Preken

5-5-2019: 3e zondag van Pasen.

By 5 mei 2019 No Comments

Rond Pasen, beste mensen, krijgen kerk, christendom en Pasen zelf wat meer aandacht in de media. Bijvoorbeeld van Rosanne Hertzberger op Paaszaterdag in haar column in de NRC met als titel: ‘Het christendom is nu een tandeloze musical’. Met die musical bedoelt ze ‘The Passion’, dit jaar vanuit Dordrecht werd uitgezonden. Naast ‘tandeloos’ noemt ze The Passion ook ‘prachtig theater en indrukwekkende productie, die echter een nare ontwikkeling vertegenwoordigt’. Die ‘nare ontwikkeling’ waar zit hem die in? Ze schrijft ‘de kerk was één van de steunpilaren van het menselijk bestaan’. Verderop in haar column laat ze weten weten dat de kerk voor hen een belangrijke rol kon vervullen voor het toenemend aantal alleenstaanden. ‘De kerk had ondanks haar beperkingen meer te bieden dan alleen geloof, zingeving en gebouw. In de kerk was je niet alleen, daar vierde je elkaars levensgebeurtenissen, daar werd geld ingezameld in geval van nood, daar hielp je ouderen en kwetsbaren totdat je zelf onvermijdelijk één van hen werd. Je was er onderdeel van iets groters, een organisatie waarmee rekening werd gehouden, iets van gewicht om het op te nemen tegen de wereld om je heen. Er is helaas weinig voor in de plaats gekomen’. Ik ben het niet helemaal eens met wat ze schrijft. Immers de kracht van de kerk –en de kerk zijn wij- is ons geloof in opstanding en leven. Vandaar uit zijn we naaste lievend en verzetten we ons tegen onrecht en kwaad. Kwaad en dood zijn  niet het einde zoals in Jezus Christus zichtbaar geworden is. Maar verder is het grotendeels waar wat ze schrijft. De kerk heeft veel van haar betekenis en daarmee ook aan positieve invloed verloren. Ze is vaak afwezig in het publieke domein. Men houdt bij het ondernemen van activiteiten geen rekening meer met wat er kerkelijk te doen is. Je treft het ook in eigen kring aan. Daar hoeft geen kwade wil achter te zitten, maar het geeft wel aan hoe weinig hetgeen er kerkelijke te doen is nog als belangrijk leeft in de gedachten en harten van mensen. Men heeft daarbij niet in de gaten wat er aan maatschappelijke waarden in de kerk, door ons geloof gepromoot, verloren dreigt te gaan. Men constateert weliswaar het harder worden van de samenleving, de afname van betrokkenheid van mensen op elkaar in de eigen woonomgeving en op het verenigingsleven; men constateert het hoe langer hoe meer gaan leven op en voor zichzelf, de toename van de eenzaamheid. Veel gedoopten komen niet meer samen in de kerk en ervaren niet meer het appél op onderlinge solidariteit, op naastenliefde, zorg voor elkaar en betrokkenheid bij elkaars noden.
Dat was anders in de jonge kerk van Jeruzalem na Pasen. In haar gaat het verhaal van Jezus verder. Het is nog maar een kleine, maar wel dynamische geloofsgemeenschap, die in toenemende mate staat voor haar geloof in opstanding en leven. De religieuze overheid van toen is beducht voor haar invloed: ‘heel Jeruzalem is vol van uw leer’. Bovendien vind die overheid het niet leuk, dat de dood van Jezus haar aangerekend wordt. Ze verbieden de leerlingen de Goede Tijding (het Evangelie) van Jezus verder te vertellen. Petrus en de andere apostelen antwoorden met te getuigen van hun geloof in Jezus. Dat is immers hun opdracht van Jezus te getuigen voor alle mensen. ook al vraagt dat veel van hen. Petrus merkt op: ‘men moet God meer gehoorzamen dan de mensen’.
De lezing uit het Evangelie vertelt dat in een wonderlijke visvangst 153 grote vissen gevangen worden. Dat waren volgens de H. Hiëronymus, bijbelvertaler uit de 4e/5e eeuw, alle toenmalig bekende vissoorten. Dat is symbolisch te verstaan: aan alle volkeren zal het Evangelie van Jezus verkondigd worden en ze zullen ‘zich laten vangen’ en deel krijgen aan het door Hem gebrachte heil.
Kunnen we als kleiner worden geloofsgemeenschap ook aan mensen van nu laten weten dat ze voor de opgaven van het leven niet alleen te staan. Kunnen ze  bij ons een plek vinden waar ze gehoord en gezien worden, waar vreugde en verdriet samen kunnen worden geleefd? Zijn onze samenkomsten van dien aard interesse voor elkaar blijkt en dat eenzaamheid wordt opgevuld? Ons geloof, onze hoop en onze onderlinge liefde zijn onze kracht  Daarmee maken we zichtbaar dat kwaad en dood in hun verschillende vormen niet het laatste woord hebben. Pasen vraagt ons, christenen, om tot leven te komen tot geluk van degenen met wie we leven en daarmee ook van onszelf..