Zondag 10-2-2019: viering H. Agatha.

By | Preken

LEZINGEN: Jesaja 6, 1-2a.3-8; 1 Korintiërs 125,1-11; Lucas 5, 1-11

Beste mensen, Menigeen die betaald werk verricht zal dat doen met gevoel voor verantwoordelijkheid  en deskundigheid. Maar over het algemeen zal men zich niet helemaal in het werk in investeren. Men doet zijn werk om in het levensonderhoud of dat van het gezin te kunnen voorzien. Maar als de werkdag erop zit  gaat men graag naar huis en legt daar soms kilometers vooraf. Het werk vult niet heel het leven. Het gezin, maar ook hobby’s liefhebberijen, verenigingen zorgen er vaak voor, dat men daarin echt als mens tot zijn of haar recht komt. In mijn verleden als parochiepastor heb ik menige mijnwerker ontmoet, die tot leven kwam bij het spelen van muziek of het dirigeren van een muziekkorps. Voor menigeen was derhalve het zware werk onder in de mijn het middel om aan de kost te komen en dienstbaar te zijn aan de samenleving, maar het beoefenen van muziek was als het ware hun ‘roeping’. Muziekmaken deden ze  met hart en ziel, met passie. Daar hadden ze het nodige oefenen en de nodige repetities voor over. Het woord ‘passie ’kan ‘hartstocht’ beteken, maar ook ‘lijden’.  Er is samenhang tussen. Wat je met hartstocht doet kan inzet kosten, overgave, pijn doen. Men moet het nodige overhebben voor datgene waarvoor men werkelijk leeft, waartoe men zich geroepen voelt. Het neemt overigens niet weg dat er soorten werk zijn, die men met een gevoel van roeping en met de nodige passie verrichten kan. Denk aan leerkrachten, denk aan mensen werkzaam in de zorg. Maar denk ook aan mensen in de kunst, schrijvers, schilders, beeldhouwers en musici.

De Schriftlezingen van vandaag uit de profeet Jesaja en het Evangelie van Lucas kunnen ons wellicht doen aanvoelen wat ‘roeping’ eigenlijk is. Profeten deden menigmaal aanvankelijk een bepaald soort werk, bv. veerhouder, maar voelden aan, dat ze, als ze tot hun recht wilden komen, hun ‘roeping’ moesten volgen, om mensen op het goede pad te houden, d.w.z. het pad van respect voor God, de gever van het leven; en van solidariteit met elkaar. Dat stond ook al in de aanwijzingen van de zogenoemde ‘Tien Geboden’. Vanzelfsprekend was het gaan van de juiste weg niet,  zoals uit de geschiedenis van God met zijn volk blijkt. Wij, mensen, kunnen in de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid, die we hebben gekregen, wegen gaan die afwijken van wat werkelijk goed voor ons is. De profeten voelden zich geroepen daar wat aan te doen, en moesten er vaak heel wat moeite (passie), maar ook afwijzing en lijden  (passie) voor over hebben.

Als de profeet Jezus optreedt is het ook zíjn bedoeling om mensen op het goede pad te houden. Hij kan dat niet alleen, maar heeft helper nodig, die hij o.a. vind onder de vissers aan het meer van Galilea of Gennesareth.  Zij zijn bezig met hun werk. Het uitwerpen van de netten op verzoek van Jezus moet symbolisch worden verstaan. De vissers hebben heel de nacht gezwoegd zonder iets te vangen.  Het ingaan op Jezus’ vraag levert op. Kijken we naar de geschiedenis van het Evangelie door de eeuwen dat zien we hoe perioden van een grote ‘vangst’ voor het Rijk van God uit alle naties rassen en talen afgewisseld wordt met perioden van neergang. Toch zijn er sinds de tijd van de apostelen door alle eeuwen mensen geweest, die –soms naast hun gewone werk- het als roeping hebben verstaan te werken aan het Rijk waarin  mensen goed zijn voor elkaar en daarbij de band met God, die goed is voor ons, niet verwaarlozen.  Als we vandaag de H. Agatha vieren, schutsvrouwe van onze parochie en van onze harmonie, vieren we een vrouw, die het Evangelie in de 3e eeuw na Christus heeft verstaan, op haar manier heeft ingevuld en zich met haar leven daarvoor met ‘passie’ heeft ingezet. Ze stierf de marteldood (passie) op Sicilië in 254. Door haar passie wordt haar naam nog altijd genoemd, wordt ze nog altijd vereerd, o.a. in Eys. Moge zij onze inspiratie zijn. AR

Mijnheer pastoor schrijft…………………….

