Preken

25 mei 2017: Hemelvaart

By 25 mei 2017 No Comments

EEN NIEUWE FASE IN GODS HEILSPLAN

Lucas begint het voorwoord op zijn boek ‘Handelingen van de apostelen’ met een verwijzing naar zijn evangelie. Hij geeft aan dat Jezus’ hemelvaart het keerpunt is. Van nu af moeten de apostelen het werk van Jezus voortzetten. Daarover gaat zijn nieuwe boek. De vraag van de leerlingen aan Jezus of Hij nu voor Israel het koningschap gaat herstellen laat zien dat ze nog niet veel begrepen hebben van Jezus’ ware opdracht. Ze zijn nog niet klaar voor hun taak. Het gaat nl. niet om het koningschap voor Israël, maar om het rijk Gods en Gods koningschap over heel de wereld. Gods Geest zal de apostelen moeten bijstaan om hun opdracht te kunnen vervullen. Uit kracht van de Geest zullen ze kunnen getuigen tot aan de uiteinden der aarde. Maar het is ook belangrijk te kunnen wachten tot het juiste moment. Frappant is wat de twee mannen in witte gewaden, de engelen, tegen de apostelen zeggen. ‘Wat staan jullie nog naar boven te staren?’. Het klinkt alsof ze zeggen: ‘Sta nou niet te dromen, maar ga aan de slag’. Jezus had hen echter aangeraden te wachten op de belofte van de Vader. De apostelen keren dus terug naar Jerusalem. Daar bereiden ze zich voor op wat hun wacht. Gedurende tien dagen wijden ze zich aan het gebed en wachten ze op de Geest. Dan pas is de tijd rijp en treden ze naar buiten om te getuigen.
Een wolk – zo vertelt Lucas – schuift tussen de opstijgende Jezus en zijn leerlingen die op de Olijfberg staan. Dat ze Hem duidelijk zien weggaan, moet de leerlingen ervan overtuigen dat Hij nu echt weg is. Maar toch… In Bijbelse verhalen kennen we de wolk als een symbool van Gods verborgen aanwezigheid. M.a.w. Hij is niet te zien, maar toch aanwezig. Denk bv. hoe Mozes op de Sinaï God ontmoet en aan de wolkkolom die voorop gaat tijdens de tocht van de Israëlieten door de woestijn. Zo toont de wolk bij Jezus’ hemelvaart de afsluiting van Jezus’ aardse levensopdracht. Maar God zal in het verborgene, door zijn bezielende Geest, doorwerken totdat zijn plan is uitgevoerd. Nu is het aan de leerlingen te gaan verkondigen dat Jezus’ leven, inclusief zijn lijden, dood en verrijzenis toekomst heeft geschapen voor alle mensen, een weg naar vrede en geluk en eeuwig leven. Wie in Hem durft te geloven, ontvangt vergeving van zijn zonden. Maar om deze boodschap goed over te brengen hebben de leerlingen meer inzicht in Gods bedoelingen nodig. En ook de moed om te getuigen. Daarvoor belooft Jezus hun de kracht van Gods Geest, die de Vader zal geven. Als laatste geeft Jezus hun zijn zegen voordat Hij opstijgt.
Hoe e.e.a. precies is verlopen, blijft onduidelijk; wel is duidelijk dat ze niet overhaast van start zijn gegaan. Ze gaan terug naar Jerusalem. Volgens Lucas komen er eerst tien dagen van wachten en voorbereiding, waarin bezoek aan de tempel en gebed een belangrijke rol hebben gespeeld. In Jerusalem voltrekken zich alle belangrijke gebeurtenissen, tot en met Jezus’ hemelvaart. Hier zal ook de Geest op de leerlingen neerdalen.
Het feest van Hemelvaart maakt ons opnieuw bewust: Jezus is wel weg, maar het werk dat Hij begonnen is, moeten wij voortzetten. Hier op aarde ligt onze taak. De apostelen waren de eersten; nu is het de taak van onze generatie verder te bouwen aan dat Rijk Gods dat Jezus voor ogen heeft gestaan. Het is duidelijk dat dit niet lukt door naar boven te staren, maar door om ons heen te kijken en oog en oor te hebben voor de noden om ons heen. Jezus’ voorbeeld kunnen we voor ogen houden en Gods Geest zal ons duidelijk maken hoe we dat voorbeeld kunnen volgen in onze dagen. Voor ieder van ons ligt hier een eigen opdracht. Als we constateren dat God in onze samenleving minder zichtbaar is geworden, wat staat ons dan te doen? Het Evangelie en het verhaal van Handelingen lijken ons te zeggen: ‘Ga maar op weg. Ga naar andere mensen en vertel van jouw ervaringen, vertel wat het geloof in Jezus met jou doet. Luister naar hen en ga met hen in gesprek. Maar weet één ding: Ik ben met je. Dat is Gods diepste verlangen: met de mensen te zijn. Hij is in ons midden als bron van kracht, dynamiek, creativiteit en hoop. ‘ God is liefde’, zegt St. Jan. Ieder van ons kan een goede eigenschap opnoemen, een belangrijke waarde in ons leven die we in verband brengen met God. Een waarde waaraan we willen vasthouden, wat er ook gebeurt. Een waarde die we, koste wat het kost, willen verdedigen. En mensen ervaren aan ons waar we echt achter staan. Als God dan minder zichtbaar is geworden in onze huidige samenleving, dan hebben in elk geval mensen die Hem laten zien. U vraagt: Hoe? We zien in elk geval veel verborgen hulp die geboden wordt: ik denk aan de grootouders die regelmatig op hun kleinkinderen passen, ten koste van hun eigen tijd. De klusjesman die lampen gaat ophangen bij dat gezin met linkse handen. De vrouw die een buitenlandse studente financieel ondersteunt. De oma die bidt voor de intenties van haar kleinkinderen. Mensen die vrijwilligerswerk doen ten bate van de parochie of een vereniging. Zo maar een paar voorbeelden. M.a.w. het zijn vaak niet de grote acties die God zichtbaar maken. Het is meer dat kleinschalige gebeuren waarin mensen belangeloos voor elkaar aanwezig zijn en voor elkaar in de bres springen. Waar mensen alleen maar eigen profijt nastreven, gaat een samenleving onderuit! Daar vallen ernstige gaten in het netwerk dat we samen vormen. Waar God wél zichtbaar wordt gemaakt, daar groeien duurzame relaties en bouwen we aan het Rijk van God dat Jezus voor ogen stond. We hebben wel heel hard die goede Geest van God nodig. Daar mogen wij om bidden, vooral in deze dagen vóór Pinksteren. ‘Kom, H. Geest, ontsteek in ons het vuur van uw liefde..’ AMEN.