22 april 2019: 2e paasdag ……

By | Preken

2e Lezing uit het H. Evangelie volgens Matteüs 28, 8-15

OVERWEGING
Het verhaal van Corrie ten Boom (1e Lezing), klaarblijkelijk een brengster van de Goede Tijding (Evangelie) van Jezus, is een verhaal ter bemoediging, een verhaal van hoop: iedereen kan een nieuw begin maken, niemand is zo slecht dat hij/zij geen perspectief meer zou hebben. Ook niet de gewonde jonge militair in het ziekenhuis in Vietnam. Als je tenminste het Evangelie aanneemt.
Toch blijkt daar bij de zwaar gewonde jonge man een probleem. Tegen het geloofsgetuigenis van Corrie is hij niet opgewassen. Hij heeft daar naar zijn gevoel te ernstig tegen misdaan. Hij heeft altijd met die goede tijding gespot. Hij pestte gelovige klasgenoten. Er was haat in zijn hart tegenover God. Ik kan niet tot de Heer gaan, ik ben een veel te slecht mens.
Dat idee komt vaker voor met soms nog ergere gevolgen, bijvoorbeeld in het verhaal van Judas Iskariot:
Voorafgaand aan het Paasverhaal staat bij evangelieschrijver Matteüs van wie we zojuist een tekst hebben gelezen (v.a. 27, 3 vv), het verhaal van Judas:

‘Toen Judas, die Jezus had uitgeleverd zag dat hij veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en de oudsten terug en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren’. Maar ze zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan, zie dat zelf maar op te lossen’. Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte we en verhing zich’. Het is het verhaal van de wanhoop.
Wat leren we uit die verhalen omtrent ons geloven in God? We moeten  onszelf de vraag stellen:  Wat voor idee hebben we van God, als we tenminste –bij alle mogelijke momenten van twijfel- aannemen dat er een God is? Meten we God naar menselijke maat. Meten we God naar de maat waarin we door medemensen worden gemeten, geoordeeld, veroordeeld? Doet God zoals wij, mensen? En daarbij: meten we onszelf met de maat waarin medemensen -in overeenstemming met de hedendaagse tijdgeest- elkaar meten? Vaak zonder barmhartigheid, zonder mededogen, vanuit hun eigen gauw gekrenkt zijn overeenkomstig deze tijd.
Het Godsidee van de Goede Tijding van Jezus is –dunkt me- níet van deze tijd, maar overstijgt die, is namelijk van alle eeuwen.

U zou lied n. 448 van Huub Oosterhuis en Bernhard Huibers uit onze bundel GvL erbij kunnen nemen en dan vooral v.a. blz. 466.

‘Gij die liefde zijt diep als de zee, flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
laat niet verloren gaan één mensenkind.
Gij die geen naam vergeet, geen mens veracht,
laat niet de dood, die alles scheidt en leeg maakt,
laat niet de tweede dood over ons komen

Voor mensen die gekruisigd worden wees niet Niemand,
wees hun toekomst ongezien.
Voor mensen die van U verlaten zijn,
voor allen die hun lot niet kunnen dragen,
voor hen die weerloos zijn in de handen van de mensen’

Het lied heeft zijn wortels in de heilige Schrift.
Als je zulk een tekst leest is dan niet de grote kunst van het geloven onszelf en de maten waarmee mensen elkaar meten los te laten en ons toe te vertrouwen aan de barmhartige God van mededogen, die ‘groter is dan ons hart  die ons al heeft gezien voordat we werden geboren’ (overeenkomstig het hierboven vermeld gezang)?
Is het niet het probleem van de gewonde jongeman in Vietnam en van Judas, beide wanhopige mensen dat ze niet in staat zijn zichzelf los te laten en zich toe te vertrouwen aan Gods liefde. Met Pasen is ons verkondigd dat uiteindelijk de liefde en het leven en niet het kwaad en de dood het voor het zeggen hebben. De vraag: durven we ons aan die Goede Tijding toevertrouwen? Maken ook wíj met Pasen een nieuw begin? AR

Zondag 21 april 2019 : PASEN…..

