Preken

24 december 18.00 uur: Gezinsviering Kerstmis

By 24 december 2017 No Comments

Als ik terugdenk aan mijn kinderjaren, herinner ik me dat we thuis niet alleen aan tafel, maar ook iedere avond hebben gebeden voordat we naar bed gingen: een tientje van de rozenkrans en het avondgebed. Soms stonden er bloemen bij het H. Hart of het beeld van Maria. Maar de kerststal heeft altijd een bijzondere indruk op me gemaakt: niet alleen het stalletje en de beelden, maar vooral het samen bidden en zingen rond de kribbe. Dat schiep in huis een bijzondere sfeer. Kijkend, biddend, zingend zag je in je fantasie het kerstverhaal a.h.w. voor je ogen gebeuren. Spelenderwijs werd je zo meegenomen in het geloven van je ouders. Ik denk er met dankbaarheid aan terug.Gerelateerde afbeelding
Wij zijn vanavond getuige geweest van een kerstspel. Het is niet alleen fijn om ernaar te kijken en te luisteren, maar ook belangrijk als we kinderen willen meenemen en opvoeden in ons geloof. Dat gebeurt aan de hand van verhalen uit de Bijbel en andere verhalen en vooral spelenderwijs. In de Adventstijd hebben de kinderen zich op Kerstmis voorbereid. In de eerste week was de vraag aan de orde: Zijn we klaar om de Heer te ontvangen als Hij komt? Zijn we voldoende waakzaam en alert? Daarom werd de parabel verteld van de 10 bruidsmeisjes met hun olielampen. In de 2e week werd de schijnwerper gericht op Johannes de Doper. Met zijn preken en dopen probeerde hij de weg te effenen voor Jezus. Als je gasten wilt ontvangen, is het belangrijk dat je ze welkom heet. Dat ze het gevoel krijgen: Ze zien me graag komen. Zo hebben de kinderen zich voorbereid om Jezus welkom te heten. Als je ergens welkom bent, maken ze de deur voor je open. De kleinsten hebben zo de deur open gemaakt van een huisje hier in de kerk.  Wij zijn hier vanavond in de kerk bij elkaar gekomen om de verjaardag van Jezus te vieren. Wij willen Hem opnieuw ontmoeten in het Kind in de kribbe. Ondanks alle drukte en gedoe willen wij de deur van ons hart voor Hem open zetten. Misschien helpt het ons, als we – net als de kinderen – even in de huid kruipen van de figuren van de kerststal: Naast het Kind in de kribbe speelt Jezus’ moeder Maria een hoofdrol. Ze is nog jong, maar heeft de moed om ‘ja’ te zeggen als de engel Gabriel haar komt vragen om de moeder te worden van Jezus. Ze heeft wel allerlei vragen, maar haar vertrouwen op God is groter dan haar twijfels. Lucas vertelt dat zij haar oudere nicht Elisabeth gaat helpen ondanks haar eigen zwangerschap. Ze denkt na over alles wat er in haar leven gebeurt en praat daarover met God. Ze dankt en prijst God om haar uitverkiezing en de grote dingen die Hij aan haar doet, want ze is maar een eenvoudig meisje. Jozef, haar echtgenoot, timmerman van beroep , werkt en zorgt voor zijn vrouw. Hij neemt het voor haar op als mensen haar verdacht maken en laat haar niet in de steek. Hij wimpelt zijn dromen niet weg als bedrog, maar beschouwt ze als aanwijzingen van God. Als er gevaar dreigt voor moeder en Kind, vlucht hij zelfs naar Egypte. Dan is er de engel die de herders het goede nieuws komt vertellen van de geboorte van een Kind, dat de mensen leert en laat zien dat God van ons houdt en uit is op ons geluk. Dat Kind tracht ons vrij te maken van wat ons bang maakt en bedrukt. Die engel is niet alleen, maar wordt vergezeld van een hemels koor dat God toezingt en dankt. De herders die de boodschap horen schrikken zich wezenloos, maar nieuwsgierig gaan ze op zoek naar het Kind. Als ze het gevonden hebben, vertellen ze Maria en Jozef van de verschijning van de engelen. Verrassend, mensen zonder opleiding, ruw volk waar anderen op neerkijken: zij zijn de eerste getuigen van Jezus’ geboorte. Achteraf zal blijken dat Jezus tijdens zijn leven speciale aandacht heeft voor allen die niet meetellen, geminacht worden of het moeilijk hebben om een of andere reden.  Voorts zijn er in het kerstverhaal de dieren. De ezel die lasten draagt die wij te zwaar vinden. Gelukkig komen we ze vaak tegen: mensen die bereid zijn te helpen en lasten van anderen mee te dragen. Dat is geen teken van domheid, maar van dienstbaarheid. Ze doen waar Jezus toe uitnodigt: niet de baas willen spelen, maar bereid zijn om te dienen. De os is in de stal terecht gekomen, dankzij de dichter van de psalmen. Vaak beter dan mensen, herkent hij de krib van zijn meester, de plek waar hij zijn voedsel krijgt. Als ze ons een schaap noemen, dan vinden wij dat bepaald geen eretitel. Maar Jezus zegt dat schapen er normaal goed aan doen hun herder te volgen. Die brengt hen nl. naar plaatsen waar ze voedsel vinden en kunnen grazen, naar bronnen om te drinken en naar plaatsen waar ze veilig de nacht kunnen doorbrengen. Het blijft een groot geheim, waarom God zo van ons houdt dat Hij zijn Zoon mens heeft laten worden en hier heeft laten leven te midden van ons. Als wij Hem echter volgen en ons door Hem laten leiden, zullen we merken dat Hij ons geluk op het oog heeft en bevrijding en vrede brengt voor alle mensen van goede wil. Hij nodigt ons uit onze rol te spelen in zijn verhaal en ons huiswerk te doen. Wij mogen zijn komst onder ons vieren met een feest, ondanks alle duisternis.
ZALIG KERSTMIS !