Preken

6-1-2019: Driekoningen een verhaal dat ons Jezus bekend maakt.

By 6 januari 2019 No Comments

Net als Sint-Maarten lijkt Driekoningen op een kinderfeestje. Toch gaat het om een vertelling voor volwassenen. Lucas en Matheus hebben ieder hun eigen verhaal over Jezus’ geboorte. Wie wil weten hoe een en ander precies heeft plaats gevonden, moet ik teleurstellen, maar bij beide evangelisten zijn het verhalen met een belangrijke boodschap. In Israël leefde eeuwenlang de verwachting dat God een Messias zou sturen die het volk zou bevrijden van zijn onderdrukkers. In de tijd dat een grote groep van de bevolking leefde in de Babylonische gevangenschap vertelt de profeet Jesaja van een visioen dat hij heeft gehad over de toekomst. Hij spreekt van een groot licht dat hij heeft gezien, waardoor volken zich laten leiden. Zonen en dochters van Israël keren met blijdschap terug naar hun land. De schatten van de zee en de rijkdom van vreemde volken zullen Israël in de schoot vallen, want in grote getale komen mensen naar Jerusalem uit Sjeba, Midjan en Efa, beladen met goud en wierook. Als Matheus zijn verhaal over Jezus’ geboorte schrijft maakt hij gebruik van elementen uit dit visioen van de profeet Jesaja. Daarin is sprake van koningen en schatten die zij meebrengen.
In zijn verhaal vertelt Matheus van magiërs, sterrenkundigen die in de landen van het Oosten hoog in aanzien stonden. Koningen hadden hen aan het hof en raadpleegden hen regelmatig, als ze voor moeilijke beslissingen stonden. Het verhaal van Matheus vertelt dat enkele van deze geleerden een bijzondere ster hebben gezien die zou duiden op de geboorte van een nieuwe koning in Israël. Ze gaan op weg en hun zoektocht leidt hen naar Jerusalem. Daar is het hof van koning Herodes. Maar in Jerusalem laat de ster het afweten, net alsof ze wil zeggen: als je geluk zoekt bij de mensen die de macht hebben, dan zit je op een dood spoor. Dit verhaal stelt ons voor de vraag hoeveel sterren wij achterna lopen? Allemaal mensen die het gemaakt hebben in de sport- of showbusiness, de zakenwereld, de politiek of de wetenschap. We kijken naar hen op v.w. hun naamsbekendheid, bezit en weelde. Maar hoe vaak verliezen deze sterren hun glans? Het geluk dat we zoeken blijkt verder te liggen. Het is een eindeloze zoektocht. Zo verging het ook die wijzen. Ze ontdekten al gauw: als je geluk zoekt, moet je het niet hebben van macht. Ze hebben Herodes al snel in de gaten. Hij wil hen voor zijn karretje spannen, maar daar trappen ze niet in. Als ze Jerusalem verlaten, verschijnt opnieuw de ster om hen de weg te wijzen. Als je geluk zoekt, moet je het ook niet hebben van rijkdom. Het eerste dat ze doen, als ze het Kind vinden, is hun rijkdom weggeven. Die hebben ze niet meer nodig, want ze hebben een veel grotere schat gevonden. Geluk blijkt ook niet te zitten in geleerdheid. Niet hun kennis heeft hen geleid naar de plaats waar het Kind zich bevindt, maar hun geloof, hun godsvertrouwen. Door de ontmoeting met het Kind – lijkt Matheus te zeggen – ontdekken ze de ware betekenis van hun leven. Terwijl wij vaak uit zijn op prestige en macht, op luxe en aanzien, op wat groots is en oogverblindend, zit het echte leven verborgen in onze kleinheid en kwetsbaarheid. De zachtheid van een kind herinnert ons aan onze eigen zachtmoedigheid en tederheid, die we soms helemaal kwijt zijn. Achter onze grootspraak en stoere houding zit gewoon nog de kleine mens die behoefte heeft aan warmte en aandacht. Wonderlijk dat God die plek kiest als zijn woonplaats. Wie dus eerbied heeft voor zijn eigenste kleine ik, het kind dat nog steeds in ons woont, krijgt eerbied voor de ander, en dus ook voor God en voor alles wat leeft. Veel mensen laten het afweten, als we de fonkelende sterren die ons dagelijks verblinden, inruilen voor de ster van een kind en kiezen voor zijn eenvoud, onbevangenheid en stilte. We moeten toegeven dat er in het grote sterrenspel van onze wereld waar ook wij in meedoen, telkens ergens een Herodes opduikt. Iemand die gewoon wegmaait wie hij niet gebruiken kan of die hem voor de voeten loopt. Als je niet meer mee kunt, hoepel je maar op. Dat zijn de wetten van Herodes en de sterren naar wie wij vaak opzien. Wie de kleine, broze mens omverloopt, kinderen, zieken, mensen die hulpbehoevend zijn, vluchtelingen, allen in wie God zijn kwetsbaarheid laat zien, die komt Herodes en zijn spelletjes tegen. De wijzen uit het Evangelie tonen hun wijsheid in hun eerbied voor het Kind en zijn breekbare geluk. Wie daarmee niet tevreden is, blijft alsmaar sterren achternalopen. Sterren die nooit stil blijven staan. Geloven is kiezen: de kinderlijke droom niet opgeven of m.a.w. de droom van God in ons levend houden. Hij heeft immers het kompas, de TomTom naar het ware geluk in ons hart gelegd. Dat is de reden, waarom de drie wijzen niet teruggaan naar Herodes, maar ‘langs een andere weg’ naar hun land terugkeren, naar waar ze helemaal thuiskomen bij zichzelf. Dit verhaal van de magiërs, de 3 wijzen is dus bedoeld voor mensen die de moed hebben Herodes te passeren en de zwalkende sterren aan de verre hemel hun eigen baantjes te laten draaien. Mensen die de moed hebben eerbied te tonen voor iedere mens die roept om mededogen. Zij zullen God ontmoeten. Bidden wij dat God ons dit inzicht en die moed zal geven. AMEN