By | Preken

Nederland viert verschillende dingen vandaag. Het viert samen met 1 miljoen buitenlanders een paar vrije dagen. Wielerliefhebbers vierden gisteren met 15.000 fietsers in Zuid Limburg de Amstel Goldrace en vandaag de race voor professionals, mannen en vrouwen. En christenen vieren vandaag ook nog Pasen. Als het goed is zijn we op dit grootste van de christelijke feestdagen voorbereid in Veertigdagentijd en Goede Week. Gelovigen en ongelovigen zijn onder de indruk geraakt op de avond van de Witte Donderdag door het Passie-evenement op de TV. Maar de ingetogen stemming van wijding die vroeger van Pasen, het grootste christelijke feest, uitging is er niet meer. Als christenen moeten we leren, dat we het leven delen met mensen van andere culturen en opvattingen met een de daarbij horende heel andere stemming op deze dag en heel andere motieven waarmee ze deze paasdagen doorbrengen. Dat is de realiteit van nu. Die daagt ons uit om ons te bezinnen op de betekenis voor ons leven van wat we als christenen geloven.

Al 2000 jaar wordt ons de paasboodschap voorgehouden.  En dat zal ook zo blijven in welk geestesklimaat we ook verkeren. Alleen door de tijden heen veranderen er accenten in de Goede Tijding (Evangelie) aanwezig,  die de mensen op dat moment aanspreken.

Maria van Magdalena, vergezeld door andere vrouwen komt bij het graf waarin na de gebeurtenissen van de voorgaande dagen (laatste avondmaal, verraad in de Hof van Olijven, gevangenneming, verloochening, vlucht van de leerlingen,  marteling en dood aan een kruis) Jezus ie begraven. De vrouwen willen zijn lichaam conserveren, maar vinden het niet. Ze melden het voorval aan Simon Petrus, die samen met Johannes op inspectie gaat. Dan voltrekt zich in die twee leerlingen een geloofsproces van bekijken  van het lege graf en zich langzaam herinneren waarnaar al in de H. Schrift naar was verwezen, dat Jezus uit de doden moest opstaan. En komen tot geloof.  Het klinkt ons, moderne mensen, wellicht mysterieus in de oren. We zijn zo gewend aan feiten, aan zien en dan pas geloven. Het is ook zo totaal afwijkend van wat we waarnemen bij de dood van iemand. Wij ervaren dat als een definitief heengaan.

Wim Weren een bijbelwetenschapper uit Tilburg is op zoek gegaan en heeft een boek geschreven dat heet ‘De dood en dan….?’ Hij toont vanuit de wereld van schilder- en beeldhouwkunst en vanuit de wereld van literatuur en theater aan, dat aan de onderstroom van menselijk verlangen en bewustzijn de idee, wellicht ook een verlangen leeft van voortleven.  Het Paasverhaal van de opstanding van Jezus beantwoordt daaraan terwijl het evengoed een groot mysterie blijft dat in zijn diepte en omvattendheid niet te begrijpen is. We hebben er geen greep op terwijl we zo graag de dingen in de greep willen hebben. Het wordt ons verkondigd door de vrouwen die het graf bezochten op de eerste Paasdag.  Meer kan ik er niet van zeggen.

Maar in vertrouwen en aansluitend op een onderstroming in onze menselijke ziel, biedt de boodschap van Pasen een heel groot houvast in het leven tijdens de periode dat we op deze aardbodem rondwandelen; een vertrouwen ook in de mogelijkheid van het overwinnen van kwaad en zonde de mogelijkheid van goedheid en liefde.  Zie de manier van leven van Jezus, die wij, christenen, toch proberen na te volgen. Een vertrouwen in onze bestemming bij God met de verrezen Jezus. Gelovend in het mysterie van Pasen, geloven we ook dat het met ons goedkomt. Dat is de inhoud van onze wens aan elkaar: ‘Zalig Pasen’.