By | beschouwingen

TIJD OM TE ‘VASTEN’?

In de kring van christenen spreekt men tegenwoordig eerde over ‘veertigdagentijd’ dan over ‘vastentijd’. Dat klinkt wat neutraler. Veertig dagen duurt de voorbereiding op het grootste christelijke feest ‘Pasen’. Of men in die tijd wat aan ‘vasten’ doet lijkt men zelf te willen uitmaken. Van oudsher is het echter zo, dat men zich op de grote christelijke feesten voorbereidt, een periode van ‘zuivering’ inlast en daarom ‘kriebelt’ er ook wat als Kerstmis en Pasen in het vizier komen. Er kan niet alleen ‘malware’ binnen sluipen in de computer maar  zich ook vastzetten op onze ‘innerlijke harde schijf’. Hoe zouden we ons innerlijk kunnen zuiveren.  Het eerste wat bij me opkomt is het tijd nemen voor stilte. ‘In de stilte behoort een mens zichzelf toe’, zegt de Franse filosoof Gabriël Marcel. Stilte is dus meer dan de afwezigheid van verschillende vormen van geluid en lawaai. Nee, in de stilte gebeurt er iets, n.l. heeft men gelegenheid om  te luisteren naar zichzelf, naar hoe men ‘het werkelijk maakt’ in de verschillende lagen van het bestaan, lichamelijk, psychisch, geestelijk. In de stilte kan men dus op het spoor komen van wat het eigen leven opbouwt en in de weg staat. Dat kan leiden tot vragen over de levenspraktijk tot nu toe en of men niet moet ‘opruimen’ wat het leven in zijn verschillend lagen ongeproportioneerd belast. Smartphone is goed maar…..; een biertje is goed, maar…..; ik rijd graag auto, maar; mijn eetpatroon….. moet ik daar net wat aan doen?  Mijn ‘aanschafbeleid’ …? Het zijn van die vragen die kunnen leiden tot een eigentijdse manier van ‘vasten’, om gezuiverd en innerlijk vrijer des te beter Pasen te kunnen vieren.

OPSTAAN, OPSTANDING, PASEN

Iedere dag staan verreweg de meesten van ons op, alleen zieke mensen houden het bed. Door op te staan begeven we ons weer in  de wereld van levenden van alledag. Hoe de levensdag verloopt is een ander chapiter: dynamisch, vrolijk, gelukkig, verdrietig, vol stress, met troubles, teleurstellend, ongelukkig. Vraag je iemand die met tegenslag te kampen heeft hoe het gaat dan is het antwoord vaak ‘het moet’. Iedere dag staat hij/zij op met de opgave te proberen het leven weer op te pakken en erin thuis te raken. Het is een poging tot opstaan uit de pech, het verdriet, de tegenslag. Of, waar dat opstaan te maken heeft met eigen (verkeerde) keuzes, een opstaan uit verslaving aan  dingen die een mens niet echt gelukkig kunnen maken; een opstaan om ruimte te scheppen voor accepteren van jezelf, accepteren van het ‘anders zijn van de ander’, mededogen met en/of vergeving van de ander; tegemoetkomen van de ander. De evangelieverhalen staan vol van het ‘opstaan’ van mensen uit kwalen, uit bezeten zijn van ‘boze geesten’, uit vormen van negativiteit  t.a.v. zichzelf of medemensen, zelfs opstaan uit dood in de verschillende vormen waarin  ‘dood’ zich kan voordoen.

