 40 dagen in de wildernis verblijft, waar Hij door de Satan op de proef wordt gesteld, voordat Hij het koninkrijk van God gaat verkondigen. Later treffen wij Hem samen met Mozes en Elia op een berg, waar een wolk hen onttrekt aan het oog van de leerlingen. Vandaag hebben we iets soortgelijks gehoord: op een berg wordt Jezus door een wolk aan het zicht van de leerlingen onttrokken. Het gebeurt, nadat Hij na zijn verrijzenis nog 40 dagen aan zijn leerlingen is verschenen. Het getal 40 en het beeld van de wolk willen ons opmerkzaam maken op het verborgen handelen en aanwezig zijn van God. ‘Niemand heeft God ooit gezien’, zegt de Evangelist Johannes, ‘maar de Zoon, die zelf God is, heeft Hem doen kennen’.  Het is Jezus geweest die God zichtbaar heeft gemaakt. Hij was God in levende gestalte, voelbaar, hoorbaar, tastbaar. Door zijn aandacht en vergevende woorden voor mensen die werden genegeerd of gemeden en door zieken te genezen heeft Jezus laten ervaren dat het koninkrijk van God was aangebroken. Zijn leerlingen waren totaal van slag, toen het optreden van hun Meester uitliep op zijn veroordeling en kruisdood. Aanvankelijk dachten ze dat dit ook het einde van Jezus’ boodschap betekende, maar door allerlei tekens ontdekten ze dat die bevrijdende beweging doorging. Jezus verschijnt na zijn verrijzenis meermaals aan zijn leerlingen, verhalen ons de Evangelisten. Nadat de H. Geest hen daartoe vaardig heeft gemaakt, beginnen de leerlingen te getuigen hoe Jezus hun en vele anderen hoop en uitzicht,  genezing en verlossing heeft gebracht. Dat vieren we straks met Pinksteren. Vandaag horen de leerlingen – en met hen ook wij – dat we onze blik niet uitsluitend naar boven moeten richten, maar ook naar opzij, naar de mensen die onze naasten zijn. De leerlingen krijgen die opdracht van twee mannen in het wit, die plotseling bij hen staan en tegen hen zeggen: ‘Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan’.  M.a.w. Jezus verdwijnt nu wel uit jullie ogen, maar Hij keert weer terug. In die tussentijd mogen jullie aan de slag gaan, zijn boodschap verkondigen en zijn werk voortzetten, ieder met zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. We hoeven dat niet op eigen kracht te doen, maar net als de apostelen eertijds, zullen ook wij met kracht uit de hemel worden toegerust. Het is alsof die twee mannen in het wit ons duidelijk willen maken: Leven  betekent niet naar de hemel blijven staren, maar goed kijken naar de aarde. Heel Jezus’ opdracht was erop gericht dat er een hemel op aarde komt. Zo worden ook wij uitgedaagd er aan te werken dat de aarde een thuis wordt waar het goed is om te leven, voor alle mensen. We mogen dat doen in het vertrouwen dat de Eeuwige, die we niet kunnen zien, die enerzijds voor ons verborgen is, anderzijds ook met ons meegaat en ons beschermt. Vanuit zijn verborgenheid worden wij toegerust met kracht. Die kracht mogen we ervaren, als we ons begeven in de binnenkamer van het gebed, ons plaatsen in aanwezigheid van de Verborgene.
Het feest van Hemelvaart daagt ons uit om te leven ‘ alsof God er niet is’,  zoals Dietrich Bonhoeffer ooit heeft gezegd. M.a.w.: we kunnen niet beschikken over Gods aanwezigheid, maar we mogen wel leven in het vertrouwen dat we door God gezien en bemind worden, net zoals Jezus dat in zijn leven heeft ervaren. In zijn voetspoor mogen wij ons inzetten om de aarde te maken tot een land waar vrede en goedheid met elkaar wonen, een stukje hemel op aarde waar ieder tot zijn/haar recht komt,  het koninkrijk van God dichterbij en midden onder ons.  AMEN.

zondag 26 mei: 6e zondag van Pasen.