Diensten in de Goede Week en rond Pasen.

By | Nieuws

DIENSTEN IN DE GOEDE WEEK EN ROND PASEN 2019:

 

 

Donderdag 18 april
19:00 uur                   Witte Donderdag

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 19 april
09:00 uur       Goede Vrijdag viering met school

15:00 uur         Goede Vrijdag viering incl. kruisweg

 

 

 

 

 

Zaterdag 20 april
21:00 uur                    Paaswake

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 21 april         09:00 uur          Gezinsmis Pasen

Zondag 21 april          11:00 uur           Hoogmis Pasen

Maandag 22 april      11:00 uur            2de Paasdag met m.m.v. Hanzon Vocaal

zondag 7-4-2019: 5e zondag van de veertigdagentjjd.

By | Preken

Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Filippenzen 3 , 8-14; Johannes 8, 1-11

We zouden graag in een ‘betere wereld’ willen leven, in vrijheid, zonder zorgen, veilig. We zouden graag zien, dat iedereen betrouwbaar is en liefdevol, zodat ieders bestaan zich gegarandeerd, overeenkomstig de eigen mogelijkheden, vrij zou kunnen ontplooien. Maar voortdurend moeten we constateren, dat de werkelijkheid anders is, vaak ver verwijderd van onze droom. We worden beheerst door de wetten van economie en markt, ontworpen door mensen zelf. Iedereen zoekt daarin zijn plaats, zo voordelig mogelijk. Dat zorgt voor concurrentie en vaak ook belangenstrijd. Het is daarbij mogelijk dat de mens als persoon uit het zicht verdwijnt. In de strijd om een welvarend bestaan, om het gelijk, om de macht, om het geld, constateert menigeen dat de samenleving harder wordt.
Enige dagen geleden werd door iemand opgemerkt, dat het respect voor elkaar hoe langer hoe meer verdwijnt en gezag vaak ook nauwelijks nog geaccepteerd wordt. De welvaartmaatschappij met zijn vele voordelen is aan het verharden, zegt en schrijft men regelmatig. Men wijst er dan op hoe men in de politiek met elkaar omgaat, hoe het eraan toegaat in de strijd om eerlijke prestatie en beloning, hoe men in de samenleving de tolerantie afneemt. Hoe hard men vaak over elkaar oordeelt; hoe weinig begrip er is voor eigen en elkaars beperkingen. Dat neemt uiteraard  niet weg dat wandaden moeten worden veroordeeld en de samenleving beschermd tegen individuen die een bedreiging vormen
Tegen verharding echter pleit de tekst van het Evangelie van vandaag uitdrukkelijk voor het  mededogen. En dat vanuit een –christelijk gezien- fundamentele levenshouding van de mens die, in het licht van Gods aanwijzingen, zichzelf kent, oog heeft voor de eigen tekorten, de eigen mogelijkheden ook om te falen. Van daaruit ziet hij/zij met mildheid het falen van de ander, zonder het overigens goed te keuren. Daar gaat het Evangelie over. Evangelieschrijver Johannes vertelt daarover een verhaal.