Hoogtepunt daarin is de ‘opstanding’ van Jezus met Pasen; doorbraak van de uitzichtloosheid  van de dood, als gevolg van het hem, integere mens, aangedane martelingen en kruisdood. Heel zijn optreden stond tot in zijn dood, in dienst van het tot leven komen van mensen. Voor gelovige christenen is er samenhang tussen opstaan in zin verschillende vormen, opstanding en Pasen. Neergang en ondergang hebben niet het laatste woord. Zalig Pasen, mede namens de kerkbesturen van cluster ‘Morgenster’. A. Reijnen

zondag 3-2-1019: Maria Lichtmis.

By | Preken

Vandaag komt het kerstgebeuren tot een afronding. Zo herinner ik me hoe in mijn jeugd de kerststal bleef staan tot na dit feest van Maria Lichtmis. Vandaag op de 40e dag van Jezus’ geboorte vieren wij een derde aspect van het mysterie van de openbaring van Jezus als Messias,. Eerst waren het de herders aan wie Jezus geopenbaard werd. Vervolgens de wijzen uit het oosten. Vandaag ontmoet Jezus voor het eerst zijn volk in de personen van Simeon en Hanna. Door de Geest gedreven is Simeon naar de tempel gekomen. En nog voordat het Kind Jezus aan Jahweh, God wordt opgedragen, draagt Simeon het Kind al in zijn armen. Hij voelt: dit is de beloofde Messias; hij weet: dit is de gezalfde des Heren en zegt: dit is het heil voor alle volken.
Waar moet je beginnen met opruimen, als kinderen of volwassenen er een puinhoop van hebben gemaakt? Vaak is het beste om maar in een hoekje te beginnen, zodat er langzaam maar zeker wat orde komt in de chaos en je het weer ziet zitten. Als je helemaal in het donker zit, is het zaak om ergens een lichtje aan te steken, zodat je je kunt oriënteren en de schakelaar ontdekt om de ruimte te verlichten. Maria en Jozef – zo vertelt Lucas – volgen gewoon de gebruiken van hun godsdienst. 40 Dagen na de geboorte brengen ze het Kind Jezus naar de Tempel, het huis van God. Ze volgen de gebruikelijke riten. Zo hebben onze ouders ons ook naar de kerk gebracht om gedoopt te worden. Tot zover niets bijzonders. Maar de ontmoeting met Simeon en Hanna maakt dit gebeuren bijzonder. Want Simeon zegt in wezen, dat God met dit Kind iets nieuws begint. God begint op een klein plekje van de aardbol met de bedoeling dat er op de hele wereld wordt ‘opgeruimd’  en orde geschapen. Je moet toch ergens beginnen. God  begint door in dit Kind een glimp  van Zijn licht te brengen. Hij wil met zijn licht mensen ontmoeten. Aan ons de vraag of wij Hem willen ontmoeten?  Maria en Jozef zullen wel geschrokken zijn. Immers wat wordt er allemaal gekoppeld aan hun Kind dat amper 40 dagen oud is! Zij hebben enkel de bedoeling Hem aan God toe te wijden. Onze ouders hebben dat bij ons Doopsel ook gedaan. En wat is er van ons geworden?  