Preken

3e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD 19-3-2017

By 21 maart 2017 No Comments

Lezingen: Exodus 17, 3-7; Romeinen 5, 1-2.5-8; Johannes 4, 5-42.

Je zou het thema van deze viering kunnen noemen: op de proef gesteld of uitgedaagd worden en daardoor tot geloofsinzicht komen.
Op de tocht door het leven kunnen zich hoogtepunten voordoen zoals een huwelijksdag, de geboorte van een kind, het opgenomen worden in een kloosterorde, het voor de eerste keer gekozen worden in de Tweede Kamer, het slagen voor een examen. Maar er kunnen zich ook momenten en/of tijden voordoen, dat men zich een pechvogel voelt, niet begrepen en gewaardeerd, door het leven in de steek gelaten, op de proef gesteld, uitgedaagd. Dat kan individueel zo zijn, bijvoorbeeld bij ziekte, maar ook collectief als volk in situaties van oorlog of armoede, zoals zich nu in het Midden Oosten en Afrika voordoen. Dichterbij ons zal de uitslag van de verkiezingen door sommige politieke partijen als een hoogtepunt zijn ervaren, voor andere als een bittere beproeving, die uitnodigt tot bezinning en loutering.
Kijken we naar de lezingen uit de H. Schrift van vandaag dan is na het hoogtepunt van de bevrijding van de slavernij uit Egypte de tocht van het volk van God door de woestijn vaak een bittere beproeving. Die tocht naar het beloofde land duurde maar liefst veertig jaar. Maar, bij alle pijn en moeite kan een tijd van beproeving ook worden ervaren als een tijd van loutering en innerlijke groei. Dat besef komt echter vaak pas achteraf, als de beproeving achter de rug is. Het voordeel van de woestijn was dat de 12 stammen van Israël er tot een volk werden gevormd. Het leerde vertrouwen op de ene God, die het volk op zijn tocht nabij was. Het ontdekte voedsel en drank. God stond op de rots waarin Mozes het water vond. Het volk ontving in de woestijn ook een richtlijn voor het leven door de zogenoemde Tien Geboden of Tien Woorden. In die aanwijzingen werd het volk geleerd hoe met God om te gaan, Hem te erkennen en in het leven te blijven betrekken. In die aanwijzingen werd het volk ook geleerd wat nodig was om op een menswaardige manier met elkaar om te gaan. Zo werd het volk tot een gelovig volk. Zo werd de beproeving van de woestijntocht voor het volk van God een uitermate belangrijke periode. Het kreeg als bestemming in Godsnaam heilzaam voor alle volken van de wereld aanwezig te zijn.
Op de proef gesteld worden en zo er achter komen wie je bent en waarvoor je er bent kan op meerdere manieren in kleiner of groter verband.
Het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de put is geen huis- tuin en keukengesprek. Het is een dialoog, een tweegesprek. Voor de Samaritaanse houdt dat in de uitdaging haar eigen denken, geloven en manier van leven onder ogen te zien. Voor Jezus is het de gelegenheid om aan te geven wie hij is en wat hij komt doen. Je zou het een wederzijds op de proef stellen of wederzijdse uitdaging kunnen noemen. Wat gebeurt er? Jezus grijpt een dagelijkse noodzaak, het putten van water, aan om naar voren te brengen dat zijn bestemming is om zelf bron van levend water te zijn. Hij is in staat om de diepere dorst in mensen te lessen, de dorst naar een integer en waarachtig leven, de dorst in de mens naar gerechtigheid. De vrouw vertelt in het gesprek over met haar eigen opvattingen over Joden en Samaritanen; ze wordt geconfronteerd met haar eigen levensgeschiedenis en beseft dat ze een bijzonder iemand voor zich heeft. Ze noemt hem ‘Heer’ en vraagt zich in het contact met haar plaatsgenoten af: zou het soms de Messias zijn. Die noemen hem tenslotte ‘Redder van de wereld. Jezus kan haar en haar stadgenoten op het juiste spoor zetten. Zo wordt de confrontatie tot een moment van heil, tot doorbraak van geloof.
Beproeving en confrontatie kunnen pijnlijk zijn, maar ook leiden tot bezinning en nieuw besef, tot nieuw geloof en nieuwe hoop. De veertigdagentijd confronteert ons met deze verhalen uit de Heilige Schrift. De bedoeling is dat we er lering uit trekken, tot nieuw geloof en nieuwe hoop komen tot heil van onszelf en van degenen met wie we leven. Amen.