Een vrouw, betrapt op overspel heeft daarbij haar partner ongetwijfeld niet goed te keuren onrecht aangedaan. Om de huwelijksverhouding tussen mensen te beschermen zijn ook al in die tijd regels opgesteld. Die heeft ze overtreden. Daar staan sancties op. In die tijd steniging. Degenen, die haar betrapt hebben brengen haar bij Jezus met de bedoeling hem op de proef te stellen. Houdt hij zich aan de regels of niet. Zo niet dan is dat een reden te meer om hem van kant te maken. Schriftgeleerden en Farizeeën maken mensen ondergeschikt aan de regels.Ze beschouwen zichzelf eigenlijk als  ‘betere mensen’. Jezus draait de zaak om. Hij ziet de mens in de vrouw, ook in haar falen. Hij neemt de houding aan die God zo menigmaal heeft getoond  t.a.v. het falende, tekortschietende Godsvolk,; een houding van mededogen, van vergeving, van het geven van nieuwe kansen; geen volstrekte of absolute veroordeling, zoals dat in ook onze verhardende samenleving het geval kan zijn. Jezus zegt tegen zijn  tegenstanders: kijk naar jezelf, hoe je zelf in elkaar zit, hoe je zelf evengoed in staat bent aan de verleiding toe te geven; beschouw je zelf niet als volmaakt en verhef je niet boven degenen, die fouten begaat en –in dit geval-  op heterdaad is betrapt. Met mildheid en mededogen oordelen betekent nog niet dat je een verkeerde daad goedkeurt. Dat doet Jezus ook niet.  Niet dat Jezus haar manier van doen goedkeurt. Hij noemt haar evengoed ‘zondig’. Maar volstaat met ‘ga heen en zondig niet mee’. En zijn tegenstanders daagt hij uit: wie van jullie zonder zonden is werpe de eerste steen. Ze dropen af, een voor een, de oudsten het eerst. De grote vraag is of wij als christenen erin slagen deze houding van mededogen zelf echt beleven en  daar vorm aan te geven in onze samenleving. Paus Franciscus daagt zijn toehoorders telkens uit te laten zien dat we christenen zijn. Hij zelf geeft het voorbeeld en bezoekt gevangenen, niet om hun verkeerde daden goed te keuren, maar uit mededogen en ter bemoediging. AR

Zondag 7 april overleden:

By | Overlijdensberichten

Op zondag 7 april  is onze parochiaan:
Dhr. Hub Boon in de leeftijd van 77 jaar overleden.
De plechtige uitvaartdienst zal worden gehouden op vrijdag  12 april  om 11.00 uur in de parochiekerk van de H. Agatha te Eys.

Donderdag 11 april wordt om 19.00 uur de avondwake voor de overledene gehouden.

 

Zondag 31 maart 2019: 4e zondag v.d. veertigdagentijd.

By | Preken

2019   4  VA  C  BESEF DAT JE AFHANKELIJK BENT VAN GODS BARMHARTIGHEID.

In de 1e lezing zegt de Heer tot Jozua: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld’.  Die woorden klinken als de Israëlieten eindelijk door de Jordaan het beloofde land zijn binnengetrokken. Israël is uit Egypte weggevlucht en heeft  40 jaar gezworven door de woestijn. Ze hebben daar van alles doorgemaakt, maar zichzelf niet kunnen bevrijden van de smaad en de trauma’s die de slavernij in hen heeft achtergelaten. Dat heeft God gedaan. Als wij als gelovige mensen een godsdienstig en religieus leven willen leiden, is het niet voldoende dat wij bepaalde geloofsgegevens aannemen en de wetten die daarbij horen onderhouden. Dan zou alles afhangen van onze eigen activiteiten en prestaties. Als wij een religieus leven willen leiden, vraagt dat niet alleen onze eigen inzet, maar ook dat wij alles van God verwachten. Het vraagt dat we ons laten omvormen, zodat we gaan beseffen dat we vooral afhankelijk zijn van Gods barmhartigheid.  Wetten onderhouden legt sterk de nadruk op onze eigen inzet en het leren kennen van de juiste leer. Dat is nog iets anders dan gaan beseffen dat wij mensen niet in staat zijn onszelf te bevrijden, maar dat de werkelijke bevrijding komt van God die ons redt. Dat is nl. de harde leerweg geweest voor de Israëlieten die 40 jaar door de woestijn zijn getrokken, een tocht waarop  het volk voortdurend werd geconfronteerd werd met zijn zwakheden en twijfels, maar ook met de kracht die ze putten uit de ervaring dat God bij hen aanwezig was en met hen meetrok.

