beschouwingen

13 augustus: 19e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2017.

By 14 augustus 2017 No Comments

Afscheid van de zrs. Dienaressen van de H. Geest vn het Arnold Janssenklooster in Wahlwiller op 13 augustus 2017. Pontificale assistentie door mgr. Frans Wiertz; concelebratie vicaris pastor A, Franssen en pater Gelinck SVD

Lezingen: 1 Koningen 19, 9a.11-13a; Romeinen 9, 1-5; Matteüs 4, 22-33.

OVERWEGING

Beste allen, waarschijnlijk speelt in velen van ons vanmorgen een dubbel gevoel, een gevoel van dankbaarheid, een gevoel van een zekere weemoed omdat voorbij is wat goed was. Dankbaar zijn we voor de betekenis van u, zusters Dienaressen vanaf het begin van de 80er jaren voor de mensen in onze regio en over de grenzen daarvan heen. Velen hebben in dit klooster rust, stilte en bezinning gezocht en gevonden in het gastvrije en religieuze klimaat van dit klooster en in de prachtige natuur waarin wij hier mogen leven. Met onze samenwerkende parochies Wahlwiller, Nijswiller en Eys hebt u, zusters via de ziekenpastoraal van zuster Friederika een sterke band. En Wahlwiller nog in het bijzonder vanwege de dienstverlening van onze koren aan dit klooster en van zuster Apollonia aan onze Cunibertusparochie op Aswoensdag. Ook de start van de sacramentsprocessie van onze parochie va Wahlwiller vond plaats met een eucharistieviering op het versierde voorplein van dit klooster. Dit alles ten dienste van ons geloof in Jezus, de Christus, en zijn Evangelie, bevrijdende boodschap op onze weg door het leven. Alle reden om dankbaar voor te zijn.

Maar dat andere gevoel bij het komende vertrek van de zusters is er, denk ik bij velen, ook. Vertrekken is een beetje sterven’, zeggen de Fransen; er is een bepaald verdriet om van beide kanten los te moeten laten datgene wat goed was. Dat geldt voor jullie, zusters, die weggaan en voor ons die blijven. Hoe kunnen daarmee omgaan? Moeten we blijven bij dat gevoel van weemoed? Is jullie vertrek, beste zusters, een nieuwe stap in de afkalving van het kerkelijk systeem van het doorgeven van het christelijk geloven waaraan vroegere generaties zo gewend waren?
Is het misschien voorzienigheid dat we op deze dag van dank en afscheid het gedeelte uit het Evangelie van Matteüs lazen? Het wandelen over het meer van Jezus en de reactie van Petrus komen ons, mensen van nu, wellicht vreemd over: wandelen over het water dat kan toch niet, dan ga je toch kopje onder. Maar voor mensen van toen met een ander symbool- en taalgebruik was dat niet zo’n vreemd beeld. Bovendien komt wandelen over water ook voor in andere godsdiensten. Men wil daarmee iets uitdrukken, nl. het geloof dat God de mens overeind houdt , zolang deze vanuit zijn geloof leeft. Bovendien wordt in deze tekst uitgedrukt dat Jezus bij God hoort., God die niet gebonden is aan onze menselijke (on)mogelijkheden. Jezus, die als Mensenzoon bij ons hoort noemt en beleden wordt als Zoon van God, heeft deel aan wat in Gods vermogen ligt. Hij, van God vervuld, wandelt over het water.
In de reactie van Petrus wordt ook iets duidelijk gemaakt. Hij gelooft in Jezus en wil bij Hem zijn. Maar in het zicht van de kracht van het golvende meer, de concrete werkelijkheid van onze wereld, zoals hij die ervaart, gaat hij twijfelen. Het geloof ebt weg bij deze voorman, die ervoor bestemd is straks de christengemeenschap te leiden. Over de hoofden van de mensen van toen heen geeft Matteüs aan hoe bij alle geloof, christenen van alle tijden geconfronteerd met de concrete –wellicht tegenvallende werkelijkheid- in twijfel kunnen raken. Ook de huidige tijd kan daar aanleiding toe geven. Verdamping van wat lang zo vanzelfsprekend en stabiel leek, angstige bezorgdheid, de vraag bij menige oudere is het wel waar wat men ons aan geloof heeft voorgehouden, kunnen ons bezig houden. God lijkt aanwezig te kunnen zijn niet alleen in een zachte bries, waaraan de profeet Elia klaarblijkelijk behoefte had, maar ook in de turbulentie van de tijd.

Waar we ons ook nu op kunnen verlaten is het woord van Jezus: ‘wees gerust’ en met herinnering aan de oude Joodse Godsnaam: ‘ik ben het. Ik ben die er is voor jullie. ‘Jezus steekt de weifelende Petrus en als u wil de weifelende, onzekere, in verwarring verkerende christenen van nu de helpende hand toe: ‘wees gerust, ik ben het’. ‘God is groter dan ons hart’, zegt de apostel Johannes in zijn eerste brief (hst 3, 20). Dat is een geruststellende gedachte wij alle moeite die wij ons moeten getroosten om het Evangelie door te geven. Die geruststellende gedachte helpt ons verder te leven in Godsvertrouwen zonder krampachtigheid, in dankbaarheid voor at we aan Gods genade in het verleden hebben mogen ervaren, gelovend dat God ook met ons is in het heden, relativerend een tijdgeest die alle heil van ons, mensen, zelf verwacht. Het Evangelie van vandaag kan ons helpen ons bij alle loslaten toe te vertrouwen aan onze Heer, die zegt: wees gerust. Ik ben het; ik ben er voor jullie’. Moge Hij er ook op een of andere manier zijn voor die categorieën mensen voor wie jullie al die jaren van jullie verblijf hier in zijn Naam er bent geweest.