By | Preken

ONS OPENSTELLEN OM SAMEN VERDER TE KOMEN

Tegenstellingen, meningsverschillen, verdeeldheid: we komen ze tegen op tal van terreinen en in allerlei kringen. Voordat wij naar de stembus gaan, merken we dat nog duidelijker dan anders bij politieke partijen die zich presenteren en willen profileren. Denk ook aan de handelsoorlog tussen de VS en China en aan de dreigementen en embargo’s tegen politieke tegenstanders. Ook dichtbij huis komen we in allerlei kringen verdeeldheid tegen en de spanningen die dat met zich meebrengt.
Onder de leerlingen van Jezus blijkt dat ook voor te komen. Aanvankelijk zijn het vooral Joden die zich tot het christendom bekeren. Zij zijn sterk gehecht aan de Thora, de Wet van Mozes. Maar Paulus en Barnabas komen op hun missiereizen in aanraking met vele niet-Joden die  christen willen worden. Ze willen die mensen niet opzadelen met de voorschriften van de Joodse Wet, m.n. de besnijdenis. Orthodoxe Joden gaan daar niet in mee en blijven van mening dat ook heiden-christenen zich moeten laten besnijden. Omdat ze er  niet uitkomen,  gaan ze met die strijdvraag naar de apostelen in Jerusalem.
Er wordt een vergadering belegd, het zogeheten Apostelconcilie, de eerste openbare beraadslaging van de Kerk. Na rijp beraad komen de apostelen en de oudsten overeen dat men de Jezus-gelovigen onder de niet-Joden geen onnodige lasten moet opleggen. Voor hen zullen enkel de meest elementaire geboden gelden en daar hoort de besnijdenis niet bij. Er wordt van hen verlangd dat ze niet meedoen aan afgodendienst, geen vlees eten dat bij zo’n dienst is geofferd, dat ze niemand doden en zich onthouden van verboden seksuele  verhoudingen en gedragingen. M.a.w. Er wordt van hen alleen gevraagd  wat strikt noodzakelijk is voor een christelijk leven. Ze hoeven volgens de apostelen niet te worden onderworpen aan de Joodse Wet, omdat Jezus op aarde is verschenen niet alleen voor het Joodse volk, maar om heel de mensheid te verlossen.
We weten: een ruzie kan verschillende kanten opgaan. Mensen kunnen elkaar de oorlog verklaren en de wapens opnemen. Ze kunnen elkaar de rug toekeren, elkaar links laten liggen en gescheiden wegen gaan. Dat maakt het leven alleen maar moeilijker. Er vallen slachtoffers; mensen moeten vluchten. Families worden soms uiteengerukt door een verschil van mening, een erfenis, soms zelfs door een misverstand.  De leerlingen van Jezus kiezen voor een derde mogelijkheid. Ze gaan met elkaar praten, hoe lastig dat ook is. Standpunten worden uiteengezet, de emoties lopen hoog op en er vallen harde woorden. Maar ze hebben eenzelfde doel: ze willen er samen uitkomen en samen verder. Hoogstwaarschijnlijk zullen zij zich de vermaning van Jezus herinnerd hebben, toen ze met elkaar aan het bekvechten waren over wie de voornaamste was: ‘Als je de grootste en belangrijkste wilt zijn, dan moet je de dienaar van allen willen worden!’. Als we daar serieus werk van willen maken, dan betekent dat dat we alle moeite doen om een ander tot zijn/haar recht te laten komen: dat we ons openstellen voor wat de ander denkt, voelt en bezielt. Dat we willen verstaan wat de naaste bezig houdt. Dat we naar elkaar willen luisteren, elkaar laten uitpraten en niet in de rede vallen. Dat is in praktijk brengen wat Jezus vraagt: elkaar liefhebben zoals Hij ons lief heeft. Elkaar respecteren is niet strijden voor het eigen gelijk, maar ons ook durven openstellen voor de mening,  gevoelens en de belangen van een ander; toelaten dat de ander vragen stelt bij onze zienswijze.
Jezus heeft zijn leerlingen beloofd: ‘Ik laat jullie niet verweesd achter. De pleitbezorger, de H. Geest die de Vader jullie namens Mij zal sturen, Hij zal je alles duidelijk maken en in herinnering brengen wat Ik jullie gezegd heb’.          De H. Geest, de pleitbezorger, de trooster en helper: Hij zal de leerlingen leiden en leren, hen troosten bij verdriet en hen voorthelpen  op het pad van vrede.  In dit geloof  gaan Paulus en Barnabas naar Jerusalem om de kwestie die hen verdeelt voor te leggen aan de apostelen, de oudsten en de rest van de christengemeente.  Ze durven dat, omdat ze vertrouwen op de H. Geest die Jezus hen heeft beloofd. Ze blijven elkaar geen verwijten maken, maar willen samen met de apostelen zoeken naar wat hen verbindt. Ze doen wat menige moeder van een groot gezin doet: luisteren naar de verhalen,  niet oordelen, maar ze bewaren in haar hart en doen wat de eenheid tussen haar kinderen kan bevorderen. Met het feest van Pinksteren in het verschiet bidden wij dat de H. Geest over ons zal neerdalen en vrede brengt in ons hart. Dat wij niet gedreven worden door het verlangen om ons eigen gelijk te halen, maar dat wij ons telkens opnieuw durven openstellen voor de mening van anderen en dat wij durven luisteren naar de weg die Jezus ons wijst in zijn Evangelie.  AMEN.

