Preken

29-01-2017: OP DE GOEDE WEG BEN JE…

By 30 januari 2017 No Comments

De laatste weken worden we regelmatig geconfronteerd met de programma’s die de verschillende politieke partijen gemaakt hebben met het oog op de a.s. verkiezingen in maart. Wat Jezus ons presenteert in het Evangelie van deze dag zou je kunnen beschouwen als zijn verkiezingsprogramma: een kernachtige samenvatting van wat Hem voor ogen staat en waar Hij volgelingen voor wil werven. Als je voor Hem kiest, is dit het programma waar je voor wordt gevraagd en waaraan je gaat werken. U zult misschien zeggen: ‘Wat een vreemd programma! Ik ben benieuwd wie Hij daarvoor warm kan maken?’
We hopen allen dat ons leven ons veel zal bieden dat ons gelukkig maakt. Tegelijk moeten we erkennen dat de één in zijn leven meer geluk heeft dan een ander. De pechvogels vragen zich af: ‘Waaraan heb ik dat verdiend?’ Degenen die meer geluk hebben, leven meestal vrolijk verder zonder zich af te vragen: ‘Waaraan heb ik mijn geluk te danken?’ Zo lijkt het leven vaak op een grote dobbelsteen: enerzijds mensen die alsmaar zessen gooien, terwijl anderen niet verder komen dan énen en tweeën. Zolang je geen zes gooit, beleef je je leven misschien als onrechtvaardig en voel je je misdeeld. Jezus echter komt tegen een dergelijke zienswijze in opstand. Hij zegt: ‘Juist de eenvoudigen van geest zijn goed af. Zij meten hun geluk niet aan welstand of geleerdheid, aan bezit of macht. Zij somberen niet over wat ze allemaal missen, maar roeien welgemoed met de riemen die ze hebben. Ze proberen het beste van hun leven te maken.’ In zijn Bergrede, zijn verkiezingsprogramma, schildert Jezus ons beeld van hoe een echte volgeling zich gedraagt. Als het over geluk gaat, speelt natuurlijk een rol waar ik geboren ben, hoe mijn ouders me hebben opgevoed, welke opleiding ik heb gehad en of ik gezond ben of moet leven met een beperking. Al die zaken bepalen veel in ons leven, maar beslist niet alles! Jezus beschouwt ze als coulissen, als de achtergrond waartegen ons leven zich afspeelt. Het is entourage, maar niet het leven zelf! Wie het aandurft Jezus te volgen, laat zich niet bepalen en beperken door die entourage, maar schept ruimte en zoekt kansen. Wie de Bergrede van Jezus gebruikt als zijn routeplanner, zijn tom-tom, zo’n mens brengt veel goeds tot stand: begrip en geduld, dienstbaarheid en vrede, zaken uitpraten en anderen recht doen. Wie over teleurstellingen, verdriet en pijnpunten durft praten, geeft anderen de kans om je te troosten. We staan er vaak niet bij stil welk effect een vriendelijk woord, medeleven en mildheid hebben.
Misschien zult U zeggen: ‘Met die zaligsprekingen kom je in onze maatschappij niet ver. Zo’n houding levert niet veel op’. En daar is het ons toch om te doen! Wij zoeken liever het gezelschap van de geslaagden in onze samenleving dan van de kansarmen. Nu lezen we in de Bergrede dat Jezus juist gelukkig prijst de armen van geest, d.w.z. wie nederig zijn van hart, mensen die treuren om het onrecht in de wereld, mensen die anderen niet plat slaan met hun oordelen, maar zachtmoedig zijn en barmhartig; mensen wiens diepste verlangen het is om recht te doen, mensen die eerlijk zijn en oprecht. Terwijl wij zeggen dat de brutalen de halve wereld hebben (de patsers, de graaiers, de machtigen), zegt Jezus dat de mensen die op God vertrouwen de aarde zullen beërven. Vertrouwen in God die we niet kunnen zien en die we niet zo direct kunnen ervaren als een andere mens. Misschien is een sleutel naar dat vertrouwen het besef dat ons leven ons is geschonken als een gave. We hebben het niet zelf gemaakt. Dat besef speelt ook een belangrijke rol in discussies over euthanasie en palliatieve sedatie. Ons leven is ons toevertrouwd en we zullen daar verantwoording over moeten afleggen. Als we ernaar verlangen dat God ons op het einde van ons leven ‘zalig’ zal prijzen, dan is het belangrijk dat Hij ons ook nú ‘zalig’ kan prijzen. Dat is misschien een grotere opgave dan te wachten tot het einde van ons leven. De mensen waarvan het Evangelie zegt dat ze ‘op de goede weg zijn’, zijn degenen die – vaak door schade en schande – hebben ontdekt dat ons bestaan ons gegeven is. God heeft het ons geschonken. We mogen er in vrijheid mee omgaan, maar Hij maakt ons wel verantwoordelijk voor dat geschenk. Eens zal Hij vragen: ‘Wat heb je met mijn gave gedaan?’ Heb je anderen getroost? Heb je vrede gebracht?’. Ben je zuiver van hart, dan ontdek je God in alles en ieder die je tegenkomt. Proficiat, zalig als dit besef bij jou is gegroeid. Wie deze weg gaat, hoeft niet bang te zijn. Dat is de meest wezenlijke boodschap van God aan ons in deze verhalen. Zalig ben je, als je zo leeft dat je niet bang hoeft te zijn. In een wereld waarin heel veel mensen wel bang en angstig zijn, wordt in deze zaligsprekingen een weg aangeboden die ruimte schept en vrijheid schenkt. Tevreden zijn met wat je hebt en dat je niets te verliezen hebt. Met vertrouwen onze weg door het leven gaan, omdat God ons vertrouwt en ons altijd kracht geeft. De hoop bewaren, omdat we altijd kunnen opstaan, ook als we gevallen zijn. Dat het voor God nooit ‘ Einde oefening!’ is, zolang als wij leven. Bidden wij om dat vertrouwen. AMEN