Preken

4e zondag veertigdagentijd 26 maart 2017

By 25 maart 2017 No Comments

MARIA BOODSCHAP: LAAT MET MIJ GEBEUREN WAT U GEZEGD HEBT

9 maanden voor Kerstmis vieren we de boodschap van de engel Gabriël aan Maria. Het is de aankondiging van de komst van Jezus op deze wereld. Vanaf het begin heeft de jonge kerk zich vragen gesteld over de rol van Maria in het leven van Jezus. Dat hoeft ons niet te verwonderen, want nog steeds geldt: als er iemand komt tot bijzondere activiteiten, dan ontstaat er belangstelling voor zijn afkomst. Hoe komt zij/hij aan die bijzondere gaven? Wie waren zijn/haar ouders en wat is hun invloed geweest op het leven van hun kind? U begrijpt: de evangelist Lucas is er nooit op uit geweest zijn lezers biologieles te geven, als het gaat om Maria’ s moederschap. Hij wil duidelijk maken dat Jezus een heel bijzonder mensenkind is. Meer dan mensenwerk is zijn komst in de wereld het werk van God, de Eeuwige voor wie niets onmogelijk is. Zo verhaalt Lucas hoe God de engel Gabriël naar Maria stuurt. Zij schrikt hevig van zijn verschijning en begint vragen te stellen. De engel spreekt haar over de H. Geest en de kracht van de Allerhoogste die over haar zal komen. Met woorden en beelden uit de geschriften van het O.T. wijdt Lucas zijn lezers in in het wonderlijke geheim van Jezus en Maria. Aan het slot van het gesprek is de reactie van Maria: ‘Laat met mij gebeuren wat U gezegd hebt. De Heer wil ik dienen’. Wij zijn verbaasd over haar vertrouwen en haar overgave. Hoe komt een mens aan zo’n groot (haast blind) vertrouwen?

Wij allen hebben heel wat zaken die ons zorgen baren en vragen oproepen. Wie niet met oogkleppen op of dopjes in de oren rondloopt, ziet en hoort veel dat bang maakt. Ik denk aan ongewenste politieke ontwikkelingen, bedreigde werkgelegenheid, militaire schermutselingen en leiders die meer bezig lijken met hun eigen belangen dan zich te bekommeren om de mensen die op hen rekenen. Ik denk aan zorgen over gezondheid, veiligheid en de toekomst van kinderen en kleinkinderen. Voorts neemt – ondanks groeiende welvaart – het aantal mensen toe dat financieel in problemen raakt. Toch zegt Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wees niet bezorgd om je leven. Let eens op de vogels. Kijk naar de bloemen en het veldgewas. Als God zó voor hen zorgt, hoeveel te meer dan voor jullie met je klein geloof. Zoek vooral Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid dan zul je alles vinden wat je nodig hebt’. Na onze aanvankelijke verwondering en scepsis kan het gebeuren dat wij gaan zien dat Jezus geen wereldvreemde idealist is, maar een man die ons aan het werk zet. Immers dat koninkrijk waar ieder tot zijn recht komt, komt er niet vanzelf. Het krijgt gestalte door onze inzet en toewijding. Zo worden wij uitgedaagd om te delen van onze overvloed met de mensen die nu in Afrika verhongeren. Jezus vraagt van zijn leerlingen nergens het onmogelijke, maar wel eerlijke inzet. Tevens spoort Hij hen aan om in hun werken en zorgen niet te overdrijven. We mogen erop vertrouwen dat waar wij ons best doen, God zorgt voor de rest. Het lijkt misschien een zoethouder voor onnozelaards, maar in feite worden we gevraagd voor een klus die veel van ons vergt. Jezus nodigt ons uit daarbij op God te vertrouwen – net als Maria – en niet te doen alsof de toekomst enkel van ons afhangt. God is geen pop of knuffel voor kleine kinderen, zoals sommigen menen.

Als christenen geloven wij dat God het onnoembare Geheim is aan wie wij ons leven danken en die al het geschapene in het bestaan houdt en draagt. En Jezus nodigt ons uit vertrouwvol met God om te gaan als een kind met zijn ouders.

In deze Geest en dit vertrouwen is Maria door haar ouders opgevoed en ondergedompeld in de sfeer van hun gezin. Dit is het geloof dat de dichter bv. onder woorden brengt in Psalm 40 ( gekozen als antwoord op de lezing van vandaag): ‘Hij, de Levende, tilde me op uit het slijk en bracht me op de been toen ik in de put zat. Hij legde een lied in mijn mond voor onze God. Mensen die zien wat Jahwe gedaan heeft en doet, krijgen vertrouwen in de Levende. Gelukkig de mens die op Hem bouwt en zich niet van de wijs laten brengen door waanwijzen en bedriegers. Als ik wil vertellen over jouw beleid en je wonderen, o God, dan kom ik woorden te kort. Ik kan niet zwijgen over je goedheid en je trouw. Ik moet ervan getuigen. Jij bent de enige die mij kan helpen en in veiligheid brengt, mijn God’. Als wij dit getuigenis leggen naast het loflied van Maria, haar Magnificat, dan is duidelijk uit welke bron Lucas heeft geput. Als je als kind in dit geloof door je ouders wordt opgevoed en met deze Geest wordt doordrenkt, dan hoeft het ons niet te verwonderen dat je ook de moed vindt ‘ja’ te zeggen en je over te geven, ook als er zulke moeilijke vragen op je af komen als die van God aan Maria.

Als wij ons tot Maria wenden, bidden we: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade; de Heer is met U..’ Met recht mogen wij van genade spreken, want het is een weldaad als je zulke ouders ontvangt en in zo’n gelovig vertrouwen wordt opgevoed. Het is geen eigen verdienste, maar pure genade en geschenk, als je voor zulk een opdracht door God wordt uitgekozen en gevraagd. Het betekent dat God je ziet staan, ondanks je menselijke beperkingen.

De ervaring leert dat vertrouwen pas ontstaat, als je iemand regelmatig ontmoet en kunt delen wat je ten diepste beweegt en bezig houdt, als je je mag uitspreken en er wordt naar je geluisterd, als er echt contact is en je je veilig voelt bij elkaar. Zou het zoveel anders zijn, als het gaat om ons geloven in God en vertrouwen op Hem? In een spreekwoord erkennen wij dat gedeelde smart halve smart betekent en gedeelde vreugde dubbele vreugde. Voelt het niet als een weldaad en een verlichting, als wij ons met ons lief en leed, onze dankbaarheid en zorgen aan God mogen toevertrouwen in het gelovig besef, dat Hij ons hoort en ziet? Dat Hij ons bijstaat met zijn Geest bij ons zoeken naar zijn Koninkrijk? Om zo’n geloof en vertrouwen kunnen wij enkel bidden. Jezus en Maria zijn daarbij geen knuffels, maar gaan met ons mee en begeleiden ons op onze levensweg. AMEN