19 mei 2019: 5e zondag van Pasen.

By | Preken

Lezingen: Handelingen 14, 21-27; Openbaring 21, 1-5a; Johannes 13, 31-33a.34-35.

Wedstrijden en competities zijn in onze wereld aan de orde van de dag. Ze leveren kampioenen, helden, idolen en schlemielen op. De Nederlandse voetbalcompetitie is afgesloten met het kampioenschap van Ajax, nadat het eerder in de halve finale van de Champions League een merkwaardige nederlaag had geleden tegen Tottenham en uitgeschakeld werd voor de finale. Huldiging van Ajax door 100.000 mensen op het museumplein. De Giro d ’Italia is van start gegaan met Tom Dumoulin als een van de favorieten, maar een val veroorzaakt door een domme fout van een andere renner heeft hem genoodzaakt op te houden, talloze fans in teleurstelling achterlatend. Vanavond is de finale van het Europese Songfestival. Duncan Laurence uit Nederland is favoriet, maar wie zal winnen? Op politiek gebied is ook een wedstrijd aan de gang: de wedstrijd welke de machtigste natie is op de wereld. De VS heeft er een handelsoorlog met China voor over en conflicten met Iran en Noord Korea. En, wie gaat Europa leiden? Ook daar competitie tussen partijen en hun voornaamste kandidaten. Het lijkt erop, dat daar waar mensen leven er ook concurrentie en competitie is: wie is de grootste, wie is de beste, wie is de voornaamste, wie is de machtigste en daardoor de invloedrijkste. Die vragen spelen zelfs een rol bij de 12 leerlingen, die Jezus rond zich verzameld heeft. Onder hen leeft de vraag wie de voornaamste is.  Wellicht zijn concurrentie en competitie onder mensen noodzakelijk om elkaar uit te dagen, zodat talenten tot ontplooiing komen.

