Preken

12 februari 2017

By 13 februari 2017 No Comments

JEZUS VRAAGT RADICALE TOEWENDING TOT DE ANDER

Het Evangelie van deze dag – genomen uit de Bergrede – is moeilijke stof, zeker als je geen idee hebt van wat de Wet, de Thora, betekent voor een Jood. Als rechtgelovige Jood beschouwt Jezus de Thora, de Wet, als een stevige ruggegraat voor het menselijk handelen. Volgens de Schrift heeft Mozes van God zelf de Tien Woorden en de vijf boeken van de Wet ontvangen op de berg Sinaï. Om te voorkomen dat mensen Jezus zouden beschouwen als een gevaarlijke nieuwlichter, die de Wet aan zijn laars lapt, tekent Matteüs ons Hem als een nieuwe Mozes die – gezeten op een berg – het werk van de 1e Mozes voortzet en aansluit bij de bekende Thora met een vijftal toespraken. De Wet blijft overeind. Alleen zet Jezus de schijnwerper erop om ze door te lichten en te zien of die wetten wel overeenstemmen met Gods bedoelingen. Hij wil de echte intentie ervan laten zien. Wat echt telt is de aandacht voor de ander, een vorm van recht doen aan de naaste die verder gaat dan het gewone, als een verwijzing naar God die de rechtvaardigheid zelf is. Alleen door een stap verder te gaan dan dat wat er van je gevraagd wordt, maak je de nieuwe wereld mogelijk die Jezus voor ogen staat. Door bijv. je vijanden te blijven respecteren en het onrecht dat ze je aandoen niet te vergelden, stel je het principe van de wraak buiten werking. Je schakelt de agressie van je tegenstander uit. Of we dat nou fijn vinden of niet: alle medemensen, ook onze vijanden, zijn zonen en dochters van God, de Vader. Liefde wijst ons de weg hoe we met die broeders en zusters dienen om te gaan. De liefde die Jezus voorstaat, beperkt zich niet tot gewone solidariteit. Ze wil ruimte maken voor mensen die ons niet goed gezind zijn of zelfs bedreigen, om hen weg te halen uit het centrum van hun kwaad waarin ze gevangen zitten. Als Jezus ons aanspoort om volmaakt te zijn naar het voorbeeld van de Vader in de hemel, nodigt Hij ons uit binnen te gaan in een geheel nieuwe wereld: nl. Gods manier van kijken wordt dan in mij geboren en ik ga het Koninkrijk van God zien en word een rechtschapen mens. // Het kan ons bevreemden dat Jezus zegt dat er geen letter van de joodse Wet zal vergaan. Hij zal de letter van de Wet niet aanpassen, maar probeert door te dringen tot de kern, de diepste bedoeling ervan. Van de kant van Schriftgeleerden en Farizeeën krijgt Jezus meermaals het verwijt dat Hij de Thora niet naleeft. Hij geneest zieken op sabbat. Zijn leerlingen houden zich niet aan de regels voor het vasten en wassen hun handen niet voor ze aan tafel gaan. Jezus verweert zich door hen voor te houden, dat zij zich wel aan de letter van de Wet houden, maar dat ze niet leven naar de géést van de Wet. // In de tijd van Jezus was de Thora uitgewerkt in een systeem van 248 geboden en 365 verboden. Veel Joodse gelovigen waren er van overtuigd dat God degenen die zich precies aan de Wet hielden, zou belonen. Deze manier van denken leidde tot 2 misvattingen: 1e werd zo de suggestie gewekt dat een mens Gods genade kan afdwingen door precies te leven naar de Wet. Wie zo denkt beperkt de soevereiniteit van God en zijn barmhartigheid. 2e : verwant daarmee was de gedachte dat het belangrijker was om je aan de letter van de Wet te houden dan om in de geest van de Wet te leven. Jezus verzet zich tegen dergelijke opvattingen. Hij wil geen Wet zonder inhoud, die je maar blind hoeft te volgen. Hij wil dat mensen van harte leven in de richting die de Wet wijst. Dat is ook de betekenis van het woord Thora: het is een leefregel, een richtingwijzer. Het gaat erom dat je de Wet volgt vanuit de overtuiging van je hart en niet uit koele berekening. Daarom zegt Jezus ook dat Hij wil dat de gerechtigheid van zijn leerlingen veel verder gaat dan die van de Farizeeën, die bv. op sabbat hun stappen tellen en desnoods achteruit lopen om de letter van de wet niet te overtreden. Om dat te stimuleren legt Hij de lat extreem hoog. Hij stelt: ‘Als je denkt dat de Wet enkel vraagt niemand te doden, dan vergis je je. Doodslag begint al, voordat je een hand naar de ander hebt uitgestoken. Het begint in je hart, in je gedachten. Als je een ander discrimineert of waardeloos links laat liggen; als je een ander uitscheldt of als onmens afschildert. Als er staat dat je geen echtbreuk mag plegen, dan betekent dat niet dat je niet naar iemand anders mag kijken dan je eigen partner, maar dat je anderen niet mag maken tot voorwerp van je bezitsdrang. Jezus veroordeelt niet de aantrekkingskracht die er tussen mensen kan ontstaan, de erotiek die wij hebben meegekregen als gave van de Schepper, maar het gebrek aan respect voor de persoon, de situatie, de keuzes en verplichtingen van een ander. Zo wil Jezus absoluut niet dat wij ons lichaam verminken, maar in beeldtaal spoort Hij ons aan dat we ons ontdoen van wat ons tot kwaad verleidt. Het gaat er Jezus om dat wij in ons hart weten in welke richting we moeten leven en dat wij ons inspannen zoveel mogelijk te doen wat goed en juist is. Zo zijn ook zijn woorden over echtscheiding niet bedoeld als een stok om mee te slaan, maar als een staf om zelf op te steunen. Jezus wil zo recht doen aan de vrouw die in het huwelijksrecht van die dagen de zwakste partij was. Ze kon nl. door haar man weggestuurd worden tegen haar eigen wil in. Om haar te beschermen tegen willekeur onderstreept Jezus de waardigheid van de relatie die man en vrouw aangaan.
Kortom: God telt geen stappen; Hij ziet ons hart. Hij kent ons verlangen en onze diepste intenties. Het gaat er Jezus dus om dat wij leven in de richting van zijn Rijk. Laten wij daarom bidden dat de H. Geest ons hart opent, zodat wij de nood van medemensen onder ogen durven zien en de moed vinden die te verlichten en te bouwen aan vrede en recht. Dan bevinden we ons op de weg van de Thora. Dan leven wij – als mensen van de weg van Jezus – in de goede richting. AMEN