Elk jaar opnieuw worden wij uitgenodigd om Jezus te volgen op zijn tocht door de woestijn door te bidden en te vasten, te delen met wie in nood zijn en om genezen te worden van onze eigenmachtigheid. Telkens opnieuw komen wij nl. in de verleiding onze godsdienstigheid in te perken tot datgene wat wij er zelf aan kunnen doen. Vaak zijn wij er ons niet van bewust hoe eigenmachtig wij met God omgaan. Zo hebben wij bijv. onze eigen ideeën over hoe wij ons het beste kunnen inzetten voor het Rijk van God. We lopen daarmee het risico dat we kleine (religieuze) doe-het-zelvers worden, die geen benul meer hebben van de relatie waarin we staan. Als we ons echt openstellen voor God en zijn spreken tot ons hart, dan kan het besef bij ons doorbreken van de oneindige afstand die er is tussen God en ons mensen én van de oneindige Liefde die ons mensen verzoenend omarmt.
Het Evangelie van deze 4e zondag geeft ons een treffend beeld van dit gegeven. Een vader heeft twee zonen. De oudste blijft thuis, werkt hard en onderhoudt de geboden van zijn vader. De jongste eist zijn erfdeel op en gaat dat in een ver land verkwisten door een zondige levenswandel. Tot zover is het helemaal helder wie de verloren zoon is. Dan krijgt de jongste spijt en gaat naar zijn vader terug om nederig dienstwerk te vragen. De vader is zo blij om de terugkeer van die jongste dat hij een feest geeft, maar dat gaat de brave oudste zoon te ver. Waarom zoveel gedoe voor een zondaar, terwijl hij zelf al die tijd zijn beste krachten heeft gegeven en niet eens een presentje van zijn vader heeft gekregen. De oudste zoon beroept zich op zijn verdiensten; de jongste kan zich slechts overgeven aan de barmhartigheid van zijn vader.
Wij staan er misschien nooit bij stil, maar feit is: hoe meer vorderingen wij maken op de geestelijke ladder, des te groter worden de gevaren en risico’s. Hoe meer wij stijgen op die ladder, hoe moeilijker het wordt het kwaad dat wij daar doen, de fouten die wij daar maken , te onderkennen en toe te geven. Iemand die een losbandig leven leidt, is makkelijker aan te wijzen dan iemand die ongemerkt niet goed zit. Wij die regelmatig naar de kerk gaan, onze bijdrage leveren aan de Vastenactie en ons inzetten voor allerlei noden in de wereld, wat valt er aan ons nog te verbeteren? Door zo te redeneren raken wij vervreemd van God en onze naasten, voelen wij ons verheven boven  ‘ echte’ zondaars. Gelukkig laat het verhaal van de jongste zoon ons iets anders zien. Natuurlijk moet hij op zijn schreden terugkeren. De reden om naar zijn vader terug te gaan is niet zozeer een knagend geweten, als wel een knagende maag. Hij gaat dood van de honger. De nieuwe start die de jongste zoon mag maken zit niet zozeer in zijn veranderde houding, als wel in de houding van de Vader. Wij danken de nieuwe kans,een nieuw begin aan zijn oneindige liefde die ons omarmt. Die genegenheid doet ons leven, als wij bereid gevonden worden vergeving te ontvangen. Dat betekent voor ons misschien niet een hele wég terug te gaan zoals die jongste , maar eerder een stáp terug te doen.
Laten wij bidden dat God de smaad van onze eigenwaan van ons afneemt, zodat wij weer alert worden op zijn Roepstem en ze beantwoorden op een manier die getuigt van onze liefde. In het besef dat we soms lijken op de jongste zoon en nog veel vaker op de oudste, vragen wij Jezus om de houding, de liefde van de Vader. Van zijn barmhartigheid zijn wij afhankelijk. AMEN.

Zondag 24-3-2019: 3e zondag v.d. veertigdagentijd.

