Preken

2e zondag 40-dagentijd 12-3-2017

By 11 maart 2017 No Comments

OP PAD GESTUURD MET PERSPECTIEF

Bij vers 4a wordt de 1e lezing afgekapt. Als we echter even doorlezen, zien we dat Abram 75 jaar is als hij van God de opdracht krijgt weg te trekken uit zijn land. Hij moet zijn familie en verwanten verlaten en krijgt de belofte dat hij een groot volk zal krijgen. Hij neemt zijn vrouw Sarai mee. Ook zijn neef Lot gaat met hem mee en nog anderen. Ga er maar aan staan, als je 75 bent: alles wat je hebt opgebouwd achter je laten en een ongewisse toekomst tegemoet gaan. Als iemand van ons dat doet, schudden we ons hoofd en zeggen we: ‘Waar gaat die mens in vredesnaam aan beginnen?’ Maar het wekt ook bewondering: 75 jaar en dan nog iets nieuws beginnen, een onbekende en onzekere toekomst tegemoet. Toch gebeurt het ook in onze dagen. Denk aan paus Franciscus, en aan vrijwilligers die een belangrijk deel van hun vrije tijd besteden aan zorg voor mensen die dat dringend nodig hebben. Denk ook aan mensen die zorgen voor een zieke partner. Ze gaan vaak een weg die ze niet voorzien hadden. Abram krijgt van God de belofte dat hij gezegend zal worden, zodat hij op zijn beurt een zegen kan zijn voor zijn medemensen. Medechristenen, is het niet zo dat ons leven een levenslang op weg zijn is? Wat de toekomst brengen zal: we weten het niet. Zelfs als onze weg een tocht wordt door de woestijn, wij mogen – net als Abram – erop vertrouwen dat God ons niet overlaat aan ons lot, maar dat we van Hem de kracht ontvangen om die moeilijke weg te gaan. Het is een weldaad, als er op die weg af en toe oases zijn om op adem te komen en bij te tanken. ’ Abram zal een bron van zegen zijn’, luidt Gods belofte. Geldt die belofte ook niet voor ons, als wij ons best doen er voor elkaar te zijn? Dan maken we immers de naam van God tot een tastbare werkelijkheid, de naam die luidt: ‘ Ik zal er zijn voor jou’. ? Het is alsof God ons via dit verhaal oproept: ‘Welke leeftijd je ook hebt – 7, 17, 75 of welke dan ook ‘Sta op! Ga maar op weg en maak er wat van! Waag het! Je mag Mij vertrouwen’

In het Evangelie horen we van een visioen, een beeldend verhaal. Matteüs heeft het niet zelf verzonnen. Hij heeft het van Marcus. En die heeft het ook weer van een ander. Bijna elk woord roept een herkenning op uit verhalen die Jezus heeft gekend. Jezus heeft zijn leerlingen verteld dat de toekomst er voor Hem niet rooskleurig uit zal zien. Hij voorziet dat Hij veel zal moeten lijden en verworpen wordt door de Joodse religieuze leiders. Die boodschap brengt een schok teweeg bij zijn leerlingen. Petrus wil daar niets van horen:“ Dat verhoede God. Zoiets mag U nooit overkomen’, is zijn reactie. Maar Jezus wijst hem terug en noemt hem zelfs ‘satan’, omdat hij zich niet laat leiden door wat God wil, maar door puur menselijke overwegingen. De apostelen trekken met Jezus mee, niet alleen omdat ze geboeid worden door zijn persoon, maar ook omdat ze hopen op een succesverhaal. Het doet denken aan de 1e bekoring – uit het Evangelie van de vorige zondag – waar de duivel Jezus uitdaagt stenen in brood te veranderen: de heimelijke wens om in één slag alle problemen op te lossen, alsof we God zelf zijn. Die bekoring zien we terug in de reactie van Petrus en ze is heel herkenbaar. Als we eerlijk zijn, kiezen ook wij liever de weg van voorspoed, succes en van de minste weerstand dan ons een berg problemen, risico’s en lijden op de hals te halen. Jezus’ leerlingen zijn dus door die mededeling van hun Meester bedrukt en ernstig van streek. Ook zelf is Hij van slag bij de gedachte aan het lijden dat Hem wacht. Daarom neemt Hij drie van hen met zich mee en brengt hen op een hoge berg. Al trekken ze al een hele tijd met Hem op: ze hebben nog geen idee van wie Hij werkelijk is en wat Hij wil. Als Hij zich dan daar op de berg even laat kennen zoals Hij is, gaan ze plat van schrik. Ze zien hun Heer in een stralend wit licht, de gestalte van de Verrezene. Zo gunt Hij zijn ontmoedigde leerlingen een blik op wie Hij werkelijk is en de heerlijkheid die Hem wacht.

