Preken

30 april 2017: 3e zondag van Pasen.

By 29 april 2017 No Comments

DE LEVENDE HEER HERKENNEN

Het is opvallend hoeveel schilders, schrijvers en dichters in het Emmaüsverhaal een geliefd thema hebben gevonden als beeld van onze levensweg. Ook voor  velen van ons is het een geliefd verhaal. Dat komt omdat wij er een stuk van ons eigen leven in herkennen. Heeft ieder van ons niet momenten van diepe teleurstelling? Dingen lopen helemaal anders dan wij hadden gehoopt. Wat ons overkomen is, hadden we totaal niet verwacht. Hoe moet je dan verder na zo’n debacle? Als we ervan vertellen aan mensen die met ons optrekken, krijgen we vaak reacties als: ‘Kop op. De wereld vergaat niet! Na regen komt zonneschijn. Als je je laat hangen, kom je alleen maar dieper in de put!’ Opmerkingen die goed bedoeld zijn, maar ze helpen ons geen stap verder. Ze doen vaak alleen maar pijn, omdat je je niet begrepen voelt! De ander voelt niet wat jij op dit moment doormaakt!. We mogen zeggen: het verhaal van de leerlingen op weg naar Emmaüs is ons verhaal. Het is zo herkenbaar. Er overkomen ons soms dingen die ons neerslaan of verlammen. Je weet vaak niet hoe je verder moet en wat je kunt doen om de draad van het leven weer op te pakken. Je hebt geluk, als je iemand ontmoet die tijd neemt om naar je verhaal te luisteren. Dat is ook wat die twee leerlingen van Jezus overkomt: er loopt op hun route een vreemde mee, die belangstellend vraagt waar ze toch zo druk over praten? Even blijven ze verbaasd staan, omdat die vreemde van niets lijkt te weten. Als ze dan verder lopen, loopt Hij met hen mee en luistert. Hij bagatelliseert hun teleurstelling niet, maar laat hen hun verhaal helemaal vertellen. Vanuit zijn kennis van de Schrift begint Hij vragen te stellen. Hij attendeert hen op verhalen van mensen die ook veel hebben meegemaakt en er doorheen zijn gekomen. Misschien heeft Hij hen herinnerd aan Abraham, die veel moest achterlaten, toen hem van Godswege gevraagd werd naar een vreemd land te gaan. Hij vertelt van Mozes die zijn volk uit Egypte heeft weggevoerd en door de woestijn heeft geleid op weg naar het Beloofde Land en daarbij heel wat heeft moeten doorstaan. Hij verhaalt van de profeten die veel tegenwind hebben gekend, maar ook hebben ervaren dat God hen niet in de steek liet in moeilijke omstandigheden. Sprekend over de toekomstige Messias hebben de profeten voorzegd, dat zijn weg getekend zou zijn door tegenwerking, lijden en miskenning. De vreemdeling blijkt moed te putten uit deze verhalen. Het is niet alleen v.w. het vallen van de avond dat ze hem uitnodigen bij hen te blijven, Hij heeft met zijn luisteren, vragen en verhalen ook hun hart geraakt. Hij heeft hen warm gemaakt. Hij gaat met hen aan tafel. Dat doe je niet met iedereen. Samen de maaltijd gebruiken veronderstelt dat je tijd neemt voor elkaar. Je deelt niet alleen wat er op tafel komt, maar je stelt je ook open voor de ervaringen, verhalen en zorgen van je tafelgenoten. Dat laat in onze dagen wel eens te wensen over v.w. alle haast en de snelle hap uit de magnetron of de muur. Ook blijkt het vaak moeilijk dat huisgenoten gelijktijdig samen eten. En toch is dát waar wij naar verlangen, want aan tafel word je niet alleen gesterkt door het voedsel, maar ook door het besef dat je niet alleen staat met je lief en leed. Als de onderlinge verhoudingen goed zijn, mag je alles delen en samen dragen. Als de twee leerlingen met hun gast aan tafel zijn, neemt deze het brood; zegent het en breekt het en reikt het hen toe. Woorden en handelingen uit die maaltijd van de laatste avond vóór Jezus’ dood. En dan herkennen ze Jezus in deze vreemde gast. Hun ogen worden niet langer verblind door het vreselijke lijden en sterven van hun Meester. Deze tafelgenoot heeft hun kijk op wat er met Jezus gebeurd is veranderd. Maar op het moment dat ze willen zeggen: ‘Hij is het!’, is Hij onzichtbaar en uit hun ogen verdwenen. Een paradox, een tegenstrijdigheid waar we nooit over uitgedacht raken.

Is dat ook niet wat ons overkomt? Jezus zegt dat wij Hem ontmoeten in de naaste die onze aandacht en hulp nodig heeft. ‘Wat je doet aan de minste van je broeders en zusters, doe je aan Mij’. M.a.w. als we Jezus menen te herkennen in een evenmens, treedt Hij al weer terug in onzichtbaarheid. Het is nl. belangrijk,dat we niet blijven hangen in een gedachte, maar ons helemaal kunnen richten op deze concrete naaste, hier en nu. Jezus wil onze aandacht niet op Hem zelf fixeren, maar richten op de naaste die ons nodig heeft.

Er zijn tegenwoordig veel mensen die teleurgesteld zijn in hun verwachtingen t.a.v hun geloof en van de kerk. Misschien wordt daardoor aan ons wel de vraag gesteld: ‘Wie durft er een eindje met hen mee te lopen? Wie durft te luisteren naar wat hen beweegt, pijn doet en zo teleur stelt? Wie durft te blijven luisteren naar ervaringen en vragen waarvoor je geen oplossing weet?’ Uit ervaring weten velen dat je verdriet en teleurstellingen niet oplost met goed bedoelde raadgevingen, maar door er voor een ander te zijn en te luisteren, zodat die mens zijn verhaal kan vertellen en delen. Soms heb je iets meegemaakt of gelezen, waarin de ander zich herkent. Bij de vreemdeling hebben de leerlingen gemerkt dat Hij geen lesje opzegt, maar dat de verhalen en teksten uit de Bijbel die Hij met hen deelt, doorleefd zijn. Ze zijn door Hem heengegaan en Hij heeft er zelf kracht uit geput. Ze werpen een ander licht op wat Hij heeft moeten doorstaan.

Laten wij bidden dat wij steeds opnieuw en steeds beter er in slagen om er voor elkaar te zijn, zodat mensen op verhaal kunnen komen. Door zo met elkaar mee te lopen en op te trekken kunnen we wonderen doen. We kunnen elkaar wederzijds de ogen openen. We kunnen elkaar bevrijden uit het moeras waarin we soms dreigen te verzinken. De Heer Jezus zal ons bidden verhoren en onze onbaatzuchtigheid en belangeloosheid te hulp komen. Hij helpt ons Hem te herkennen en maakt ons tot Emmaüsgangers voor elkaar. AMEN.