By | Preken

Lezingen: Exodus 3, 1-8a.13-15; 1 Korintiërs 10, 1-6. 10-12; Lucas 13, 1-9

Tegenwoordig worden we door de moderne media uitermate snel op de hoogte gebracht door wat er in ons land en in de wereld gebeurt. De schietpartij in de tram in Utrecht, de uitslag van de verkiezingen voor de provinciale staten, de grote overstromingen in Mozambique, Malawi en Zimbabwe trokken van de week veel aandacht.  Er wordt groot belang gehecht aan het achterhalen van de oorzaken van gebeurtenissen en rampen. Want sommige gebeurtenissen maken ons ongerust. We hebben de indruk dat we, als we de oorzaak weten of de dader kennen, er wat aan kunnen doen, bv. de arrestatie van de dader en maatregelen nemen om de rampen op te vangen. Daardoor worden onrust en angst minder en neemt ons betrekkelijk gevoel van veiligheid toe. Toch blijft het leven zijn onzekerheden houden en kunnen we telkens  voor nieuwe verassingen komen te staan. Tegen natuurrampen lijkt nog weinig kruid gewassen, de opwarming van de aarde zet door. En er lopen typen rond met vreemde desastreuse gedachten. Wat gaat er allemaal in mensen om? Je kunt ze niet in hun hoofd kijken. Er is bezorgdheid. In het verleden is ook het een en ander misgegaan.  Dit jaar vieren we in Zuid Limburg onze bevrijding  van Nationaalsocialistisch Duitsland door de geallieerden.  Van mei 1940 – september 1944 waren we bezet met alle ellende, slachtoffers en verwoesting van dien. In de streekbladen duiken al verhalen op o.a. over Eys en omstreken. Herinneringen van dorpsgenoten, die de bevrijding van angst en vrees hebben meegemaakt. Hopelijk komt die tijd van oorlog nooit meer terug maar je weet maar nooit wat ons kan overkomen zonder dat we e greep op hebben.

Lang en soms ook nu nog werd gedacht dat rampen, ziekte en onheil een straf is van God. Spijt daarover werkte dan bekering tot een beter leven in de hand. Maar is die gedachte el juist? Jezus verzet zich er tegen. Gebeurtenissen, die zich voordoen horen bij de mogelijkheden van het leven. In gebouwen kunnen zich constructiefouten voordoen. Gaslekken kunnen ontploffingen veroorzaken. Te grote zuinigheid  bij het kopen van vliegtuigen kan de reden ervan zijn dat aanvullende software ontbreekt. Dat zulke dingen gebeuren daar kunnen we ons zorgen over maken, maar die zijn geen straf van God.

Als in Jezus’ tijd Pilatus, landvoogd van de bezettende Romeinen, probeert het verzet van de Galileeërs probeert te breken, zoals de Duitsers het verzet in de jaren ’40-’45 bij ons, is dat geen straf van God; een instortende toren bij de Siloambron, wellicht een foute constructie, is geen straf van God. Wat ons overkomt en als negatief wordt ervaren is geen straf van God.  Ook de mensen van toen maakten zich zorgen, zochten naar een verklaring voor gebeurtenissen waar ze niets aan konden doen.  Wat je wél kunt doen, zegt Jezus, en waaraan je kunt werken is ervoor t zorgen dat je een goed mens bent, liefdevol voor je medemens, respectvol en hulpvaardig;  en open voor Gods aanwijzingen in de manier waarop je leeft en je levenstaak vervult. ‘Bekering’ noemt Jezus dat. Je krijgt daarvoor de tijd. God heeft geduld. Hij is er voor ons (Jahweh). Hij is als zoals de wijngaardenier in het Evangelie die gunstige voorwaarden schept  voor de tot dan de onvruchtbare vijgenboom. We krijgen altijd kansen. Dat we goede vruchten dragen daar moeten we wel zelf voor zorgen. We kunnen een voorbeeld nemen aan Mozes, die van schaapherder bevrijder werd van zijn volk uit de slavernij. Wat hij doen kon heeft hij gedaan. Beste mensen, ook nu kunnen we ons ongerust en druk maken over wat er allemaal gebeurt. Het ligt vaak buiten onze macht om daar wat aan te doen. Maar wat we altijd kunnen ons inspannen om een goed, rechtvaardig, barmhartig, vergevend, liefdevol mens te zijn. Onze wereld zal er wel bij varen.