Wat gebeurt er als je aan God wordt toegewijd en er helemaal naar gaat leven? In de oude Simeon zien we een sprekend voorbeeld: hij is niet voortdurend bezig met zichzelf, klaagt niet over zijn oude dag, etaleert niet al zijn pijntjes en kwaaltjes. Hij is gefascineerd door deze  twee jonge mensen en ziet in dit kind een nieuw begin. De stokoude Hanna kan alleen nog maar bidden en dankt God om de geboorte van dit nieuwe leven. Dit Kind, 40 dagen oud, is een teken van hoop en wekt nieuw vertrouwen. Simeon spreekt een zegen uit over dit Kind en zijn ouders, maar zijn woorden zijn vol contrast: ‘Dit Kind is ook bestemd tot een teken van tegenspraak, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden’.  Welke de gezindheid van Jezus is maakt het vervolg van zijn levensverhaal  ons duidelijk: Hij zal een leven leiden dat volledig beheerst wordt door liefde tot zijn hemelse Vader en tot zijn naasten. Een manier van leven die desondanks de nodige weerstand oproept.  Al roepen wij met zijn allen dat die Man uit Nazareth het bij het rechte eind heeft gehad, toch komt er aan het licht wat Simeon heeft voorzegd: de gezindheid van velen wordt openbaar. Zolang wij alleen maar praten over Jezus-en-zijn-boodschap en het Evangelie naar onszelf toe uitleggen en snijden op onze maat, zolang zal er niets wezenlijks veranderen. Als Jezus’ woorden echter ons hart raken en wij in beweging komen om onrecht aan te wijzen en waar mogelijk te corrigeren, dan lijkt het alsof het Licht uit de tempel zich tegen ons keert. Dan blijkt dat het Evangelie ook een zwaard kan zijn, dat mensen in hun ziel treft. De Geest die Simeon en Hanna ertoe aanzette om naar de tempel te gaan en uit te zien naar dit Kind, is ook de Geest die Maria en Jozef gaande heeft gehouden, door alle licht en donker heen. Maria kon zien, soms even, dat in haar Kind de zegen van de Eeuwige concreet werd en het heil inderdaad onder de mensen werd gebracht.  Ook  wij zijn geroepen om licht te dragen!  Wij worden geroepen om licht te brengen waar het donker is, daar waar mensen elkaars leven verduisteren. We kunnen soms niet veel doen, maar we kunnen wel het licht van onze toewijding brengen en het laten schijnen voor mensen die daarop zitten te wachten en daar naar uitzien. Het is vaak al voldoende, als we wat warmte brengen, want dat werkt aanstekelijk. Het maakt nl. dat anderen zelf ook weer wat warmte en licht brengen in onze verkilde samenleving.
Om die genade willen wij ook samen bidden.  AMEN

