Preken

3-12-2017: 1ste zondag van de Advent.

By 4 december 2017 No Comments

Lezingen: Jesaja 63, 16b-17.19b;64,2b-8; 1 Korintiërs 1, 3-9; Marcus 13, 33-37.

Onderzoek in Nederland wijst uit, dat wij, die dit land bewonen, voor verreweg het grootste deel tevreden zijn. Van de week stond nog in het dagblad Trouw een bericht, dat ook onze jeugd in grote meerderheid tevreden is. Natuurlijk zijn er nog wel mensen beneden de armoedegrens en ook kansarmen, zoals deze week bericht werd over doven en blinden t.a.v. de arbeidsmarkt. Maar de grote meerderheid van onze landgenoten is tevreden. We leven in een van de welvarendste landen van de wereld. Betekent dit dat we achterover kunnen leunen en kunnen volstaan met te genieten van het leven? Aan die gedachte zit een bedenkelijke kant.

Het gedeelte uit het profetische boek Jesaja, dat we vandaag gelezen hebben wijst erop, dat het achteroverleunen zijn gevaarlijke kanten heeft. De tekst is een gedeelte van een klaaglied achteraf. De kwaal van het volk is dat de solidariteit onder het volk verwaarloosd is en dat iedereen leeft voor zich. De aartsvaders Abraham en Jacob zouden in alle geval hun nakomelingen niet meer terug kennen Ze zijn vervreemd van het gevoel bij elkaar te horen en van de plicht voor elkaar op te komen, vooral voor de minsten onder de mensen. De profeet, die als taak heeft het goede te ondersteunen, maar ook aan te klagen wat mis gaat, kijkt terug op het ‘ieder voor zich’. Innerlijke verval dat daar het gevolg van en het is de oorzaak van de verwoesting van Jeruzalem en het weggevoerd worden in ballingschap. De profeet ziet het onvermogen van het volk en roept God aan. Hij wijst op het ‘onze Vader’ zijn van God. Het is de enige plaats in het OT. waarin God zo genoemd wordt als ‘onze Vader’. Hij vraagt God om zijn goede daden indachtig te zijn t.b.v. zijn volk in het verleden. Hij vraagt God om zijn vaderlijke hulp waar zijn kinderen tekort schieten: ‘zie op ons neer, wij zijn uw volk’. Het gebed van de profeet is tegelijkertijd een appél om niet achterover te leunen en attent in solidariteit met elkaar te blijven leven, m.a.w. de minder bedeelden onder de mensen met woord en daad indachtig te zijn.

Attent leven, waakzaam zijn is ook een rode draad die door het Evangelie loopt. Waakzaamheid, want je weet maar niet wat er allemaal te gebeuren staat. De laatste weken zijn we daar mee geconfronteerd in de verhalen over de verstandige en de onverstandige meisjes, al of niet voorbereid op de ontvangst van de bruidegom; in het verhaal van de talenten die ieder heeft ontvangen om ermee te werken. Een volgend verhaal ging over de dienaar, die trouw het personeel van zijn heer verzorgt en daarom goed af is Degene, die zijn talent in de grond heeft gestopt en er niets mee heeft ondernomen wordt veroordeeld. We lezen gedurende het vandaag aangebroken liturgische zogenoemde B-jaar uit het Evangelie volgens Marcus, het meest compacte van de vier. In de Evangelielezing van vandaag spoort ook Jezus aan om niet achterover te gaan leunen, maar waakzaam t te blijven, want ‘we weten niet wanneer het ogenblik daar is’. Het is ‘so wie so’ belangrijk attent te leven en de kansen die men in het leven krijgt te benutten. Dat slaat ook op het tot stand komen van het koninkrijk van God, een rijk van vrede, gerechtigheid, solidariteit, opkomen voor elkaar en naastenliefde. Wij christenen leven in de verwachting en de hoop dat het Rijk van God ooit zal doorbreken, maar we weten ook, dat we zelf kunnen meewerken aan het tot stand komen ervan. Daarom wordt van ons gevraagd waakzaam te zijn en verwachtingsvol, maar ook om de kansen, die we krijgen te benutten. Met de komst van Jezus met Kerstmis voor ogen kunnen we de oproep tot waakzaamheid en attent leven in de Advent een eigen, bewuste plaats geven. Amen    AR