Preken

8 januari 2017 Openbaring van de Heer….

By 9 januari 2017 No Comments

Lezingen: Jesaja 60, 1-6; Efesiërs 3, 2-3a.5-6; Matteüs 2, 1-12.

Het Kerstverhaal van Matteüs dat we op Driekoningen lezen, ziet er een beetje anders uit dan dat van Lucas, dat we met Kerstmis in de Nachtmis hebben gehoord. Waren het bij Lucas herders van eigen bodem, die het eerst mochten horen dat hen een redder geboren was en dat gingen doorvertellen; vandaag, bij Matteüs zijn het vreemdelingen, magiërs uit het Oosten, zoekers, die licht gewaarworden in de ster die hen de weg wijst naar het ‘Licht’. In de Evangelietekst die we met Kerstmis in de Hoogmis gelezen hebben noemt Johannes Jezus ‘het ware licht dat iedere mens verlicht’. Maar hij wijst er in dezelfde tekst ook op, dat het Licht in de duisternis scheen, maar dat de duisternis het niet aannam. Zo is dat; en het lijkt nog steeds het lot van elk waarachtig licht, dat het slechts kan schijnen in zijn onmiddellijke omgeving. Het is het probleem door heel het Evangelie van Matteüs heen, dat degenen voor wie het Licht bestemd was het niet accepteerden; m.n. de leidende kringen –denk aan Herodes, de hogepriesters en Schriftgeleerden, wezen het af.

De drie astrologen met een priesterlijke functie uit Perzië en Babylonië (?), worden sinds de 2e eeuw in Rome gehouden voor drie koningen. Inscripties in catacomben wijzen daarop. De 3 behoren niet tot het eigen volk van Jezus, Maria en Jozef. Het zijn vreemdelingen die op zoek zijn naar wat hun leven zin en inhoud kan geven. Ze voltrekken hun zoektocht in het navorsen van de sterren, toen heel gebruikelijk. Ze zoeken naar verklaringen in hun eigen oude geschriften waarvan sommige verwijzingen ook in ons eigen H. Schrift voorkomen (bv. Bileam). Ze vangen in de combinatie van sterren en woord, een glimp op van de geboorte van een bijzonder kind in Israël. Hij zou een nieuw licht werpen op het leven van mensen. Ze gaan op zoek naar dat Licht tot ze het in Jezus in Bethlehem gevonden hebben. Dat het gaat om zoekende ‘vreemdelingen’ duidt er op dat de goede tijding van de menswording-van-God- in-Jezus bestemd is voor mensen uit heel de wereld. De drie hebben, na poolshoogte genomen te hebben bij koning Herodes, grote waardering voor het kind dat ze met zijn ouders in Bethlehem aantreffen. Dat blijkt uit de geschenken die ze Jezus aanbieden. Men is die geschenken gaan uitleggen als goud dat men een koning gaf; wierook gebruikt in de eredienst voor God en mirre, een reukwerk dat kon dienen voor de pijnbestrijding en balseming, omwille van Jezus’ lijden.

We zien dus in het verhaal erkenning en waardering van het kind, dat voor degenen, die op zoek zijn naar licht, in Hem werkelijk een Licht vinden op de levensweg. We zien er ook de dreiging in van degenen, die, beducht voor hun eigen positie, Hem afwijzen en naar het leven staan. De drie koningen, wijzen uit het Oosten, hebben Jezus, Maria en Jozef ontmoet en krijgen de ingeving niet meer bij Herodes met zijn valse bedoelingen langs te gaan. Ze zijn zelf door de ontmoeting anders geworden en keren langs een andere weg naar huis terug.

Je zou kunnen zeggen, dat het verhaal weergeeft wat er in alle tijden met Jezus en zijn Goede Tijding gebeurt. Zij worden niet vanzelfsprekend aangenomen door de eigen mensen. Voor degenen, die voor Hem openstaan en zijn boodschap aannemen en er zich aan oriënteren voor de inrichting van hun leven is Hij een licht op hun levensweg. Die hem afwijzen zien Hem als een obstakel voor hun eigen ambities en machtsuitoefening over anderen.
Officieel heet het feest van vandaag de ‘Openbaring van de Heer’. Jezus kan zich openbaren als we in onze zoektocht door het leven Hem en zijn boodschap erkennen als lichtgevend op de weg die we moeten gaan. Het zal ons helpen daarbij mensen als Herodes met hun kwade bedoelingen uit de weg te gaan. Anders geworden in onze ontmoeting met Jezus zullen we een andere weg vinden om thuis te komen.