Van de kant van het Evangelie hoort daar echter een kanttekening bij. Aan het adres van de leerlingen zegt hij: ‘degene die de voornaamste wil zijn zal degene zijn die weet te dienen, zoals Hij zelf gekomen is om te dienen en zijn leven te geven. Het betekent, dat je best ernaar mag streven de voornaamste de beste, de grootste te zijn als je dat maar bent met de mentaliteit van de dienaar, je leven ziet in relatie tot het dienen van de ander. Dat vinden we terug in de evangelielezing van vandaag waarin Jezus zijn leerlingen, dus ook ons, voorhoudt, dat ze/we elkaar moeten liefhebben, zoals, zegt hij, ‘ik u heb liefgehad’. Dat is op de manier van de dienaar.  Het gaat hem klaarblijkelijk zeer ter harte, als kenmerk van degenen, die in hem geloven en derhalve zijn manier van leven aannemen. Hij herhaalt het nog een keer: ‘Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen bent: als jullie de liefde onder elkaar bewaart’.
Met die boodschap van oproep tot geloof en liefde trekken de Paulus met zijn metgezellen door gedeelten van het Romeinse rijk, laten we zeggen tussen Jeruzalem en Rome. In de eerste lezing keren ze terug van hun eerste reis. Ze gaan langs de geloofsgemeenschappen, die door hun toedoen zijn ontstaan, bevestigen die en geven er structuur aan door het aanstellen van leiders en gaan terug naar de plaats waarvandaan ze vertrokken waren, Antiochië, in het huidige Turkije. Daar vertellen ze uiteraard over hun lotgevallen en hoe, door hun toedoen, iedereen op de hoogte was gebracht, dat het Evangelie er was voor iedereen.De Goede Tijding van Jezus geldt nog altijd voor iedereen. Morgen, 19 mei, herhalen we het gebaar van Jezus van breken en delen tijdens zijn laatste avondmaal. Voorafgaand had hij, de meester, de voeten van zijn leerlingen gewassen, normaal de taak van de dienaar. In het breken van het brood en het delen ervan gaf hij aan hoe hij voor zijn mensen geleefd had en dat zou doorzetten ten einde toe. Vier communicantjes doen in Eys voor de eerste keer mee.
Hopelijk wordt de bedoeling van het gebaar van het breken en delen van Jezus begrepen en blijven we het herhalen in onze vieringen. We kunnen eraan beleven waartoe wij er zijn als christenen in deze wereld, geroepen als we zijn tot dienen in geloof en liefde. AR

De betekenis van “Processie”.

By | beschouwingen

DE PROCESSIE

De Processie is een voettocht door (een gedeelte van) de parochie.
In de manier waarop we deze voettocht houden herinneren we ons:

– dat God met ons meetrekt
in onze concrete levensomstandigheden, waarin we weliswaar onze eigen verantwoordelijkheid dragen en houden.

– dat we daarom het Allerheiligste (Brood)
op onze tocht met ons meenemen, Jezus, die in Godsnaam van mensen heeft gehouden ten einde toe.

– dat we, samen met alle bewoners van ons dorp,
wonen en leven op dit stukje van de aardbodem

– dat ons samen optrekken tijdens de processie
ons herinnert aan ons gezamenlijk onderweg zijn door het leven.

– dat we aan dit samen wonen, leven en onderweg zijn,
vorm kunnen geven door de inzet van onze talenten ten bate van het geheel.

Dat daarom de processie een voettocht is

  • van gebed, overweging en eredienst,
  • van het elkaar zien en ontmoeten
  • van verwondering over de mooie land
  • waar wij mogen leven,
  • van dankbaarheid om het goede,
    • dat we met elkaar mogen beleven:
    • de goedheid van mensen om ons heen,
    • hun zorg en liefde,
    • de vrede en de veiligheid tot nu toe,
  • van besef van ons tekort en
  • van onze vraag om Gods hulp

opdat wij bemoedigd worden en getroost op onze gezamenlijke weg door het leven.

Moge onze processie een tocht zijn
tijdens welke gebeden wordt en ontmoetingen plaatsvinden;
maar er ook stilte is, luisteren en zien;
tijdens welke we de eucharistie vieren, het Brood met elkaar delen  en daarin ons herinneren waar het  op aan komt.