Zondag 27-1-2019: 3e zondag door het jaar.

By | Preken

Lezingen: Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10; 1 Korinthe 12, 12-30; Lucas, 1, 1-4; (4,14-21).

Er wordt tegenwoordig veel gesproken over ‘nepnieuws’. Dat doet de vraag rijzen: kunnen we tegenwoordig nog aan op de waarachtigheid van het nieuws dat ons wordt voorgeschoteld? Nepnieuws probeert, als ik het goed begrepen heb, ons met valse voorlichting op de hand van iemand te krijgen die bepaalde, verborgen belangen nastreeft? Nepnieuws probeert ons dus voor iemands karretje te spannen, is niet waarachtig ofschoon het zich wel als feit voordoet. Dat veroorzaakt wantrouwen. Nu zit er altijd wel enige interpretatie in wat men in nieuws te horen of te zien krijgt. Niet voor niets zijn er verschillende kranten, tijdschriften en TV-zenders. Ze kijken en berichten allemaal vanuit hun eigen gezichtshoek. Dat is normaal, dat weet ook iedereen bij enig nadenken.
Er zijn verschillende soorten nieuws, bijvoorbeeld: over uitvindingen op het gebied van wetenschap en techniek; er is nieuws over verkiezingen en over de politieke, maatschappelijke en economische situatie in de diverse landen in de wereld; er is nieuws over ons leefmilieu; nieuws over de verdeling van armoede en rijkdom; nieuws over oorlog en vrede, nieuws over de krachtsverhoudingen op aarde; er is nieuws over godsdiensten en over wat al of niet van deze tijd gevonden wordt. Zij hebben allemaal met ons leven te maken.
Iedere keer als wij bijeenkomen voor het vieren van ons geloof wordt er ook over allerlei zaken gesproken. Het is geen nieuws in de zin waarop wij dat woord tegenwoordig verstaan, nieuws zoals ons dat wordt voorgeschoteld in de krant of op de TV. Toch bedoelen de Bijbelverhalen  ons het nodige bij te brengen over onderwerpen die te maken hebben met waarachtig en goed leven als mens, als christen. De bijbel doet dat over het algemeen op een verhalende manier. Verhalen kunnen in alle tijden verteld worden en hebben ruimte, zodat iedere tijd zich kan afvragen: wat valt er voor ons uit te leren.
Hoe dat werkt zien we in de eerste lezing van vandaag uit de H. Schrift. De nakomelingen van de ballingen, eertijds versleept naar Babylon, zijn terug mogen keren naar hun land. Ze hebben in de vreemde zo goed en zo kwaad als het ging vastgehouden aan hun van godsdienst doorweven gewoonten en gebruiken en hebben elkaar hun thuisverhalen doorverteld. In onze situatie zouden we kunnen denken aan vluchtelingen, die na het ontstaan van rust, terug kunnen en willen terugkeren naar hun eigen land om dat weer op te bouwen. Ze waren elders vreemden, maar hielden vast aan hun eigen cultuur. Nu bevinden ze zich weer op eigen bodem, werken aan de wederopbouw en vinden er de oude boeken terug met verhalen waaruit hun geschiedenis was opgebouwd. Ze raken diep ontroerd als hen daaruit hardop wordt voorgelezen. Ze horen hun oude levensverhalen terug vol van wijsheid. Wat hebben ze deze gemist. Ze trekken er hun lessen uit voor een waardevol menselijk leven in de huidige tijd, verbonden met God en met elkaar.
In de Evangelies treedt Jezus op als een nieuwe profeet, die de kern van de oude verhalen benadrukt. Lucas gaat die verhalen nauwkeurig nog eens na want hij wil niet dat aan de mensen nepverhalen worden voorgehouden. Hij schrijft zijn bevindingen op ‘met de bedoeling de betrouwbaarheid aan te tonen van de leer waarin wij onderwezen zijn’. Bij alle nieuws, dat ons overspoelt, waarachtig en nep, kunnen we blijven rekenen op de wijze lessen omtrent waarachtig menselijk leven in de verhalen van het Evangelie Zij pleiten voor verbondenheid en betrokkenheid op elkaar, op God en op het achterwege laten van het kwaad. Het is jammer dat vele mensen mede door afnemend kerkbezoek de verhalen niet meer horen. Wellicht zullen ze ooit de verhalen terugvinden en ontroerd raken omdat ze daarin herkennen wat hen eigenlijk en ten diepste dierbaar is. Ik zou zeggen: blijf komen, ook als het moeite kost om tijd vrij te maken, om naar  het Evangelie te luisteren en ervan te leren. AR

zondag 20 januari 2019: doe maar wat Hij u zeggen zal.

By | Preken

Lezingen: Jesaja 62, 1-5; 1 Korintiërs 12, 4-11; Johannes 2, 1-12.

Er is soms meer aan de hand dan dat je op het eerste gezicht hoort, ziet of denkt. Een voorbeeld. Het protest van de zogenoemde ‘gele hesjes’ leek op het eerste gezicht tegen de prijsverhogingen het Frankrijk, geleid door president Macron. Intussen is het protest verschillende keren uit de hand gelopen en hebben raddraaiers er zich meester van gemaakt. Maar er zat bij de echte hesjesdragers nog een diepere achtergrond: het gevoel niet gezien te worden, over het hoofd gezien te worden, niet in tel te zijn. De welvaart nam toe, maar kwam de lagere inkomensgroepen niet ten goede. Er zat dus nog iets anders achter datgene wat op het eerste gezicht aan de oppervlakte kwam.

