Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD 12-3-2017

By 13 maart 2017 No Comments

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9

Iedereen van ons heeft zijn eigen leven. We zitten in ons eigen vel; we leven in onze eigen relaties, in onze eigen omgeving; we hebben onze eigen bezigheden. Maar er is ook een grotere wereld om ons heen waarvan we deel uitmaken, die ons beïnvloedt. Zo de gebeurtenissen op het gebied van de politiek. Denk aan de presidentsverkiezing in de VS. Denk aan wat er gebeurt in Turkije. Denk aan het nieuws dat ons treft op het gebied van geweld en armoede. Het raakt ons omdat het gaat over onszelf of over mensen die zijn als wij, die verlangen naar geluk en vrede. De gebeurtenissen in de grote wereld doen iets met ons’? Ze dagen ons uit. Ze maken ons blij, angstig, bezorgd, onzeker, teleurgesteld, of ook vastberaden?

Door heel de mensengeschiedenis heen moeten we omgaan met de omstandigheden waarin we leven. Zo ook Abraham in de omstandigheden van zijn tijd, andere omstandigheden dan de onze weliswaar. Hij leeft in het stroomgebied van de rivieren de Eufraat en de Tigris. Hij trekt daar als nomade rond met zijn kudde. Op tocht zijn, onderweg zijn, steeds op zoek zijn naar weidegronden, maken het leven uit van hemzelf, van zijn familie en zijn kudde. Het is hún manier van bestaan, de omstandigheden waarin zíj leven en dat beïnvloedt hen. Iedere keer brengen de omstandigheden hem ertoe op zoek te gaan, zich te verplaatsen. Dat kost zorg en moeite, maar ook geluk en tevredenheid waar het lukt de levensopgave te vervullen. Het onderweg zijn van Abraham is voor hem ook een innerlijke weg. En op die weg ervaart hij de ene God, die hen op hun tocht door het leven begeleidt. Abraham en zij weg door het leven staan, zo ervaart hij, onder de zegen van God. God bezorgt hem toekomst als hij en zijn vrouw op hoge leeftijd nog een zoon krijgen. De weg van Abraham verloopt overigens niet zonder beproevingen. God wil weten of Abraham wel echt gelooft dat leven en welzijn hun bron vinden in God. Maar Abraham komt er goed doorheen. Overeenkomstig oude tradities wil Abraham zijn zoon zelfs offeren. Maar Abraham moet dan toch leren dat de ene God geen mensenoffers wil, maar de vertrouw volle overgave van het menselijk hart. In het vertrouwen op die God trekt Abraham weg naar onbekende oorden.

Ook in wat met Jezus in het Evangelieverhaal gebeurt is de ervaring van God herkenbaar. Het is overigens geen simpel bestaan dat Jezus leidt. Geroepen om de mensen tot de vrijheid van de kinderen van God te brengen stoot hij op grote weerstand bij leidinggevende kringen Zij hebben het echte geloof, het werkelijke zich toevertrouwen aan God, gebonden aan allerlei voorschriften en regels. En toch is Jezus voor Vader God zijn Gezalfde, ‘zijn welbeminde Zoon in wie Hij zijn welbehagen heeft gesteld’. Dat wordt hem en zijn metgezellen duidelijk aan de hand van de gedaanteverandering op de berg. De ‘gewone’ Jezus verschijnt daar ‘in goddelijke glans’ samen met grote figuren uit de traditie, Mozes en Elia. Die ervaring onderstreept de betekenis van Jezus en dient ter bemoediging van Hem en zijn gezellen, ook naar de toekomst toe, bemoediging voor ons op onze weg. De de grote beproevingen van de avond van de Witte Donderdag en de Goede Vrijdag wachten hen nog .

De verhalen van vandaag dienen ook tot onze bemoediging. De huidige tijd stelt ons best op de proef, maar helpt ons ook om ons te bezinnen op de vraag waar het werkelijk om draait in ons leven als christenen. Onze gang door de tijd wordt als ‘maakbaar’ voorgesteld. Dat mag in zekere zin zo zijn. We dragen er zelf onze verantwoordelijkheid voor. Van de andere kant hebben we ons bestaan met de opgave, om er zelf iets van te maken en anderen daarbij te helpen, ook gekrégen. Dat houdt de mogelijkheid in om God te ervaren als bron van ons bestaan door alle beproevingen van het leven heen.