Preken

5e zondag van Pasen 14 mei 2017

By 13 mei 2017 No Comments

WIJ HEBBEN GEEN IDEE WAAR U NAAR TOE GAAT
‘Tijdens het laatste Avondmaal zei Jezus..’ Met die woorden begint vandaag de Evangelie – pericope. Jezus heeft sterke vermoedens dat zijn einde nadert en daarom probeert Hij zijn leerlingen gerust te stellen. ‘Jullie geloven toch in God, geloof dan ook in Mij. Ik ga heen om een plaats voor jullie gereed te maken. Maar later kom ik terug om jullie bij Mij op te nemen’. Woorden die de gemeente van Johannes – 60 jaar na zijn kruisdood – Jezus in de mond legt. Woorden die op Johannes waarschijnlijk zo’n diepe indruk hebben gemaakt, dat we ze als authentieke woorden van Jezus mogen beschouwen.

Misschien reageert U op die uitspraak van Jezus in de trant van: ‘U hebt makkelijk praten. Je moet het maar eens meemaken, dat je een dierbare verliest. Zoiets valt heel moeilijk te verwerken. Dat doet vreselijk pijn. Dat geldt ook als je gezondheid het plotseling laat afweten. Dat is moeilijk te aanvaarden. Want ziek zijn of moeten leven met een handicap, legt je zo veel beperkingen op. Dingen die je voorheen vanzelfsprekend deed, kosten nu heel veel moeite of zijn misschien uitgesloten. Je wordt afhankelijk van de hulp en goodwill van anderen, terwijl we zo graag onze eigen boontjes doppen. Met afhankelijkheid heeft vrijwel iedereen het moeilijk. Het voelt alsof je een stuk eigenwaarde verloren hebt en anderen enkel tot last bent. En zelfs als het om je eigen kinderen gaat: het blijft moeilijk van hun hulp afhankelijk te zijn. Vaak weten we niet waar we het moeten zoeken, als we zo’n verlies moeten verwerken. Het feit dat we gelovig zijn, neemt de pijn en het verdriet niet weg, maar wel is het goed ons te realiseren dat we in Jezus een bondgenoot hebben. Ook Hem is het lijden, onbegrip en tegenwerking niet bespaard gebleven. In de Goede Week hebben we daar opnieuw bij stil gestaan. Misschien is het U opgevallen, dat Jezus bij alles wat Hij meemaakt zijn toevlucht zoekt bij God, zijn hemelse Vader. Regelmatig trekt Hij zich terug om te bidden.

Nu hoor ik vaak van zieken of rouwenden de klacht: Juist nu ik het zo moeilijk heb, kan ik niet meer bidden. Ik kan me van geen kant concentreren. Waarschijnlijk herinnert U zich Jezus’ woorden, waar Hij zegt: ‘Als je bidt, gebruik dan geen veelheid van woorden. Sommigen menen dat ze door God verhoord worden vanwege de woorden die ze gebruiken. God weet wel wat we nodig hebt, ook zonder die stortvloed van woorden. Als je bidt zeg dan: Vader, uw Naam worden geheiligd, uw koninkrijk kome, uw wil geschiede… enz. ‘ En al staat God niet te wachten op onze woorden, zélf hebben wij er vaak behoefte aan om Hem aan te spreken over wat ons bezig houdt en zwaar valt. Als lijden je treft, ga je vaak twijfelen en vraag je je af: ‘Waar heb ik dat aan verdiend? Wat is de zin daarvan? Waar is die God die mateloos van ons houdt? Hij laat me nu wel lelijk in de steek!’ Het lijdensverhaal vertelt ons, dat ook Jezus zich door God in de steek gelaten heeft gevoeld. In de Olijfhof zweet Hij water en bloed van angst om wat Hem te wachten staat. Op het kruis bidt Hij met de woorden van psalm 22: ‘Mijn God, waarom verlaat Gij Mij…?.. Ik roep U bij dag en bij nacht, maar Gij let niet op Mij !’ Het feit dat wij gelovig zijn, geeft geen garantie dat we gespaard worden voor lijden en verdriet, maar wél dat we er door heen zullen komen. Dat hebben ook de leerlingen van Jezus ervaren. Enkele jaren zijn ze met Hem meegetrokken. Ze hadden gehoopt dat Jezus, die zo’n machtige tekens verrichtte m.n. voor de zieken, hen zou bevrijden van de Romeinse bezetter. Ze hoopten mee te liften op zijn populariteit. Maar met zijn kruisdood was alles over en uit. Wat waren ze toch naïef geweest.

Als Hij dan op een mysterievolle manier toch opnieuw in hun midden verschijnt, krijgen ze nieuwe hoop. Ze herinneren zich hoe Hij gezegd heeft: ‘Ik moet weggaan om voor jullie een plaats te bereiden, maar Ik kom terug om jullie bij Mij op te nemen’. Is het niet jammer dat er in onze dagen velen zijn die dat maar loze praat vinden, die niet kunnen of durven geloven in een leven na de dood? Want ook al zijn wij aardse mensen te klein om ons een voorstelling te vormen van ons leven in het hiernamaals, dat betekent nog niet dat het onzin is en een onmogelijkheid. Gelukkig geeft Tomas stem aan zijn en onze twijfel als hij zegt: ‘ Heer, wij hebben er geen idee van waar U naar toe gaat. Hoe zouden wij dan de weg kennen.’ En hij krijgt dan als antwoord van Jezus: ‘Die weg naar de Vader, dat ben Ik zelf. Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. ‘ Filippus vraagt vervolgens de Vader te mogen zien. Maar Jezus zegt: ‘Je trekt al zo lang met Mij op; ken je Me nou nog niet? Wie Mij ziet, heeft de Vader gezien. Als je dat niet van Mij kunt aannemen, geloof het dan omwille van de werken die Ik doe.’

M.a.w. Jezus levert zijn leerlingen geen glasharde bewijzen, waar je niet om heen kunt. Nee, Hij nodigt hen uit om in Hem te geloven en zich aan Hem toe te vertrouwen. En die uitnodiging doet Hij – via de apostelen – ook aan ons. Laten wij samen bidden om het licht, de moed en de warmte van de H. Geest, zodat ons hart open gaat en wij ons, met alles wat wij te dragen hebben, mét ons geloof en onze twijfels, durven toevertrouwen aan Jezus, de Opgestane Heer. Dat we mogen ervaren, dat Hij inderdaad de weg is die ons thuis brengt bij de Vader, de weg naar leven dat blijft, hier en straks. Amen.