Zo is het vaker. Achter iemands verhaal of informatie gaat nog een wereld van gevoelens en ervaringen schuil. Dat is in de verhalen uit de heilige Schrift vaak niet anders. Zo ook vandaag in het wonderverhaal op de bruiloft van Kana. Op het eerste gezicht gaat het over de verlegenheid van een pas getrouwd stel op een bruiloft, dat gebrek aan wijn heeft. Jezus voorziet het stel vanuit de kracht van God die in Hem leeft, waarvoor niets onmogelijk is, van de beste wijn die men zich kon voorstellen. Groot wonder van Jezus. Maar in het verhaal staat ook nog het korte gesprek van Jezus met zijn moeder en –op het eerste gezicht- de afwijzing van haar voorstel. Het lijkt of Hij wil zeggen: Mam, waar bemoei je je mee. ‘Mijn uur is nog niet gekomen’. Daar voelt menige gelovige zich wat ongemakkelijk bij. Van Jezus verwacht je niet dat hij zo met zijn toch heilige,  God en hem toegewijde moeder omgaat. Er steekt dan ook iets anders achter. Sinds de komst ven Jezus gelden er nieuwe accenten in  de verhoudingen van mensen onderling. Het gaat om een familie van mensen, die naar de aanwijzingen van Jezus in  God geloven. De natuurlijke verhoudingen tussen ouders en kinderen zijn er uiteraard, en daartoe behoort, dat kinderen langzaam maar zeker opgroeien en door de ouders opgevoed worden tot zelfstandigheid. Ze gaan het huis uit richten hun eigen leven in, verwerven een eigen positie in de maatschappij. Niet langer zijn het de ouders die het leven van hun kinderen bepalen zoals in de kinderjaren. Dat is één. Bij Jezus was dat ook zo. Hij nam zelfstandig zijn  beslissingen. Maar vervolgens is er in  het Evangelie ook een zekere betrekkelijkheid van de natuurlijke verhoudingen. Elders in het Evangelie blijkt, dat het optreden van Jezus verschillende reacties kan oproepen. In de gezinnen kunnen er vóór- en tegenstanders van Hem zijn. Degenen, die in Jezus geloven en Hem willen volgen vormen a.h.w. ‘een nieuwe familie van in Hem gelovige mensen’. De profeet Jesaja droomde er al van (zie 1e Lezing). De opmerking van Jezus aan het adres van zijn moeder slaat nu juist daarop. Gezien haar loflied toen de engel haar kwam vertellen dat ze de moeder van Jezus zou worden; gezien haar gedrag verder tot onder het kruis van Jezus, hoorde Maria volop tot die nieuwe familie van gelovigen. Daarom kan ze ook zeggen tegen de opperschenker en zijn personeel: ‘doe maar wat Hij u zeggen zal’. Het komt wel goed.
Onze christengemeenschap behoort tot die ‘familie van God’, die in Jezus gelooft en zijn best doet Hem te volgen. Als we in gezinsverband of dorpsverband gezamenlijk  geloven geeft dan een verbreding aan onze onderlinge verhoudingen. We hoeven dan niet alleen naar elkaar te kijken wie en wat ons bevalt en wie en wat niet, maar kunnen ons samen ook oriënteren op het model van mens-zijn dat Jezus voorstaat. Daarin staan centraal: de liefde, die zich geeft aan God en aan de medemens. Volgens sommige m.n. psychotherapeuten is het wegvallen van het samen geloven de oorzaak van veel onenigheid, scheiding, op zichzelf leven en eenzaamheid. Het godsdienstige geloven blijkt zijn maatschappelijke waarde te hebben. Zou de afwezigheid, het gemis, daarvan misschien de verborgen achtergrond kunnen zijn van veel onrust in de ziel van mensen?  AR.

Zondag 13-1-2019: de doop van de Heer.

By | Preken

Lezingen: Jesaja 40, 1-5.9-11; Titus 2, 11-14 en 3, 4-7; Lucas 3, 15-16, 21-22.

Mensen van nu leggen een heel traject af voordat ze toekomen aan een productieve plek in de samenleving. We moeten leren, een vakopleiding volgen, praktijkervaring opdoen en als we dan een diploma of certificaat op zak hebben kunnen we solliciteren naar een baan. Aan dat traject, richting een baan, besteedt de samenleving veel zorg. Kijk maar eens wat een rumoer ontstaat als het onderwijs niet het vereiste peil bereikt. Kijk maar eens naar de zorgen die men heeft wanneer leerlingen vroegtijdig te school verlaten. De economie en alles wat daar omheen is, onze welvaart vragen om een degelijke, daaraan aangepaste vakopleiding.  De grote nadruk op het ‘professionele’ in de opleiding tot vak of functie heeft ook een nadeel. Zij lijkt niet (altijd) voldoende aandacht te besteden aan de vorming tot de mens als persoon. Levensbeschouwelijke vorming lijkt tijdens de opleiding vaak maar een aanhangsel te zijn.

