Preken

1e Adventszondag

By 28 november 2016 No Comments

zondag 27 november 2016,

OVERWEGING

In de voorbereidingstijd op Kerstmis worden we door de lezingen uit de H. Schrift  aangespoord om als christengelovigen attent en bezonnen te leven. Dat geldt in onze situatie temeer nu Kerstmis in de loop van de laatste decennia andere accenten heeft gekregen, nl. die van ontspanning en de wijze van invulling ervan  De markt en de handel hebben de kansen hiervoor ontdekt en spelen daarop in. Het is de tijd van het jaar, waarin het licht krimpt en het donker langer duurt. Op zich is  met de invulling in onze tijd niets mis, maar het gevaar bestaat dat de tijd voor kerstmis verwordt tot een tijd van vooral vertier. Daarmee dreigt de gedachtenis aan de ontfermende liefde van God in de geboorte van Jezus, de Gezalfde van God, uit de belangstelling te verdwijnen. Het leggen van andere accenten heeft ook nog andere achtergronden dan commerciële. Wij, mensen van nu, leven in een gecompliceerde wereld waarin het nodige onzeker en onduidelijk is. Veel mensen staan door werk, door de mogelijkheden die we hebben, door intensieve deelname aan het verkeer onder druk. We zjn al blij als we datgene klaar krijgen waarvoor we staan  Daar is et tegenwicht van de ontspanning bij nodig. In de kerstmarkten  ontsnappen we voor een moment aan wat ons sterk bezig houdt en zorgen baart, wat ons belast en beangstigt. En dat wat zorgen baart en beangstigt kan in iedere tijd en plaats anders zijn. Of dat nu, zoals overigens in alle tijden, aardbevingen betreft zoals onlangs in Italië, Nieuw Zeeland of Japan; of dat het armoede betreft zoals in onbze tijd in grote delen van de wereld; of at het oorlog en geweld betreft; of de stress van een ingewikkelde samenleving als de onze. Veel mensen hebben hun handen vol om overeind te blijven. Men zoekt daarin afleiding. Dat godsdienstigheid, het zich kunnen toevertrouwen aan God daarbij steun en  troost kunnen bieden wordt nog maar moeilijk ervaren. Daar is in het leven van velen weinig ruimte meer voor. Gods menswording. De bevrijdende werking ervan dreigen uit het zicht te verdwijnen.        Wij, hier aanwezig, zijn gekomen voor deze viering van de 1e zondag van de Advent. De lezingen uit de H. Schrift van vandaag sporen ons van de ene kant aan om onze werkelijkheid onder ogen te zien, inclusief de betrekkelijkheid en de eindigheid ervan. Culturen en beschavingen verdwijnen en worden opgevolgd door andere. Dat geven het Evangelie ook aan. In onze eindige en betrekkelijk werkelijkheid wordt de een meegenomen en de ander achtergelaten. Dat gebeurt gewoon. Van de andere kant voltrekt zich in onze werkelijkheid van alledag Gods werkelijkheid bij alle  dingen die we moeten doen, slapen en opstaan, eten en drinken, met elkaar verbindingen aangaan zoals huwen en uitgehuwelijkt worden. Gods werkelijkheid voltrekt zich voor wie de ruimte hebben om te kunnen geloven. Van Godswege wordt ons een perspectief geboden in Gods rijk dat komende is. Er is hoop. Het leven met alles wat we doormaken is niet zonder zin. Bij alles wat mensen overkomt is er toekomst. De woorden van Jesaja zijn daarbij vandaag een uitgangspunt: ‘de tijd zal komen, dat de tempel van de Heer rotsvast zal staan , verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen’. De volken trekken erheen omdat ze er God vinden, die hen aanwijzingen geeft. Mensen kunnen voorgoed Gods wegen gaan. Er zal recht gesproken worden en mensen zullen de wapens omsmeden tot landbouwwerktuigen zodat er vrede zal zijn en iedereen te eten zal hebben. Daar mag het misschien in onze tijd nog niet op lijken gezien het geweld, de armoede, het gebrek aan vrede. We kunnen dan ook aanvoelen dat dit een droom is, die evenwel het verlangen van ons mensenhart bevat. Aan de verwerkelijking van die dromm kunnen we evenwel werken. Het koninkrijk van God leeft namelijk in hen die in God en zijn komst in Jezus met Kerstmis kunnen geloven, daar aandacht aan besteden en zich ervoor inspannen.        Daarom valt het te hopen, dat we  tijdens de Adventstijd te midden van alles wat onze levens vult nog enige ruimte houden om attent en bezonnen te leven, uitziende naar het feest van Gods geboorte in Jezus onder ons met Kerstmis. Daarin is immers Gods koninkrijk al onder ons gekomen. AR