Kennen wij allen niet ontmoetingen/ervaringen die zo’n diepe indruk maken, dat wij ze nooit meer vergeten en dat ze een rol blijven spelen in ons leven? Topervaringen! Het kunnen momenten zijn van onuitsprekelijk geluk zoals bv. de geboorte of het huwelijk van een kind, maar ook ervaringen die ons in verwarring brengen. In dat laatste geval zoeken wij naar figuren aan wie we ons kunnen optrekken. En zo voelt Jezus zich krachtig gesteund door de persoon van Mozes, die op de berg Sinaï van God de Tien Woorden heeft ontvangen en daarmee leiding kan geven aan het volk Israël. En door Elia, de profeet die zijn leven meermaals op het spel heeft gezet door op te komen voor de ware God en voor recht en rechtvaardigheid. Daarmee rijst de vraag: Wie zijn in óns leven personen of gebeurtenissen waar we ons aan optrekken? Mensen die we beschouwen als een voorbeeld of als een gids? We beseffen dat er verschil is tussen van alles over iemand weten én een band met iemand hebben! Als we Jezus onze Leidsman noemen, is er dan ook sprake van een vertrouwensband met Hem? Durven we ons in geloof aan Hem gewonnen te geven, Hem te zoeken en te betrekken bij ons doen en laten? Te bidden om zijn Geest?
In het Evangelieverhaal is er ook sprake van een wolk, teken van Gods aanwezigheid, als op de berg Sinaï. En van een stem die zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luistert naar Hem.’ De Evangelies tekenen Jezus als de verlosser, d.w.z. Degene die ons wil bevrijden van egoïsme en van wat ons belemmert een mens voor anderen te zijn. Zijn kompas is een vertrouwelijke relatie met God die Hij ‘Vader’ noemt en voor Wie zich regelmatig terugtrekt in de stilte.
Het visioen dat ons wordt verhaald speelt zich af op een hoge berg, net alsof wij dan de hemel dichterbij voelen. We weten: een berg bestijgen kost moeite, maar we worden vaak beloond met adembenemende vergezichten. We zien alles in een ander perspectief dan dat we er met onze neus bovenop staan.         Als Jezus zijn vrienden vraagt met Hem de berg op te gaan, is dat ook een uitnodiging om elkaars verdriet te delen, zoals ook wij regelmatig worden gevraagd te luisteren naar de problemen waar iemand mee worstelt, zaken die te zwaar zijn om alleen te dragen. Wie een hoge berg bestijgt kan ook terecht komen in grauwe wolken, in mist en nevel, beeld van het kwaad waaronder zoveel mensen lijden. Als we met Jezus onze levensberg bestijgen, biedt Hij de kans verder te kijken dan de grauwe wolken van het kwaad die ons bang maken en ook het licht te zien van al die goede wil, de belangeloze inzet en trouw van zoveel gewone mensen. Jezus heeft drie van zijn leerlingen een blik gegund op wie Hij werkelijk is en op de heerlijkheid die Hem wacht. Zo maakt Hij hen weerbaar voor het lijden dat hen wacht. Laten wij bidden dat het contact met Hem ons perspectief biedt, zodat wij – net als zijn vrienden – bemoedigd kunnen terugkeren naar de vlakte van het leven van alledag. En dat we met andere ogen kunnen kijken naar het kwaad en de moeilijkheden waarmee we worden geconfronteerd. AMEN.