Na de geboorte, de presentatie van Jezus in de tempel, zijn bedevaart met Maria en Jozef naar Jeruzalem, leggen de vieringen van vandaag de nadruk op de aanvang van zijn openbaar optreden met zijn doop in de Jordaan. Onderwijs en vorming waren in Jezus’ tijd sterk met elkaar verbonden. Er lag een grote nadruk op de kennis van de Joodse geschriften waaraan men lezen leerde:  de Wet van Mozes, de profeten en de Wijsheidsboeken. Het hándwerk leerden men aan de hand van een leermeester. Jezus heeft het vak van timmerman geleerd aan de hand van Jozef. Zo werden vroeger vele ambachten ook bij ons geleerd. De vader leerde het vak aan zijn zoon. Jezus heeft daarnaast echter een speciale roeping, zoals profeten zich speciaal geroepen voelden om te ondersteunen wat het leven van de mensen opbouwde; of aan te klagen wat het afbrak. Een blijk daarvan gaf de eerste lezing uit het boek van de profeet Jesaja met het goede nieuws dat God de altijd komende is die zich over zijn volk, dat voor Hem openstaat, ontfermt. Profeet zijn was een roeping. Profeten waren van verschillende afkomst. Amos, bijvoorbeeld, werd daarvoor achter de koeien vandaan gehaald. Johannes de Doper kwam uit de woestijn om het optreden van Jezus voor te bereiden. Hij riep op een nieuw leven te beginnen. Om  te onderstrepen, dat ze het met hem eens waren, lieten de mensen zich dopen in de Jordaan. Zij kregen daarbij ook concrete adviezen over wat hen te doen stond op de plek aar zij leefden en werkten.

Jezus liet zich door Johannes dopen en ondersteunde daarmee diens oproep tot bekering.  Bovendien liet Hij zichzelf zien als degene naar wie Johannes al verwezen n.l. had als iemand die zou ‘dopen met de heilige Geest en vuur’, m.a.w. een nieuwe bezieling zou brengen. Met zijn doop begon Jezus aan zijn openbaar optreden. Na zijn doop bidt Hij tot zijn hemelse Vader en wordt dan ondersteund vanuit de hemel, Gods Geest komt over hem en er klinkt een stem:  ‘Jij, mensenkind, bent mijn Zoon, de welbeminde, in jou heb ik mijn welbehagen’. Jezus wordt daarmee van Godswege aangesteld als de ‘gezalfde van God’. De evangelist Lucas geeft daarmee aan wie Jezus is voor degenen die in Hem geloven. Hij is voor ons licht op onze levensweg, waarheid waaraan we ons kunnen houden, bron van leven. Zijn Geest leeft ook in ons.

Voor ons, christenen, zal het erop aankomen ons in te spannen ons eigen doopsel waar te maken Daarin zijn we op de weg gezet om ons de manier van leven,  die Jezus ons heeft voorgehouden en voorgedaan, eigen te maken. Daarmee zouden we voor onze zoekende wereld zichtbaar maken waar heil te vinden is. Het gaan van Jezus’ weg voert ons uiteindelijk tot leven voorgoed.

Bijzondere Heilige Missen in februari 2019.

By | Nieuws

Zaterdag 2 februari 2019 om 19.00 uur:
Viering (gezinsmis) Maria Lichtmis en tevens Blasius zegen.

Zaterdag 9 februari 2019 om 19.00 uur:
Viering Heilige Agatha met medewerking van Harmonie Sint Agatha en Relikwie verering.

Zaterdag 23 februari 2019 om 19.00 uur:
Dialectmis met medewerking van CV de Öss, CV de Össkes, Auwwiever vereniging, Palmclub, Zangkoor St. Cecilia en/of Dameskoor Octavia.

Naast onze reguliere diensten willen wij de bovenstaande diensten bijzonder onder uw aandacht brengen.